Posts Tagged ‘natuur’

Articles

TV-TAS

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Vertelsels,Wadden on 29 augustus 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tijdens de prachtige warme zomerweken was ik een paar dagen te gast op Texel. Al vanaf het oprijden op de boot realiseerde ik me hoezeer ik de Waddeneilanden gemist heb … Na oktober 2010 ben ik nooit meer naar het mij zo dierbare Ameland geweest, noch naar enig ander Waddeneiland. Dit, terwijl ik vroeger jaarlijks een weekendje met een vriendin ofwel op Ameland ofwel op Schiermonnikoog ging kamperen en ooit twee keer op Texel vakantie heb gevierd. Zomerse dagjes Ameland waren normaal sinds ik in Friesland woonde – ik houd van zon, zee, strand en duinen.

En nu was ik na 25 jaar terug op Texel. Er kwamen veel herinneringen boven, mede doordat ik nu, net als toen, een dieet volgde. Destijds was het gewoon om weer slank te worden, nu was de bedoeling dat met het leeglopen van mijn airbags ook mijn diabetes beter onder controle werd gebracht. En deze keer moet het ook blijvend zijn; de krimp en rek raakt onderhand ook behoorlijk uit mijn verouderende huid. Ik moest er zelf aan wennen dat een korte broek me goed stond, dat ik eigenlijk alles kan dragen en me met zoveel meer gemak kan bewegen. Een eind lopen is geen probleem, zelfs niet op het Noordzeestrand, waar de zee me naar zich toetrok en wilde dat ik kwam zwemmen. Dat laatste leek me geen goed plan, maar de verbondenheid met de zee voelde weer als vanouds.

Ik was te gast bij een Facebookvriendin, die al in de auto tot een ‘echte’ vriendin transformeerde: het klikte meteen en we praatten honderduit. In Oudeschild herinnerde ik me details van die vakantie(s) van 25 jaar geleden, maar toen we het eiland op gingen, kwamen er ook veel Amelander herinneringen boven. Dat was het moment dat ik wist dat ik terugga naar Ameland, dat ik ‘mijn’ eiland weer ga bezoeken. De bijzondere sfeer, de geur, de Noordzee aan de ene kant en de Waddenzee aan de andere kant – het bracht dat oergevoel van liefde voor de zee en voor de eilanden terug. Eindelijk was de drempel geslecht!

Texel was gul voor mij, ik mocht er bijzondere natuurfenomenen aanschouwen. Van vallende sterren, waarvoor we ’s avonds achterovergeleund de hemel afspeurden, tot een dreigende wolk die uitmondde in drie heuse waterhozen – een ongelooflijk spectaculair gezicht! Wat een oergeweld: er vormde zich een slurf in de wolken en opeens zag je het water opspatten. Daarna zag je de hele verbinding, die bij de ene waterhoos recht en bij de andere geknikt was en die met een holle kern het water opzoog. Dit alles terwijl wij heerlijk in de zon zaten, terwijl de hozen ter hoogte van Vlieland hun water weer teruggaven aan de zee. Onvoorstelbaar prachtig om dit te zien en mee te maken!

’s Avonds wandelden we in de haven en zagen daar het fenomeen ‘zeevonk’, lichtgevende algen die op de golven vonkend tegen de kade aan spatten. We twijfelden: was het geen reflecterend maanlicht of het blauwe licht van de haven? Maar het was echt zeevonk en wat was het fascinerend! Zo zelfs, dat ik niet eens het benul had om een filmpje of foto te maken – we bleven kijken en wijzen en roepen dat het toch echt zo was. Al die dansende, spattende vonken, die het water blauwwit verlichtten en lieten bewegen, betoverend! Op Wikipedia staat een foto die precies weergeeft wat wij ook zagen.

Na een paar heerlijke dagen ben ik met de bus weer naar huis gegaan, bruinverbrand, vol indrukken en met een groot gevoel van dankbaarheid omdat ik deze dingen heb mogen zien, omdat ik zo genoten heb van mijn verblijf bij de vriendin en haar leuke zoon, omdat ik nieuwe vrienden maak en omdat ik fit genoeg ben geworden om optimaal van alles te genieten. Dat gevoel is zo hartverwarmend, de ervaringen zijn zó wonderlijk en verrijkend!
Toen ik daarna las over een spaarkaartenactie van een supermarkt, heb ik geen moment geaarzeld en heb ik een zwik volle kaarten ingeleverd voor twee tickets voor de boot naar Ameland met gebruik van een fiets. Volgende week verzilver ik de eerste ticket; een Facebookvriendin uit het westen is momenteel op Ameland op vakantie, dus ook wij gaan elkaar in levende lijve ontmoeten. Later in september fiets ik dan nog een dagje over dat dierbare eiland dat ik zo goed ken.
Volgend jaar wordt het dan toch tijd voor de mij nog onbekende eilanden: Terschelling en Vlieland. En natuurlijk ga ik terug naar Texel!

