Posts Tagged ‘ALS’

Articles

Memoriam

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 12 juli 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , ,

Lieve pap, we herdenken wat af deze dagen. Binnen een tijdsbestek van twee weken kreeg je jouw steen, werd de unit verwijderd en zou je jarig zijn geweest. Over een paar dagen is het een half jaar geleden dat jij stierf. Het gaat zo snel en toch ook weer niet.
Ik mis je, pap. Je humor, je grinnikjes, je rake woorden.
Je ziekte mis ik niet. Ik ben blij dat die over is, dat je verlost bent, en ik gun je je rust.

Je bent bijna altijd in mijn gedachten, op een rustige manier. Ik denk dat je mijn vriend hebt gezien, dat je zag hoe hij gisteren de lavendelplanten ingroef bij je steen. Dat je weet dat hij goed voor me is, dat ik rustiger en blijer ben geworden sinds ik hem ken. Dat hij goed is voor mam, alles voor haar wil doen. Dat we, ironisch genoeg, binnenkort vanaf het schiereiland Als op zeilvakantie gaan … Als: hoe verzin je het!

Ik hoop dat je ook ziet hoe mijn relatie met mam veranderd is, hoe fijn het is dat we op een veel warmere manier met elkaar omgaan. Ik heb spijt dat ik tijdens jouw ziekzijn niet zag hoe zwaar het allemaal voor haar was. Nu zie ik het wel en ik ben trots op haar, ook om hoe goed ze alles doet, hoe ze wat van haar leven maakt, ondanks dat ze jou daarin mist.
Ik ben je dankbaar dat je bij haar blijft, dat je haar liet weten dat ze naar de dokter moest gaan – dat had ze van ons vast niet aangenomen.

Zelf heb ik genoeg aan je foto naast de tv. Je weet vast wel hoe vaak ik even met je praat, hoe vaak ik me iets herinner en hoeveel houvast die foto – die jou in al je kracht weergeeft – me biedt.

Je steen is mooi, maar het deed zeer om je naam er in gebeiteld te zien staan. Toch verdien je dit monument, het doet je recht. Daarom kom ik er graag, prutsen we even met de bloemen en zorgen dat je graf er mooi bij ligt. En elke keer opnieuw maak ik een foto. Alsof ik je telkens even vast wil leggen, zoals ik dat ook deed toen je ziek was. Of ik doe gewoon mijn ‘Japanner-ding’ en maak een foto omdat ik dat nu eenmaal altijd doe šŸ™‚

Gisteren had je jarig zullen zijn. Die 83e, waar je ondanks alles voor ging, maar waar je de kracht niet meer voor had. De helft van dat jaar heb je nog gered.
Het was een rare dag: we vierden voor het eerst je verjaardag niet.Ā We hebben niet gebarbecued, geen speklap gegeten en geen gebak. We waren wel bij mam. Zij concentreerde zich op de tuin – het verwijderen van de unit geeft een enorme ruimte. Alles van jouw ziekte is weg, maar alles ligt nog braak, als een open wond. Het is confronterend. Toch is het ook een uitgelezen moment voor wederopbouw, ondanks al die gedenkdagen. Je zou het zelf ook gewaardeerd hebben, denk ik; je hield niet van blijven hangen in ellende. Dus waren we gisteren bezig met tegels uitzoeken en tellen hoeveel er nodig zijn, zodat mam het gat kan laten dichten en weer een tuintje kan creĆ«ren. Jij weet hoe belangrijk dat voor haar is.

Jij hebt een steen verlegd in een rivier op aarde.

