Posts Tagged ‘vogels’

Articles

Terugblik

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk,Vlinders & nachtvlinders,Vogels on 1 januari 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Ondanks mijn zwenkende arm was 2013 een goed jaar voor mij. Ik ben twee keer ‘op vakantie’ geweest en het grootste deel van de Kerstdagen bracht ik bij familie door. Deze uitjes waren mogelijk doordat er een paar keer een forse dosis stero√Įden in mijn schoudergewricht en/of -spiergordel was gejast, waarna ik wat mobieler was. De perioden dat de injecties niet (meer) werkten, bracht ik gewoontegetrouw liggend op de bank door. Wel een andere bank dan voorheen; ook wat ‘nieuwe’ spullen betreft was het een bijzonder jaar. Mijn ‘nieuwe’ (lees: gebruikte) bank zit voor geen meter, maar staat mooi en ligt erg lekker ūüôā Met de salontafel van mijn ouders erbij ziet de voorkamer er heel anders uit.

25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 272 De vakantie-uitjes waren super. Eind mei bracht ik een kleine week in het Zuid-Limburgse Geuldal door (waar ik met fiets en bepakking in de trein mijn schouder ongeweten en ongewild meteen weer zwaar overbelastte). Het was prachtig daar, al was het niet altijd even simpel om mezelf telkens weer te moeten oppeppen om wat te gaan ondernemen. Het weer was wisselend, sommige heuvels waren een categorie te zwaar voor mij, maar de omgeving was in alle gevallen adembenemend. Ik maakte kennis met een taalforumvriendin, met wie het plezierig toeven was. Zij reed mij met de auto door het prachtige landschap en samen zochten we borden met taalfouten.

25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg EOS 064 ’s Avonds wandelde ik vanuit mijn B&B naar een restaurant waar moeder bonte specht haar jongen voerde – een prachtig tafereel! 25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg EOS 087

Het geel zinkviooltje, waarvoor ik feitelijk kwam, bleef een falende queeste, maar daar stond zoveel bijzonders tegenover: een daslookvallei en een berm met indigoblauwe rapunzels in het Savelsbos, een dwerghuismoeder die langs de Geul fladderde, veel verschillende vogels en al die uitbundig bloeiende oevers maakten deze vakantie meer dan waard. En de huizen daar: vakwerk!
25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 285 25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 323

Begin augustus paste ik een lang weekend op bordercollie Bjorna in de stacaravan van haar baasjes, in Noordwolde. Wat heb ik ook daar genoten van de bosrijke omgeving, van Bjorna, met wie ik al ballen gooiend wandelde, van de natuur en van het lekkere weer. Het was heerlijk om zo weer even uit te zijn. Ook hier was mijn fiets mee, waardoor ik meer vrijheid had en ik zelfs naar een vlinderexcursie zo’n 16 kilometer verderop ben gefietst! Zowel Noordwolde als De Kiekenberg boden legio vlindersoorten met voor mij zelfs nieuwe dagvlinders zoals het koevinkje en de distelvlinder. Teruggekomen van de logeerpartij, bleek ik een (naar ik dacht dode) hyena meegenomen te hebben, die na twee dagen op wonderbaarlijke wijze weer tot leven kwam. 10-08-2013 excursie Kiekenberg EOS 068

Het was sowieso een prachtige zomer met veel nachtelijk bezoek: ik had een blauwe lamp voor het raam hangen, die tot mijn verrassing veel nachtvlinders aantrok. Vrijwel elke avond toog ik enkele keren naar buiten om met een zaklamp foto’s van deze schoonheden te kunnen maken. Er ging een heel nieuwe wereld open en ik wist weer waarom ik lid van de Vlindervereniging was geworden: bij de eerste Nachtvlindernacht al was ik zwaar onder de indruk van alle nachtprachten die daar op het laken plaatsnamen. Datzelfde ervoer ik tijdens de excursie naar de Lindevallei, waar ’s avonds ruim 100 soorten op het doek poseerden. Hier thuis heb ik ook verschillende bijzonderder soorten gezien, zoals (o.a.) de splinterstreep en twee exemplaren van de zeldzamere boksbaardvlinder. Ik heb verder nog bijna niets op naam gebracht – dat leek me een leuk winterkarweitje, maar tot nu toe winterde het nog niet zo heftig ūüėČ

