Posts Tagged ‘bloemen’

Articles

Macromeeën

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 5 mei 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Clematis Pixie

Op mijn paar meter ‘grote’ plaatsje moet ik woekeren met ruimte. Daarom benut ik elke centimeter optimaal; planten bloeien staand, hangend en klimmend langs muren en in hoekjes. Aan de muur hangt op giet- en plukhoogte een kruidenboulevard, voor de schutting staat een oud rek vol met van alles wat zich zoal in een jaar zo voordoet. Alles moet om de tuinset heen gegroepeerd worden; je moet tenslotte kunnen zitten, nietwaar? Daar was dat plaatsje in eerste instantie voor bedoeld.

Mijn plantjes scoor ik doorgaans bij Aldi of Lidl, of uitgebloeid voor een prikkie bij ongeacht welke kruidenier of  neringdoende. Vond ik vorig jaar een klein kasje en begon het zaaien buiten, dit jaar staan er binnen tomaten, paprika’s en puntpaprika’s te ontkiemen, samen met lathyrus en blauwe winde. Deze laatste waren vroeger niet uit mijn tuinen weg te denken, maar in de jaren van balkons en stadstuinen zijn ze nog niet weer aan bod gekomen. Omdat de diverse clematissen het zo goed doen in een simpele pot, was het tijd om deze eenjarige schoonheden weer eens toe te voegen. Bovendien staat er sinds twee weken een rozenboog, waarlangs genoemde clematissen, blauwe regen en kamperfoelie groeien. Dit creëert wat ruimte om lathyrus en winde tegen een stukje gaas te laten klimmen. Natuurlijk wel pas nadat ze verspeend zijn en klaar voor de grote buitenwereld!

blauwe winde

Het is een oude liefde: tuinieren en sfeer maken. Dat dat nu op de vierkante centimeter gebeurt, maakt mij niet uit. Elk jaar ziet mijn ‘tuintje’ er anders uit, met wat andere kleuren of andere details, elk jaar geniet ik er volop van. Ik kan fysiek ook steeds meer, het is nu allemaal functioneel en makkelijk bereikbaar. Maar aan de woekerende klimopstruiken van de buurman heb ik mijn handen vol. Ze mogen alleen boven de schutting groeien, niet mijn ruimte innemen, als groenblijvers. En enorme struiken kan ik wegens de ruimte niet kwijt, dus staan planten als vlinderstruik in een pot, dan kunnen ze niet te groot worden. Daarnaast hangen er prulletjes, vogelhuisjes en andere onzindingetjes, die voor de broodnodige sfeer zorgen. Dat hoort ook bij mij.

Kleine dingen vragen om macrofotografie, dus ik loop na verzorging van mijn planten door mijn tuintje met een macroklem op de camera en probeer van de kleinste dingen de details te vangen. Macromeeën noem ik dit plezier. Het is een heerlijke hobby, die ik in het veld ook vaak uitoefen, maar die in dit minituintje extra veel voldoening geeft op dagen dat ik er niet op uit kan of wil. Dan macromee ik lekker achter en geniet van alles wat het blote oog niet goed kan onderscheiden.

Anjermot

Zo kun je op vele manieren gelukkig worden van alles wat er in zo’n mini-stadstuintje te beleven valt – naast dat je er heerlijk in de zon (of in de schaduw) kunt zitten, kunt eten en zelfs kunt bbq’en – met verse kruiden van de kruidenboulevard en omringd door heerlijke geuren van de bloemen. Het enige wat hier niet veel rondvliegt, zijn vlinders en vogels. Dat moet ook niet; mijn katten houden van vers vlees en van proteïnehapjes. Zo zit Kleinie ’s zomers trouw bij de klimop te wachten tot er een nachtvlinder of een libel langskomt, die vervolgens razendsnel met een poot naar binnen gehengeld wordt. Vogels en muisjes worden door Toekie verschalkt. Gelukkig hebben Iffix en Miss Muis een iets minder goed ontwikkeld instinct, anders bleef er helemaal niets over. Al mogen ze van mij best wat boktorren vangen (die de klimbomen opvreten), of de anjermotten die mijn Marjolein soldaat maken.

