Posts Tagged ‘www.vlinderwerkgroepfriesland.nl’

Articles

Ondergeschoven kindje

In Fotografie,Natuur,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 3 mei 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , ,

Bonte bessenvlinder?

Mijn blog lijkt onderhand een ondergeschoven kindje; ik krijg telkens niet de juiste woorden uit het toetsenbord.
Het wordt wel hoog tijd voor een nieuw stukje: het vlinderseizoen is alweer aangebroken en daarmee ook het seizoen van de ‘motjes’. Motjes, ook bekend als nachtvlinders of macro’s (samen met een grote groep microvlinders), zijn de afgelopen jaren bij een groter publiek populair geworden. Daardoor ebt het scheldwoord ‘mot’ gelukkig geleidelijk aan weg en krijgen macro’s de aandacht die ze verdienen. Er zijn zo veel verschillende families met zo veel schoonheden dat het hoog tijd werd dat deze groep positief in de belangstelling komt! De naam ‘nachtvlinders’ is wel wat onduidelijk; veel van deze vlindertjes zie je ook overdag. Daarom hanteer ik liever de naam ‘macro’ als tegenhanger voor de nog kleinere micro-vlindertjes.

Bij ‘onze’ Vlindervereniging Friesland wordt er veel genachtvlinderd door de leden: zij lokken macro’s en micro’s met een lichtval, met stropen (er wordt een voor vlinders aantrekkelijke substantie op een boom gesmeerd) of met een laken en speciale lamp. Dat is allemaal niet zo eenvoudig als het lijkt: er moeten aggregaten zijn om de lampen brandend te houden en het moet relatief windstil zijn zodat het laken optimaal gespannen kan worden.
Vorig jaar juli beleefden we na een geslaagde middagexcursie een prachtige zomeravond aan de Linde en zat ik bij het laken van Gerrit Tuinstra, die als een acrobaat met zijn net de vlinders van de struiken plukte, ze razendsnel op naam bracht en ze op het laken zette. Ik schreef er al terloops over in het blog ‘Fata Morgana’.
Overigens noem ik Gerrit zonder andere leden tekort te willen doen; hij helpt me met het determineren van welke soorten er allemaal op mijn blauwe lamp afkwamen (en hopelijk weer af gaan komen), vrijwel iedereen heeft enorm veel kennis!

Ook de Vlinderstichting besteedt veel aandacht aan macro’s. Er wordt een nieuwe uitgebreide nachtvlindergids samengesteld en bovendien hebben ze het interessante boekje ‘Nachtvlinders belicht’ uitgebracht. Uit het onderzoek dat in het kader van dit boekje werd verricht, bleek dat ook de nachtvlinderstand hard achteruit gehold is in de afgelopen 40 jaren. Datzelfde is het geval met de dagvlinders; milieu- en klimaatinvloeden, veranderd natuurbeleid en zelfs verlichting hebben invloed op al dan niet met uitsterven bedreigde soorten. In het boekje is een Voorlopige Rode Lijst voor nachtvlindermacro’s samengesteld en de uitslagen zijn schrikbarend. Boekje en onderzoek werden door één van de onderzoekers toegelicht tijdens onze voorjaarsvergadering.

Als ik dat op zo’n avond allemaal aanhoor, voel ik me een leek te midden van al die mensen met zo veel specifieke kennis. Ik weet zo weinig, ken relatief weinig macro’s ‘uit het hoofd’, kan geen rups determineren zonder de groepsleden en weet helemaal niets van microvlinders (Lepideptora). Maar ik ben wel leergierig en nieuwsgierig, ik wil al die pracht vastleggen, fotograferen en op naam brengen, zoals dat ook met de dagvlinders gebeurt. Die ken ik intussen wél bijna allemaal uit mijn hoofd, dus dat moet – zelfs met de enorm uitgebreide families van bijvoorbeeld uilen en spanners – ook lukken. En dan wil ik de libellen natuurlijk ook niet tekortdoen 😉

Al met al kijk ik weer erg uit naar de excursies en bovendien naar wat er allemaal op mijn blauwe lamp afkomt. Dat ding van twee euro van een Kruidvat-actie, bedoeld om muggen aan te trekken en te doden, lokt als bonus de mooiste vlindertjes naar mijn ramen.
Ik zal ongetwijfeld weer te kijk staan als ik gewapend met zaklamp en camera op de gekste tijden in het donker naar buiten stap om mijn gasten vast te leggen, maar dat kan me niet schelen. Ik heb geen twee- tot driehonderd euro voor een lichtval of een goede lamp, maar gelukkig schenkt mijn blauwe lampje mij heel veel voldoening.