Hoe praktisch je ook bezig bent, de emoties rondom jouw verjaardag, rondom jouw sterven, de herinneringen aan al die verjaardagen, die blijven. Het gemis blijft, juist omdat je zo’n bijzondere, sterke man was. Een man die het verdient om herinnerd en geĆ«erd te worden. Je was in veler gedachten gisteren en bent dat altijd. In liefde herdacht, pap. X

Articles

Troostvogel

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 11 februari 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Op 18 januari overleed mijn vader.
De maand januari ging voorbij met het stukje bij beetje sterven van deze sterke, dappere man, die zich niet liet kisten door ALS. Nooit noemde hij dat een ziekte – hij had een vervelende kwaal, zei hij. Maar ziek was hij niet. Bijna 6 jaar leed hij aan ALS. Een lange tijd waarin hij altijd bleef zoeken naar mogelijkheden om langer zelfstandig te blijven. Op het laatst had hij daar geen zin meer in, werd hij moe van de terugkerende blaasontstekingen, van de sondevoeding die hem het plezier van eten ontnam, van de effecten die deze ‘kwaal’ allemaal met zich meebracht.

Hij kon tot het laatst toe praten en eten, twee van zijn grootste pleziertjes. Tot de dag voordat hij ziek werd, genoot hij van zijn borreltje dat hij ’s avonds met een rietje naar binnen slurpte. Het werd steeds meer gedoe: rolstoel rechterop, borrel met rietje voorhouden, borrelglaasje weer wegzetten, stoel weer terug. En dat bij elk glas water, elke kop koffie, elke hap eten …
Daarnaast moesten zijn vlerken – zoals hij zijn werkeloze armen en handen noemde – vaak verlegd worden en schoof zijn voet regelmatig van de steun af omdat hij pijn in zijn been had. Zijn neus ging lopen, dus wij moesten punten aan zakdoeken draaien en de neus schoon peuteren. Hij werd gevoerd en met de tillift naar het toilet gebracht, maar dat onderging hij allemaal met humor. Alleen mijn moeder kreeg zijn moppers mee als hij nog moest wennen aan een nieuwe situatie, aan verdere achteruitgang.

Het verwerken deed hij ’s nachts en hij praatte er pas met ons over als hij alles weer op een rij had. Vorig jaar opperde mijn broer dat we wellicht bij toerbeurt wekelijks een nacht bij hem konden doorbrengen om mijn moeder te ontlasten. Vanaf de zomer ben ik mee gaan draaien en die nachten waren intens maar dierbaar. De gesprekken in het donker heb ik als verrijkend ervaren. De nacht vlak voor zijn verjaardag en de nacht van mijn eigen verjaardag waren het bijzonderst. Dat je nog als een kind jarig mag worden naast je vader, die je nadat de zuster hem ingestopt en verzorgd heeft, feliciteert, is iets moois om voor altijd op terug te kijken.

De laatste keer dat ik bij hem sliep, was het jaar bijna voorbij en hij was moe. In november genoot hij nog van de merel op het schuurdak, die hem na een zware nacht ’s ochtends toch weer plezier in het leven gaf. Hij voerde hele gesprekken met de merel, die met een scheef kopje naar hem keek. Het was ontroerend te horen hoe hij zich troostte met die vogel, nog rijkdom en kwaliteit uit zijn leven haalde door deze gesprekjes. De merel blijft daardoor voor mij zijn troostvogel, al zag hij hem in december niet meer. Toen was zijn blik al meer naar binnen gericht. Hij zat zijn tijd uit … Altijd nog met een onverwachte grap, altijd met humor en nooit klagend, maar hij was het wel zat. Van hem mocht het boek dicht.

Hoewel we er al lang op voorbereid waren, schrok ik toch toen we begin januari hoorden dat hij een longontsteking had. ’s Avonds was de ontsteking verergerd en toen de volgende ochtend vroeg de telefoon ging met de mededeling dat we beter konden komen, was ik op slag wakker. Onderweg gaf de zonsopgang een prachtig kleurende lucht. Ik dacht dat de hemel al versierd werd voor pap, dat hij daar onbezorgd naartoe mocht vliegen, terwijl zijn troostvogel hem zou begeleiden.
Dat liep anders: net als zijn ALS verliep zijn sterven ook traag. We hadden een prachtig afscheid met woorden die voor altijd in onze ziel gegrift staan, een geschenk waar je de rest van je leven mee verder kunt.