Het is weer voorjaar, mijn bakken met planten zijn allemaal weer omgewoeld en voorzien van mest, alles is weer gesnoeid en de ‘tuin’ begint uit alle macht te bloeien. Weliswaar op macromee-niveau, maar mijn kattenkwartet en ik genieten uitbundig, op elk niveau en van alles wat zich in mijn paradijsje voordoet. Voor de voortuin heb ik al jaren een beplantingsplan klaar, daar gaan de tegels weg en mogen planten in de volle grond. Daar mogen vogels en vlinders juist wél komen, omdat alleen Miss Muis daar komt. Maar dat  is nog toekomstmuziek, vooralsnog is het een saaie betegelde postzegel. Achter daarentegen ziet het er weer fris, groeizaam en vooral gezellig uit. En daar word ik blij van!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Tiebel-intermezzo

In Fotografie,Natuur on 15 februari 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

Close-up van de mini-irisjes

Na een paar drukke weken met veel gereis en veel opruimwerk in huis, heb ik de afgelopen week weer eens ouderwets blikken door het oculair van mijn camera geworpen om weer eens als vanouds te ‘tiebelen’. (Tiebelen is Drents en betekent zoveel als priegelen.) Het werkt ontspannend!

Mijn ‘gewone’ camera wordt meer en meer gebruikt voor macro’s en allerlei ander fotowerk, maar met de spiegelreflexcamera, die voorzien van een telelens en daarop een macro-klem, op statief gezet wordt, probeer ik details te vangen die je via een gewone macrostand niet ziet. De scherpte-diepte wordt smal, dus je moet goed bedenken waar je de focus op wilt leggen.

De grote camera staat klaar voor de 'micro-macro-opnamen'

Zo wordt een mini-irisje tot iets abstracts met alleen wat detailopnames. Natuurlijk heb ik ook weer lekker met een minuscuul druppeltje gepriegeld en dat met eindeloos geduld op de juiste plaats gemanoeuvreerd voor een optimaal effect.

Het resultaat:

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Kinderspel

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 20 oktober 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Dit stuk is geschreven voor de najaarseditie van Flinterwille, het ledenblad van Vlinderwerkgroep Friesland. Namen en plaatsen zijn verwijderd, sommige zinnen wat gewijzigd, maar verder integraal geplaatst.
Een deel is eerder aan de orde geweest in de blog
Kicken en Clicken.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vlinders zijn altijd aantrekkelijk, maar dat moet je wel leren zien. Hoewel ik vroeger wel foto’s van doorsnee-vlinders maakte, keek ik er tegelijkertijd een beetje op neer. Iedereen in mijn fotogroep postte een gehakkelde aurelia, hoe origineel was dat nou? Tegelijkertijd dacht ik dat ‘echte’ vlinderaars à la Erik (van Godfried Bomans) met een netje over de heide huppelden. Maar of zulke mensen en kinderen nog bestonden, dat wist ik niet. Ik had ze tenminste nog nooit gezien, ondanks mijn vele natuurtochten.

Tijdens mijn zomer op Ameland ging ik pas echt goed naar vlinders kijken. We reisden het hele eiland af, eigenlijk speurend naar vogels. Natuurlijk zagen we daarbij ook vlinders en we raakten allebei geïntrigeerd door de zilveren maan die op de Amelander bus prijkt. We dachten die in grote getale gezien te hebben, maar determinatie via Vlindernet leerde ons dat het om de duinparelmoervlinder ging. Hoe dan ook: een liefde was geboren: wij zochten overal en vonden veel – behalve de zilveren maan … Die werd voor mij een ‘must’!

Het jaar daarop was ik weer solo en na een langdurig warm familiebezoek aan Indonesië viel ik in het spreekwoordelijke gat. Ik kwam terug tijdens de natte, koude zomer van 2011 – een kille zomer, praktisch zonder vlinders. Totdat ik op die zwoele septemberavond naar Buitenpost reisde en deelnam aan de Nationale Nachtvlinder-Nacht en daar kennismaakte met leden van de Vlinderwerkgroep. Naast de verbazing over de pracht van de nachtvlinders, was ik nog meer verbaasd over de kennis van de jongen die mij bijlichtte voor de foto’s en mij daarbij informeerde over de desbetreffende vlinder. Kinderen die zeiden dat het wel een beetje dom was dat ik geen zaklamp had, want hoe kon je anders vlinders vinden in het donker??
Ik heb genoten die avond, niet in de laatste plaats door dat eerlijke jongetje, dat zoveel geduld had met een domme nieuwkomer van 55. Maar ook van de saamhorigheid die in de groep heerste, van de fotogenieke walstropijlstaart die vanuit Frankrijk was meegebracht en van de medefotografen die met hetzelfde doel als ik de vlinders op hun mooist probeerden te fotograferen. Die avond heb ik me meteen aangemeld als lid van de Vlinderwerkgroep en daarmee hoorde ik weer ergens bij en hoefde ik niet meer alleen op pad.