Ik heb de TV-TAS bijna in mijn zak 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

Articles

Terugblik

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk,Vlinders & nachtvlinders,Vogels on 1 januari 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Ondanks mijn zwenkende arm was 2013 een goed jaar voor mij. Ik ben twee keer ‘op vakantie’ geweest en het grootste deel van de Kerstdagen bracht ik bij familie door. Deze uitjes waren mogelijk doordat er een paar keer een forse dosis steroïden in mijn schoudergewricht en/of -spiergordel was gejast, waarna ik wat mobieler was. De perioden dat de injecties niet (meer) werkten, bracht ik gewoontegetrouw liggend op de bank door. Wel een andere bank dan voorheen; ook wat ‘nieuwe’ spullen betreft was het een bijzonder jaar. Mijn ‘nieuwe’ (lees: gebruikte) bank zit voor geen meter, maar staat mooi en ligt erg lekker 🙂 Met de salontafel van mijn ouders erbij ziet de voorkamer er heel anders uit.

25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 272 De vakantie-uitjes waren super. Eind mei bracht ik een kleine week in het Zuid-Limburgse Geuldal door (waar ik met fiets en bepakking in de trein mijn schouder ongeweten en ongewild meteen weer zwaar overbelastte). Het was prachtig daar, al was het niet altijd even simpel om mezelf telkens weer te moeten oppeppen om wat te gaan ondernemen. Het weer was wisselend, sommige heuvels waren een categorie te zwaar voor mij, maar de omgeving was in alle gevallen adembenemend. Ik maakte kennis met een taalforumvriendin, met wie het plezierig toeven was. Zij reed mij met de auto door het prachtige landschap en samen zochten we borden met taalfouten.

25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg EOS 064 ’s Avonds wandelde ik vanuit mijn B&B naar een restaurant waar moeder bonte specht haar jongen voerde – een prachtig tafereel! 25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg EOS 087

Het geel zinkviooltje, waarvoor ik feitelijk kwam, bleef een falende queeste, maar daar stond zoveel bijzonders tegenover: een daslookvallei en een berm met indigoblauwe rapunzels in het Savelsbos, een dwerghuismoeder die langs de Geul fladderde, veel verschillende vogels en al die uitbundig bloeiende oevers maakten deze vakantie meer dan waard. En de huizen daar: vakwerk!
25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 285 25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 323

Begin augustus paste ik een lang weekend op bordercollie Bjorna in de stacaravan van haar baasjes, in Noordwolde. Wat heb ik ook daar genoten van de bosrijke omgeving, van Bjorna, met wie ik al ballen gooiend wandelde, van de natuur en van het lekkere weer. Het was heerlijk om zo weer even uit te zijn. Ook hier was mijn fiets mee, waardoor ik meer vrijheid had en ik zelfs naar een vlinderexcursie zo’n 16 kilometer verderop ben gefietst! Zowel Noordwolde als De Kiekenberg boden legio vlindersoorten met voor mij zelfs nieuwe dagvlinders zoals het koevinkje en de distelvlinder. Teruggekomen van de logeerpartij, bleek ik een (naar ik dacht dode) hyena meegenomen te hebben, die na twee dagen op wonderbaarlijke wijze weer tot leven kwam. 10-08-2013 excursie Kiekenberg EOS 068

Het was sowieso een prachtige zomer met veel nachtelijk bezoek: ik had een blauwe lamp voor het raam hangen, die tot mijn verrassing veel nachtvlinders aantrok. Vrijwel elke avond toog ik enkele keren naar buiten om met een zaklamp foto’s van deze schoonheden te kunnen maken. Er ging een heel nieuwe wereld open en ik wist weer waarom ik lid van de Vlindervereniging was geworden: bij de eerste Nachtvlindernacht al was ik zwaar onder de indruk van alle nachtprachten die daar op het laken plaatsnamen. Datzelfde ervoer ik tijdens de excursie naar de Lindevallei, waar ’s avonds ruim 100 soorten op het doek poseerden. Hier thuis heb ik ook verschillende bijzonderder soorten gezien, zoals (o.a.) de splinterstreep en twee exemplaren van de zeldzamere boksbaardvlinder. Ik heb verder nog bijna niets op naam gebracht – dat leek me een leuk winterkarweitje, maar tot nu toe winterde het nog niet zo heftig 😉

