Posts Tagged ‘herinneringen’

Articles

Memoriam

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 12 juli 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , ,

Lieve pap, we herdenken wat af deze dagen. Binnen een tijdsbestek van twee weken kreeg je jouw steen, werd de unit verwijderd en zou je jarig zijn geweest. Over een paar dagen is het een half jaar geleden dat jij stierf. Het gaat zo snel en toch ook weer niet.
Ik mis je, pap. Je humor, je grinnikjes, je rake woorden.
Je ziekte mis ik niet. Ik ben blij dat die over is, dat je verlost bent, en ik gun je je rust.

Je bent bijna altijd in mijn gedachten, op een rustige manier. Ik denk dat je mijn vriend hebt gezien, dat je zag hoe hij gisteren de lavendelplanten ingroef bij je steen. Dat je weet dat hij goed voor me is, dat ik rustiger en blijer ben geworden sinds ik hem ken. Dat hij goed is voor mam, alles voor haar wil doen. Dat we, ironisch genoeg, binnenkort vanaf het schiereiland Als op zeilvakantie gaan … Als: hoe verzin je het!

Ik hoop dat je ook ziet hoe mijn relatie met mam veranderd is, hoe fijn het is dat we op een veel warmere manier met elkaar omgaan. Ik heb spijt dat ik tijdens jouw ziekzijn niet zag hoe zwaar het allemaal voor haar was. Nu zie ik het wel en ik ben trots op haar, ook om hoe goed ze alles doet, hoe ze wat van haar leven maakt, ondanks dat ze jou daarin mist.
Ik ben je dankbaar dat je bij haar blijft, dat je haar liet weten dat ze naar de dokter moest gaan – dat had ze van ons vast niet aangenomen.

Zelf heb ik genoeg aan je foto naast de tv. Je weet vast wel hoe vaak ik even met je praat, hoe vaak ik me iets herinner en hoeveel houvast die foto – die jou in al je kracht weergeeft – me biedt.

Je steen is mooi, maar het deed zeer om je naam er in gebeiteld te zien staan. Toch verdien je dit monument, het doet je recht. Daarom kom ik er graag, prutsen we even met de bloemen en zorgen dat je graf er mooi bij ligt. En elke keer opnieuw maak ik een foto. Alsof ik je telkens even vast wil leggen, zoals ik dat ook deed toen je ziek was. Of ik doe gewoon mijn ‘Japanner-ding’ en maak een foto omdat ik dat nu eenmaal altijd doe 馃檪

Gisteren had je jarig zullen zijn. Die 83e, waar je ondanks alles voor ging, maar waar je de kracht niet meer voor had. De helft van dat jaar heb je nog gered.
Het was een rare dag: we vierden voor het eerst je verjaardag niet.聽We hebben niet gebarbecued, geen speklap gegeten en geen gebak. We waren wel bij mam. Zij concentreerde zich op de tuin – het verwijderen van de unit geeft een enorme ruimte. Alles van jouw ziekte is weg, maar alles ligt nog braak, als een open wond. Het is confronterend. Toch is het ook een uitgelezen moment voor wederopbouw, ondanks al die gedenkdagen. Je zou het zelf ook gewaardeerd hebben, denk ik; je hield niet van blijven hangen in ellende. Dus waren we gisteren bezig met tegels uitzoeken en tellen hoeveel er nodig zijn, zodat mam het gat kan laten dichten en weer een tuintje kan cre毛ren. Jij weet hoe belangrijk dat voor haar is.

Jij hebt een steen verlegd in een rivier op aarde.

Hoe praktisch je ook bezig bent, de emoties rondom jouw verjaardag, rondom jouw sterven, de herinneringen aan al die verjaardagen, die blijven. Het gemis blijft, juist omdat je zo’n bijzondere, sterke man was. Een man die het verdient om herinnerd en ge毛erd te worden. Je was in veler gedachten gisteren en bent dat altijd. In liefde herdacht, pap. X

Articles

Troostvogel

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 11 februari 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Op 18 januari overleed mijn vader.
De maand januari ging voorbij met het stukje bij beetje sterven van deze sterke, dappere man, die zich niet liet kisten door ALS. Nooit noemde hij dat een ziekte – hij had een vervelende kwaal, zei hij. Maar ziek was hij niet. Bijna 6 jaar leed hij aan ALS. Een lange tijd waarin hij altijd bleef zoeken naar mogelijkheden om langer zelfstandig te blijven. Op het laatst had hij daar geen zin meer in, werd hij moe van de terugkerende blaasontstekingen, van de sondevoeding die hem het plezier van eten ontnam, van de effecten die deze ‘kwaal’ allemaal met zich meebracht.