In het voorjaarskrantje stonden de geplande excursies vermeld. Het leek mij een goed idee mij daarvoor aan te melden, maar dat had heel wat voeten in de aarde: beperkt qua vervoer en door kwaaltjes niet altijd even mobiel was het lastig om de verzamelplaats te bereiken. Ik dacht ook nog niet als een vlinderaar: het kwam niet bij me op om de aardbeivlinder even op te zoeken en te bekijken hoe interessant die is. Ik maakte me zo druk over vervoer en het slechte weer dat ik die excursie aan me voorbij liet gaan.
Achteraf zag ik toevallig dat er wel degelijk aardbeivlinders gezien waren en ik besloot me voortaan nergens meer van te laten weerhouden: ik wilde mee op excursie.

Mijn eerste excursie was op een koele zaterdagmiddag, waarbij een waterig zonnetje doorbrak. Ik werd bij een station opgepikt en was er helemaal klaar voor. Dacht ik … Ik had dan wel een zaklantaarn gekocht, maar natuurlijk was ik niet voorbereid op het gebied dat men beter de Nattige Meente had kunnen noemen – mijn nieuwe schoenen werden diverse keren in bruinig modderwater ge- en herdoopt en nog weken nadien jeukten de bulten van de dazen die zich een weg in mijn lange broek hadden gevlogen. Ik droeg geen sokken … stom, stom, stom. Het zware lopen door het zompige terrein en mijn angst voor kikkers maakte het me niet makkelijk en hoewel er mensen met schepnetten liepen, deed niets mij aan de Erik van Bomans denken. Niks huppelen, ploeteren!

Langzaamaan begon ik wat mensen te leren kennen, waarbij de senior van de groep die op eerbiedwaardige leeftijd voortploegde, onderwijl Latijnse namen noemend bij een bladstipje of een plantje aanwijzend, diepe indruk maakte. Maar ik vond de brede kennis van alle groepsleden indrukwekkend: men wist zóveel over zóveel verschillende zaken! De een was van de planten, de ander van de poppen, een derde kende alle libellen en een vierde kende het gebied als zijn broekzak. Daartussendoor liepen kinderen, zoekend naar alles wat vleugels heeft. Wat me opnieuw het allermeest trof, was de behulpzaamheid: niet alleen de kennis werd met plezier gedeeld, ook vlinders werden met liefde aangewezen en er werd ruimte gemaakt voor ieders camera; niemand hoefde een primeur.

En toen zag iemand de zilveren maan … Ik was er stil van (helaas is dat nooit te merken): daar zat hij of zij, helemaal alleen in dat uitgestrekte gebied, in een zonnestraaltje. Ik ben zelden zo gelukkig geweest als op dat moment, en toen ik nota bene die ene stip die de zilveren maan kenmerkt, aan iemand wist aan te wijzen, kon ik mijn geluk helemaal niet meer op. Ik wist ook iets! Maar er kwam nog meer moois: de vondst van een grote vuurvlindervrouw. Wow, dat was een ongelooflijk moment! Ik heb er de blog ‘Kicken en clicken’ over geschreven. Mijn camera maakte overuren en ik voelde me diep gelukkig dat ik dat moois had mogen aanschouwen.

Op zeker moment ben ik teruggegaan, net voordat er ook nog een mannetje ontdekt werd. Enerzijds was ik kwaad op mezelf, anderzijds wist ik dat ik allang over alle fysieke grenzen was gegaan en echt niet verder kon. Terug bij de verzamelplaats was ik kapot maar zo intens blij; dat gevoel dat ik zo gemist had, was terug. Dankzij de bijzondere vlinders maar zeker ook dankzij de leden van de Vlinderwerkgroep!
Na nog een gezellig en calorierijk samenzijn werd ik naar huis gebracht met afspraken over waar ik over twee weken opgepikt zou worden. Een paar dagen later werd ik gebeld en ging mee naar ‘een’ heide achter Drachten, waarbij ik eindelijk als een vlinderaar begon te denken: ik was op last van mijn gastvrouw goed beschermd met sokken over de broekspijpen en had me ingesmeerd met muggenspray. Ik bleek bovendien evenveel te zien als zij, waardoor ik probleemloos mee kon tellen. Wederom een mooie en rijke ervaring, waaruit een leuke vriendschap ontstond.

