Posts Tagged ‘persoonlijks’

Articles

Dwaalgast

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vogels,Wadden on 27 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

Vanaf dat ik me begin 2002 in Friesland vestigde, bezocht ik Ameland voornamelijk als zonaanbidder, en passant genietend van de schoonheid van dit eiland. De oudheid, de sfeer, ik vond het altijd heerlijk. En toen kwam er een man in mijn leven die er woonde … Daardoor leerde ik Ameland in alle facetten kennen. De herfst en de winter, waar ik normaliter niet heel blij van word, werden mooi door de natuur op Ameland.

De enorme sneeuwbergen, veroorzaakt door de sneeuwschuiver en zorgend voor fantastische doorkijkjes naar vaag-witte weilanden, de verwaaide dennenbomen waarvan de takken gegarneerd zijn met een sneeuwlaag. Een met rijp versierd hek, lijkend op een met poedersuiker bestrooide wafel. Een met schrikogen omkijkende ree tussen de verlaten zomerhuisjes.
De boottocht, die telkens weer anders was, maar altijd met die bijzondere zee …

In het voorjaar werd de natuur opgefleurd met bloemen, vogels en vlinders – kleurrijke of juist ingetogen schoonheden. We zochten pulletjes, langzaam op de trike over het eiland toerend, of we reden met de auto naar één van ‘onze plekjes’ om daar naar de zeldzame parelmoervlinders en andere ronddansende soortgenoten te zoeken. ‘Onze plekjes’, waar we ‘onze’ eerste tapuit, putter en andere ‘eerste’ vondsten deden, samen genietend van wat we waarnamen. We hadden over het hele eiland bijzondere plekjes. De plaats waar we een gele kwikstaart zouden kunnen zien veranderde in een ‘ons plekje’ waar de immer veranderende schoonheid van het wad adembenemend bleef.
En toen was het opeens over en langzaam realiseer ik me dat ik Ameland nooit meer zo zal beleven als tijdens die 15 maanden waarin alles zo goed leek.

Die laatste keer had ik geen idee dat het de laatste keer zou zijn dat we in de zon door de duinen liepen, genietend van de luwte, van vogels op doortocht zoals een goudhaantje dat tussen boomtakken verstoppertje met me speelde, de overal opduikende koperwieken, een torenvalkje dat rustig op een paaltje zat, een sperwertje dat langs de weg druk bezig was met zijn prooi en onze aanwezigheid (in de auto) trotseerde om zijn maaltijd verder in stukken te scheuren.
We maakten foto’s door de voorruit, zoals we overal samen foto’s van maakten.
Ik weet niet waar het omslagpunt van samen naar allebei foto’s maken heeft gelegen. Ook vraag ik me af of hij toen al wist dat dit mijn laatste bezoek aan ‘zijn’ eiland zou zijn …

De ganzen hebben de weilanden weer bevolkt; de eerste groepen waren dat laatste weekend al gearriveerd. Ik zal Ameland nooit meer zo kunnen beleven als in het afgelopen jaar. Al zal ik zeker weer genieten van de boottocht – de schoonheid van de zee verrast altijd weer vanwege de variatie. Hoe vaak ik niet buiten zat, op de banken met reddingsvesten …
Maar ‘onze plekjes’ vergroeien in de seizoenen en ik kan zelf plekjes ontdekken, zelf zoeken naar de zilveren maan, de argusoog, de vele vogelsoorten. Naar ‘zijn plaats’ hoef ik ook niet meer. Buiten Ameland zijn veel van de vogelsoorten ook in de provincie aan de kust waar te nemen – de Waddenzee behelst meer dan dat ene eiland.

An ordinary starling

De spreeuw die kwetterend zat te glinsteren in het zonlicht, het wad in prachtige tinten, de groep ganzen die tussen donkere wolken een paar zonnestralen ving – dat zijn de laatste vastgelegde herinneringen aan dat eiland waar ik zoveel van houd. Trekvogels en dwaalgasten blijven niet heel lang op één plaats; ze zijn te gast totdat ze volgegeten en aangesterkt verder kunnen vliegen.
Voor nu neem ik afscheid van Ameland, maar ik kom terug – als dwaalgast.

P.S.: Voor een vergroting van de foto’s kunt u op de fotoblokjes bovenaan klikken. U komt dan op mijn Flickr-pagina’s.

