Posts Tagged ‘buiten’

Articles

Home is where the heart is

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vlinders & nachtvlinders on 4 juli 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Wat heb ik er lang niet aan gewild: ik woon in Leeuwarden en dat zal niet veranderen. Na de aanvankelijke rust die Fryslân brengt, vond ik het verschrikkelijk om ‘opgesloten’ te zijn in een stad die niet de mijne is, zonder vervoer naar de – wel mooie – buitengebieden en vooral, zonder echte vrienden. Die krijg je hier niet zomaar; degenen die me dierbaar zijn, zijn praktisch allemaal niet-Liwwadders.
In de 12½ jaar dat ik hier woon, is er veel gebeurd en veel veranderd. Mijn mogelijkheden zijn veel beperkter dan toen ik hier kwam. Liefdes en vriendschappen kwamen en gingen voorbij. Daar heb ik erg aan moeten wennen, aan de gevoelens van eenzaamheid die dat met zich meebrengt, in een stad waar voor mijn gevoel weinig natuurschoon te halen viel, waar ik nauwelijks binding mee heb. Maar de rust is er wel – die Friese rust, het geen haast hebben.

Sinds vorig jaar heeft mijn leven enorm aan kwaliteit gewonnen en kan ik er steeds meer op uit. Dat doe ik dan ook en tot mijn eigen verbazing geniet ik bij elke tocht met volle teugen! Deed ik voorheen wat lacherig over het ‘Leeuwarder Bos’ (“Wat nou bos!? In Ommen heb je pas bos!”), hoe meer ik er kom, des te meer zie ik en geniet van alles wat ook een jong bos toch tot een bos maakt! Activiteiten en excursies maken het ook zichtbaarder. Zo was er eind mei het Soortenweekend dat door het Natuurmuseum georganiseerd werd, met eye-openers bij de excursies en genieten bij het nachtvlinderen. Ik fietste drie keer heen en weer en genoot van alle aspecten die getoond werden. Wat is er nou mooier dan een bos verkennen en nachtvlinders bekijken onder het geroep van een koekoek vlakbij?
De Nationale Nachtvlindernacht viel ook gunstig: op vrijdagavond kon ik mee naar Buitenpost, waar leden van onze Vlinderwerkgroep lamp en laken bedienden. De volgende avond was er een tweede mogelijkheid: aan de rand van het Leeuwarder Bos. De methode van vlinderen verschilde enorm, maar ik genoot evenzeer van de wetenschappelijke benadering als van de wat vrijere benadering in Buitenpost – buiten de prachtige vlinders die op het licht af kwamen!
Beide nachten lag ik pas om 4 uur in bed, maar het weerhield me niet van deelname aan bemonstering van het water met zoeken naar kikker- en amfibielarven aan de rand van het Leeuwarder Bos op zondagmiddag. Ook dit was een geweldige middag, waar ik ondanks mijn angst voor kikkers enorm van heb genoten.

Op Facebook is er (o.a.) een groep voor het Leeuwarder Bos en door daar lid van te worden, ontmoette ik mensen die het bos een warm hart toedragen. Intussen ben ik met één van de leden al op stap geweest om te zoeken naar rupsen die daar gespot waren – helaas waren ze onvindbaar. Toch blijft de serendipiteit: je gaat voor een rups maar je vindt tientallen andere dingen. Die middag was dat de heemtuin, die de rand van het bos omtovert in een schoonheid waar je met liefde doorheen wandelt en fietst. Natuur die niet alleen maar in mijn favoriete parkje verpakt is, maar waar ik na een kwartiertje fietsen al middenin sta.

Zo heb ik het gevoel terug dat mijn opa me vanaf klein meisje meegaf, elke zondag als hij ons meenam naar “de bos”: ik ben thuis. Ook hier in Leeuwarden, ook rondom de stad waar zo veel mooie natuurgebieden zijn en zeker in Fryslân. Mijn mantra is niet meer “Ik ben geboren in het Reestdal, getogen in het Vechtdal, mijn kinderen zijn geboren in het Reggedal en nu woon ik (voorgoed) in het tranendal …”. Nee, ik heb op mooie plekken gewoond met schitterende natuur en nu ik beter kijk, zie ik die hier ook. Ook hier ben ik thuis.

Onderstaand een fotoserie van zowel de bezoeken eind mei als van de afgelopen week.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

Articles

Fiets

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Politiek,Qualen,Vlinders & nachtvlinders on 12 augustus 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Na ruim een kwartaal niet geblogd te hebben, wordt het de hoogste tijd mijn schrijfsels weer op te pakken.
Dat komt goed uit: er is een actueel onderwerp en het staat in de gang.
Ik heb een heel traject af moeten leggen voordat ik eindelijk een fiets met trapondersteuning kreeg. Maar sinds bijna een maand is hij er: de fiets waar ik een jaar om gestreden heb omdat de Wmo c.q. gemeente en ik van mening verschilden over de criteria. Maar nu staat hij dan toch fier in de gang, met ‘al’ 31 km. op de teller. Mijn fiets, een mooi en stevig stalen ros waarmee ik weer goed uit de voeten kan. Met de luxe van 7 versnellingen en 3 standen voor de trapondersteuning, met een klein afneembaar computertje met daarin alle snufjes. Ik hoef de fiets alleen maar op te laden, verder niets!