30 tm 31-12-2013 008In het afgelopen jaar heb ik geleerd bij de dag te leven en te genieten van de mooie dingen. Naar een idee op Facebook had ik een ‘goede-dingen-pot’, waarin ik bij elke gelegenheid een briefje met het ‘goeds’ stopte. Mede daardoor heb ik veel meer goeds kunnen zien en vooral dat goede veel zwaarder kunnen laten wegen dan de minder goede dingen. Ik voel me niet meer eenzaam en neem de problemen met mijn zwenk-arm zoals ze komen: ik leef meer bij de dag en tel de heldere uren.
Dat komt natuurlijk mede door de prachtige zomer met al die geweldige vlinders die op de vele vlinderstruiken neerstreken. Het komt echter het meest doordat ik anders in het leven ben gaan staan, door tevreden te zijn met mijn leven en met alles wat zich daarin afspeelt. Door de afbouw van verslavende pijnmedicatie, waarvan ik alleen maar suffig werd en die uiteindelijk niet hielp tegen de pijn in mijn arm en schouder. Daartegen helpt alleen rust en ook dat heb ik geleerd.

Kortom: ik kijk terug op een prachtig jaar en vol vertrouwen naar een even mooi 2014, met als enige goede voornemen: vaker en regelmatiger bloggen.
Iedereen een heel gezond, goed en gelukkig 2014 met veel rijkdom gewenst – rijkdom, die niet in materi√ęle dingen hoeft te zitten!

Noot: ik had graag meer foto’s in een slideshow toegevoegd, maar dat lukte me helaas niet. Mocht iemand weten hoe dat moet, dan hoor ik dat graag!

Advertenties

Articles

Knoert van Oerd ~ 2 ~

In Natuur,Sprookjes & fabels,Taal,Vlinders & nachtvlinders,Vogels,Wadden on 7 september 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Na een weekend waarin wij opnieuw met Keizer Knoert hebben kunnen spreken, is ons nog veel meer duidelijk geworden over het leven en de visie van dit microvolkje.
Hoewel Keizer Knoert aangeeft keizer zonder raadgevers te zijn en dus alleen maar onderdanen heeft, is hij in wezen een microsoftie: hij heeft veel meedogen met zijn volk en regeert met compassie. Datzelfde hoorden wij van onderdanen (feitelijk bovendanen; zij zijn allemaal iets groter dan de Keizer), die een plezierig leven leiden. Door deze gesprekken zijn een aantal evidente verschillen met onze maatschappij en de politieke hi√ęrarchie aan het licht gekomen, maar daarover later.

Het microvolkje leeft ‘omgekeerd’, wat als uniek in elke wereld kan worden beschouwd. Zij worden oud geboren en kennen zodoende meteen de duur van hun leven. Hun puberteit – de fase waarin wij mensen het meest onzeker zijn over bij voorbeeld uiterlijk, beleven zij met meer dan voldoende zelfkennis en levenservaring.
Dit omgekeerd leven maakt hen stabiel en zeker over hun leven, hun uiterlijkheden en hun vooruitzichten.
Qua uiterlijk en gebruiken verschillen zij van de doorsnee kabouter- en mensenpopulatie: degene die als kleinste geboren wordt, is automatisch de volgende keizer. Hierdoor is het een kwestie van lotsbestemming wie de leiding over het volk krijgt.