Twee weken later was er de excursie op een grote heide en daar had ik wél het gevoel van een huppelende Erik die met zijn netje vlinders vangt: daar werd ook met het net gewerkt, en met potjes om de vlinders goed te kunnen laten zien. Ik heb de komma op de kommavlinder door de mazen van het net gezien, maar op mijn foto heeft het net de overhand. Dat is niet erg; ik heb daar zóveel moois gezien! Het gebied was prachtig, het weer was goed, er was een grote variëteit aan begroeiing en ook aan vlinders en er was weer die saamhorigheid die me zo aanspreekt. Al raakte ik op zeker moment iedereen kwijt en moest ik me een weg banen door brandnetels en plassen met mijn te zware bergschoenen, ik bleef genieten.

Al in het begin zag ik een bruine vuurvlinder, die ik pas later herkende – toen ik me met iemand anders in duizend bochten wrong om een ander exemplaar op de foto te krijgen. Ook een parend paart heideblauwtjes liet zich moeilijk schieten; er waaide een vaag soort wind vlak boven de grond, waardoor de foto’s snel onscherp werden. Maar het is uiteindelijk meestal wel gelukt: een eikenpage, bruine vuurvlinders, kommavlinders, een kaneeldingetje in een potje en een bibberige zuringspanner.
Als bonus was de omgeving ook erg boeiend: op het laatste stuk, net voorbij het water (waar ook een interessant verhaal aan vastzat), pronkte klokjesgentiaan in lange blauwe rijen over het pad en even verderop stond een pluk gele cantharellen te lonken.
’s Avonds, wederom na de gezellige vette hap en samen wachtend op het weer, prijkten roodgloeiende pollen mos tussen gouden gras, onder een prachtige zonsondergang.

Ook tijdens deze excursie verbaasde ik me over de enorme kennis die er is en kwam ik langzaam maar zeker achter ieders diverse vaardigheden. Het leukst bleef ik de twee jongens vinden die behendig macro’s en micro’s in potjes vingen – zij hadden geen net nodig. Aan hen is dit verhaal opgedragen. Deze kinderen mogen dan wel fantastisch en met een aanstekelijk enthousiasme kunnen vlinderen, het vlinderen zoals ik dat nu gezien heb en dat zij ook lieten zien, is absoluut geen kinderspel! Verre van dat: het is kennis van de natuur en van de vlinders, de habitat, de rupsen, de poppen, alles. Een leeftijdsloze kennis, waardoor leden van 9 en van 90 evenveel plezier beleven.

Dank jullie wel, jongens, en dank jullie wel, vlinderaars van de Vlinderwerkgroep, dat jullie iemand zo opnemen in de groep en dat iedereen goed kan en mag zijn in wat hij ‘toevallig’ kan. Ik kijk uit naar de najaarsbijeenkomst en vooral naar volgend seizoen, want al heb ik enkel een guppenschepnet, ik spaar al wel potjes voor de komende excursies en heb notitieboekjes om te noteren wat ik zie en ga zien. Misschien ben ik een vlinderaar in wording, maar het is nog maar kinderspel. Het echte werk moet ik nog verder van en met jullie leren.

Articles

Fiets

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Politiek,Qualen,Vlinders & nachtvlinders on 12 augustus 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Na ruim een kwartaal niet geblogd te hebben, wordt het de hoogste tijd mijn schrijfsels weer op te pakken.
Dat komt goed uit: er is een actueel onderwerp en het staat in de gang.
Ik heb een heel traject af moeten leggen voordat ik eindelijk een fiets met trapondersteuning kreeg. Maar sinds bijna een maand is hij er: de fiets waar ik een jaar om gestreden heb omdat de Wmo c.q. gemeente en ik van mening verschilden over de criteria. Maar nu staat hij dan toch fier in de gang, met ‘al’ 31 km. op de teller. Mijn fiets, een mooi en stevig stalen ros waarmee ik weer goed uit de voeten kan. Met de luxe van 7 versnellingen en 3 standen voor de trapondersteuning, met een klein afneembaar computertje met daarin alle snufjes. Ik hoef de fiets alleen maar op te laden, verder niets!

Het wachten duurde lang, erg lang. Eerst bleef de aanvraag ergens liggen, waardoor ik pas in september mocht ‘proeffietsen’. Dat ging lekker: mijn knie protesteerde niet, werd niet dik en deed nauwelijks pijn toen ik een paar rondjes reed. Oké, dan werd dit mijn fiets, zei de Wmo-consulent. Zomaar kunnen fietsen, met weinig moeite, maakte me helemaal blij en ik was tevreden dat de zaak eindelijk opschoot. Van juni tot september wachten had immers lang genoeg geduurd!

