Posts Tagged ‘Fryslân’

Articles

Tussen de lakens

In Fotografie,Natuur,Taal,Vlinders & nachtvlinders on 11 oktober 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Het was een prachtige zomer en dat betekent dat ik veel buiten ben geweest, in de natuur. Van excursies met de Vlinderwerkgroep tot dagen in het veld met allerlei mensen die ik via Facebook heb ontmoet, IVN-avonden en excursies in het Leeuwarder Bos – ik heb de zomer optimaal ge- en beleefd. Daarbij bleven de avonden bij de vlinderlakens toch wel hoogtepunten: wat heb ik weer een bijzondere schoonheden mogen zien! Elk gebied kent zijn eigen vliegers, elke maand brengt weer andere vlinders en ik krijg er nooit genoeg van. Naast macro’s begin ik ook micro’s te fotograferen, al ken ik die nog nauwelijks bij naam. Vooralsnog heb ik aan het determineren van macro’s mijn handen vol. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog – ik kan er nog menige koude wintermaand mee vullen.

Ik weet het: ik heb al veel vaker geschreven over de ‘pracht van de nacht’, maar al die verrassingen die zomaar op de felle lamp afkomen en op het laken landen – het blijft me mateloos boeien en fascineren. Dit jaar heb ik meer nachtvlinderavonden meegemaakt dan de afgelopen drie jaar samen: het weer werkte goed mee en ik had bovendien vaker vervoer, dus ik heb optimaal van alle avonden kunnen genieten. Thuis kwam er wat minder ‘bezoek’ op mijn blauwe lampje af; het lijkt er op dat de vlinders er aan beginnen te wennen. Of poes Miss Muis heeft er succesvol een aantal gevangen, dat kan ook nog, maar feit is dat er de laatste maanden nauwelijks nog vlindertjes op mijn raam landen. Ondanks een paar mooie vondsten eerder in het jaar was het tussen de lakens veel spannender!

We hadden een paar absolute top-avonden: de beste was na een snikhete dag op de Delleboersterheide, een prachtig natuurgebied, waar het laken op de broeierig warme avond uitpuilde van de nachtvlinders. Ik las dat er op de twee lakens 521 macro’s geteld zijn, terwijl het aantal micro’s nog niet duidelijk was! Dat is extreem veel en het was onbeschrijflijk om mee te maken. Ik had die dag een nieuwe camera gekregen, zonder dat ik de gebruiksaanwijzing kende, maar met enige instellingshulp door anderen heb ik gelukkig goede foto’s kunnen maken – beter dan met mijn andere, waarbij ik niet kon flitsen en met een zaklamp moest werken (en bovendien de vlinder bijna beschadigde omdat ik er zo dicht bovenop zat). Nu kon ik inzoomen en toch goede foto’s nemen. En er viel wat te klikken! Bij die 521 macro’s zaten twee bijzonderheden, waarvan eentje de absolute topper was: een totaal nieuwe soort voor Nederland! Het was indrukwekkend hoe Jannie Sinnema het uiltje feilloos uit de hordes vlinders plukte omdat ze deze niet herkende. De Sinnema’s verdienen deze triomf van een nieuwe vondst volledig: zij zetten zich samen al 40 jaar met hart en ziel in voor de nachtvlinders in Friesland en zijn een stuwende kracht achter de Vlinderwerkgroep. Zelf heb ik de uil geloof ik niet eens gezien of gefotografeerd; Jannie toonde hem in een potje – hij moest natuurlijk mee ter determinatie. Het was een overweldigende avond.