De leeftijd van dit volk ligt zoals genoemd op voorhand vast, maar zij leven veel langer dan wij mensen – bij de geboorte is de gemiddelde bovendaan zo’n duizend jaar oud. Dat betekent dat zij zich geen zorgen hoeven te maken over hun dood, die hen niet voortijdig door ziektes, maar alleen door ongevallen kan treffen. Het volk is immuun voor ziektes; zij kennen het woord alleen van de dieren en de wereld rondom hen. Zij zijn om verschillende redenen niet bang voor de dood: doordat een plant in het najaar sterft en in het voorjaar opnieuw geboren wordt, ‘weet’ het volk dat zij niet hoeven te vrezen voor de dood. Ze komen immers weer tot leven? Dat dat niet altijd gebeurt, ligt aan de overledene zelf: hij of zij kiest dan voor Everland, een wolk waarop zij voor eeuwig willen blijven. Dat lijkt mij persoonlijk na duizend jaren leven ook wel een mooie keuze.

De grafjes zijn speldenprikjes, niet zichtbaar voor ons blote oog. De tot baby’s volgroeide duizendjarigen vragen nauwelijks ruimte doordat zij tijdens de laatste fase van hun leven nog verder krimpen. Zelf noemen ze dat liever “overgaan”. Deze overgang begint aan het einde van hun puberteit en duurt totdat de dwergkabouter in babystaat sterft. Het geheugen glijdt langzaam weg totdat het bij hun dood als baby onwetend en blanco, puur is. In deze periode worden zij afhankelijk van hun kleinkinderen die hen als vanzelfsprekend voeden, verzorgen en verschonen totdat het vuur dooft.
Keizer Knoert wil zijn huidige leeftijd niet vertellen, maar zegt wel nog lang niet aan de overgang toe te zijn. Hij vertelt dat de begraafplaats rondom de basis van een speciale bloem ligt, een bloem die vrijwel het gehele seizoen door bloeit. Ik begrijp uit deze uitspraak dat het om een viooltje moet gaan: we hebben in de loop van het jaar her en der veel kleine viooltjes gezien en we weten ook dat dit een waardplant voor een aantal bijzondere vlinders is. Deze vlinders spelen een grote rol in het leven van het Oerdburenvolkje.

Dieren vormen een belangrijk hulpmiddel voor het volkje: zij reizen graag per libel (die zij helicopter noemen) of per zweefvlieg(tuig). Ze gebruiken spinrag van verdwenen spinnen voor hun micromee-werk; de webben worden systematisch uitgerafeld en opgerold tot een enorme kluwen, waarna het klaar is voor gebruik.
Ook vogels helpen hen met hun voortbestaan: kwikstaartjes maken al wippend met hun staart mooie snelwegen door het woud van helmgras en de mussen, die we bij het Kooikershuus altijd restjes van onze appeltaart geven, blijken delen van deze restjes aan de Oerdburenbuurt te leveren, die daar weer de meest heerlijke gerechten van maken.
Dan zijn er nog vele geleedpotige helpers, die delen van vruchten aanslepen of het volkje wijzen waar ze deze zelf kunnen vinden. Keizer Knoert en zijn bovendanen zijn vegetari√ęrs en doen dus geen vlieg kwaad.

De volgende keer uitleg over de prachtige parelmoervlinders (waaronder de zeldzame “zilveren maan”, die een speciale betekenis voor het volkje heeft) die men op Ameland kan vinden.
Verder komen reacties op ons verbazingwekkende menselijke politieke marionetten-machtsbestel aan bod, met daarbij enige parallellen tussen vriend en vijand, al heeft het volkje praktisch geen natuurlijke vijanden.
Wij kunnen nog heel veel van deze microkabouters leren!

= Wordt vervolgd =

P.S. Ik krijg het niet voor elkaar de foto’s te linken met Flickr. U kunt ze bekijken door bovenaan de pagina op het fotoblokje te klikken!