Hij kon tot het laatst toe praten en eten, twee van zijn grootste pleziertjes. Tot de dag voordat hij ziek werd, genoot hij van zijn borreltje dat hij ’s avonds met een rietje naar binnen slurpte. Het werd steeds meer gedoe: rolstoel rechterop, borrel met rietje voorhouden, borrelglaasje weer wegzetten, stoel weer terug. En dat bij elk glas water, elke kop koffie, elke hap eten …
Daarnaast moesten zijn vlerken – zoals hij zijn werkeloze armen en handen noemde – vaak verlegd worden en schoof zijn voet regelmatig van de steun af omdat hij pijn in zijn been had. Zijn neus ging lopen, dus wij moesten punten aan zakdoeken draaien en de neus schoon peuteren. Hij werd gevoerd en met de tillift naar het toilet gebracht, maar dat onderging hij allemaal met humor. Alleen mijn moeder kreeg zijn moppers mee als hij nog moest wennen aan een nieuwe situatie, aan verdere achteruitgang.

Het verwerken deed hij ’s nachts en hij praatte er pas met ons over als hij alles weer op een rij had. Vorig jaar opperde mijn broer dat we wellicht bij toerbeurt wekelijks een nacht bij hem konden doorbrengen om mijn moeder te ontlasten. Vanaf de zomer ben ik mee gaan draaien en die nachten waren intens maar dierbaar. De gesprekken in het donker heb ik als verrijkend ervaren. De nacht vlak voor zijn verjaardag en de nacht van mijn eigen verjaardag waren het bijzonderst. Dat je nog als een kind jarig mag worden naast je vader, die je nadat de zuster hem ingestopt en verzorgd heeft, feliciteert, is iets moois om voor altijd op terug te kijken.

De laatste keer dat ik bij hem sliep, was het jaar bijna voorbij en hij was moe. In november genoot hij nog van de merel op het schuurdak, die hem na een zware nacht ’s ochtends toch weer plezier in het leven gaf. Hij voerde hele gesprekken met de merel, die met een scheef kopje naar hem keek. Het was ontroerend te horen hoe hij zich troostte met die vogel, nog rijkdom en kwaliteit uit zijn leven haalde door deze gesprekjes. De merel blijft daardoor voor mij zijn troostvogel, al zag hij hem in december niet meer. Toen was zijn blik al meer naar binnen gericht. Hij zat zijn tijd uit … Altijd nog met een onverwachte grap, altijd met humor en nooit klagend, maar hij was het wel zat. Van hem mocht het boek dicht.

Hoewel we er al lang op voorbereid waren, schrok ik toch toen we begin januari hoorden dat hij een longontsteking had. ’s Avonds was de ontsteking verergerd en toen de volgende ochtend vroeg de telefoon ging met de mededeling dat we beter konden komen, was ik op slag wakker. Onderweg gaf de zonsopgang een prachtig kleurende lucht. Ik dacht dat de hemel al versierd werd voor pap, dat hij daar onbezorgd naartoe mocht vliegen, terwijl zijn troostvogel hem zou begeleiden.
Dat liep anders: net als zijn ALS verliep zijn sterven ook traag. We hadden een prachtig afscheid met woorden die voor altijd in onze ziel gegrift staan, een geschenk waar je de rest van je leven mee verder kunt.

Daarna begon het wachten. We bereidden zaken voor, bespraken dingen en waren veel in het ouderlijk huis. Het is lastig, zo op elkaars lip met ieder de eigen emoties, met onvoldoende slaap en rust. Mijn moeder vond het fijn als er iemand boven sliep, zodat zij weer kon wennen aan haar slaapkamer, dus mijn schoonzus en ik wisselden elkaar af terwijl de broers om beurten bij pap in de unit bleven. Mijn zus was er elke dag. We vlogen heen en weer, ik had een ‘vluchtkoffertje’ klaarstaan om zo nodig meteen weer terug te kunnen gaan. Tijd of ruimte om te huilen had ik niet. Bovendien waren we blij dat zijn lijden (bijna) over was, dat hij rust had.