Daarna begon het wachten. We bereidden zaken voor, bespraken dingen en waren veel in het ouderlijk huis. Het is lastig, zo op elkaars lip met ieder de eigen emoties, met onvoldoende slaap en rust. Mijn moeder vond het fijn als er iemand boven sliep, zodat zij weer kon wennen aan haar slaapkamer, dus mijn schoonzus en ik wisselden elkaar af terwijl de broers om beurten bij pap in de unit bleven. Mijn zus was er elke dag. We vlogen heen en weer, ik had een ‘vluchtkoffertje’ klaarstaan om zo nodig meteen weer terug te kunnen gaan. Tijd of ruimte om te huilen had ik niet. Bovendien waren we blij dat zijn lijden (bijna) over was, dat hij rust had.

In de vroege ochtend van 18 januari was het klaar en had pap zijn reis naar gene zijde voltooid. Naast opluchting kwam verdriet; nu was het grote ‘nooit meer’ aangebroken. Het hielp mij erg dat ik mocht helpen hem op te baren en netjes te maken – iets waar hij altijd op stond en wat hij ook nu belangrijk had gevonden. Het was een vreemde dag met opnieuw alle kinderen en kleinkinderen aanwezig. Hij zou het mooi gevonden hebben. Zijn merel kwam nog even brood van de schuur halen en zat met het kopje scheef even te kijken.

De 22e was de dag dat we afscheid namen van zijn lichaam. Dat dappere lichaam, dat zo lang gestreden had en dat zo’n sterke ziel had gehuisvest. De kist was zoals hij die gekozen had, zoals hij ook de rouwkaart had gekozen. We hadden een mooie ‘dankdienst voor zijn leven’, waarin warme en goede woorden werden gesproken, waar hij in de open kist bij stond. Daarna brachten we hem naar de begraafplaats, waar we afscheid namen van zijn lichaam, van mijn vader, van pap. Alles wat iedereen doormaakt die een dierbare verliest, maakten we door. Maar het was anders; dit was mijn vader, dat raakt me in mijn kern. Een heel leven vol herinneringen is aan me voorbijgetrokken in die maand van afscheiden.

Weer thuis zat er een merel op mijn schuurdak. Dit, terwijl vogels het niet goed aandurven om in de buurt te komen vanwege mijn katten. De troostvogel kwam even langs en ik meende pap even van gene zijde te voelen.
Rust zacht, lieve dappere Stam-vader, dank je voor de liefde en warmte die je gaf. Maar bovenal voor je moed en je wijze lessen. We hoeven niet ‘verder met jouw strijd’, wij hoeven niet mee te doen aan een ALS-campagne, jij vond die veel te confronterend en onnodig. Ik koester een schat aan herinneringen en bovenal jouw troostvogel: de merel.

Troostvogel

De troostvogel is de titel van een gedicht van drs. P

Articles

Sound of Silence

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Qualen,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 24 augustus 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Soms heb ik zoveel ideeƫn voor een blog dat ik uit die kluwen niet de juiste woorden kan kiezen.
Er zijn weliswaar veel onderwerpen die het waard zijn om over te schrijven, maar waarover moet het nu dan gaan? Iedere dag wordt mijn weblog bezocht en heel vaak zoekt men op ‘misofonie’ (extreme overgevoeligheid voor geluiden). Ondanks dat ik daar momenteel weer fors last van heb, ga ik er nu niet over schrijven – ik lijk onderhand wel DE expert op dit gebied, maar dat ben ik natuurlijk helemaal niet … Dokter Arjen Schrƶder, die trials in het AMC uitvoert, kan er vast veel meer over vertellen dan ik!

Ik zou over ALS kunnen schrijven, die genadeloze ziekte die ook mijn vader gevangen houdt en waarvoor mijn neefje Jordi op 9 september a.s. gaat zwemmen. Pa’s 80e verjaardag leverde een prachtig sponsorbedrag op, maar ook veel mensen die mijn vader en/of mijn neefje kennen, hebben gul gedoneerd. Stichting ALS heeft heel veel geld nodig; er is nog geen medicijn en er is nog enorm veel research nodig. Maar als ik dan bedenk hoe sterk en dapper mijn vader blijft, hoe hij omgaat met deze ziekte, dan lijkt erover schrijven des te ingewikkelder. Dan schrijf ik niet over ALS, maar over de gevoelens die dat bij mij en wellicht bij anderen oproept en gevoelens deel ik hier liever niet.