30 tm 31-12-2013 008In het afgelopen jaar heb ik geleerd bij de dag te leven en te genieten van de mooie dingen. Naar een idee op Facebook had ik een ‘goede-dingen-pot’, waarin ik bij elke gelegenheid een briefje met het ‘goeds’ stopte. Mede daardoor heb ik veel meer goeds kunnen zien en vooral dat goede veel zwaarder kunnen laten wegen dan de minder goede dingen. Ik voel me niet meer eenzaam en neem de problemen met mijn zwenk-arm zoals ze komen: ik leef meer bij de dag en tel de heldere uren.
Dat komt natuurlijk mede door de prachtige zomer met al die geweldige vlinders die op de vele vlinderstruiken neerstreken. Het komt echter het meest doordat ik anders in het leven ben gaan staan, door tevreden te zijn met mijn leven en met alles wat zich daarin afspeelt. Door de afbouw van verslavende pijnmedicatie, waarvan ik alleen maar suffig werd en die uiteindelijk niet hielp tegen de pijn in mijn arm en schouder. Daartegen helpt alleen rust en ook dat heb ik geleerd.

Kortom: ik kijk terug op een prachtig jaar en vol vertrouwen naar een even mooi 2014, met als enige goede voornemen: vaker en regelmatiger bloggen.
Iedereen een heel gezond, goed en gelukkig 2014 met veel rijkdom gewenst – rijkdom, die niet in materiële dingen hoeft te zitten!

Noot: ik had graag meer foto’s in een slideshow toegevoegd, maar dat lukte me helaas niet. Mocht iemand weten hoe dat moet, dan hoor ik dat graag!

Articles

Fata Morgana

In Fotografie,Natuur,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 17 juli 2013 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , ,

6-7-2013 excursie Lindevallei 036

Het klinkt zo idyllisch: een excursie door de Lindevallei waarbij we zoeken naar de Grote Weerschijnvlinder. Hoewel ik goede rubberlaarzen had aangeschaft, hoefde ik die vanwege het verbeterde weer toch niet aan. Dat was maar goed ook; een middag op rubberen laarzen had ik vermoedelijk niet gered. Nu ging het net, met later alleen megaspierpijn in mijn onderbenen, die nog dagenlang nagalmde.
Het was warm, die zaterdag. Om mijn schouder te ontlasten droeg ik ingewikkelde constructies als een camera op een eenpootstatief en eentje op een borststatief om mijn nek. Daarnaast had ik mijn tas met proviand om en natuurlijk droeg ik mijn schouderbrace, alias mijn ‘tuigje’. Het zag er professioneel uit, zei een professionele fotograaf tegen me. Niets bleek minder waar: het was grotendeels bal-last … Alleen mijn tuigje bleek onmisbaar.

6-7-2013 excursie Lindevallei copulerende bruin zandoogjes6-7-2013 excursie Lindevallei 400D groot dikkopje 2

Ondanks de verlatenheid van de ontmoetingsplaats verwachtte ik stiekem toch een lieflijk glooiend groen landschap met lommerrijke bomen, wat struweel en een meanderend riviertje. Altijd weer doen associaties met het thuisland van de hobbits mij spreekwoordelijk de das om. Het struweel wordt in mijn hoofd ook nog vertaald naar ‘shrubbery’ met bijbehorende Knights of Ni. Waarlijk onvlinderachtig!
In plaats van door idyllisch landschap liepen wij echter langs een kanaal of een sloot of toch de Linde, met peppels aan de ene kant en brandnetels en waterplanten aan de oever. Het pad veranderde langzaam in een niet overal even begaanbaar karrenspoor en ik merkte al snel dat van dichtbij fotograferen zoals ik dat gewend ben niet gaat met een uitgeschoven eenpootstatief. Mensen rondom mij liepen ernstig gevaar en ik kon het eerste groot dikkopje van het seizoen nauwelijks fotograferen. Mijn hele bepakkingsplan bleek zoals gezegd behoorlijk overdreven en ondanks een groter risico op onscherpte besloot ik toch maar weer gewoon ‘vanuit de hand’ te schieten. Het instabiele borststatief zwaaide vrolijk alle kanten op, mij bij elke beweging ernstig hinderend. Ik heb dan ook maar een paar foto’s met de grote camera gemaakt en mezelf bij het eten afgetuigd.6-7-2013 excursie Lindevallei 077

We hebben zo’n vier uren gelopen en vermoedelijk waren we net te vroeg voor de Grote Weerschijnvlinder. Ik had al lopen grappen dat het beestje met zoveel weerschijn wellicht een fata morgana zou blijken te zijn, maar ook fata’s bleven uit. Wat niet wil zeggen dat het niet interessant was – in tegendeel! Ik heb als altijd enorm genoten van wat de natuur ons bood en van alle kennis die de groepsleden op alle gebieden tentoonspreidden, het gemak waarmee Latijnse namen uit de mouw werden geschud en de betrokkenheid waarmee iedereen elk vlindertje, spannertje, (veder-)motje en rups behandelde. Mijn grootste plezier was weer de kennis en het enthousiasme van de twee deelnemende kinderen, die hier en daar een rups opspoorden (die werden meegenomen om in het terrarium en de poppenkast thuis verder uit te groeien) en de behendigheid waarmee ze ook de kleinste spannertjes vingen.6-7-2013 excursie Lindevallei 0356-7-2013 excursie Lindevallei 400D 024