De ondergeschoven kindjes mogen in de schijnwerpers: zij zijn het meer dan waard!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

Articles

Fata Morgana

In Fotografie,Natuur,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 17 juli 2013 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , ,

6-7-2013 excursie Lindevallei 036

Het klinkt zo idyllisch: een excursie door de Lindevallei waarbij we zoeken naar de Grote Weerschijnvlinder. Hoewel ik goede rubberlaarzen had aangeschaft, hoefde ik die vanwege het verbeterde weer toch niet aan. Dat was maar goed ook; een middag op rubberen laarzen had ik vermoedelijk niet gered. Nu ging het net, met later alleen megaspierpijn in mijn onderbenen, die nog dagenlang nagalmde.
Het was warm, die zaterdag. Om mijn schouder te ontlasten droeg ik ingewikkelde constructies als een camera op een eenpootstatief en eentje op een borststatief om mijn nek. Daarnaast had ik mijn tas met proviand om en natuurlijk droeg ik mijn schouderbrace, alias mijn ‘tuigje’. Het zag er professioneel uit, zei een professionele fotograaf tegen me. Niets bleek minder waar: het was grotendeels bal-last … Alleen mijn tuigje bleek onmisbaar.

6-7-2013 excursie Lindevallei copulerende bruin zandoogjes6-7-2013 excursie Lindevallei 400D groot dikkopje 2

Ondanks de verlatenheid van de ontmoetingsplaats verwachtte ik stiekem toch een lieflijk glooiend groen landschap met lommerrijke bomen, wat struweel en een meanderend riviertje. Altijd weer doen associaties met het thuisland van de hobbits mij spreekwoordelijk de das om. Het struweel wordt in mijn hoofd ook nog vertaald naar ‘shrubbery’ met bijbehorende Knights of Ni. Waarlijk onvlinderachtig!
In plaats van door idyllisch landschap liepen wij echter langs een kanaal of een sloot of toch de Linde, met peppels aan de ene kant en brandnetels en waterplanten aan de oever. Het pad veranderde langzaam in een niet overal even begaanbaar karrenspoor en ik merkte al snel dat van dichtbij fotograferen zoals ik dat gewend ben niet gaat met een uitgeschoven eenpootstatief. Mensen rondom mij liepen ernstig gevaar en ik kon het eerste groot dikkopje van het seizoen nauwelijks fotograferen. Mijn hele bepakkingsplan bleek zoals gezegd behoorlijk overdreven en ondanks een groter risico op onscherpte besloot ik toch maar weer gewoon ‘vanuit de hand’ te schieten. Het instabiele borststatief zwaaide vrolijk alle kanten op, mij bij elke beweging ernstig hinderend. Ik heb dan ook maar een paar foto’s met de grote camera gemaakt en mezelf bij het eten afgetuigd.6-7-2013 excursie Lindevallei 077

We hebben zo’n vier uren gelopen en vermoedelijk waren we net te vroeg voor de Grote Weerschijnvlinder. Ik had al lopen grappen dat het beestje met zoveel weerschijn wellicht een fata morgana zou blijken te zijn, maar ook fata’s bleven uit. Wat niet wil zeggen dat het niet interessant was – in tegendeel! Ik heb als altijd enorm genoten van wat de natuur ons bood en van alle kennis die de groepsleden op alle gebieden tentoonspreidden, het gemak waarmee Latijnse namen uit de mouw werden geschud en de betrokkenheid waarmee iedereen elk vlindertje, spannertje, (veder-)motje en rups behandelde. Mijn grootste plezier was weer de kennis en het enthousiasme van de twee deelnemende kinderen, die hier en daar een rups opspoorden (die werden meegenomen om in het terrarium en de poppenkast thuis verder uit te groeien) en de behendigheid waarmee ze ook de kleinste spannertjes vingen.6-7-2013 excursie Lindevallei 0356-7-2013 excursie Lindevallei 400D 024