De grote stille heide

Niet over emoties willen schrijven, betekent ook dat ik niet beschrijf wat een depressie met je kan doen, hoezeer je leven erdoor bepaald kan worden en hoe hard je soms moet vechten om wat positieve dingen te blijven zien. Iets positiefs is dan als zoeken naar een speld in een hooiberg – zo’n dag kan maar beter gewoon voorbij zijn. Het kost bergen energie en het is bovendien ontzettend dubbel omdat je enerzijds bij je vader en anderen ongeneeslijke ziektes verwoestend werk ziet doen, terwijl jij vecht tegen gevoelens van overbodigheid. Depressies zijn ook veel te persoonlijk, je kunt het niet beschrijven zonder het over privĆ©zaken te hebben – ook van anderen … Dus ook dat onderwerp valt af.

Ik heb nog wel meer kwaaltjes ‘op voorraad’, maar wie wil er weten hoe ik met mijn diabetes omga, met die klierende kwaal die altijd maar kort onder controle blijft om daarna wĆ©Ć©r in hypers over te gaan? Wie interesseert het of ik me aan mijn dieet houd, hoe ik ernaar leef, wat ik ervoor doe en laat en hoeveel pillen ik er onderhand voor slik? Dat is toch niet interessant? Of moet ik over de toenemende zenuwpijn schrijven, de ‘zware jongens’ die dit nog enigszins in toom kunnen houden, maar die een hele hoop vervelende bijwerkingen hebben? Zenuwpijn die bij oude ongelukken hoort, of bij diabetes en waar verder niets aan te doen is? Ook daar zit de wereld niet op te wachten … Het moet wĆ©l interessant zijn, is mijn criterium.

Kommavlinder

Natuurlijk kan ik een stukje schrijven over weer een excursie van onze vlinderwerkgroep, ditmaal op de heide, waar je helemaal blij wordt als je de zeldzame kommavlinder hebt gevonden en zelfs ook een bruine vuurvlinder! Daarbij cantharellen, prachtig rood mos en veel meer bijzonders. Maar mij is gevraagd een stukje te schrijven voor het krantje van de werkgroep, waarvoor ik de woorden wil bewaren. Bovendien is het seizoen bijna afgelopen en word je momenteel overvoerd met foto’s van vlinders – ’s winters zijn ze wellicht interessanter en je voorkomt meteen ook dat iedereen op de hei gaat zoeken en de boel daarbij vertrapt.

Later kan ik ook wel schrijven over een vogel-uitstapje met een vlindermaatje naar Ezumazijl, waar wel honderd kluten op een kluit stonden, toen een invasie van andere vogels zich bij hen voegde, druk foeragerend voor de trek. De vriendin dacht kemphanen te zien door de telescoop; ik heb nog nooit kemphanen gezien en werd dus niet gehinderd door enige kennis. De verrekijker bleek voor mij te zwaar om vast te houden, maar ik genoot van het spectaculaire uitzicht via de telescoop. Honderden of duizenden vogels, op een rij achter de kluten. Toch kan ik de vogels gemakkelijker determineren aan de hand van de gemaakte foto’s en zo bleek een in mijn radius foeragerende kemphaan geen kemphaan maar een grutto te zijn … Vermoedelijk waren het allemaal gruttos – Limosa limosa tot de derde macht of zo. Boeiend, maar daarover schrijf ik na een volgend uitje naar Lauwersoog.

Het is te druk met thema’s in mijn hoofd en emotie en ratio laten zich onvoldoende goed scheiden. Ik heb geen woorden en hoef geen geluid – alleen de stilte, de rust die ik even zo nodig heb. Daarom komt er vandaag geen blog.
Ezumazijl

Sound of Silence is de best passende tekst bij dit blog dat ik niet schrijf, niet heb geschreven.