Articles

Argusogen in de zilveren maan

In Fotografie,Natuur,Vlinders & nachtvlinders,Vogels,Wadden on 2 juli 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Een paar weken geleden lazen we op de nieuwssite van Persbureau Ameland het bericht dat iemand de zeldzame duinparelmoervlinder had gezien. Er stond een foto bij van een prachtige oranje vlinder, met parelmoerglanzende vlekken aan de buitenkant van de vleugels. De vindplaats werd geheim gehouden.
Vooral dat laatste was voor ons doorslaggevend: wij moesten en zouden ook zo’n vlinder zien! En natuurlijk wilden we er mooiere foto’s van maken dan degene die bij het bericht van Persbureau stond.

Zaterdag togen we er op de trike op uit, onderweg speurend naar vogels en vooral naar vlinders. In Buren, waar we na veel omzwervingen een kop koffie dronken en samen met de musjes een appelpunt aten, liepen we naar het duinpaadje. We hoefden niet eens het paadje op: al bij het hekje zagen we een exemplaar van de bewuste zeldzame vlinder, prachtig poserend op een kale jonker We schoten ons kaartje bijna vol, zo trots waren we dat wij er ook eentje hadden gevonden! Nou ja, ‘gevonden’ – hij was nauwelijks te missen.

Maar thuis wachtte de teleurstelling: we konden de vlinder zelfs op het beeldscherm niet met zekerheid benoemen als duinparelmoervlinder… Een ware slag in mijn gezicht. Het beestje leek meer op een ‘zilveren maan’, een halfbroer uit de grote familie van parelmoervlinders. Ons exemplaar miste de zwartige vlek die hem onderscheidt van zijn zeldzame halfbroer of -zus. Mijn vriend moest wel gelijk hebben: het was een zilveren maan, geschoten in de volle zon. Daarnaast bevatte onze collectie een argusvlinder, waarvan het zwarte oog duidelijk op de buitenkant van de bovenste vleugeltip te zien is, plus een kleine vos en als bonus twee ons tot nu toe onbekende vogeltjes. Best een goede oogst dus, al hadden we de primeur van de duinparelmoervlinder niet weten te evenaren. De fladderende trots van Ameland ging aan ons voorbij.

Natuurlijk waren we vastbesloten de volgende dag nog een poging te wagen, dus weer stapten we na het middaguur op de trike en reden ditmaal via het bos om eerst weer even op vogeljacht te gaan. We wisten dat er een bruine kiekendief in de buurt zat, maar toen hij pal over ons heen vloog, was dat toch een verrassing. Aangezien ik erger ben dan een Japanner en praktisch vergroeid ben met mijn camera, schoot ik hem in een reflex en de foto blijkt nog scherp ook met – alweer toevallig – zelfs de juiste belichting!
Nadat we met argusogen het bos hadden afgespeurd, zaten we nog even op een bankje en praatten over onze volgende stop. Het was onvermijdelijk: we zouden toch weer naar Buren rijden. De vlinderverslaving had behoorlijk toegeslagen en concurreerde met de vogelspotverslaving.
Terwijl we praatten, zag ik iets wat op een duif leek op een tak zitten. Een duif, tja, die zegt me niet zo veel, dus mijn reflex deed het eventjes niet. Stom, want toen het dier wegvloog, bleek het onmiskenbaar een uil en daaraan had ik mijn hele spiegelreflex wel willen offeren! Ik vermoed dat het een bosuil was – het feit dat hij door het bos vloog, lijkt mij een redelijk betrouwbare indicatie voor deze constatering.