Advertenties

Articles

Tijd van leven

In Natuur,Persoonlijks,Taal on 9 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Over het begrip tijd is alles al gezegd en geschreven. Er zijn vele spreekwoorden en gezegdes, gedichten en liedteksten aan gewijd.
Tijd is ongrijpbaar, het glipt als los zand tussen je vingers door.

Datzelfde geldt voor herinneringen die diep in je geheugen liggen opgeslagen en die op de meest onverwachte momenten naar boven ploppen.
Zoals mijn herinnering over mijn opa die aan mijn broertje en mij het versje over de wolf opzei: “de wolf houdt je gevangen tussen twee ijzeren tangen”.

Ik schreef het een paar dagen geleden, en ben daarna gaan zoeken.
Het leek me achteraf zo gek dat mijn opa zoiets dreigends zou hebben gezegd tegen twee kleine kinderen …
Dat had hij ook niet; mijn geheugen zat er een fractie naast. Het blijkt een oud versje te zijn en het gaat als volgt:

De schapen roepen: “Herder, laat je schaapjes gaan!”
De herder antwoordt: “Ik durf niet.”
Schapen: “Waarom niet?”
Herder: “Voor de boze wolf niet!”
Schapen: “De boze wolf is gevangen
tussen twee ijzeren tangen,
hij ziet geen zon, hij ziet geen maan.
Herder, laat je schaapjes gaan!”

De tijd had me pootje gehaakt; ik herinnerde me geen schapen meer. Dat is niet zo gek – we zijn bijna een halve eeuw verder sinds wij ons tussen die boomwortels wrongen en opa vroegen het versje op te zeggen, het versje van de wolf. Hij had een heel arsenaal aan opzegversjes: als we onderling ruzie hadden of (nog) geen snoepje kregen, zei hij het versje van de roos op de hoed op. Ik vond dat maar raar, om te zeggen dat het dan pas morgen weer goed was. Morgen duurde toch veel te lang, het moest toch meteen weer goed zijn? Ja, dat moest ook – morgen was nog een hele tijd verwijderd van vandaag!

Toen ik ruim 4 jaar oud was, verhuisden we naar een eigen huisje. Wat miste ik mijn opa! Maar hij had altijd tijd voor mij en voor mijn broertje. In het voorjaar sneed hij siepsapfluitjes voor ons en leerde ons er een melodietje uit te halen. Ik weet niet meer welke twijg het ‘siepsap’ bevatte, daarvoor is het te lang geleden. Wél herinner ik me de ‘toezebol’, die in Friesland ‘toerebout’ genoemd wordt, in het westen de fiere naam ‘lisdodde’ draagt, maar die in de volksmond bekendstaat als ‘rietsigaar’. Deze toezebol blijft mij met opa verbinden, door tijd en ruimte heen. Toen hij overleed, waren ze op hun mooist en heb ik een ‘bosstukje’ voor hem gemaakt, met natuurlijk daarin de fiere toezebol. Het stukje werd door iedereen herkend: zó was opa, een mens van, door en in de natuur.

Ik was 36 jaar oud toen mijn opa overleed. Ik heb hem dus een lange tijd van mijn leven meegemaakt en ik voel me bevoorrecht. Hij was mijn voorbeeld hoe mijn toekomstige man moest zijn: lief, zacht maar onverzettelijk, wandelend door de natuur, altijd buiten en een harde werker. Tuinieren, vissen, op zijn brommer naar ons toe komen in die zware leren motorjas – ik zie hem nog zo voor me, zeggende: “ha, jongelui!” Ik was de enige die hem bij zijn voornaam mocht noemen, een ooit ontstaan grapje dat iets tussen ons beiden werd. Ik had een speciale positie doordat ik als oudste kleindochter (met één oudere neef) bij zijn gezin in huis geboren werd. Opa was ‘mijn’ opa, altijd.

Onvoorstelbaar dat hij al 18 jaar ‘een mens van voorbij’ is. Ongeacht die tijd zal hij altijd deel van mij uit blijven maken. Hij is tijdloos geworden, een herinnering die voor altijd een stempel op me heeft gedrukt, die voor altijd bij me zal blijven.
Nog altijd herinner ik zijn wat voorovergebogen loop, zijn grote schoenen, zijn stem die versjes opzei en ons alles wat hij wist over de natuur leerde, ons de liefde en het respect daarvoor meegaf.
Ik zie hem nog samen met mijn broer onze oprit opnieuw bestraten nadat die door een vrachtwagen was ingezakt. Ondanks zijn leeftijd – hij was toen al eind zeventig – werkte hij als een paard stug door om de klinkers weer keurig in verband te leggen, om nadat de klus geklaard was weer op zijn brommer naar huis te gaan.