Articles

ALS je ALS hebt …

In Persoonlijks,Qualen on 28 november 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , ,

“Ik ben inmiddels overleden”, schreeuwen de levensgrote doodsportretten vanaf de billboards. Onderaan de foto is een uitsparing waarin te lezen is waar het om gaat: “vecht mee tegen ALS”. Bij de informatie over de campagne staat dat deze patiĆ«nten aan het woord zijn gelaten over hun gevecht tegen de dodelijke spierziekte Amyotrofische Lateraal Sclerose, kortweg A.L.S., nog korter ALS.

Als je ALS krijgt, is je doodvonnis getekend: je hebt 3, hooguit 4 jaar en dan is het over. Tijdens die jaren takel je af: je willekeurige spieren verdwijnen en je kunt steeds minder. Je denkvermogen wordt niet aangetast en je onwillekeurige spieren ook niet. Je weet dus dat je naar het toilet moet, maar ernaartoe gaan is een ander verhaal. Je kunt ook met je ogen blijven knipperen om dingen duidelijk te maken.
Je kunt blijven knipogen tot je over-lijdt.

Hoe confronterend wil je een campagne maken om daarmee meer bekendheid aan deze afschuwelijke ziekte te geven? Om geld in te zamelen voor research, voor hulp aan patiƫnten en voor voorlichting?
De overledenen van de billboards vechten niet meer mee – het enige dat zij vertellen, is dat ALS tot hun dood leidde. Moeten wij dat weten? Moeten wij dat op elk station en in de abri’s tegenkomen? Staat iemand die deze ziekte niet kent, Ć¼berhaupt stil bij welk billboard dan ook, confronterend of niet?

Ik vind ze afgrijselijk, ik haat ze vanuit het diepst van mijn ziel. Laat de andere kant zien, denk ik, de kant waarvoor je diep respect kunt hebben! Dat ALS dodelijk is, weet elke patiƫnt, maar moet je dan levend al dood zijn? Voor mij is het meer dan een portret: mijn vader heeft ALS. Ik wil niet lezen dat hij inmiddels overleden is, dat is hij helemaal niet! Hij mag dan hulpbehoevender worden, maar zijn spirit is springlevend.

Eind 2008 kreeg hij klachten en begin juli 2009 werd het vonnis geveld: ALS. Dat betekent dat het proces nu 3 jaar bezig is en dat hij dus ook op zo’n billboard zou kunnen staan. Niets is minder waar: onze sterke, dappere vader vecht zelf voor onafhankelijkheid die hij nog heeft. Telkens weer vindt hij dingen uit die hem zo zelfstandig mogelijk houden. Al wordt hij omringd door de jonge meiskes die het dagelijkse ritueel van douchen, scheren, tanden poetsen en aankleden uitvoeren en die ’s avonds weer om hem heen dartelen om hem in zijn pyjama te helpen, verder wil hij nog niet gaan.
Wij mogen zijn eten fijnsnijden, maar hij eet zelf, met behulp van zijn bionische armsteun aan de tripplestoel. Samen met mijn moeder laat hij de hond uit: hij in de elektrische rolstoel, pantoffels in de voetenzak en hoppa, plankgas šŸ™‚

Hij heeft een oude telefoonstandaard die men vroeger op kantoor had, met een uittrekbare zwenkarm en twee vakjes: voor de hoorn en voor pennen etc. In die vakjes liggen nu de telefoon en de afstandbediening van de tv. De plek waar de telefoon stond, is zijn koffietafel: hij kan hij ook alleen thuis zijn koffie drinken en apparaten bedienen. Hij bedenkt en overlegt, anderen maken. Voor elk probleem bedenkt hij iets. Samen met de ergotherapeut wordt het probleem besproken, waarna het als vanouds in zijn brein uitgroeit tot een uitwerkbaar project. Enkele voorbeelden (klik op de foto voor een vergroting):