Dat ik die fikse tocht vol kon houden, heeft mijzelf ook blij verrast; een jaar geleden had ik allang horizontaal afgevoerd moeten worden, terwijl ik nu pas halverwege moe begon te worden. Tijdens de etenspauze kon ik me weer wat opladen, zodat ik ’s avonds nog weer mee kon wandelen, wachtend tot het donker werd. Voor het nachtvlindergedeelte kreeg ik gelukkig een visstoeltje en zat dus eerste rang voor het laken – alles fotograferend wat op de lamp afkwam. De foto’s zijn lang niet allemaal gelukt, maar wat heb ik weer genoten! Dit nachtvlinderen is een grote liefde, meteen vanaf de eerste kennismaking met onze Vlinderwerkgroep. Over dat deel schrijf ik een andere keer, want de variatie van zeker 95 soorten die op het doek kwamen poseren, wil ik niet onderaan een blog hangen – daar wil ik een heel blog aan wijden. Nachtvlinders zijn voor mij te mooi om waar te zijn. De tocht naar de auto in het pikkedonker daarentegen is ‘een uitdaging’. Dat is gewoon afzien, niet nadenken en je zaklamp volgen tot je bij de auto bent en je je voeten uit schoenen en sokken kunt verlossen, om diep in de nacht moe maar zeer voldaan thuis te komen met voeten als feta morgana’s 🙂

Al had ons hoofddoel zich vermoedelijk nog net niet ontpopt, ik voel me bevoorrecht met wat we ’s middags allemaal te zien kregen: een visarend, een ree, een vliegende goudvink-man, de rupsenkolonie van de dagpauwoog – zoveel onvoorstelbaar moois! En de weetjes die vooral de oudste jongen me vertelde, zoals over de zachtheid van populierenhout, dat daardoor niet alleen geschikt is om klompen van te maken, maar waarin ook allerlei poppen zich kunnen nestelen totdat zij klaar zijn om als vlinder te gaan leven, de vele Latijnse vlindernamen die zij kenden – hij en zijn broertje waren als telkens indrukwekkend en inspirerend.6-7-2013 excursie Lindevallei 318

De Grote Weerschijnvlinder fladdert bij een volgende excursie ongetwijfeld vrolijk rond, maar totdat ik hem in levende lijve aanschouw, blijft hij voor mij een fata morgana. Een dierbare, dat zeker!

Foto: Ynte kijkt op zijn neus, waar Groot Avondrood op neergestreken is

Articles

Sound of Silence

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Qualen,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 24 augustus 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Soms heb ik zoveel ideeën voor een blog dat ik uit die kluwen niet de juiste woorden kan kiezen.
Er zijn weliswaar veel onderwerpen die het waard zijn om over te schrijven, maar waarover moet het nu dan gaan? Iedere dag wordt mijn weblog bezocht en heel vaak zoekt men op ‘misofonie’ (extreme overgevoeligheid voor geluiden). Ondanks dat ik daar momenteel weer fors last van heb, ga ik er nu niet over schrijven – ik lijk onderhand wel DE expert op dit gebied, maar dat ben ik natuurlijk helemaal niet … Dokter Arjen Schröder, die trials in het AMC uitvoert, kan er vast veel meer over vertellen dan ik!

Ik zou over ALS kunnen schrijven, die genadeloze ziekte die ook mijn vader gevangen houdt en waarvoor mijn neefje Jordi op 9 september a.s. gaat zwemmen. Pa’s 80e verjaardag leverde een prachtig sponsorbedrag op, maar ook veel mensen die mijn vader en/of mijn neefje kennen, hebben gul gedoneerd. Stichting ALS heeft heel veel geld nodig; er is nog geen medicijn en er is nog enorm veel research nodig. Maar als ik dan bedenk hoe sterk en dapper mijn vader blijft, hoe hij omgaat met deze ziekte, dan lijkt erover schrijven des te ingewikkelder. Dan schrijf ik niet over ALS, maar over de gevoelens die dat bij mij en wellicht bij anderen oproept en gevoelens deel ik hier liever niet.

De grote stille heide

Niet over emoties willen schrijven, betekent ook dat ik niet beschrijf wat een depressie met je kan doen, hoezeer je leven erdoor bepaald kan worden en hoe hard je soms moet vechten om wat positieve dingen te blijven zien. Iets positiefs is dan als zoeken naar een speld in een hooiberg – zo’n dag kan maar beter gewoon voorbij zijn. Het kost bergen energie en het is bovendien ontzettend dubbel omdat je enerzijds bij je vader en anderen ongeneeslijke ziektes verwoestend werk ziet doen, terwijl jij vecht tegen gevoelens van overbodigheid. Depressies zijn ook veel te persoonlijk, je kunt het niet beschrijven zonder het over privézaken te hebben – ook van anderen … Dus ook dat onderwerp valt af.