Ook bijzonder was de avond in tuin in Kollum: door de vlindervriendelijke beplanting van de tuin in combinatie met grote ruigtegebieden en een kanaal vlakbij het huis kwamen er mooie diverse soorten op de lakens. Het weer werkte mee: het was wat broeierig en dat is altijd prettig voor de nachtvlinders. De door mij zeer gewaardeerde hagedoornvlinder was in groten getale aanwezig – er kwamen wel 20 exemplaren van deze gele schoonheid naar ons toe. Pijlstaarten – die blijkbaar een ingebouwde klok hebben en pas rond middernacht vliegen – zagen we die avond niet, maar daarvan had ik eerder al tijdens de Nationale Nachtvlindernacht, in het Leeuwarder Bos en op de Delleboersterheide oude en nieuwe bekenden gezien.

Een speciale plek verdienen de Weeskinderen: op de Delleboersterheide zagen we een (bijzonder en prachtig) karmozijnrood weeskind, terwijl we twee en ook drie weken later bij excursies werden verblijd met het zien van een rood weeskind. Waarom ze zo heten weet ik niet; ondanks de naam ‘weeskinderen’, zijn ze wel familie van elkaar 😉 Het wachten is nog op een blauw en een zwart weeskind, dan is de familie compleet. Dat komt vast nog wel!
Ook bijzonder was de zilveren maan die we in een gebied zagen waar deze zeldzame parelmoervlinder niet eerder gesignaleerd was. Iets verderop zag ik daar ook mijn eerste luzernevlinder vliegen – helaas niet mogelijk om daar een foto van te maken. Als laatste hoogtepunt zag ik tijdens een fietstocht op Ameland vanuit een ooghoek een vlindertje op een stukje duinzand, dus ik ging bovenop de rem, camera in de aanslag, fiets omkeren en terug en daar zat een kleine parelmoervlinder, een typische duin- en kustsoort die je in de provincie niet zomaar ziet.

De laatste drie genoemde vlinders zijn dagvlinders, maar de nadruk ligt toch altijd weer op de macro’s en micro’s: spannende spanners, knappe uiltjes en mooie motten, veelal met poëtische namen. Je vindt ze wel in abri’s en op portiekverlichting, maar het grootste vlinderplezier beleef je toch tussen de lakens 😉

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

Articles

Fryske Falentynsdei opnei

In Fotografie,Taal,Vertelsels on 14 februari 2013 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

13-2-2013 023

Fryske minske prate krekt sa as se skriuwe, dus it haw wol ’n protte sin om ien ferhaal yn it Frysk te skriuwe.
Frysken kenne wol de w sizze, maar net de … ‘fee’, en de … ‘set’ is hier ok onbekend. So sizze se dat ‘t hjoed Falentynsdei is.

De Fryse en fooral de Dypfryse fiene et mar niks, al die Hollanders hier, die allemaal “’t Ken net” sizze en lache om de modder die hier in sakjes ferkocht wur. Fan de aore kaante lache se sich yn bult want se hawwe ien hiele prötte stede, maar met dieje 11 waor slote langs grave syn, staat hiel Holland op e kop as d’r by in temperatuur van -1 oer net aans as “DE tocht” praot wurre. En da’s knap goeie reklame!
(De ch is yn ‘t Hollands een g, en de g spreekt men hier op s’n Engels stom uit. Spot nooit met die G!)

Dan hawwe se noch bocht dat se beerenburg noemd hawwe. Je trinke dat hier mei cola of puur. ’t Is mar goed dat se de b wel sizze kenne, aors sat je ok noch peerenpurg te sûpe. En ’t is al suk smerig spul. Je ken’t hier sels gemikst in blikjes kope! Ach, oerol waor de Fryske Flean mei de pompeblêren yn de wyn wappert, trinke se’t krekt as wetter. Wetter is d’r sat hier, en de mooie Seediek mei de diekskiepe die naor de skippe kieke, daor krie’j as Hollander nooit genoch fan.