Mensen vinden het geweldig en maken alles met plezier en met zorg passend voor hem. Dat is ook het geval met zijn nieuwste uitvinding, de ‘dekbedoptrekker’. Zo hoeft hij mijn moeder niet meer wakker te maken als het dekbed weggegleden of na een toiletbezoek weggeslagen is: hij kan het zelf.
Het filmpje dat mijn zus maakte (met de prachtig gekozen, toepasselijke muziek), demonstreert hoe effectief het systeem werkt: ***KLIK HIER***

Deze vindingen om zelfstandig te blijven waar dat nog kan, om niet alles uit handen te geven en vooral om creatief en oplossingsgericht te blijven denken, DAT mag van mij op een poster. Want mijn vader mag dan al 3 jaar ALS hebben, hij is nog lang niet dood! De ziekte verslaat hem ook niet, nee – ze groeien met elkaar mee, samen verder. Creativiteit en humor blijven onderdeel van zijn denkproces. Dat maakt het voor velen fijn om onze ouders te bezoeken; er is altijd plezier en van ons de enorme trots op wat hij nu weer uitgedacht heeft, wat ze samen of individueel weer voor elkaar gekregen hebben.
DAT zou een billboard-campagne zijn die aanspoort te helpen, in plaats van een die mensen confronteert en beangstigt.

Articles

Toeval versus karma

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Qualen,Vogels on 9 februari 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

“Toeval is een ander woord voor God”, zei een oude vriend altijd. Ikzelf denk dat toeval niet bestaat. Ik geloof in karma, de levensles die je telkens opnieuw aangereikt krijgt om een wijzer en beter mens te worden. Dat is mijn overtuiging.

Onlangs schreef ik over misofonie en gordelroos en prompt begon laatstgenoemde opnieuw te bloeien, ditmaal vanaf een naburig zenuwuiteinde. Ik weet wel zeker dat deze nieuwe herpesuitbraak te wijten is aan de combinatie van de intake AMC, de lange reis en alle gedachten over misofonie die de vele vragen bij me opriepen. De dag was zo vermoeiend dat ik besloot vooralsnog af te zien van deze trial & error.
Misofonie is een raar fenomeen, dat schreef ik al. Uit de intake begrijp ik dat het een trigger uit je jeugd is, iets vervelends of iets waarvan je bent geschrokken. Toen dat geluid zich enkele malen met de bijbehorende associatie herhaalde, maakten de hersens de denkslag: “mensen die eetgeluiden maken, geven mij een intense afkeer en angst”. Achteraf logisch; ik herinner me vele angstmomenten uit die tijd. Mijn ex-man met zijn gooiende pinda’s was niet ‘mijn grote liefde’, waardoor zijn pindaworpen de misofonie onbewust verhevigden. Dat was wellicht anders gelopen als ik een betere partnerkeuze had gemaakt. Als ik nu met mensen eet – zoals vorige week, toen ik uitgenodigd werd om Chinees Nieuwjaar mee te vieren – irriteren de eetgeluiden me totaal niet. Ik hoorde ze niet eens!

Een andere ‘toevalligheid’ die gedurende mijn hele leven opduikt, is Almelo. Als klein meisje bezochten we daar mijn oma, die exotische hobby’s had zoals orchideeĆ«n kweken. Achter een enorme koffieplant vol bonen stond een grote voliĆØre met daarin o.a. wevervogels. Urenlang kon ik naar die vogels zitten kijken. Een oom en tante woonden ook in Almelo. We zagen daardoor diverse kanten van die stad waar altijd wat te doen is.
Veel, veel later, was ik er met enige regelmaat te gast in het oude ziekenhuis. Ook haalde ik in Almelo eindelijk mijn rijbewijs. En nog weer veel later werd mijn jongste in Almelo behandeld, wat ons als wekelijkse bezoekers noopte tot het frequent nuttigen van de beroemde milkshakes van Mc Donalds. We passeerden daarbij de rij flats waarin mijn oma ooit woonde en altijd weer dacht ik terug aan de wevervogels, de prachtige koffieboom en alle andere bijzondere dingen in die flat.