In Buren dronken we opnieuw koffie, ditmaal op een terras zonder mussen. Er reed een bus voorbij met daarop een grote foto van onze vlinder met de tekst “zilveren maan”. Ik keek mijn vriend verbaasd aan: waarom stond deze vlinder afgebeeld op de bus als men juist trots was op de zeldzame soortgenoot?? Was het dan toch…? Het kon geen synoniem zijn, dat was uitgesloten na alles wat we er over gelezen hadden.
We moesten nu echt snel naar de vindplaats terug om zekerheid te krijgen! Daar aangekomen, zagen we zeker 15 exemplaren rondfladderen, met hun roltong de nectar uit de kale jonkers halend. Dit moest inderdaad de distelparelmoervlinder oftewel de zilveren maan zijn, dat kon niet anders… Voor de zekerheid fotografeerden we ze in allerlei standen: vleugels open, vleugels dicht, van voren zodat je de kop met de enorme ogen kon zien – verzin het maar.

Onderweg terug, langs buitenweggetjes rijdend op de snelbruiner, zagen we nog een aantal exemplaren, die hun nectar uit de rode klaver haalden. Dat was telkens opnieuw aanleiding om te stoppen en ook deze oranje fladderaars te fotograferen. Thuis genoten we van onze mooie foto’s van al die zilveren manen en die ene argusoog, van de vogeltjes en van de prachtige landschappen die Ameland biedt.
Alsnog voldaan sloten we het weekend af. Als extraatje kreeg ik maandag op de boot nog een paar zeehonden die dichtbij de veerboot op zandbanken hun vacht schoonrolden en als altijd de zon die het water zo prachtig laat schitteren, op de geulen en de slenken in de zandbanken. Ik heb genoten!

Gisteren las mijn vriend me een nieuw stukje voor van de site van Persbureau Ameland: er was een ongekende hoeveelheid duinparelmoervlinders op het eiland gesignaleerd. Dit komt doordat de vlinder als eitje overwintert en door de strenge winter zijn de eitjes goed ge√Įsoleerd. Na wat nalezen op Wikipedia vonden we het verschil tussen de twee soorten: de veel minder zeldzame zilveren maan overwintert als pop, dus daarvan heeft het merendeel de winter juist niet doorstaan.

Wij hebben nu dus onverwacht een grote collectie foto’s van de zeldzame duinparelmoervlinder, terwijl we in de blakende zon koortsachtig dachten zilveren manen te schieten.
En de titel bij de foto op de Amelander bus is dus een foutje. De vlinder is op een zwart vlekje na identiek, maar de naam ‘zilveren maan’ is onjuist. Het kan verkeren – niets is meer gek als je ze zo ziet vliegen.


Articles

Pullen in de soos

In Vogels,Wadden on 9 juni 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

De titel klinkt wel opwekkend, nietwaar? Men ziet bejaarden voor zich, moeizaam een bierpul heffend en deze al bibberend en knoeiend leeg proberen te drinken. Of een chique soci√ęteit, waar bierpullen niet tot de inventaris behoren. Ikzelf denk bij het woord ‘pullen’ aan de Beierse bierpul van steen, die zonder inhoud al bijna te zwaar is om naar de mond te brengen – laat staan met bier er in!

Maar niets van dat alles is waar het om draait. Pullen, zo worden jonge (weide-)vogelkuikens genoemd. Althans, bij mijn weten beperkt het zich tot deze groep, al vallen meeuwenkuikens er geloof ik wel weer onder.
We hebben de afgelopen weekends veel verschillende pulletjes gezien op Ameland – zowel toen we met de trike rondreden als met de auto stapvoets speurend naar vogeltjes. Opeens was er vorig weekend de verrassing van een kleintje dat stilletjes bij een graspol zat, terwijl mama scholekster vlakbij wat in de grond poerde. Op de foto’s herkenden we achteraf weliswaar een kuiken, maar het was meer een bolletje dons dan een herkenbaar kuiken.