Yn Ljouwerd, de Haasted, wolle de minske niks witte fan de aore minske ût de provinsje (sie hawwe wrempel ien v funne! Da skielt nogal mei ’t veeferfuoer!). Yn Ljouwerd libbe gien Friese, mar Liwwadders. Die kenne ’t Fryske Folksliet net. Die prate hiel aas: se segge alles ‘suh en suh’, en ‘ah juh, net so seuruh, juh’ en freegje wat ‘jou fedaag deen haw’, waor yn oprjochte Frysk freegje wat jo hjoed daene hawwe. As ik ‘t guoet haw, hoor, ik bin mar in armetierige Hollander die net begripe ken dat minske komme sneupen (dan kenne se opeens wèl de n achter ’t wurkwoord!), of dat je net snappe dat se met in stokje in kleerhanger bedoele.

De mooiste is toch de neef. Nefe houwe sich yn sliepkaemers op en prikke jo lek as jo sliepe wolle. Da wa in Holland yn neef is, is hier bekaant hiel iets âors. En tinkst do dan eindelik da je begripe da se yn ‘mug’ bedoele, dan is da hier yn ‘flieg’… Freegje jo dan wat ze tegen yn ‘vlieg’ sizze, dan krijgst as antwoord: niks, die sloegje wy doad.

En nou is’t bekaant Falentijnsdei. In neie dei en elken dei riedt men oer de wei. En dat is dan weer net oer de greiden! Fiets hier nooit oer weiden en greiden: jo worre doadrede of fetrapt door de Ûs Memme, de zwart-bonten. ‘Jo’ is trouwes erg beleefd um te sizze: het betekent ‘u’, behalve as je wat umfietst en een prötte folk guoie segt.
Ja, ik leer het wel, ondanks de indoktrinatie fan de Liwwadders die hun kulturele erfgoed hielegaar kapot meitsje. Sels onskuldige musjes kenne nie meer frij rondfladderje yn ’t FEC, se wurre sonder pardon afskote. Fut d’r met, Liwwadders wolle sels hun eige D-day en net allenig bekend syn um de Bonkevaert. Fûle stadse Frieserikken!

Falentijnsdei, wat mutte d’r mei? ’t Wur gien Elfstedenwaar meer, dus dat falle al fut. Foar d’eilande is ’t noch te kâld. De toeriste hawwe allegaere al yn ‘koud he’-mutse en de griene tsiis wur allenig door d’ oprjochte Frysk ite, want met die brandneteltroep d’rin lust fierder gien hond da spul, krekt sa min as dieje kruudnagelworst. Yn Jouster pofke of in sûkerbaole, daor wil ek noch wel dr’s in hapke fan nimme en yn Dokkumer kofje die oerol útsein yn Dokkum te kriege is, smeitsje ok wol guoet.
Meskien is t’r al een ljipaai te fienne, dat is te probearje as attraktie, nettsjinsteande it kâlde waar.

Moraal fan dit ferhaal: prebeer net mei te prate as jo ’t net sizze ken. Hollanders, waart u! Je ferstaat d’r krekt niks fan en je lere self de fee en de set af, sodat je d’r nooit meer wegkomme. En as je dan gaat skriuwe, sloegt ’t nerges op. Allenig dat ’t Falentijnsdei is. Sneon en snein komme d’r weer an, fedaag – tongersdei – is ’t Falentijnsdei, da’s bès genoch fuor reade blomkes as yn blied hert fuor dy sleagje.
Lang wie it kâld en tsjuster, aanst komt de dei, fynt it ljocht syn wei, yn Falentijnsdei.13-2-2013 021

De leste regel is yn variant op yn sin ût Yn neie dei fan De Kast.
Dit blog is eerder gepost op 14-2-2011

Articles

Kinderspel

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 20 oktober 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Dit stuk is geschreven voor de najaarseditie van Flinterwille, het ledenblad van Vlinderwerkgroep Friesland. Namen en plaatsen zijn verwijderd, sommige zinnen wat gewijzigd, maar verder integraal geplaatst.
Een deel is eerder aan de orde geweest in de blog
Kicken en Clicken.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vlinders zijn altijd aantrekkelijk, maar dat moet je wel leren zien. Hoewel ik vroeger wel foto’s van doorsnee-vlinders maakte, keek ik er tegelijkertijd een beetje op neer. Iedereen in mijn fotogroep postte een gehakkelde aurelia, hoe origineel was dat nou? Tegelijkertijd dacht ik dat ‘echte’ vlinderaars à la Erik (van Godfried Bomans) met een netje over de heide huppelden. Maar of zulke mensen en kinderen nog bestonden, dat wist ik niet. Ik had ze tenminste nog nooit gezien, ondanks mijn vele natuurtochten.