Net als alle Nederlanders heb ik al m’n hele leven gefietst: beginnend met meerijden met de zomeravondtochten van mijn ouders, daarna fietsen met vriendinnen en met m’n eerste vriendje. Daarop volgde de periode van kamerbewoning, waarbij ik na het werk de ‘nieuwe’ stad en vooral de natuur om de stad heen verkende. Nog weer later reed ik – met twee kinderen verdeeld over de fiets – naar mijn ouders of naar vrienden in de buurt.
Ik kom niet uit een rijk gezin, dus mijn fietsen rammelden vaak nogal of ze waggelden vrolijk met een slag in het wiel over de weg. Kleine kindertjes in fietsstoeltjes zijn ook niet goed voor je fiets – hij wordt er niet echt stabieler van.
En natuurlijk werd er zo nu en dan een fiets gestolen. Dan kocht je voor een prikkie een ander zwabberend barrel, dat onder mijn vaders magische handen weer transformeerde tot een acceptabele fiets.

Toen ik zo’n 15 jaar geleden smartengeld kreeg, kocht ik daarvan een splinternieuwe fiets. Een heerlijke grote, stevige prachtfiets, waarop ik tochten begon te rijden. Mijn fiets werd een vervoermiddel, een ‘toer’-fiets om dagjes mee te fietsen of boodschappen mee te doen. Na een tijdje nam hij volledig de plaats van mijn auto in. De kilometerstand op het tellertje vloog omhoog; ik fietste hele dagen samen met mijn oom, maar ook in mijn eentje naar familieleden, vrienden en kennissen. Ritten van 35 km werden een makkie, ik kon dezelfde afstand ook nog wel terugrijden. Ik hield zielsveel van die fiets! Pal voor het eind van de 3-jarige verzekering werd hij gestolen en al kreeg ik ‘gratis’ een nieuwe, van die fiets kon ik veel minder genieten. Na 3 jaar werd hij voor mijn huisdeur vandaan gejat, net buiten garantietijd. Sinds een jaar of 8 behelp ik me nu met een opeenvolgende serie fietsen die nauwelijks een naam mogen hebben. Verder dan boodschappen doen kwam ik er niet mee. Eentje werd binnen een maand gejat. Het kon mij niet meer schelen; ik kon steeds minder.

Maar met DE fiets in het vooruitzicht maakte ik weer plannen: ik zou weer vrij door de natuur kunnen fietsen, veel kunnen doen van wat ik de afgelopen jaren zo gemist heb.
Maar het duurde en duurde maar, totdat na aanhoudend bellen dan eindelijk de uitslag kwam: ik kreeg de fiets niet. NIET?!? Maar de meneer van de Wmo die bij het proefrijden was, had immers gezegd dat ‘dit mijn fiets werd’, al moest de gemeente de toewijzing nog even goedkeuren …
En die gemeente keurde het niet goed omdat er geen sprake was van een acute situatie. Mijn achteruitgang is chronisch en progressief, maar dat telt niet.

Enfin, het heeft nog een tijd geduurd, want ook mijn bezwaarschrift werd afgewezen. Pas bij de uitnodiging om voor de Bezwaarcommissie een toelichting te geven (wat ik wegens verregaande kiezentrekkerij moest overlaten aan de secretaris van de commissie), bleek dat deze commissie met mij wel wat vragen had over de gang van zaken.

Dankzij die vragen kwam dan eindelijk toch het goede bericht dat ik zelfs een betere fiets zou krijgen dan degene die ik in september ‘gepast’ heb. Ik ben er ongelooflijk blij mee en heb op de enkele droge dag wat korte pleziertochtjes gemaakt, genietend van het gemak waarmee ik mezelf weer kon voortbewegen zonder pijn in knie, heup of schouder. Wat bloeien de bermen mooi, wat snoepen de Icarusblauwtjes nog frivool van de klaverbloemen! Wat is er veel te zien … Het betekent wel telkens afstappen – een macro van een Icarusblauwtje schiet je niet vanaf de fiets.

Ik zal de juiste verhouding tussen fietsen en fietsen-met-camera nog moeten vinden, en die tussen rondtoeren of doelbewust ergens naartoe rijden, maar vooreerst ben ik ontzettend gelukkig dat ik al deze mogelijkheden eindelijk weer kan uitproberen en er mateloos van geniet. Ik fiets weer!