Ik heb nog wel meer kwaaltjes ‘op voorraad’, maar wie wil er weten hoe ik met mijn diabetes omga, met die klierende kwaal die altijd maar kort onder controle blijft om daarna wéér in hypers over te gaan? Wie interesseert het of ik me aan mijn dieet houd, hoe ik ernaar leef, wat ik ervoor doe en laat en hoeveel pillen ik er onderhand voor slik? Dat is toch niet interessant? Of moet ik over de toenemende zenuwpijn schrijven, de ‘zware jongens’ die dit nog enigszins in toom kunnen houden, maar die een hele hoop vervelende bijwerkingen hebben? Zenuwpijn die bij oude ongelukken hoort, of bij diabetes en waar verder niets aan te doen is? Ook daar zit de wereld niet op te wachten … Het moet wél interessant zijn, is mijn criterium.

Kommavlinder

Natuurlijk kan ik een stukje schrijven over weer een excursie van onze vlinderwerkgroep, ditmaal op de heide, waar je helemaal blij wordt als je de zeldzame kommavlinder hebt gevonden en zelfs ook een bruine vuurvlinder! Daarbij cantharellen, prachtig rood mos en veel meer bijzonders. Maar mij is gevraagd een stukje te schrijven voor het krantje van de werkgroep, waarvoor ik de woorden wil bewaren. Bovendien is het seizoen bijna afgelopen en word je momenteel overvoerd met foto’s van vlinders – ’s winters zijn ze wellicht interessanter en je voorkomt meteen ook dat iedereen op de hei gaat zoeken en de boel daarbij vertrapt.

Later kan ik ook wel schrijven over een vogel-uitstapje met een vlindermaatje naar Ezumazijl, waar wel honderd kluten op een kluit stonden, toen een invasie van andere vogels zich bij hen voegde, druk foeragerend voor de trek. De vriendin dacht kemphanen te zien door de telescoop; ik heb nog nooit kemphanen gezien en werd dus niet gehinderd door enige kennis. De verrekijker bleek voor mij te zwaar om vast te houden, maar ik genoot van het spectaculaire uitzicht via de telescoop. Honderden of duizenden vogels, op een rij achter de kluten. Toch kan ik de vogels gemakkelijker determineren aan de hand van de gemaakte foto’s en zo bleek een in mijn radius foeragerende kemphaan geen kemphaan maar een grutto te zijn … Vermoedelijk waren het allemaal gruttos – Limosa limosa tot de derde macht of zo. Boeiend, maar daarover schrijf ik na een volgend uitje naar Lauwersoog.

Het is te druk met thema’s in mijn hoofd en emotie en ratio laten zich onvoldoende goed scheiden. Ik heb geen woorden en hoef geen geluid – alleen de stilte, de rust die ik even zo nodig heb. Daarom komt er vandaag geen blog.
Ezumazijl

Sound of Silence is de best passende tekst bij dit blog dat ik niet schrijf, niet heb geschreven.

Articles

Dwaalgast

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vogels,Wadden on 27 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

Vanaf dat ik me begin 2002 in Friesland vestigde, bezocht ik Ameland voornamelijk als zonaanbidder, en passant genietend van de schoonheid van dit eiland. De oudheid, de sfeer, ik vond het altijd heerlijk. En toen kwam er een man in mijn leven die er woonde … Daardoor leerde ik Ameland in alle facetten kennen. De herfst en de winter, waar ik normaliter niet heel blij van word, werden mooi door de natuur op Ameland.

De enorme sneeuwbergen, veroorzaakt door de sneeuwschuiver en zorgend voor fantastische doorkijkjes naar vaag-witte weilanden, de verwaaide dennenbomen waarvan de takken gegarneerd zijn met een sneeuwlaag. Een met rijp versierd hek, lijkend op een met poedersuiker bestrooide wafel. Een met schrikogen omkijkende ree tussen de verlaten zomerhuisjes.
De boottocht, die telkens weer anders was, maar altijd met die bijzondere zee …

In het voorjaar werd de natuur opgefleurd met bloemen, vogels en vlinders – kleurrijke of juist ingetogen schoonheden. We zochten pulletjes, langzaam op de trike over het eiland toerend, of we reden met de auto naar één van ‘onze plekjes’ om daar naar de zeldzame parelmoervlinders en andere ronddansende soortgenoten te zoeken. ‘Onze plekjes’, waar we ‘onze’ eerste tapuit, putter en andere ‘eerste’ vondsten deden, samen genietend van wat we waarnamen. We hadden over het hele eiland bijzondere plekjes. De plaats waar we een gele kwikstaart zouden kunnen zien veranderde in een ‘ons plekje’ waar de immer veranderende schoonheid van het wad adembenemend bleef.
En toen was het opeens over en langzaam realiseer ik me dat ik Ameland nooit meer zo zal beleven als tijdens die 15 maanden waarin alles zo goed leek.