Tijdens mijn zomer op Ameland ging ik pas echt goed naar vlinders kijken. We reisden het hele eiland af, eigenlijk speurend naar vogels. Natuurlijk zagen we daarbij ook vlinders en we raakten allebei geïntrigeerd door de zilveren maan die op de Amelander bus prijkt. We dachten die in grote getale gezien te hebben, maar determinatie via Vlindernet leerde ons dat het om de duinparelmoervlinder ging. Hoe dan ook: een liefde was geboren: wij zochten overal en vonden veel – behalve de zilveren maan … Die werd voor mij een ‘must’!

Het jaar daarop was ik weer solo en na een langdurig warm familiebezoek aan Indonesië viel ik in het spreekwoordelijke gat. Ik kwam terug tijdens de natte, koude zomer van 2011 – een kille zomer, praktisch zonder vlinders. Totdat ik op die zwoele septemberavond naar Buitenpost reisde en deelnam aan de Nationale Nachtvlinder-Nacht en daar kennismaakte met leden van de Vlinderwerkgroep. Naast de verbazing over de pracht van de nachtvlinders, was ik nog meer verbaasd over de kennis van de jongen die mij bijlichtte voor de foto’s en mij daarbij informeerde over de desbetreffende vlinder. Kinderen die zeiden dat het wel een beetje dom was dat ik geen zaklamp had, want hoe kon je anders vlinders vinden in het donker??
Ik heb genoten die avond, niet in de laatste plaats door dat eerlijke jongetje, dat zoveel geduld had met een domme nieuwkomer van 55. Maar ook van de saamhorigheid die in de groep heerste, van de fotogenieke walstropijlstaart die vanuit Frankrijk was meegebracht en van de medefotografen die met hetzelfde doel als ik de vlinders op hun mooist probeerden te fotograferen. Die avond heb ik me meteen aangemeld als lid van de Vlinderwerkgroep en daarmee hoorde ik weer ergens bij en hoefde ik niet meer alleen op pad.

In het voorjaarskrantje stonden de geplande excursies vermeld. Het leek mij een goed idee mij daarvoor aan te melden, maar dat had heel wat voeten in de aarde: beperkt qua vervoer en door kwaaltjes niet altijd even mobiel was het lastig om de verzamelplaats te bereiken. Ik dacht ook nog niet als een vlinderaar: het kwam niet bij me op om de aardbeivlinder even op te zoeken en te bekijken hoe interessant die is. Ik maakte me zo druk over vervoer en het slechte weer dat ik die excursie aan me voorbij liet gaan.
Achteraf zag ik toevallig dat er wel degelijk aardbeivlinders gezien waren en ik besloot me voortaan nergens meer van te laten weerhouden: ik wilde mee op excursie.

Mijn eerste excursie was op een koele zaterdagmiddag, waarbij een waterig zonnetje doorbrak. Ik werd bij een station opgepikt en was er helemaal klaar voor. Dacht ik … Ik had dan wel een zaklantaarn gekocht, maar natuurlijk was ik niet voorbereid op het gebied dat men beter de Nattige Meente had kunnen noemen – mijn nieuwe schoenen werden diverse keren in bruinig modderwater ge- en herdoopt en nog weken nadien jeukten de bulten van de dazen die zich een weg in mijn lange broek hadden gevlogen. Ik droeg geen sokken … stom, stom, stom. Het zware lopen door het zompige terrein en mijn angst voor kikkers maakte het me niet makkelijk en hoewel er mensen met schepnetten liepen, deed niets mij aan de Erik van Bomans denken. Niks huppelen, ploeteren!