Dat ik die fikse tocht vol kon houden, heeft mijzelf ook blij verrast; een jaar geleden had ik allang horizontaal afgevoerd moeten worden, terwijl ik nu pas halverwege moe begon te worden. Tijdens de etenspauze kon ik me weer wat opladen, zodat ik ’s avonds nog weer mee kon wandelen, wachtend tot het donker werd. Voor het nachtvlindergedeelte kreeg ik gelukkig een visstoeltje en zat dus eerste rang voor het laken – alles fotograferend wat op de lamp afkwam. De foto’s zijn lang niet allemaal gelukt, maar wat heb ik weer genoten! Dit nachtvlinderen is een grote liefde, meteen vanaf de eerste kennismaking met onze Vlinderwerkgroep. Over dat deel schrijf ik een andere keer, want de variatie van zeker 95 soorten die op het doek kwamen poseren, wil ik niet onderaan een blog hangen – daar wil ik een heel blog aan wijden. Nachtvlinders zijn voor mij te mooi om waar te zijn. De tocht naar de auto in het pikkedonker daarentegen is ‘een uitdaging’. Dat is gewoon afzien, niet nadenken en je zaklamp volgen tot je bij de auto bent en je je voeten uit schoenen en sokken kunt verlossen, om diep in de nacht moe maar zeer voldaan thuis te komen met voeten als feta morgana’s 🙂

Al had ons hoofddoel zich vermoedelijk nog net niet ontpopt, ik voel me bevoorrecht met wat we ’s middags allemaal te zien kregen: een visarend, een ree, een vliegende goudvink-man, de rupsenkolonie van de dagpauwoog – zoveel onvoorstelbaar moois! En de weetjes die vooral de oudste jongen me vertelde, zoals over de zachtheid van populierenhout, dat daardoor niet alleen geschikt is om klompen van te maken, maar waarin ook allerlei poppen zich kunnen nestelen totdat zij klaar zijn om als vlinder te gaan leven, de vele Latijnse vlindernamen die zij kenden – hij en zijn broertje waren als telkens indrukwekkend en inspirerend.6-7-2013 excursie Lindevallei 318

De Grote Weerschijnvlinder fladdert bij een volgende excursie ongetwijfeld vrolijk rond, maar totdat ik hem in levende lijve aanschouw, blijft hij voor mij een fata morgana. Een dierbare, dat zeker!

Foto: Ynte kijkt op zijn neus, waar Groot Avondrood op neergestreken is

Articles

Kinderspel

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 20 oktober 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Dit stuk is geschreven voor de najaarseditie van Flinterwille, het ledenblad van Vlinderwerkgroep Friesland. Namen en plaatsen zijn verwijderd, sommige zinnen wat gewijzigd, maar verder integraal geplaatst.
Een deel is eerder aan de orde geweest in de blog
Kicken en Clicken.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vlinders zijn altijd aantrekkelijk, maar dat moet je wel leren zien. Hoewel ik vroeger wel foto’s van doorsnee-vlinders maakte, keek ik er tegelijkertijd een beetje op neer. Iedereen in mijn fotogroep postte een gehakkelde aurelia, hoe origineel was dat nou? Tegelijkertijd dacht ik dat ‘echte’ vlinderaars à la Erik (van Godfried Bomans) met een netje over de heide huppelden. Maar of zulke mensen en kinderen nog bestonden, dat wist ik niet. Ik had ze tenminste nog nooit gezien, ondanks mijn vele natuurtochten.

Tijdens mijn zomer op Ameland ging ik pas echt goed naar vlinders kijken. We reisden het hele eiland af, eigenlijk speurend naar vogels. Natuurlijk zagen we daarbij ook vlinders en we raakten allebei geïntrigeerd door de zilveren maan die op de Amelander bus prijkt. We dachten die in grote getale gezien te hebben, maar determinatie via Vlindernet leerde ons dat het om de duinparelmoervlinder ging. Hoe dan ook: een liefde was geboren: wij zochten overal en vonden veel – behalve de zilveren maan … Die werd voor mij een ‘must’!

Het jaar daarop was ik weer solo en na een langdurig warm familiebezoek aan Indonesië viel ik in het spreekwoordelijke gat. Ik kwam terug tijdens de natte, koude zomer van 2011 – een kille zomer, praktisch zonder vlinders. Totdat ik op die zwoele septemberavond naar Buitenpost reisde en deelnam aan de Nationale Nachtvlinder-Nacht en daar kennismaakte met leden van de Vlinderwerkgroep. Naast de verbazing over de pracht van de nachtvlinders, was ik nog meer verbaasd over de kennis van de jongen die mij bijlichtte voor de foto’s en mij daarbij informeerde over de desbetreffende vlinder. Kinderen die zeiden dat het wel een beetje dom was dat ik geen zaklamp had, want hoe kon je anders vlinders vinden in het donker??
Ik heb genoten die avond, niet in de laatste plaats door dat eerlijke jongetje, dat zoveel geduld had met een domme nieuwkomer van 55. Maar ook van de saamhorigheid die in de groep heerste, van de fotogenieke walstropijlstaart die vanuit Frankrijk was meegebracht en van de medefotografen die met hetzelfde doel als ik de vlinders op hun mooist probeerden te fotograferen. Die avond heb ik me meteen aangemeld als lid van de Vlinderwerkgroep en daarmee hoorde ik weer ergens bij en hoefde ik niet meer alleen op pad.