We zochten op Wikipedia wat meer informatie op en vonden daar het verhaal van de pul, maar ook dat een groep scholeksters een ‘soos’ wordt genoemd. Scholeksters kunnen 30 jaar oud worden (!!!) en hebben een natuurlijke territoriumdrift. Maar de weilanden en de schorren raken overbevolkt door al die bejaarde scholeksters, die hun territorium levenslang behouden. Daardoor moeten anderen genoegen nemen met een tweederangs territorium. Wikipedia verhaalde over het frappante fenomeen dat jongen van dit nageslacht zelf ook tweederangs territoria zoeken, vanuit een natuurlijk soort overlevering.

Het afgelopen weekend zagen we veel meer pulletjes in een grote verscheidenheid: een paar erg jonge en aandoenlijke kieviten, die angstig door pa en ma van ons weggeleid werden. Dit was de eerste keer in mijn leven dat ik ze bewust zag, en het was puur genieten! Ook zagen we, rijdend op de trike over de dijk, een heel stel kokmeeuwpulletjes – kleine pluizenbollen die rap-rap door pa of ma werden geroepen: pas op, er naderen vijanden! Sommige durfals stonden parmantig bij de vlakbije groep op, naast en over elkaar nestelende visdiefjes het spektakel aan te zien: de visdiefjes vlogen af en aan met visjes in de bek en het was een geschreeuw van jewelste. Jonkies waren onzichtbaar – de visdiefjes lagen bijna in een kluwen bij elkaar. Het deed me aan films met al die jonge pingu√Įns denken, waarvan de ouder het eigen kind altijd herkent in de menigte.

Iets verderop ontwaarden we een kluut en warempel, er liep een klein kluutje naast, met al wat zwarte streepjes in zijn donzen pak. Papa kluut was verderop aan het eten, mama piepte zich schor om haar kleintje aanwijzingen te geven. Het scheen het niet te horen, of niet te luisteren: het ging zijn eigen gang en ontdekte de wereld van het wad op zijn eigen manier. Een fantastisch gezicht! Uiteindelijk kwamen pa en ma samen om hun p(r)ulletje van het rechte pad te halen en terug te sturen naar beschutter gebied, waar hij minder opviel. Toen dat gelukt was, kon mama even op één poot uitrusten. Dat duurde kort, want de klutenpul was onvermoeibaar! We konden ons met moeite losrukken van het indrukwekkende tafereel.

De volgende dag reden we nog even rond om de kieviten te zoeken; ik had minder goede foto’s dan mijn vriend, en dat kon natuurlijk niet. Intussen weten we al dat als we voor de ene vogel gaan, we anderen tegenkomen. De kievitjes en de complete wei bleken spoorloos, maar we zagen w√©l een aantal tureluurs rusteloos om en over de auto heen fladderen en ons op luide toon waarschuwen. Bij wat beter kijken zagen we waarom: er liepen jonkies (al vrij groot) door het weiland en natuurlijk betekende onze aanwezigheid gevaar dat ge√ęlimineerd diende te worden. Ach, wij schieten alleen met camera’s!

Ik vraag me af of deze weidevogels ook in ‘een soos’ leven, en of ze eenzelfde territoriumdrift hebben als de scholekster. Hoe oud wordt de steeds minder voorkomende kluut, hoe oud worden tureluur en kievit?
Waarom gedogen kokmeeuwen en visdiefjes in het broedseizoen de wadende gasten, die buiten het seizoen niet welkom zijn? Zoveel vragen over dingen waarover ik voordien nooit nadacht!
Dit alles bewijst eens te meer dat vogels via een soos net als de Rotary of Lion’s veel invloed hebben op je denken, zonder dat je ooit zelf deel zult uitmaken van zo’n soos. Ik neem daar nog een pul op. Proost!

Articles

Mus(t)

In Fotografie,Taal,Vogels,Woordspelingen on 10 mei 2010 door Marjolein Stam getagged: , , ,

Mussen zijn een must. Ze horen bij het beeld dat we hebben van een terrasje in de zon, waar deze parmantige vogeltjes een graantje mee proberen te pikken van al het lekkers dat genuttigd wordt.
In de tijd dat ik in Utrecht woonde, miste ik de mussen. Ze waren eenvoudigweg uitgestorven, op een enkele die-hard na. Het was een raar fenomeen: zo weinig mussen, dat doodgewone vogeltje dat toch naar zeggen zoveel voorkwam? Voorkwam ja; ze zijn vrijwel verdwenen uit de grote stad.