“De tijd heelt alle wonden”, is een beroemd dooddoener-gezegde, maar het klopt wel. Opa’s overlijden doet allang geen pijn meer, zelfs al stierf hij niet op de manier die hij zelf had gewild – hij overleed in het ziekenhuis, terwijl hij altijd zei liever buiten ergens dood neer te vallen als het ‘zijn tijd’ was. Hij was bijna 89, een respectabele leeftijd. Hij is altijd bij me; ik herinner me zoveel van hem dat hij een deel van me is geworden. Ik weet zeker dat hij van bovenaf voor me zorgt, mij op het goede spoor zet als ik de weg even kwijt ben.

Ondanks dat hij de herder speelde en mijn broertje en ik de schaapjes waren, beschermde hij ons tegen de wolf. “De wolf zit gevangen tussen twee ijzeren tangen”. Hij past op ons, door tijd en ruimte heen, altijd. En ik herinner me hem met liefde en warmte, zolang ik ‘tijd van leven’ heb.

Articles

Druk

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Vogels,Wadden on 6 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , ,

Het woord ‘druk’ kan veel verschillende betekenissen hebben. Je kunt het druk hebben, je kunt druk zijn, je kunt je druk voelen in je gedrag of zo op anderen overkomen, je kunt je druk maken of het kan ergens druk zijn.

De maand oktober bood het hele bovengenoemde scala aan betekenissen. Er waren gezellige uitjes: een familieweekend op Ameland, gevolgd door een familiebezoek in Oranienburg met daarbij vanzelfsprekend een bezoek aan Berlijn. Zowel het familieweekend als het lange weekend in Duitsland waren indrukwekkend.
Op Ameland hadden we bijzondere uitjes: een tocht met de Strandexpress, die ons via het verlaten strand naar het stille, imposante natuurgebied achter het Oerd bracht. Ik genoot van de informatie, van het landschap en het gevoel wat dit oeroude land oproept. Je waant je heel ergens anders op dit beschutte stukje eiland, waar het oude houten baken fier oprijst boven de vlakke duinenrij, terwijl een paartje bruine kiekendieven een geweldige vliegshow weggaf. Duikend, zwevend, af en toe landend, om meteen weer op te stijgen. Spelend in hun territorium, waar wij te gast waren.

Een dag later bezochten we de eendenkooi, onder leiding van de officiële kooiker met zijn kooikershond. De kooiker wist boeiend en met veel humor te vertellen over zijn vak. Eendenkooien zijn zeldzaam geworden en we moeten zuinig op deze monumenten zijn. Nooit eerder heb ik stilgestaan bij de functie van dit geraffineerde bouwwerk, waar licht en windrichting worden gebruikt om de eenden in de val te lokken, waar lokeenden en ook de hond hun specifieke functies hebben. Het was allemaal ongelooflijk interessant; je zou bijna vergeten dat de kooi bedoeld is om wilde eenden te vangen voor de slacht: eendenborstfilet blijft een delicatesse, zegt men.

Halverwege de daaropvolgende week vertrokken wij naar Oranienburg, waar ik na 7 jaren mijn nicht weer bezocht. Dit mooie stadje aan de Lenitzsee is door de Kurfürst genoemd naar zijn geliefde vrouw Louise Henriette von Oranien-Nassau, de oermoeder van het huidige Koninklijk Huis. In het verleden was ik regelmatig bij mijn nicht te gast, zowel hier als in Berlijn toen zij daar nog woonde. Het was heerlijk om Berlijn weer te ervaren! Opvallend was de DDR-revival en het ietwat late inzicht in het historisch belang van de Muur, die nu gemarkeerd met speciale straatklinkers door de stad slingert. Op de straathoeken werden aan toeristen Russische bontmutsen verkocht en op meerdere plaatsen stonden ‘militairen’ die toeristen tegen betaling paspoortstempels uit de Mauer-tijd gaven of met hen poseerden. Het toerisme floreert en profiteert van de bijzondere sfeer van deze stad. Berlijn blijft me altijd boeien – de stad waarin alle oorlogen blijven woeden, de wonden niet echt helen. “Berlin soll immer werden und nie sein” is het credo en dat bewezen de vele steigers en kranen ook deze keer weer.