In het voorjaarskrantje stonden de geplande excursies vermeld. Het leek mij een goed idee mij daarvoor aan te melden, maar dat had heel wat voeten in de aarde: beperkt qua vervoer en door kwaaltjes niet altijd even mobiel was het lastig om de verzamelplaats te bereiken. Ik dacht ook nog niet als een vlinderaar: het kwam niet bij me op om de aardbeivlinder even op te zoeken en te bekijken hoe interessant die is. Ik maakte me zo druk over vervoer en het slechte weer dat ik die excursie aan me voorbij liet gaan.
Achteraf zag ik toevallig dat er wel degelijk aardbeivlinders gezien waren en ik besloot me voortaan nergens meer van te laten weerhouden: ik wilde mee op excursie.

Mijn eerste excursie was op een koele zaterdagmiddag, waarbij een waterig zonnetje doorbrak. Ik werd bij een station opgepikt en was er helemaal klaar voor. Dacht ik … Ik had dan wel een zaklantaarn gekocht, maar natuurlijk was ik niet voorbereid op het gebied dat men beter de Nattige Meente had kunnen noemen – mijn nieuwe schoenen werden diverse keren in bruinig modderwater ge- en herdoopt en nog weken nadien jeukten de bulten van de dazen die zich een weg in mijn lange broek hadden gevlogen. Ik droeg geen sokken … stom, stom, stom. Het zware lopen door het zompige terrein en mijn angst voor kikkers maakte het me niet makkelijk en hoewel er mensen met schepnetten liepen, deed niets mij aan de Erik van Bomans denken. Niks huppelen, ploeteren!

Langzaamaan begon ik wat mensen te leren kennen, waarbij de senior van de groep die op eerbiedwaardige leeftijd voortploegde, onderwijl Latijnse namen noemend bij een bladstipje of een plantje aanwijzend, diepe indruk maakte. Maar ik vond de brede kennis van alle groepsleden indrukwekkend: men wist zóveel over zóveel verschillende zaken! De een was van de planten, de ander van de poppen, een derde kende alle libellen en een vierde kende het gebied als zijn broekzak. Daartussendoor liepen kinderen, zoekend naar alles wat vleugels heeft. Wat me opnieuw het allermeest trof, was de behulpzaamheid: niet alleen de kennis werd met plezier gedeeld, ook vlinders werden met liefde aangewezen en er werd ruimte gemaakt voor ieders camera; niemand hoefde een primeur.

En toen zag iemand de zilveren maan … Ik was er stil van (helaas is dat nooit te merken): daar zat hij of zij, helemaal alleen in dat uitgestrekte gebied, in een zonnestraaltje. Ik ben zelden zo gelukkig geweest als op dat moment, en toen ik nota bene die ene stip die de zilveren maan kenmerkt, aan iemand wist aan te wijzen, kon ik mijn geluk helemaal niet meer op. Ik wist ook iets! Maar er kwam nog meer moois: de vondst van een grote vuurvlindervrouw. Wow, dat was een ongelooflijk moment! Ik heb er de blog ‘Kicken en clicken’ over geschreven. Mijn camera maakte overuren en ik voelde me diep gelukkig dat ik dat moois had mogen aanschouwen.

Op zeker moment ben ik teruggegaan, net voordat er ook nog een mannetje ontdekt werd. Enerzijds was ik kwaad op mezelf, anderzijds wist ik dat ik allang over alle fysieke grenzen was gegaan en echt niet verder kon. Terug bij de verzamelplaats was ik kapot maar zo intens blij; dat gevoel dat ik zo gemist had, was terug. Dankzij de bijzondere vlinders maar zeker ook dankzij de leden van de Vlinderwerkgroep!
Na nog een gezellig en calorierijk samenzijn werd ik naar huis gebracht met afspraken over waar ik over twee weken opgepikt zou worden. Een paar dagen later werd ik gebeld en ging mee naar ‘een’ heide achter Drachten, waarbij ik eindelijk als een vlinderaar begon te denken: ik was op last van mijn gastvrouw goed beschermd met sokken over de broekspijpen en had me ingesmeerd met muggenspray. Ik bleek bovendien evenveel te zien als zij, waardoor ik probleemloos mee kon tellen. Wederom een mooie en rijke ervaring, waaruit een leuke vriendschap ontstond.