In de vroege ochtend van 18 januari was het klaar en had pap zijn reis naar gene zijde voltooid. Naast opluchting kwam verdriet; nu was het grote ‘nooit meer’ aangebroken. Het hielp mij erg dat ik mocht helpen hem op te baren en netjes te maken – iets waar hij altijd op stond en wat hij ook nu belangrijk had gevonden. Het was een vreemde dag met opnieuw alle kinderen en kleinkinderen aanwezig. Hij zou het mooi gevonden hebben. Zijn merel kwam nog even brood van de schuur halen en zat met het kopje scheef even te kijken.

De 22e was de dag dat we afscheid namen van zijn lichaam. Dat dappere lichaam, dat zo lang gestreden had en dat zo’n sterke ziel had gehuisvest. De kist was zoals hij die gekozen had, zoals hij ook de rouwkaart had gekozen. We hadden een mooie ‘dankdienst voor zijn leven’, waarin warme en goede woorden werden gesproken, waar hij in de open kist bij stond. Daarna brachten we hem naar de begraafplaats, waar we afscheid namen van zijn lichaam, van mijn vader, van pap. Alles wat iedereen doormaakt die een dierbare verliest, maakten we door. Maar het was anders; dit was mijn vader, dat raakt me in mijn kern. Een heel leven vol herinneringen is aan me voorbijgetrokken in die maand van afscheiden.

Weer thuis zat er een merel op mijn schuurdak. Dit, terwijl vogels het niet goed aandurven om in de buurt te komen vanwege mijn katten. De troostvogel kwam even langs en ik meende pap even van gene zijde te voelen.
Rust zacht, lieve dappere Stam-vader, dank je voor de liefde en warmte die je gaf. Maar bovenal voor je moed en je wijze lessen. We hoeven niet ‘verder met jouw strijd’, wij hoeven niet mee te doen aan een ALS-campagne, jij vond die veel te confronterend en onnodig. Ik koester een schat aan herinneringen en bovenal jouw troostvogel: de merel.

Troostvogel

De troostvogel is de titel van een gedicht van drs. P

Articles

Feestdagen

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk,Vertelsels on 31 december 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , ,

De kerstdagen zijn weer rustig aan me voorbijgegleden, het nieuwe jaar staat voor de deur. Boodschappen doen is niet echt nodig: mijn 10 oliebollen liggen al een week in de vriezer en eten heb ik ook voldoende.
Vorige week, v贸贸r Kerst, waren er nogal wat gestreste mensen in de supermarkt, met recepten en ellenlange boodschappenlijstjes in de hand, gefrustreerd zoekend in de gangpaden, tig keer de winkel doorkruisend terwijl hun stresslevel tot boven de zeespiegel opliep.

Het herinnerde me aan lang vervlogen tijden, toen ik van fornuis naar kerk heen en weer rende, met de traditionele tulband in de oven, terwijl jengelende moeie kindjes schone luiers moesten. Katoenen luiers welteverstaan – pampers waren onnodige luxe, voor luie huisvrouwen.
In de weken v贸贸r Kerst had ik voor het hele gezin nieuwe kleren gekocht, genaaid en gebreid, en na het optuigen van de boom en het plakkerige fr枚belwerk van 100 handgemaakte kerstkaartjes volgden in de kerstweek de ingewikkelde boodschappen. Want het eten was deels afhankelijk van wat er in alle kerstpakketten zat.
Die kerstpakketten waren leuk: er werden heel veel van deze omkoperijen bezorgd, waardoor je een jaar vooruit kon met sterke drank (die omdat we ze niet allemaal lustten via een ingewikkeld ruilsysteem deels plaatsmaakten voor andermans omkoopzaken). De vriezer zat vol, de koelkast en de voorraadkast ook. Maar bij de verse fazanten had ik allerlei vullingzaken nodig en volgens het recept hoorde er cranberrycomp么te bij de kalkoen. En cranberries of vulling zat natuurlijk niet in de pakketten …