Naast alle fijne familiebezoeken met als klapper een groot verjaardagsfeest, hebben we veel ondernomen: een wandeling langs een bos, waarvan de prachtige herfstkleuren schitterende plaatjes opleverden, lunchen aan de rivier de Havel, speuren op Trödelmarkten naar oude buit. Verder reden we naar Linum, waar de grauwe kraanvogels in het najaar neerstrijken om te fourageren voor hun tocht naar Afrika. Een spectaculair gezicht: wolken van honderden, duizenden kraanvogels die hun eigen radar volgen, massaal aanvliegend om in beschermd gebied te overnachten. Ik heb zelden iets zo imposants gezien als deze grote vogels die in volledige vrijheid pal over ons heen scheerden, in V-formaties hun vleugelslag en positie feilloos op elkaar afstemmend. Een zeer indrukwekkende belevenis!

Maandags moesten we terug: het was ook thuis druk. Nog steeds wordt hier hard gewerkt aan de WMO-aanpassing van mijn badkamer. Stof en lawaai, drukte in huis, onhandig gepaard gaand met kiespijn, tandartsbezoeken en het moeten laten trekken van een aantal kiezen. Hoewel ik altijd erg zuinig ben geweest op mijn gebit, heeft ‘de wolf’ toegeslagen en van binnenuit mijn kiezen aangevallen. Mijn opa had vroeger een rijmpje als mijn broertje en ik met hem naar het bos gingen en ons tussen tangvormige blootgelegde wortels van een vliegden klemden: “De wolf houdt je gevangen tussen twee ijzeren tangen.” Of het rijmpje meer regels had, weet ik niet meer, maar bij het trekken van de kiezen heb ik veel aan dit rijmpje gedacht … Het is nog niet voorbij – er zullen nog meer kiezen sneuvelen. Mijn kaak is nog niet geheeld, de infectie nog niet bezworen, maar ik ben al blij met pijnvrije dagen zonder ijzeren tangen (helaas wel met druk-pijn).

Na de uitjes en met de problemen met de kiezen, kreeg ik onvoorzien een extra’tje voor de kiezen: ook de liefde bleek ten prooi gevallen aan ‘de wolf’. Het was niet mijn keuze en het genereerde een heel ander soort druk: die van afscheid nemen. Geen fysiek afscheid, dus psychisch een nog zwaardere kluif.
Intussen is een nieuwe maand aangebroken, een maand waarin ik met warmte terugkijk op de mooie uitjes en met weemoed op mijn vergane kiezen en vooral op een vergane liefde waarin ik een weg moe(s)t zoeken.
Die weemoed zal me nog wel vaker overvallen, maar ik kijk nu vooruit. De toekomst ligt open, mijn badkamer nadert voltooiïng en langzaam maar zeker verwerk ik alle in-druk-ken van de drukke maand oktober.

Articles

Stamvader

In Natuur,Persoonlijks,Qualen,Taal on 25 juni 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Niets is zo onlosmakelijk aan elkaar verbonden als leven en dood. Je wordt geboren en je sterft – de tijd daartussen heet ‘je leven’. Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren en planten.

Gisteren liep ik over een idyllisch bospaadje dat ik nu al 5 jaren periodiek bewandel. Het is een paadje van niets: je bent er in 5 minuten doorheen. Ook het ‘bos’ bestaat alleen maar uit wat bomen en struiken, met een slootje aan de ene en een vijver aan de andere kant van het paadje.
Maar er is zoveel leven en zoveel te be-leven, dat ik er elke keer weer van geniet: de schaduwen van het lover die een grillig schouwspel van licht en donker vormen, de grote zwammen die aan een oude bemoste stronk groeien, de prachtige kleuren in de herfst en in de winter de berken met hun wit-vervellende stammen.