Die laatste keer had ik geen idee dat het de laatste keer zou zijn dat we in de zon door de duinen liepen, genietend van de luwte, van vogels op doortocht zoals een goudhaantje dat tussen boomtakken verstoppertje met me speelde, de overal opduikende koperwieken, een torenvalkje dat rustig op een paaltje zat, een sperwertje dat langs de weg druk bezig was met zijn prooi en onze aanwezigheid (in de auto) trotseerde om zijn maaltijd verder in stukken te scheuren.
We maakten foto’s door de voorruit, zoals we overal samen foto’s van maakten.
Ik weet niet waar het omslagpunt van samen naar allebei foto’s maken heeft gelegen. Ook vraag ik me af of hij toen al wist dat dit mijn laatste bezoek aan ‘zijn’ eiland zou zijn …

De ganzen hebben de weilanden weer bevolkt; de eerste groepen waren dat laatste weekend al gearriveerd. Ik zal Ameland nooit meer zo kunnen beleven als in het afgelopen jaar. Al zal ik zeker weer genieten van de boottocht – de schoonheid van de zee verrast altijd weer vanwege de variatie. Hoe vaak ik niet buiten zat, op de banken met reddingsvesten …
Maar ‘onze plekjes’ vergroeien in de seizoenen en ik kan zelf plekjes ontdekken, zelf zoeken naar de zilveren maan, de argusoog, de vele vogelsoorten. Naar ‘zijn plaats’ hoef ik ook niet meer. Buiten Ameland zijn veel van de vogelsoorten ook in de provincie aan de kust waar te nemen – de Waddenzee behelst meer dan dat ene eiland.

An ordinary starling

De spreeuw die kwetterend zat te glinsteren in het zonlicht, het wad in prachtige tinten, de groep ganzen die tussen donkere wolken een paar zonnestralen ving – dat zijn de laatste vastgelegde herinneringen aan dat eiland waar ik zoveel van houd. Trekvogels en dwaalgasten blijven niet heel lang op één plaats; ze zijn te gast totdat ze volgegeten en aangesterkt verder kunnen vliegen.
Voor nu neem ik afscheid van Ameland, maar ik kom terug – als dwaalgast.

P.S.: Voor een vergroting van de foto’s kunt u op de fotoblokjes bovenaan klikken. U komt dan op mijn Flickr-pagina’s.

Articles

Tijd van leven

In Natuur,Persoonlijks,Taal on 9 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Over het begrip tijd is alles al gezegd en geschreven. Er zijn vele spreekwoorden en gezegdes, gedichten en liedteksten aan gewijd.
Tijd is ongrijpbaar, het glipt als los zand tussen je vingers door.

Datzelfde geldt voor herinneringen die diep in je geheugen liggen opgeslagen en die op de meest onverwachte momenten naar boven ploppen.
Zoals mijn herinnering over mijn opa die aan mijn broertje en mij het versje over de wolf opzei: “de wolf houdt je gevangen tussen twee ijzeren tangen”.

Ik schreef het een paar dagen geleden, en ben daarna gaan zoeken.
Het leek me achteraf zo gek dat mijn opa zoiets dreigends zou hebben gezegd tegen twee kleine kinderen …
Dat had hij ook niet; mijn geheugen zat er een fractie naast. Het blijkt een oud versje te zijn en het gaat als volgt:

De schapen roepen: “Herder, laat je schaapjes gaan!”
De herder antwoordt: “Ik durf niet.”
Schapen: “Waarom niet?”
Herder: “Voor de boze wolf niet!”
Schapen: “De boze wolf is gevangen
tussen twee ijzeren tangen,
hij ziet geen zon, hij ziet geen maan.
Herder, laat je schaapjes gaan!”

De tijd had me pootje gehaakt; ik herinnerde me geen schapen meer. Dat is niet zo gek – we zijn bijna een halve eeuw verder sinds wij ons tussen die boomwortels wrongen en opa vroegen het versje op te zeggen, het versje van de wolf. Hij had een heel arsenaal aan opzegversjes: als we onderling ruzie hadden of (nog) geen snoepje kregen, zei hij het versje van de roos op de hoed op. Ik vond dat maar raar, om te zeggen dat het dan pas morgen weer goed was. Morgen duurde toch veel te lang, het moest toch meteen weer goed zijn? Ja, dat moest ook – morgen was nog een hele tijd verwijderd van vandaag!

