Posts Tagged ‘kat’

Articles

Pepita

In Fotografie,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk,Vertelsels on 29 juni 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Twaalf dagen woont ze hier nu en ze is al helemaal gewend. Ik zie met verwondering de ontwikkeling tussen haar en de andere katten, die allemaal al een stuk ouder zijn, haar aanpassing en haar eigen plek in de groep – of liever gezegd: daarbuiten. Ze gaat gewoon haar buitelende gang, vrolijk rondrennend door de kamer of veilig slapend op een rustig plekje. Pepita heet ze, ‘kleintje’, mede door een reactie over een vroeger opvangkitten dat Pepita heette. Haar naam heeft ook met de bijnaam van een vriend te maken, die dat bijzonder wist te waarderen. Maar feitelijk is het de enige juiste naam voor haar: ik heb in jaren niet zo’n jong kitten gehad – de kittens waarvan Miss Muis beviel niet meegerekend. Muis zorgde zelf voor haar kittens en de anderen waren ouder toen ze hier kwamen wonen.

Vier katten geeft goede harmonie en synergie in de groep. Iffix ligt verstrengeld met Miss Muis op mijn bed, Marietje en Toekie hadden elkaar, totdat Marie vorig jaar het beruchte spuitje kreeg. Na haar overlijden vond ik het wel best; Toekie leek het goed zonder haar te kunnen stellen, niemand viel buiten de groep. Maar ja, toen kreeg de Noorse boskat van mijn zusje kleintjes en het Vlekkiebekkie stal meteen mijn hart.
Ik wist dat de groepsdynamiek over de kop zou gaan met de komst van een kitten, dat de rolverdeling zich opnieuw zou moeten vormen. Tussen dominante lapjespoes Muis (die er een hobby van heeft gemaakt om Toekie te pesten) en dit kleine lapje zou het zeker gaan botsen; lapjes zijn van nature dominant en erg trouw aan hun mens. Muis beschermt mij en dat zou lastig gaan worden als hier zo’n kleine rond zou rennen, waarover ik mij ontferm …

Toen de kleintjes drie weken oud waren, hingen mijn zusje en ik over de bank en genoten van het schouwspel van kittens die al begonnen te oefenen – het begin van hun vaardigheden tekende zich af, al was het nog wat ongecontroleerd.
Mijn keuze was al gemaakt en daardoor heb ik vanaf het begin mee kunnen genieten van Pepita’s probleemloze groei. Telkens genoot ik van nieuwe foto’s via de mail, van haar verkleurende ogen die net zo prachtig amberkleurig worden als die van haar moeder. Van het wybertje op haar neus, dat haar zo’n allerliefst koppie geeft, van haar elleboogstukken, die zich op beide voorpootjes precies naast elkaar aftekenen, zoals Muis’ oksellapjes dat doen. Ze is een schoonheid met haar mooie tekening, ze is uniek met haar tweekleurige neus – 1/3 is bij de verfbeurt roze gebleven, de rest is zwartgelakt. Muis is uniek met haar zwarte neus met het yinyangsymbool op de neusbrug, Iffix met een aandoenlijk roze neusje en door zijn dubbeldikke vacht en Toekie door haar grijs-gestreepte gevangenispakje en een bruinig neusje.

We stelden het ophalen een week uit en dat was maar goed ook: Pepita maakte een vrije val van wellicht twee verdiepingen, waarop een bloedneusje en een aantal slaapdagen volgden om te herstellen. Ze slaapt nog veel; ze is snel moe van alle indrukken die ze hier opdoet. En ook hier verloor ze hier na een week alwéér een leven toen boze Muis haar van de trap af mepte, waarbij ze via een klap op de kast hard op de houten vloer belandde …
Opnieuw een bloedneusje en een versuft en angstig kittentje, dat in haar holletje onder de bank kroop. Niet om te spelen met alle schatten die ze daar verzamelt, maar om ongezien tot rust te komen. Dat liet ik als ongeruste mama niet toe! Ik heb haar meegenomen naar bed en onder het dekbek lekker tegen mijn been aan gelegd. Dat been omhelsde ze vooral in haar eerste week toch telkens al even als ze langs me rende, waardoor ik met één zeldzaam roodgestipt been rondwandel 🙂

Na een paar uur kwam ze onder het dekbed vandaan en was ze weer zichzelf: de ondeugende, lieve Pepita die rennend door de kamer mijn voet even aantikt alsof ze wil zeggen: “Ik zie je wel!” Lobbes Iffix heeft intussen vrede met haar gesloten en likt haar als een bezorgde vader hardhandig af. Pepita kan gelukkig uitstekend voor zichzelf zorgen, dus na even blazen begrijpt Iffix dat hij iets niet helemaal goed doet en wordt hij voorzichtiger. Ze spelen steeds vaker even lief samen. Muis is het met de hele gang van zaken nog niet eens, maar ze besnuffelt Pepita steeds vaker even stiekem. Ze lijkt onder de indruk van het feit dat niet zij, maar Pepita blaast als zij elkaar passeren. Dat is mijn verwende Muizemeis niet gewend!
Toekie vindt het allemaal prima, zolang dat kleine monster maar niet te dichtbij komt en haar met rust laat.

Twaalf dagen is ze hier, het ruim tien weken oude kitten van wie ik al zo zielsveel houd. Ze doet minder verboden dingen dan ik had verwacht en als ze iets ondeugends doet, roep ik “Oeioeioei”, wat ze geloof ik wel interessant vindt.
Ja, ons wereldje staat op de kop sinds dit kleintje hier kwam wonen. Maar wat geniet ik van haar, wat lach ik vaak hardop om haar capriolen, wat een plezier geeft ze me … Ik ben rijk met haar, door haar.
Dank je wel, zusje, voor dit geweldige kitten dat al vliegen vangt en dat me straks ongetwijfeld (als enige) prooien zal brengen! Ze is een klein en schattig contactpuntje tussen ons – ‘onze’ Pepita.