Afgelopen weekend kwam ik opnieuw in Almelo terecht. Ik lijd aan een acute Droste-blikjestic en kocht er een paar bij een meneer uit Almelo, wat tot een onverwacht leuke mailwisseling leidde. Een dag later kocht ik er ook eentje bij een mevrouw uit dezelfde plaats. Ook met haar ontstond zomaar een erg gezellige mailwisseling. Ik vertelde haar dat ze de tweede Almelose was die mijn Droste-tic had kunnen bevredigen en gisteravond schreef ze tot mijn verrassing: “Groet’n van mijn broer …” Zonder het te weten had ik met broer en zus apart leuke gesprekken gevoerd en beide zelfs, geheel tegen mijn gewoonte in, naar mijn Twentse blog verwezen. Dat is geen toeval meer!


Ik schreef haar: “ik kom nooit van Almelo af, ik heb zelfs een kat die er vandaan komt!” En ik vertelde over het grootste ‘toeval’ dat maar mogelijk is: ik had hem als kitten gekregen van iemand die aan ALS leed. Omdat ik zo graag wilde dat ze beter zou worden, noemde ik het katje naar mijn wens: IF (als) they could FIX ALS – Iffix dus. Het (b)leek de goden verzoeken, die naam, want een paar jaar later kreeg ook mijn vader de diagnose ALS … Kort daarop verdween Iffix. Zeven lange weken was hij spoorloos. Ik had net de hoop opgegeven en geaccepteerd dat zijn verdwijning een teken vanuit de kosmos was dat de ziekte niet te genezen is, toen bleek dat Iffix zich hemelsbreed nog geen 100 m. verderop bleek te bevinden, samenlevend met een andere kat in een stil huis. Hij reageerde meteen toen ik hem riep en na verwoede vangpogingen kon hij in een draagmand mee naar huis. Sinds zijn terugkeer is dit aanhankelijke, trouwe dier weer als vanouds altijd in mijn buurt.

Toeval? Nee, karma. Zeker als ik dit verhaal door het Droste-virus ‘toevallig’ aan een onafhankelijk van elkaar Droste-verkopende broer en zus uit Almelo vertel, die intussen elkaar vertellen dat ze van een leuk mens een bod op een Droste-blikje hebben en net als ik stomverbaasd zijn dat het bij beiden om mij gaat.
Toeval is iets anders dan karma. Je karma bepaalt je levensloop, brengt mensen of dingen samen.
Ik let dus goed op wat er nog meer uit Almelo zal komen. Want hoe dan ook, in Almelo blijft altijd wat te doen. Dat is karma.

Articles

Stamvader

In Natuur,Persoonlijks,Qualen,Taal on 25 juni 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Niets is zo onlosmakelijk aan elkaar verbonden als leven en dood. Je wordt geboren en je sterft – de tijd daartussen heet ‘je leven’. Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren en planten.

Gisteren liep ik over een idyllisch bospaadje dat ik nu al 5 jaren periodiek bewandel. Het is een paadje van niets: je bent er in 5 minuten doorheen. Ook het ‘bos’ bestaat alleen maar uit wat bomen en struiken, met een slootje aan de ene en een vijver aan de andere kant van het paadje.
Maar er is zoveel leven en zoveel te be-leven, dat ik er elke keer weer van geniet: de schaduwen van het lover die een grillig schouwspel van licht en donker vormen, de grote zwammen die aan een oude bemoste stronk groeien, de prachtige kleuren in de herfst en in de winter de berken met hun wit-vervellende stammen.

Zo’n 2 jaar geleden zijn er een paar grote eiken gekapt. De stronken bleven gewoon staan. Ik kijk altijd met bewondering naar Ć©Ć©n van de boomstronken van een enorme stam met z’n vele jaarringen en met het ongelijke zaagvlak, wat de charme van deze stronk alleen maar vergroot. Telkens weer neem ik me voor mijn camera mee te nemen om er een foto van te maken, maar ik vergeet het iedere keer opnieuw.
Twee jaren staat die boomstronk er nu al, zijn wortels stevig verankerd in de grond. Kappen is Ć©Ć©n ding, maar rooien is iets anders, denk ik telkens opnieuw.