Langzaamaan begon ik wat mensen te leren kennen, waarbij de senior van de groep die op eerbiedwaardige leeftijd voortploegde, onderwijl Latijnse namen noemend bij een bladstipje of een plantje aanwijzend, diepe indruk maakte. Maar ik vond de brede kennis van alle groepsleden indrukwekkend: men wist zóveel over zóveel verschillende zaken! De een was van de planten, de ander van de poppen, een derde kende alle libellen en een vierde kende het gebied als zijn broekzak. Daartussendoor liepen kinderen, zoekend naar alles wat vleugels heeft. Wat me opnieuw het allermeest trof, was de behulpzaamheid: niet alleen de kennis werd met plezier gedeeld, ook vlinders werden met liefde aangewezen en er werd ruimte gemaakt voor ieders camera; niemand hoefde een primeur.

En toen zag iemand de zilveren maan … Ik was er stil van (helaas is dat nooit te merken): daar zat hij of zij, helemaal alleen in dat uitgestrekte gebied, in een zonnestraaltje. Ik ben zelden zo gelukkig geweest als op dat moment, en toen ik nota bene die ene stip die de zilveren maan kenmerkt, aan iemand wist aan te wijzen, kon ik mijn geluk helemaal niet meer op. Ik wist ook iets! Maar er kwam nog meer moois: de vondst van een grote vuurvlindervrouw. Wow, dat was een ongelooflijk moment! Ik heb er de blog ‘Kicken en clicken’ over geschreven. Mijn camera maakte overuren en ik voelde me diep gelukkig dat ik dat moois had mogen aanschouwen.

Op zeker moment ben ik teruggegaan, net voordat er ook nog een mannetje ontdekt werd. Enerzijds was ik kwaad op mezelf, anderzijds wist ik dat ik allang over alle fysieke grenzen was gegaan en echt niet verder kon. Terug bij de verzamelplaats was ik kapot maar zo intens blij; dat gevoel dat ik zo gemist had, was terug. Dankzij de bijzondere vlinders maar zeker ook dankzij de leden van de Vlinderwerkgroep!
Na nog een gezellig en calorierijk samenzijn werd ik naar huis gebracht met afspraken over waar ik over twee weken opgepikt zou worden. Een paar dagen later werd ik gebeld en ging mee naar ‘een’ heide achter Drachten, waarbij ik eindelijk als een vlinderaar begon te denken: ik was op last van mijn gastvrouw goed beschermd met sokken over de broekspijpen en had me ingesmeerd met muggenspray. Ik bleek bovendien evenveel te zien als zij, waardoor ik probleemloos mee kon tellen. Wederom een mooie en rijke ervaring, waaruit een leuke vriendschap ontstond.

Twee weken later was er de excursie op een grote heide en daar had ik wél het gevoel van een huppelende Erik die met zijn netje vlinders vangt: daar werd ook met het net gewerkt, en met potjes om de vlinders goed te kunnen laten zien. Ik heb de komma op de kommavlinder door de mazen van het net gezien, maar op mijn foto heeft het net de overhand. Dat is niet erg; ik heb daar zóveel moois gezien! Het gebied was prachtig, het weer was goed, er was een grote variëteit aan begroeiing en ook aan vlinders en er was weer die saamhorigheid die me zo aanspreekt. Al raakte ik op zeker moment iedereen kwijt en moest ik me een weg banen door brandnetels en plassen met mijn te zware bergschoenen, ik bleef genieten.