Zo’n 2 jaar geleden zijn er een paar grote eiken gekapt. De stronken bleven gewoon staan. Ik kijk altijd met bewondering naar één van de boomstronken van een enorme stam met z’n vele jaarringen en met het ongelijke zaagvlak, wat de charme van deze stronk alleen maar vergroot. Telkens weer neem ik me voor mijn camera mee te nemen om er een foto van te maken, maar ik vergeet het iedere keer opnieuw.
Twee jaren staat die boomstronk er nu al, zijn wortels stevig verankerd in de grond. Kappen is één ding, maar rooien is iets anders, denk ik telkens opnieuw.

Gisteren zag ik tot mijn verrassing dat uit het hart van de stam een nieuw eikje groeide, zijn millimeter ruimte gebroederlijk delend met een esdoornscheut. Ik had weliswaar de neiging de esdoorn te verwijderen om het eikje alle ruimte te geven, maar ik besloot de natuur haar gang te laten gaan, zoals ze dat al die tijd al gedaan heeft. Uit het hart van een schijnbaar dode stronk ontspruit een nieuw boompje. Nieuw leven, voortkomend uit wat toch niet dood was – of uit wat een goede basis voor een nieuw zaadje blijkt te zijn.
Het raakte me tot in mijn eigen kern – mijn achternaam verklaart vast wel waarom…

Zondag 20 juni jl. was het Wereld A.L.S.-dag. A.L.S. is een progressief verlopende spierziekte, die onherroepelijk eindigt in de dood. De meeste patiënten leven maar 3 jaar vanaf het begin van de ziekte. Zondag werden de mensen die aan deze ziekte lijden, verwend op de Henri Dunant, die bij uitzondering tijdens een weekend uitvoer. Mijn ouders, broer en zus waren daarbij aanwezig omdat mijn vader A.L.S.-patiënt is. Volgens de statistieken is hij ‘op de helft’, maar niemand kent de grilligheid van de uitval van spierfuncties. Ook de levenslust van de patiënt speelt een rol, dus je kunt niet zomaar zeggen wanneer het moment van afscheid aanbreekt.
Deze Stam met zijn bijna 78 jaarringen is vastbesloten nog 80 te worden, zei hij me onlangs.

Hoewel de boottocht door het koude weer wat tegenviel, was mijn vader vooraf erg vereerd met de uitnodiging. Hij, die vroeger altijd als BB-er en Rode Kruis-medewerker bij evenementen aanwezig was, had weleens gedroomd van een week varen met zieke mensen, maar dat hij nu toch op de Henri Dunant meevoer, het beroemde Rode Kruis-schip, vond hij heel bijzonder. Ondanks dat het in een andere rol dan die van zijn dromen was. Hij was de man die altijd klaarstond voor iedereen, de man die elk jaar zijn herhalingscursus deed en waarvan de eerste hulp-tas naast de voordeur achter het gordijntje van de meterkast hing. De man waarvan naast het naambordje met trots een Rode Kruis-bordje hing, de man die na afloop van de TT met andere vrijwilligers bij het viaduct wachtte op eventuele slachtoffers. Hij was de redder. Nu redt hij zichzelf zo goed mogelijk, maar zijn kracht neemt geleidelijk aan af.

Uit zijn kern zijn vier nieuwe Stammen ontsproten, die op hun beurt samen voor 10 kleinkinderen en 1 achterkleinkind zorgden. Hij mag dan ‘gekapt’ zijn, zijn wortels liggen stevig ingebed in de grond en zijn basis, de boomstronk, is allesbehalve dood, zomin als hijzelf. Ondanks zijn ziekte blijft hij middenin het leven staan en past zijn kunnen op een bewonderenswaardige wijze aan zijn toestand aan. Ik heb groot respect voor hem, voor de manier waarop hij met zijn ziekte omgaat, en ik ben er trots op zijn dochter te zijn.

Leven en dood, geboren worden om te sterven? Nee, leven en dood zijn weliswaar onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar je wordt geboren om te leven en aan het eind van dat leven, dan pas sterf je. En dan laat je een nalatenschap achter van kinderen, kleinkinderen, een nageslacht met dezelfde wortels.

Je kunt een rood kruis op een stam zetten ter markering dat hij gekapt moet worden, maar door de wortels in de grond te laten en de stam niet te rooien, blijft hij staan en bestaan. Zelfs gekapt kan hij een voedingsbodem zijn voor nieuw leven. De Stamvader, mijn Stam-vader. Ik ben er trots op een Stam te zijn.