Eerste Kerstdag verliep zoals gepland: na de kerkdienst arriveerden de uitgenodigde schoonouders. Schoonpapa wilde wel een borrel voor het eten en begon daarop met zijn bekende stelligheid over zijn eeuwige stokpaardjes, dus je liep en zat – los van heen en weer vliegen naar de keuken – de hele maaltijd op eierschalen. Als er maar geen ruzie kwam, en als de fazant maar goed was en als de gevulde Doyenne-peer met chocoladesaus maar zacht genoeg was en maar niet omviel en en en …
Je voelde je zoals vandaag de dag een Masterchef-kandidaat zich moet voelen: onder enorme druk zette je ware culinaire meesterwerkjes op tafel. Helaas werden die niet als zodanig gewaardeerd: de eetcultuur was bij ons van beider huis uit niet echt gezellig, dus binnen een half uur was het op en klaar. Niemand had oog voor kleuren, compositie en raffinement van je viergangenmenu, je had beter een vette karbonade kunnen opdienen dan die fazant, kalkoen of ander ingewikkeld gevogelte. Voor het eten werd alleen een vork gebruikt, vlees moest zo gaar zijn dat het uit elkaar viel of men at het van de vork … Een gewoonte die ik nadien niet meer heb getolereerd.

Doodmoe stond je daarna af te wassen, terwijl schoonmama zich met de kindertjes bezighield en de mannen op de zo bekende ruzieachtige toon discussieerden. De volgende dag, na alweer een verplichte kerkdienst, zag je hoe je ouders zich ook uitgesloofd hadden om alle kinderen te verwelkomen en met hun soep en rollade te verblijden. Je schoof aan voor alweer een ‘gezellige’ maaltijd, ondertussen allebei een kindje voerend – zoals het goede ouders betaamt. Oma gaf hun hapjes van de heerlijk zoete appelmoes, terwijl wij tevergeefs probeerden nog wat verantwoord eten bij hen naar binnen te krijgen. Vanzelfsprekend hielp je met de afwas en ook dan hield je je hart vast, want wie o wie maakte een verkeerde opmerking die de vlam in de inmiddels schone pan deed slaan? En weer ging je doodmoe naar huis, waar de jengelende kindertjes over hun feestkleren spuugden omdat ze te veel extra’s hadden gehad. Poetsen, kleertjes wassen en luiers spoelen, en je was bijna door Tweede Kerstdag heen.

Nog geen week later stond je alweer oliebollen en appelflappen te bakken, waarna je de halve oudejaarsavond je keuken moest ontvetten, hapjes maakte, samen naar de conference keek en elkaar verder niet veel te zeggen had.
Om 12 uur een zoen en de slaapdronken kindertjes na wat gezwaai met een sterretje, snel weer terug in bed voor de borrel bij de buren en de volgende dag, na de kerkgang, brak van slaapgebrek en borrels, met twee peuters de ronde langs wederzijdse ouders en grootouders.
Op 2 januari kon je de vermoeiende rituelen van de afgelopen weken afronden en de boom aftuigen. Die liet bij het naar buiten slepen venijnig elke afzonderlijke naald voorgoed voor je achter en kwam als kaal skelet aan de weg te liggen.
Wekenlang ritselden er nog dagelijks dennennaalden feestelijk door de stofzuigerslang als stille getuigen van die knetterdrukke, stressvolle en ‘vredige’ feestdagen …

Articles

Tijd聽van聽leven

In Natuur,Persoonlijks,Taal on 9 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Over het begrip tijd is alles al gezegd en geschreven. Er zijn vele spreekwoorden en gezegdes, gedichten en liedteksten aan gewijd.
Tijd is ongrijpbaar, het glipt als los zand tussen je vingers door.

Datzelfde geldt voor herinneringen die diep in je geheugen liggen opgeslagen en die op de meest onverwachte momenten naar boven ploppen.
Zoals mijn herinnering over mijn opa die aan mijn broertje en mij het versje over de wolf opzei: “de wolf houdt je gevangen tussen twee ijzeren tangen”.

Ik schreef het een paar dagen geleden, en ben daarna gaan zoeken.
Het leek me achteraf zo gek dat mijn opa zoiets dreigends zou hebben gezegd tegen twee kleine kinderen …
Dat had hij ook niet; mijn geheugen zat er een fractie naast. Het blijkt een oud versje te zijn en het gaat als volgt:

De schapen roepen: 鈥淗erder, laat je schaapjes gaan!鈥
De herder antwoordt: 鈥淚k durf niet.鈥
Schapen: 鈥淲aarom niet?鈥
Herder: 鈥淰oor de boze wolf niet!鈥
Schapen: 鈥淒e boze wolf is gevangen
tussen twee ijzeren tangen,
hij ziet geen zon, hij ziet geen maan.
Herder, laat je schaapjes gaan!鈥