Al in het begin zag ik een bruine vuurvlinder, die ik pas later herkende – toen ik me met iemand anders in duizend bochten wrong om een ander exemplaar op de foto te krijgen. Ook een parend paart heideblauwtjes liet zich moeilijk schieten; er waaide een vaag soort wind vlak boven de grond, waardoor de foto’s snel onscherp werden. Maar het is uiteindelijk meestal wel gelukt: een eikenpage, bruine vuurvlinders, kommavlinders, een kaneeldingetje in een potje en een bibberige zuringspanner.
Als bonus was de omgeving ook erg boeiend: op het laatste stuk, net voorbij het water (waar ook een interessant verhaal aan vastzat), pronkte klokjesgentiaan in lange blauwe rijen over het pad en even verderop stond een pluk gele cantharellen te lonken.
’s Avonds, wederom na de gezellige vette hap en samen wachtend op het weer, prijkten roodgloeiende pollen mos tussen gouden gras, onder een prachtige zonsondergang.

Ook tijdens deze excursie verbaasde ik me over de enorme kennis die er is en kwam ik langzaam maar zeker achter ieders diverse vaardigheden. Het leukst bleef ik de twee jongens vinden die behendig macro’s en micro’s in potjes vingen – zij hadden geen net nodig. Aan hen is dit verhaal opgedragen. Deze kinderen mogen dan wel fantastisch en met een aanstekelijk enthousiasme kunnen vlinderen, het vlinderen zoals ik dat nu gezien heb en dat zij ook lieten zien, is absoluut geen kinderspel! Verre van dat: het is kennis van de natuur en van de vlinders, de habitat, de rupsen, de poppen, alles. Een leeftijdsloze kennis, waardoor leden van 9 en van 90 evenveel plezier beleven.

Dank jullie wel, jongens, en dank jullie wel, vlinderaars van de Vlinderwerkgroep, dat jullie iemand zo opnemen in de groep en dat iedereen goed kan en mag zijn in wat hij ‘toevallig’ kan. Ik kijk uit naar de najaarsbijeenkomst en vooral naar volgend seizoen, want al heb ik enkel een guppenschepnet, ik spaar al wel potjes voor de komende excursies en heb notitieboekjes om te noteren wat ik zie en ga zien. Misschien ben ik een vlinderaar in wording, maar het is nog maar kinderspel. Het echte werk moet ik nog verder van en met jullie leren.

Articles

Fryske Falentijnsdei

In Taal,Vertelsels,Woordspelingen on 14 februari 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Fryske minske skriuwe krekt so as se prate, dus it haw niet sofeel sin om yn it Frysk te skriuwe. Se kenne wol de w sizze, maar net de … ‘fee’, en de … ‘set’ is hier ok onbekend. So sizze se dat ‘t hjoed Falentijnsdei is.

De Friese en fooral de Diepfriese fiene et mar niks, al die Hollanders hier, die allemaal “’t Ken net” sizze en lache om de modder die hier in sakjes ferkocht wur. Fan de aore kaante lache se sich in bult want se hawwe ien hiele prötte stede, maar met dieje 11 waor slote langs grave syn, staat hiel Holland op e kop as d’r by in temperatuur van -1 oer net aans as “DE tocht” praot wurre. En da’s knap goeie reklame!
(De ch is yn ‘t Hollands een g, en de g spreekt men hier op s’n Engels stom uit. Spot nooit met die G!)

Dan hawwe se noch bocht dat se beerenburg noemd hawwe. Je trinke dat hier mei cola of puur. ’t Is mar goed dat se de b wel sizze kenne, aors sat je ok noch peerenpurg te sûpe. En ’t is al suk smerig spul. Je ken’t hier sels gemikst in blikjes kope! Ach, oerol waor de Fryske Flean mei de pompeblêren yn de wyn wappert, trinke se’t krekt as wetter. Wetter is d’r sat hier, en de mooie Seediek mei de diekskiepe die naor de skippe kieke, daor krie’j as Hollander nooit genoch fan.