Advertenties

Articles

Toeval versus karma

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Qualen,Vogels on 9 februari 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

“Toeval is een ander woord voor God”, zei een oude vriend altijd. Ikzelf denk dat toeval niet bestaat. Ik geloof in karma, de levensles die je telkens opnieuw aangereikt krijgt om een wijzer en beter mens te worden. Dat is mijn overtuiging.

Onlangs schreef ik over misofonie en gordelroos en prompt begon laatstgenoemde opnieuw te bloeien, ditmaal vanaf een naburig zenuwuiteinde. Ik weet wel zeker dat deze nieuwe herpesuitbraak te wijten is aan de combinatie van de intake AMC, de lange reis en alle gedachten over misofonie die de vele vragen bij me opriepen. De dag was zo vermoeiend dat ik besloot vooralsnog af te zien van deze trial & error.
Misofonie is een raar fenomeen, dat schreef ik al. Uit de intake begrijp ik dat het een trigger uit je jeugd is, iets vervelends of iets waarvan je bent geschrokken. Toen dat geluid zich enkele malen met de bijbehorende associatie herhaalde, maakten de hersens de denkslag: “mensen die eetgeluiden maken, geven mij een intense afkeer en angst”. Achteraf logisch; ik herinner me vele angstmomenten uit die tijd. Mijn ex-man met zijn gooiende pinda’s was niet ‘mijn grote liefde’, waardoor zijn pindaworpen de misofonie onbewust verhevigden. Dat was wellicht anders gelopen als ik een betere partnerkeuze had gemaakt. Als ik nu met mensen eet – zoals vorige week, toen ik uitgenodigd werd om Chinees Nieuwjaar mee te vieren – irriteren de eetgeluiden me totaal niet. Ik hoorde ze niet eens!

Een andere ‘toevalligheid’ die gedurende mijn hele leven opduikt, is Almelo. Als klein meisje bezochten we daar mijn oma, die exotische hobby’s had zoals orchideeën kweken. Achter een enorme koffieplant vol bonen stond een grote volière met daarin o.a. wevervogels. Urenlang kon ik naar die vogels zitten kijken. Een oom en tante woonden ook in Almelo. We zagen daardoor diverse kanten van die stad waar altijd wat te doen is.
Veel, veel later, was ik er met enige regelmaat te gast in het oude ziekenhuis. Ook haalde ik in Almelo eindelijk mijn rijbewijs. En nog weer veel later werd mijn jongste in Almelo behandeld, wat ons als wekelijkse bezoekers noopte tot het frequent nuttigen van de beroemde milkshakes van Mc Donalds. We passeerden daarbij de rij flats waarin mijn oma ooit woonde en altijd weer dacht ik terug aan de wevervogels, de prachtige koffieboom en alle andere bijzondere dingen in die flat.

Afgelopen weekend kwam ik opnieuw in Almelo terecht. Ik lijd aan een acute Droste-blikjestic en kocht er een paar bij een meneer uit Almelo, wat tot een onverwacht leuke mailwisseling leidde. Een dag later kocht ik er ook eentje bij een mevrouw uit dezelfde plaats. Ook met haar ontstond zomaar een erg gezellige mailwisseling. Ik vertelde haar dat ze de tweede Almelose was die mijn Droste-tic had kunnen bevredigen en gisteravond schreef ze tot mijn verrassing: “Groet’n van mijn broer …” Zonder het te weten had ik met broer en zus apart leuke gesprekken gevoerd en beide zelfs, geheel tegen mijn gewoonte in, naar mijn Twentse blog verwezen. Dat is geen toeval meer!


Ik schreef haar: “ik kom nooit van Almelo af, ik heb zelfs een kat die er vandaan komt!” En ik vertelde over het grootste ‘toeval’ dat maar mogelijk is: ik had hem als kitten gekregen van iemand die aan ALS leed. Omdat ik zo graag wilde dat ze beter zou worden, noemde ik het katje naar mijn wens: IF (als) they could FIX ALS – Iffix dus. Het (b)leek de goden verzoeken, die naam, want een paar jaar later kreeg ook mijn vader de diagnose ALS … Kort daarop verdween Iffix. Zeven lange weken was hij spoorloos. Ik had net de hoop opgegeven en geaccepteerd dat zijn verdwijning een teken vanuit de kosmos was dat de ziekte niet te genezen is, toen bleek dat Iffix zich hemelsbreed nog geen 100 m. verderop bleek te bevinden, samenlevend met een andere kat in een stil huis. Hij reageerde meteen toen ik hem riep en na verwoede vangpogingen kon hij in een draagmand mee naar huis. Sinds zijn terugkeer is dit aanhankelijke, trouwe dier weer als vanouds altijd in mijn buurt.

Toeval? Nee, karma. Zeker als ik dit verhaal door het Droste-virus ‘toevallig’ aan een onafhankelijk van elkaar Droste-verkopende broer en zus uit Almelo vertel, die intussen elkaar vertellen dat ze van een leuk mens een bod op een Droste-blikje hebben en net als ik stomverbaasd zijn dat het bij beiden om mij gaat.
Toeval is iets anders dan karma. Je karma bepaalt je levensloop, brengt mensen of dingen samen.
Ik let dus goed op wat er nog meer uit Almelo zal komen. Want hoe dan ook, in Almelo blijft altijd wat te doen. Dat is karma.