Ik houd van mussen. Ze kijken zo leuk, ze hebben een schoonheid die velen niet herkennen met hun prachtige veertjes in ingetogen bruin-beige tinten. Ze zorgen voor mooie spreekwoorden: “de mussen vallen dood van het dak”, “blij zijn met een dooie mus”. Als taalcreatieveling kun je dat leuk combineren: “Gisteren moesten we ze nog van het asfalt afschrapen, vandaag voelen we ons nutteloos blij gemaakt met dat resultaat.”
Ooit kocht ik een priegelpakket om een mus van papier te ‘bouwen’. Hij is mooi geworden, mijn dooie mus. Ik ben er elke dag weer blij mee, zeker nu ik veel tijd als huismus verdoe.
Waar ik vroeger opgewekt kilometers ging wandelen (en de ordinaire mus nauwelijks een blik waardig keurde), is nu een middagje winkelen al een hele onderneming, die mij dagenlang tot het huismussendom veroordeelt.
Ik heb het er zeker voor over, maar het is vermoeiend om overal zo moe van te worden.

Zouden mussen niet levensmoe worden, vraag ik me af – ze moeten in de steden zo ontzettend hun best doen om nog een nestelplaats te vinden – het is dringen geblazen onder de dakpannen die geschikt zijn als broedplaats. Maar hoe komt het dat je in Berlijn nauwelijks buiten kunt ontbijten vanwege de overdaad aan ‘Spatzen’ (ook wel Schei√üspatzen genoemd), terwijl je in Leeuwarden geniet van een musje dat op het overdekte terras van V&D zijn graantje meepikt? Zijn we tolerant geworden doordat de soort uitsterfst?
Wordt de mus weer de moeite waard als hij minder voorkomt?

Goed, in Leeuwarden moet hij zich niet in het FEC vertonen tijdens voorbereidingen van Domino Day. Dan is hij zijn leven niet zeker, hoewel dat na de keer dat er in het gebouw een mus doodgeschoten werd, wellicht weer in perspectief is gebracht. Wie durft na de storm van verontwaardiging nog een mus af te schieten, bij welk evenement dan ook? Zelfs bij ordeverstoring tijdens de Dodenherdenking op de Dam, denk ik dat de daar zeldzame mus zijn leven wel zeker is…

Als ik een musje zie, wil ik deze fotograferen. In dierentuinen, temidden van allerlei exotische dieren, word ik zielsgelukkig van een goede foto van een musje. Daar zijn ze wél, daar is genoeg voedsel voor hen en blijkbaar ook voldoende plaatsen waar ze nog kunnen nestelen en broeden.
Onlangs maakten we bij prachtig weer een rit met de trike over Ameland. We belandden op een terras in Buren, vlakbij de duinen en het ruime Oerd. Ondanks onze blijheid met de oogst van het vogelspotten: een putter, een tapuit, allerlei ganzen, steltlopers en andere gevleugelde schoonheden, bleek dat ik de meeste foto’s op dat terras had gemaakt. En ja hoor, van een paar mussen. Een groepje Amelander mussen.
Niet Nico, niet Eras – nee, gewone levende musjes die vochten om de kruimeltjes van de korst van de appeltaart die we hen voerden. E√©n van hen prijkt nu op mijn bureaublad. Als ode aan de mus, zoals Jan Hanlo daar al eens over ‘dichtte’.

Mussen zijn voor mij een must. Een leven zonder hen is ondenkbaar. Ik ben snel tevreden, al ben ik niet blij met een dooie mus. Doe mij maar een levende!

Sparrow