Yn Ljouwerd, de Haasted, wolle de minske niks witte fan de aore minske ût de provinsje (sie hawwe wrempel ien v funne! Da skielt nogal mei ’t veeferfuoer!). Yn Ljouwerd libbe gien Friese, mar Liwadders. Die kenne ’t Fryske Folksliet net. Die prate hiel aas: se segge alles ‘suh en suh’, en ‘ah juh, net so seuruh, juh’ en freegje wat ‘jou fedaag deen haw’, waor in oprjochte Frysk freegje wat jo hjoed daene hawwe. As ik ‘t guoet haw, hoor, ik bin mar in armetierige Hollander die net begripe ken dat minske komme sneupen (dan kenne se opeens wèl de n achter ’t wurkwoord!), of dat je net snappe dat se met in stokje in kleerhanger bedoele.

De mooiste is toch de neef. Nefe houwe sich yn sliepkaemers op en prikke jo lek as jo sliepe wolle. Da wa in Holland in neef is, is bekaant hiel iets âors. En tinkst do dan eindelik da je begripe da se in ‘mug’ bedoele, dan is da hier in ‘flieg’… Freegje jo dan wat ze tegen in ‘vlieg’ sizze, dan krijgst as antwoord: niks, die sloegje wy doad.

En nou is’t bekaant Falentijnsdei. In neie dei en elken dei riedt men oer de wei. En dat is dan weer net oer de greiden! Fiets hier nooit oer weiden en greiden: jo worre doadrede of fetrapt door de Ûs Memme, de zwart-bonten. ‘Jo’ is trouwes erg beleefd um te sizze: het betekent ‘u’, behalve as je wat umfietst en een prötte folk guoie segt.
Ja, ik leer het wel, ondanks de indoktrinatie fan de Liwwadders die hun kulturele erfgoed hielegaar kapot meitsje. Sels onskuldige musjes kenne nie meer frij rondfladderje yn ’t FEC, se wurre sonder pardon afskote. Fut d’r met, Liwwadders wolle sels hun eige D-day en net allenig bekend syn um de Bonkevaert. Fûle stadse Frieserikken!

Falentijnsdei, wat mutte d’r mei? ’t Wur gien Elfstedenwaar meer, dus dat falle al fut. Foar d’eilande is ’t noch te kâld. De toeriste hawwe allegaere al in ‘koud he’-mutse en de griene tsiis wur allenig door d’ oprjochte Frysk ite, want met die brandneteltroep d’rin lust fierder gien hond da spul, krekt sa min as dieje kruudnagelworst. In Jouster pofke of in sûkerbaole, daor wil ek noch wel dr’s in hapke fan nimme en in Dokkumer kofje die oerol útsein yn Dokkum te kriege is, smeitsje ok wol guoet.
Meskien is t’r al een ljipaai te fienne, dat is te probearje as attraktie, nettsjinsteande it kâlde waar.

Moraal fan dit ferhaal: prebeer net mei te prate as jo ’t net sizze ken. Hollanders, waart u! Je ferstaat d’r krekt niks fan en je lere self de fee en de set af, sodat je d’r nooit meer wegkomme. En as je dan gaat skriuwe, sloegt ’t nerges op. Allenig dat ’t Falentijnsdei is. Sneon en snein sitte d’r weer op, fedaag – moandei – is ’t Falentijnsdei, da’s bès genoch fuor reade blomkes as in blied hert fuor dy sleagje.
Lang wie it kâld en tsjuster, aanst komt de dei, fynt it ljocht syn wei, yn Falentijnsdei.

De leste regel is in variant op in sin ût In neie dei fan De Kast.

Articles

Natuurlijk Ameland

In Natuur,Taal,Vogels,Wadden on 29 april 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , ,

Nog een blog op het wereldwijde web. Zit iemand daar op te wachten?
Tegenwoordig is het bijna een voorwaarde dat je een weblog hebt. Gelukkig houd ik van schrijven, dus laat ik beginnen met een korte introductiecolumn.