Het wachten duurde lang, erg lang. Eerst bleef de aanvraag ergens liggen, waardoor ik pas in september mocht ‘proeffietsen’. Dat ging lekker: mijn knie protesteerde niet, werd niet dik en deed nauwelijks pijn toen ik een paar rondjes reed. Oké, dan werd dit mijn fiets, zei de Wmo-consulent. Zomaar kunnen fietsen, met weinig moeite, maakte me helemaal blij en ik was tevreden dat de zaak eindelijk opschoot. Van juni tot september wachten had immers lang genoeg geduurd!

Net als alle Nederlanders heb ik al m’n hele leven gefietst: beginnend met meerijden met de zomeravondtochten van mijn ouders, daarna fietsen met vriendinnen en met m’n eerste vriendje. Daarop volgde de periode van kamerbewoning, waarbij ik na het werk de ‘nieuwe’ stad en vooral de natuur om de stad heen verkende. Nog weer later reed ik – met twee kinderen verdeeld over de fiets – naar mijn ouders of naar vrienden in de buurt.
Ik kom niet uit een rijk gezin, dus mijn fietsen rammelden vaak nogal of ze waggelden vrolijk met een slag in het wiel over de weg. Kleine kindertjes in fietsstoeltjes zijn ook niet goed voor je fiets – hij wordt er niet echt stabieler van.
En natuurlijk werd er zo nu en dan een fiets gestolen. Dan kocht je voor een prikkie een ander zwabberend barrel, dat onder mijn vaders magische handen weer transformeerde tot een acceptabele fiets.

Toen ik zo’n 15 jaar geleden smartengeld kreeg, kocht ik daarvan een splinternieuwe fiets. Een heerlijke grote, stevige prachtfiets, waarop ik tochten begon te rijden. Mijn fiets werd een vervoermiddel, een ‘toer’-fiets om dagjes mee te fietsen of boodschappen mee te doen. Na een tijdje nam hij volledig de plaats van mijn auto in. De kilometerstand op het tellertje vloog omhoog; ik fietste hele dagen samen met mijn oom, maar ook in mijn eentje naar familieleden, vrienden en kennissen. Ritten van 35 km werden een makkie, ik kon dezelfde afstand ook nog wel terugrijden. Ik hield zielsveel van die fiets! Pal voor het eind van de 3-jarige verzekering werd hij gestolen en al kreeg ik ‘gratis’ een nieuwe, van die fiets kon ik veel minder genieten. Na 3 jaar werd hij voor mijn huisdeur vandaan gejat, net buiten garantietijd. Sinds een jaar of 8 behelp ik me nu met een opeenvolgende serie fietsen die nauwelijks een naam mogen hebben. Verder dan boodschappen doen kwam ik er niet mee. Eentje werd binnen een maand gejat. Het kon mij niet meer schelen; ik kon steeds minder.

Maar met DE fiets in het vooruitzicht maakte ik weer plannen: ik zou weer vrij door de natuur kunnen fietsen, veel kunnen doen van wat ik de afgelopen jaren zo gemist heb.
Maar het duurde en duurde maar, totdat na aanhoudend bellen dan eindelijk de uitslag kwam: ik kreeg de fiets niet. NIET?!? Maar de meneer van de Wmo die bij het proefrijden was, had immers gezegd dat ‘dit mijn fiets werd’, al moest de gemeente de toewijzing nog even goedkeuren …
En die gemeente keurde het niet goed omdat er geen sprake was van een acute situatie. Mijn achteruitgang is chronisch en progressief, maar dat telt niet.

Enfin, het heeft nog een tijd geduurd, want ook mijn bezwaarschrift werd afgewezen. Pas bij de uitnodiging om voor de Bezwaarcommissie een toelichting te geven (wat ik wegens verregaande kiezentrekkerij moest overlaten aan de secretaris van de commissie), bleek dat deze commissie met mij wel wat vragen had over de gang van zaken.

Dankzij die vragen kwam dan eindelijk toch het goede bericht dat ik zelfs een betere fiets zou krijgen dan degene die ik in september ‘gepast’ heb. Ik ben er ongelooflijk blij mee en heb op de enkele droge dag wat korte pleziertochtjes gemaakt, genietend van het gemak waarmee ik mezelf weer kon voortbewegen zonder pijn in knie, heup of schouder. Wat bloeien de bermen mooi, wat snoepen de Icarusblauwtjes nog frivool van de klaverbloemen! Wat is er veel te zien … Het betekent wel telkens afstappen – een macro van een Icarusblauwtje schiet je niet vanaf de fiets.

Ik zal de juiste verhouding tussen fietsen en fietsen-met-camera nog moeten vinden, en die tussen rondtoeren of doelbewust ergens naartoe rijden, maar vooreerst ben ik ontzettend gelukkig dat ik al deze mogelijkheden eindelijk weer kan uitproberen en er mateloos van geniet. Ik fiets weer!