Twee weken later was er de excursie op een grote heide en daar had ik wél het gevoel van een huppelende Erik die met zijn netje vlinders vangt: daar werd ook met het net gewerkt, en met potjes om de vlinders goed te kunnen laten zien. Ik heb de komma op de kommavlinder door de mazen van het net gezien, maar op mijn foto heeft het net de overhand. Dat is niet erg; ik heb daar zóveel moois gezien! Het gebied was prachtig, het weer was goed, er was een grote variëteit aan begroeiing en ook aan vlinders en er was weer die saamhorigheid die me zo aanspreekt. Al raakte ik op zeker moment iedereen kwijt en moest ik me een weg banen door brandnetels en plassen met mijn te zware bergschoenen, ik bleef genieten.

Al in het begin zag ik een bruine vuurvlinder, die ik pas later herkende – toen ik me met iemand anders in duizend bochten wrong om een ander exemplaar op de foto te krijgen. Ook een parend paart heideblauwtjes liet zich moeilijk schieten; er waaide een vaag soort wind vlak boven de grond, waardoor de foto’s snel onscherp werden. Maar het is uiteindelijk meestal wel gelukt: een eikenpage, bruine vuurvlinders, kommavlinders, een kaneeldingetje in een potje en een bibberige zuringspanner.
Als bonus was de omgeving ook erg boeiend: op het laatste stuk, net voorbij het water (waar ook een interessant verhaal aan vastzat), pronkte klokjesgentiaan in lange blauwe rijen over het pad en even verderop stond een pluk gele cantharellen te lonken.
’s Avonds, wederom na de gezellige vette hap en samen wachtend op het weer, prijkten roodgloeiende pollen mos tussen gouden gras, onder een prachtige zonsondergang.

Ook tijdens deze excursie verbaasde ik me over de enorme kennis die er is en kwam ik langzaam maar zeker achter ieders diverse vaardigheden. Het leukst bleef ik de twee jongens vinden die behendig macro’s en micro’s in potjes vingen – zij hadden geen net nodig. Aan hen is dit verhaal opgedragen. Deze kinderen mogen dan wel fantastisch en met een aanstekelijk enthousiasme kunnen vlinderen, het vlinderen zoals ik dat nu gezien heb en dat zij ook lieten zien, is absoluut geen kinderspel! Verre van dat: het is kennis van de natuur en van de vlinders, de habitat, de rupsen, de poppen, alles. Een leeftijdsloze kennis, waardoor leden van 9 en van 90 evenveel plezier beleven.

Dank jullie wel, jongens, en dank jullie wel, vlinderaars van de Vlinderwerkgroep, dat jullie iemand zo opnemen in de groep en dat iedereen goed kan en mag zijn in wat hij ‘toevallig’ kan. Ik kijk uit naar de najaarsbijeenkomst en vooral naar volgend seizoen, want al heb ik enkel een guppenschepnet, ik spaar al wel potjes voor de komende excursies en heb notitieboekjes om te noteren wat ik zie en ga zien. Misschien ben ik een vlinderaar in wording, maar het is nog maar kinderspel. Het echte werk moet ik nog verder van en met jullie leren.

Articles

Kicken & clicken

In Fotografie,Natuur,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 27 juli 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , ,

De afgelopen week heb ik meer natuur met bijbehorende schoonheid gezien dan in het halve jaar daaraan voorafgaand. Dat werd tijd: ik miste het vlinderen en vogelen op Ameland en het kille weer deed me de tropen erg missen. “Al was het maar één troop” verzuchtte ik tijdens de natte moesson die zomer heette … Of dat een misan- of juist een filan- moest zijn, deed er niet zoveel toe – ik ging meer voor de heliotroop.