Afgelopen weekend was ik weer op Ameland – één van de vijf Nederlandse Waddeneilanden, die samen ook wel de TV-TAS worden genoemd. Een mooi ezelsbruggetje voor de volgorde van de eilanden.
De Waddenzee scheidt de eilanden van de kust; aan de bovenkant van de eilanden ligt het Noordzeestrand.
Een wad is een zandplaat die bij eb droogvalt. Daar de Waddenzee niet erg diep is, kunnen mensen al wadlopend alle Waddeneilanden bezoeken. Het is niets voor mij: ploeterend en afziend door en over de wadden wadend je weg zoeken, over drabbige zandplaten en af en toe misstappend in een onzichtbare slenk of geul, waardoor je tot je oksels in de modder weg kunt zakken. Als watje bezie ik het wad wel vanaf de waterkant of vanaf een boot.

Ameland heeft een rijke historie en ondanks dat het eiland niet groot is, valt er veel te zien en te ervaren voor allen die daarvoor openstaan. Overal is natuur, overal is historie. Ik houd van alle aspecten van de natuur en Ameland heeft het allemaal: bos, strand, duinen en weilanden, en niet te vergeten de zee. Bijzonder interessant zijn de buitendijkse kwelders: gebieden achter de dijk die bij eb droogvallen en waar een enorme hoeveelheid vogels van zeer divers pluimage rust of foerageert. Het brakke water laat bij eb een rijkdom aan schaal- en schelpdiertjes en ander zeevoedsel achter; het is dan ook een drukte van belang aan het lopend buffet. Je geniet mee bij het zien van de talloze scholeksters, ganzen, eenden en allerlei soorten steltlopers die hun maaltijd nuttigen.

Hier en daar vind je direct achter de dijk de weilanden. Je ziet er kieviten die buitelend in de lucht de aandacht van hun nest afleiden, grutto’s met hun prachtige bronzen kop en lange snavel, scholeksters, eenden, en duizenden ganzen. Ganzen eten gras en hebben een dusdanig snelle spijsvertering dat ze constant door moeten eten en dus weiland na weiland afgrazen. Ze laten een enorme hoeveelheid poep achter; het gras komt er even snel uit als dat het er in gaat. Voor deze overlast krijgen de boeren een vergoeding van de Provincie Fryslân. Om de stand van de weidevogels te beschermen, krijgen ze ook een vergoeding van € 40,- per nest dat in hun weiland bebroed wordt. Die vergoeding kan aardig oplopen; momenteel broeden er veel kieviten, grutto’s en zelfs een paar kluten in het gras. Om te voorkomen dat de nesten tijdens het maaien per ongeluk vernield worden, beschermen de boeren en mensen van de Vogelwacht en Vogelbescherming deze door ze met een stok te markeren.

Als je van de natuur houdt en er oog voor hebt, kun je het hele jaar rond praktisch dagelijks genieten van de variatie in het landschap en van alle dieren en planten die dat met zich meebrengt. Ik woon in de stad en ben alleen op Ameland als ik naar mijn vriend ga. Zodra het weer het toelaat, maken we ritten op zijn trike en genieten we van al het natuurschoon dat het eiland rijk is. Het verveelt nooit! We houden allebei van rijden, van de natuur, vogels spotten en fotograferen – een ideale combinatie om het eiland en de natuur telkens opnieuw te verkennen. Hierdoor zullen veel van mijn columns over Ameland en haar natuurschoon gaan.

Maar het is niet alleen maar Ameland; de liefde voor talen was één van de hoofdredenen om weer te gaan schrijven. Fotografie is ook een grote hobby; ik houd ervan om foto’s te maken en ik ben erg kritisch over mijn werk: ik wil absoluut geen kiekjesmaker zijn!

Tot zover mijn introductie. Over andere hobby’s schrijf ik in de toekomst.
Ik hoop van harte dat je het lezen van mijn verhaaltjes net zo leuk vindt als ik het vind om ze te schrijven!