Toen ik ruim 4 jaar oud was, verhuisden we naar een eigen huisje. Wat miste ik mijn opa! Maar hij had altijd tijd voor mij en voor mijn broertje. In het voorjaar sneed hij siepsapfluitjes voor ons en leerde ons er een melodietje uit te halen. Ik weet niet meer welke twijg het ‘siepsap’ bevatte, daarvoor is het te lang geleden. Wél herinner ik me de ‘toezebol’, die in Friesland ‘toerebout’ genoemd wordt, in het westen de fiere naam ‘lisdodde’ draagt, maar die in de volksmond bekendstaat als ‘rietsigaar’. Deze toezebol blijft mij met opa verbinden, door tijd en ruimte heen. Toen hij overleed, waren ze op hun mooist en heb ik een ‘bosstukje’ voor hem gemaakt, met natuurlijk daarin de fiere toezebol. Het stukje werd door iedereen herkend: zó was opa, een mens van, door en in de natuur.

Ik was 36 jaar oud toen mijn opa overleed. Ik heb hem dus een lange tijd van mijn leven meegemaakt en ik voel me bevoorrecht. Hij was mijn voorbeeld hoe mijn toekomstige man moest zijn: lief, zacht maar onverzettelijk, wandelend door de natuur, altijd buiten en een harde werker. Tuinieren, vissen, op zijn brommer naar ons toe komen in die zware leren motorjas – ik zie hem nog zo voor me, zeggende: “ha, jongelui!” Ik was de enige die hem bij zijn voornaam mocht noemen, een ooit ontstaan grapje dat iets tussen ons beiden werd. Ik had een speciale positie doordat ik als oudste kleindochter (met één oudere neef) bij zijn gezin in huis geboren werd. Opa was ‘mijn’ opa, altijd.

Onvoorstelbaar dat hij al 18 jaar ‘een mens van voorbij’ is. Ongeacht die tijd zal hij altijd deel van mij uit blijven maken. Hij is tijdloos geworden, een herinnering die voor altijd een stempel op me heeft gedrukt, die voor altijd bij me zal blijven.
Nog altijd herinner ik zijn wat voorovergebogen loop, zijn grote schoenen, zijn stem die versjes opzei en ons alles wat hij wist over de natuur leerde, ons de liefde en het respect daarvoor meegaf.
Ik zie hem nog samen met mijn broer onze oprit opnieuw bestraten nadat die door een vrachtwagen was ingezakt. Ondanks zijn leeftijd – hij was toen al eind zeventig – werkte hij als een paard stug door om de klinkers weer keurig in verband te leggen, om nadat de klus geklaard was weer op zijn brommer naar huis te gaan.

“De tijd heelt alle wonden”, is een beroemd dooddoener-gezegde, maar het klopt wel. Opa’s overlijden doet allang geen pijn meer, zelfs al stierf hij niet op de manier die hij zelf had gewild – hij overleed in het ziekenhuis, terwijl hij altijd zei liever buiten ergens dood neer te vallen als het ‘zijn tijd’ was. Hij was bijna 89, een respectabele leeftijd. Hij is altijd bij me; ik herinner me zoveel van hem dat hij een deel van me is geworden. Ik weet zeker dat hij van bovenaf voor me zorgt, mij op het goede spoor zet als ik de weg even kwijt ben.

Ondanks dat hij de herder speelde en mijn broertje en ik de schaapjes waren, beschermde hij ons tegen de wolf. “De wolf zit gevangen tussen twee ijzeren tangen”. Hij past op ons, door tijd en ruimte heen, altijd. En ik herinner me hem met liefde en warmte, zolang ik ‘tijd van leven’ heb.

Articles

Druk

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Vogels,Wadden on 6 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , ,

Het woord ‘druk’ kan veel verschillende betekenissen hebben. Je kunt het druk hebben, je kunt druk zijn, je kunt je druk voelen in je gedrag of zo op anderen overkomen, je kunt je druk maken of het kan ergens druk zijn.

De maand oktober bood het hele bovengenoemde scala aan betekenissen. Er waren gezellige uitjes: een familieweekend op Ameland, gevolgd door een familiebezoek in Oranienburg met daarbij vanzelfsprekend een bezoek aan Berlijn. Zowel het familieweekend als het lange weekend in Duitsland waren indrukwekkend.
Op Ameland hadden we bijzondere uitjes: een tocht met de Strandexpress, die ons via het verlaten strand naar het stille, imposante natuurgebied achter het Oerd bracht. Ik genoot van de informatie, van het landschap en het gevoel wat dit oeroude land oproept. Je waant je heel ergens anders op dit beschutte stukje eiland, waar het oude houten baken fier oprijst boven de vlakke duinenrij, terwijl een paartje bruine kiekendieven een geweldige vliegshow weggaf. Duikend, zwevend, af en toe landend, om meteen weer op te stijgen. Spelend in hun territorium, waar wij te gast waren.