Gisteren zag ik tot mijn verrassing dat uit het hart van de stam een nieuw eikje groeide, zijn millimeter ruimte gebroederlijk delend met een esdoornscheut. Ik had weliswaar de neiging de esdoorn te verwijderen om het eikje alle ruimte te geven, maar ik besloot de natuur haar gang te laten gaan, zoals ze dat al die tijd al gedaan heeft. Uit het hart van een schijnbaar dode stronk ontspruit een nieuw boompje. Nieuw leven, voortkomend uit wat toch niet dood was – of uit wat een goede basis voor een nieuw zaadje blijkt te zijn.
Het raakte me tot in mijn eigen kern – mijn achternaam verklaart vast wel waarom…

Zondag 20 juni jl. was het Wereld A.L.S.-dag. A.L.S. is een progressief verlopende spierziekte, die onherroepelijk eindigt in de dood. De meeste patiĆ«nten leven maar 3 jaar vanaf het begin van de ziekte. Zondag werden de mensen die aan deze ziekte lijden, verwend op de Henri Dunant, die bij uitzondering tijdens een weekend uitvoer. Mijn ouders, broer en zus waren daarbij aanwezig omdat mijn vader A.L.S.-patiĆ«nt is. Volgens de statistieken is hij ‘op de helft’, maar niemand kent de grilligheid van de uitval van spierfuncties. Ook de levenslust van de patiĆ«nt speelt een rol, dus je kunt niet zomaar zeggen wanneer het moment van afscheid aanbreekt.
Deze Stam met zijn bijna 78 jaarringen is vastbesloten nog 80 te worden, zei hij me onlangs.

Hoewel de boottocht door het koude weer wat tegenviel, was mijn vader vooraf erg vereerd met de uitnodiging. Hij, die vroeger altijd als BB-er en Rode Kruis-medewerker bij evenementen aanwezig was, had weleens gedroomd van een week varen met zieke mensen, maar dat hij nu toch op de Henri Dunant meevoer, het beroemde Rode Kruis-schip, vond hij heel bijzonder. Ondanks dat het in een andere rol dan die van zijn dromen was. Hij was de man die altijd klaarstond voor iedereen, de man die elk jaar zijn herhalingscursus deed en waarvan de eerste hulp-tas naast de voordeur achter het gordijntje van de meterkast hing. De man waarvan naast het naambordje met trots een Rode Kruis-bordje hing, de man die na afloop van de TT met andere vrijwilligers bij het viaduct wachtte op eventuele slachtoffers. Hij was de redder. Nu redt hij zichzelf zo goed mogelijk, maar zijn kracht neemt geleidelijk aan af.

Uit zijn kern zijn vier nieuwe Stammen ontsproten, die op hun beurt samen voor 10 kleinkinderen en 1 achterkleinkind zorgden. Hij mag dan ‘gekapt’ zijn, zijn wortels liggen stevig ingebed in de grond en zijn basis, de boomstronk, is allesbehalve dood, zomin als hijzelf. Ondanks zijn ziekte blijft hij middenin het leven staan en past zijn kunnen op een bewonderenswaardige wijze aan zijn toestand aan. Ik heb groot respect voor hem, voor de manier waarop hij met zijn ziekte omgaat, en ik ben er trots op zijn dochter te zijn.

Leven en dood, geboren worden om te sterven? Nee, leven en dood zijn weliswaar onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar je wordt geboren om te leven en aan het eind van dat leven, dan pas sterf je. En dan laat je een nalatenschap achter van kinderen, kleinkinderen, een nageslacht met dezelfde wortels.

Je kunt een rood kruis op een stam zetten ter markering dat hij gekapt moet worden, maar door de wortels in de grond te laten en de stam niet te rooien, blijft hij staan en bestaan. Zelfs gekapt kan hij een voedingsbodem zijn voor nieuw leven. De Stamvader, mijn Stam-vader. Ik ben er trots op een Stam te zijn.