De tijd had me pootje gehaakt; ik herinnerde me geen schapen meer. Dat is niet zo gek – we zijn bijna een halve eeuw verder sinds wij ons tussen die boomwortels wrongen en opa vroegen het versje op te zeggen, het versje van de wolf. Hij had een heel arsenaal aan opzegversjes: als we onderling ruzie hadden of (nog) geen snoepje kregen, zei hij het versje van de roos op de hoed op. Ik vond dat maar raar, om te zeggen dat het dan pas morgen weer goed was. Morgen duurde toch veel te lang, het moest toch meteen weer goed zijn? Ja, dat moest ook – morgen was nog een hele tijd verwijderd van vandaag!

Toen ik ruim 4 jaar oud was, verhuisden we naar een eigen huisje. Wat miste ik mijn opa! Maar hij had altijd tijd voor mij en voor mijn broertje. In het voorjaar sneed hij siepsapfluitjes voor ons en leerde ons er een melodietje uit te halen. Ik weet niet meer welke twijg het ‘siepsap’ bevatte, daarvoor is het te lang geleden. W茅l herinner ik me de ‘toezebol’, die in Friesland ‘toerebout’ genoemd wordt, in het westen de fiere naam ‘lisdodde’ draagt, maar die in de volksmond bekendstaat als ‘rietsigaar’. Deze toezebol blijft mij met opa verbinden, door tijd en ruimte heen. Toen hij overleed, waren ze op hun mooist en heb ik een ‘bosstukje’ voor hem gemaakt, met natuurlijk daarin de fiere toezebol. Het stukje werd door iedereen herkend: z贸 was opa, een mens van, door en in de natuur.

Ik was 36 jaar oud toen mijn opa overleed. Ik heb hem dus een lange tijd van mijn leven meegemaakt en ik voel me bevoorrecht. Hij was mijn voorbeeld hoe mijn toekomstige man moest zijn: lief, zacht maar onverzettelijk, wandelend door de natuur, altijd buiten en een harde werker. Tuinieren, vissen, op zijn brommer naar ons toe komen in die zware leren motorjas – ik zie hem nog zo voor me, zeggende: “ha, jongelui!” Ik was de enige die hem bij zijn voornaam mocht noemen, een ooit ontstaan grapje dat iets tussen ons beiden werd. Ik had een speciale positie doordat ik als oudste kleindochter (met 茅茅n oudere neef) bij zijn gezin in huis geboren werd. Opa was ‘mijn’ opa, altijd.

Onvoorstelbaar dat hij al 18 jaar ‘een mens van voorbij’ is. Ongeacht die tijd zal hij altijd deel van mij uit blijven maken. Hij is tijdloos geworden, een herinnering die voor altijd een stempel op me heeft gedrukt, die voor altijd bij me zal blijven.
Nog altijd herinner ik zijn wat voorovergebogen loop, zijn grote schoenen, zijn stem die versjes opzei en ons alles wat hij wist over de natuur leerde, ons de liefde en het respect daarvoor meegaf.
Ik zie hem nog samen met mijn broer onze oprit opnieuw bestraten nadat die door een vrachtwagen was ingezakt. Ondanks zijn leeftijd – hij was toen al eind zeventig – werkte hij als een paard stug door om de klinkers weer keurig in verband te leggen, om nadat de klus geklaard was weer op zijn brommer naar huis te gaan.

“De tijd heelt alle wonden”, is een beroemd dooddoener-gezegde, maar het klopt wel. Opa’s overlijden doet allang geen pijn meer, zelfs al stierf hij niet op de manier die hij zelf had gewild – hij overleed in het ziekenhuis, terwijl hij altijd zei liever buiten ergens dood neer te vallen als het ‘zijn tijd’ was. Hij was bijna 89, een respectabele leeftijd. Hij is altijd bij me; ik herinner me zoveel van hem dat hij een deel van me is geworden. Ik weet zeker dat hij van bovenaf voor me zorgt, mij op het goede spoor zet als ik de weg even kwijt ben.

Ondanks dat hij de herder speelde en mijn broertje en ik de schaapjes waren, beschermde hij ons tegen de wolf. “De wolf zit gevangen tussen twee ijzeren tangen”. Hij past op ons, door tijd en ruimte heen, altijd. En ik herinner me hem met liefde en warmte, zolang ik ‘tijd van leven’ heb.