Een dag later bezochten we de eendenkooi, onder leiding van de officiële kooiker met zijn kooikershond. De kooiker wist boeiend en met veel humor te vertellen over zijn vak. Eendenkooien zijn zeldzaam geworden en we moeten zuinig op deze monumenten zijn. Nooit eerder heb ik stilgestaan bij de functie van dit geraffineerde bouwwerk, waar licht en windrichting worden gebruikt om de eenden in de val te lokken, waar lokeenden en ook de hond hun specifieke functies hebben. Het was allemaal ongelooflijk interessant; je zou bijna vergeten dat de kooi bedoeld is om wilde eenden te vangen voor de slacht: eendenborstfilet blijft een delicatesse, zegt men.

Halverwege de daaropvolgende week vertrokken wij naar Oranienburg, waar ik na 7 jaren mijn nicht weer bezocht. Dit mooie stadje aan de Lenitzsee is door de Kurfürst genoemd naar zijn geliefde vrouw Louise Henriette von Oranien-Nassau, de oermoeder van het huidige Koninklijk Huis. In het verleden was ik regelmatig bij mijn nicht te gast, zowel hier als in Berlijn toen zij daar nog woonde. Het was heerlijk om Berlijn weer te ervaren! Opvallend was de DDR-revival en het ietwat late inzicht in het historisch belang van de Muur, die nu gemarkeerd met speciale straatklinkers door de stad slingert. Op de straathoeken werden aan toeristen Russische bontmutsen verkocht en op meerdere plaatsen stonden ‘militairen’ die toeristen tegen betaling paspoortstempels uit de Mauer-tijd gaven of met hen poseerden. Het toerisme floreert en profiteert van de bijzondere sfeer van deze stad. Berlijn blijft me altijd boeien – de stad waarin alle oorlogen blijven woeden, de wonden niet echt helen. “Berlin soll immer werden und nie sein” is het credo en dat bewezen de vele steigers en kranen ook deze keer weer.

Naast alle fijne familiebezoeken met als klapper een groot verjaardagsfeest, hebben we veel ondernomen: een wandeling langs een bos, waarvan de prachtige herfstkleuren schitterende plaatjes opleverden, lunchen aan de rivier de Havel, speuren op Trödelmarkten naar oude buit. Verder reden we naar Linum, waar de grauwe kraanvogels in het najaar neerstrijken om te fourageren voor hun tocht naar Afrika. Een spectaculair gezicht: wolken van honderden, duizenden kraanvogels die hun eigen radar volgen, massaal aanvliegend om in beschermd gebied te overnachten. Ik heb zelden iets zo imposants gezien als deze grote vogels die in volledige vrijheid pal over ons heen scheerden, in V-formaties hun vleugelslag en positie feilloos op elkaar afstemmend. Een zeer indrukwekkende belevenis!

Maandags moesten we terug: het was ook thuis druk. Nog steeds wordt hier hard gewerkt aan de WMO-aanpassing van mijn badkamer. Stof en lawaai, drukte in huis, onhandig gepaard gaand met kiespijn, tandartsbezoeken en het moeten laten trekken van een aantal kiezen. Hoewel ik altijd erg zuinig ben geweest op mijn gebit, heeft ‘de wolf’ toegeslagen en van binnenuit mijn kiezen aangevallen. Mijn opa had vroeger een rijmpje als mijn broertje en ik met hem naar het bos gingen en ons tussen tangvormige blootgelegde wortels van een vliegden klemden: “De wolf houdt je gevangen tussen twee ijzeren tangen.” Of het rijmpje meer regels had, weet ik niet meer, maar bij het trekken van de kiezen heb ik veel aan dit rijmpje gedacht … Het is nog niet voorbij – er zullen nog meer kiezen sneuvelen. Mijn kaak is nog niet geheeld, de infectie nog niet bezworen, maar ik ben al blij met pijnvrije dagen zonder ijzeren tangen (helaas wel met druk-pijn).

Na de uitjes en met de problemen met de kiezen, kreeg ik onvoorzien een extra’tje voor de kiezen: ook de liefde bleek ten prooi gevallen aan ‘de wolf’. Het was niet mijn keuze en het genereerde een heel ander soort druk: die van afscheid nemen. Geen fysiek afscheid, dus psychisch een nog zwaardere kluif.
Intussen is een nieuwe maand aangebroken, een maand waarin ik met warmte terugkijk op de mooie uitjes en met weemoed op mijn vergane kiezen en vooral op een vergane liefde waarin ik een weg moe(s)t zoeken.
Die weemoed zal me nog wel vaker overvallen, maar ik kijk nu vooruit. De toekomst ligt open, mijn badkamer nadert voltooiïng en langzaam maar zeker verwerk ik alle in-druk-ken van de drukke maand oktober.