Toen ik zaterdag deelnam aan een excursie in de Rottige Meente, had ik geen idee hoe nattig die Meente zou zijn en hoe rottig de dazen me te grazen zouden nemen. Mijn benen zijn versierd met rode spikkels en bulten, alsof ik een slachtoffer van de waterpokken ben. Wat overigens zou kunnen; af en toe stonden we tot de kuiten in het drasse water en misschien bevonden zich daar wel pokken …
Mijn schoenen, die mij door de avontuurlijke binnenzooltjes al menig strandwandeling door stad en land hebben bezorgd (ze voelen alsof je met blote voeten over het strand loopt), deden hun naam eer aan: het was weliswaar vloed, maar ook dat liep niet vervelend. Het enige lastige was het zompige terrein, dat lopen, bukken en zoeken tot een complete work-out maakte.

Ondanks dat (en wat passerende kikkertjes) was het ontzettend leuk om met kenners op pad te zijn: de Latijnse namen vlogen in het rond en iedereen was even gespitst als ik. Opeens was HET moment daar: iemand signaleerde een zilveren maan! Eindelijk zag ik met eigen ogen dit zeldzame wondertje van schoonheid en knipte mijn camera als was ik een paparazza: niets mocht aan het toeval overgelaten worden, de foto’s moesten lukken!
Ik wist als groentje de anderen het beruchte stipje aan te wijzen dat de zilveren maan van andere parelmoervlinders onderscheidt – nog een ego-boost ook naast het maan-cadeau.

Tegelijkertijd had men wat verderop ook de grote vuurvlinder gespot, dus iedereen haastte zich naar dit unieke fladdertje. Alsof we in een heiligdom waren, zo hurkten we ademloos en klikkend om het vrouwtje heen, genietend details uitwisselend. Zodra zij opvloog en wat verderop weer neerstreek, deden wij hetzelfde – stel je voor dat we haar ook uit een andere hoek konden fotograferen! Stel je voor dat er überhaupt nog een andere hoek wás!!! Iedereen was lyrisch over dit prachtige vlindertje, dat toch maar mooi in Fryslân vliegt! Sterker nog, er vlogen er twéé, allebei vrouwtjes, dus er zou ook een mannetje moeten zijn!

Terwijl ik besloot dat het fysiek genoeg was en aan de barre tocht terug begon, vond men verderop het mannetje (waar ik stiekem toch ook wel jaloers om was – ik had hem ook zelf willen ‘hebben’) en ook werden eitjes gevonden. Dat is een fantastisch teken: de soort blijft in stand mits we de juiste omstandigheden blijven bewaken. Alleen hier en in de Weerribben komt deze soort voor – volstrekt uniek voor de wereld, deze kleine grote vuurvlinder!

Woensdag toog ik naar Bakkeveen, waar ik met één van de leden heideblauwtjes zou tellen. Mijn spieren waren net hersteld van de Rottige Meente-aanslag, dus het kon weer. Ik moest wel een lange broek aan, die bij de sokken in moest. Niks korte broek, niks sandalen. Een bloot hemdje mocht wel mits ik extra bedekking bij me had; op de hei verbrand je snel. Dat vonden de heideblauwtjes kennelijk ook: ze gingen echt niet met open vleugels in de zon zitten! Blijkbaar zijn zij wijzer dan hun neefje Icarus … Ik heb dus alleen foto’s van de mooie buitenkant van de vleugels, niet van het stralend blauw (of bruinig vrouwtjes-) binnenwerk.

Toen ik meteen struikelde door de oneffen ondergrond, zijn we naar een vlakker gedeelte gegaan om te tellen. We vonden op 2/3 van het perceel toch 181 blauwtjes, een heleboel heispannertjes, veel oranje zandoogjes, een paar passerende adhd-witjes en een bont zandoogje (dat bruin is).
Ook vond ik een prachtig bloeiende gentiaan, wat betekent dat de grond goed verzuurd en nattig is, de beste conditie voor dit veenheidegebied. Of het betekent dat ik goede ogen heb 😉
Een haas stoof voor onze voeten weg en een paartje roodborsttapuiten zat elkaar verderop achterna. Het was, kortom, fantastisch.

Nagenietend in een tuin vol vlinders spraken we af dit vaker te doen, waarna ik moe en met spierpijn maar wederom zeer voldaan het openbaar vervoer opzocht om huiswaarts te keren. Volgende week gaan we weer op excursie, ditmaal op zoek naar de kommavlinder. Zodra we die hebben gevonden, wordt er voor dit jaar een punt achter de excursies gezet. Maar voor mij zijn werelden heropend: ik heb mensen ontmoet met dezelfde passie en zij vinden het leuk om samen wat te ondernemen.
Ik heb mijn biot(r)oop gevonden en dat is kicken.