Posts Tagged ‘2011’

Articles

Kleurrijk

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Qualen,Taal,Vogels on 5 januari 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

… en nieuw

Een nieuw jaar heeft zijn intrede gedaan. Daarmee kunnen dingen die bij het vorige jaar horen afgesloten worden en ontstaan nieuwe kansen. Niet dat die kansen nu opeens voor de deur staan waar zij vorige week even hard aan hadden kunnen kloppen – het is een gevoelskwestie. Ik kan weer mijn eigen kleurrijke zelf zijn, ontdaan van de grauwsluier die de afscheiden van het eind van 2010 markeerde. De lei is weer schoon – een nieuw begin. Ik ben weer kleurrijk en vol verwachting van wat dit jaar me gaat brengen.

‘Kleurrijk’, zo ben ik vaak omschreven. Of gek. ‘Anders’ is in mijn leven ook een veelgehoorde kreet. Lange tijd heb ik geprobeerd ‘normaal’ te zijn, maar dat lukte me maar niet: ik was en bleef anders dan anderen. Toen ik het langzaam begon te begrijpen en mijn anders-zijn accepteerde, voelde ik mij op slag normaler. Al word ik nooit helemaal normaal, daarvoor wijken mijn ideëen teveel af. Eigenwijs en creatief, kwetsbaar en een durfal, avontuurlijk en een huismus, hooggevoelig en empatisch, altijd in voor avontuur en toch redelijk bezadigd levend.

Hoe probeer je gewoon te zijn? Door niet op te vallen en op te gaan in de massa. Maar dat lukt niet als die massa een gezapig, bezadigd leven leidt – ik ga mij dan vervelen en doe dingen die anderen niet zouden doen.
Al vanaf mijn 14e kleur ik mijn haren, waar ik een paar jaar geleden mee gestopt ben. Waarop mij regelmatig gevraagd werd welke kleurspoeling ik gebruikte. “Geen” was geen normaal antwoord: ik was van nature middelblond, maar tegenwoordig ben ik donkerbruin met hier en daar een nauwelijks waarneembare grijze haar. Het gaat vanzelf, dat donkerbruine vermoeden, net als mijn afvalrace van de laatste maanden. Zodra ik er moeite voor doe, val ik nauwelijks af, maar nu vliegen de kilo’s alle kanten op en heb ik steeds minder airbagvolume om te doneren aan iemand met cup A of een te plat achterste.

Regelmatig heb ik patiënten die voor een borstvergroting kwamen, aangeboden hen wat van mijn ruimschoots aanwezige boezem te doneren. Ik zag het voor me: naast elkaar liggend, verbonden met een slang die mijn overtollige weelderigheid naar de onderbedeelde patiënte transporteerde en haar van een mooie B-cup of van ronde billen voorzag. Gek genoeg wilden de patiënten liever siliconen, wat ik nooit begrepen heb. We vingen toch twee vliegen in één klap als op genoemde manier liposuctie en -transplantatie inéén gerealiseerd kon worden? Vetweefsel lijkt in tegenstelling tot bij voorbeeld een nier niet af te stoten (dat blijkt wel uit het overgewicht dat mij mijn halve leven al plaagt). Bovendien moeten siliconen toch vreselijk stinken als iemand gecremeerd wordt?
Wie wil er nu herinnerd worden als diegene die met de lucht van verbrand rubber uitgestrooid werd?

Ook over orgaandonatie heb ik een afwijkende mening: ik zou het fijn vinden als er een donorbank komt waar je vrijwillig een nier of long kunt inleveren voor gebruik door nooddruftigen. Als het gros van de mensheid dit zou doen, zouden er voldoende organen beschikbaar komen om bij ernstige nood een beroep op de rijkgevulde bank te kunnen doen. Zelfs alcoholisme wordt in het onderhavige geval functioneel: men kan gemakkelijk een stuk van de vergrote lever missen.
Zou mijn overgebleven nier of long onverhoeds aan slijtage onderhevig zijn, dan zou ik een ruilexemplaar uit de voorraad moeten kunnen krijgen. Helaas is een dergelijke donorbank bij wet verboden: men mag een nier afstaan ten behoeve van naaste familie en men mag alles afstaan als men sterft – meer ruimte is er niet. Ook moet alles onmiddellijk hergebruikt worden, er is geen voorraad.

Nu beginnen mijn organen wel wat af te takelen – vanwege een serie kwaaltjes en gebreken slik ik nogal wat medicatie (eigenlijk wel zoveel dat men mij na mijn dood niet kan begraven of cremeren: het eerste zou blijvende bodemverontreiniging veroorzaken, het tweede zou een gat in de ozonlaag slaan), waardoor men niet veel meer kan met het in mijn ogen briljante idee.
Genoemde medicatie verergert ook mijn breinrot: ik moet oppassen dat ik geen letters omdraai of een totaal niet terzake doende woord schrijf. Toch zou ook dat de medische wetenschap kunnen helpen: een plakje hersenweefsel kan misschien uitwijzen wat iemand ‘anders’ maakt en bovendien kan breinrot bestudeerd worden. Wellicht zou zo’n studie toekomstige kleurrijke figuren een simpeler leven kunnen bezorgen. Want kleurrijkheid heeft twee kanten: het mag dan leuk zijn om onbedoeld ‘anders’ te zijn, soms lijkt het me prettig om ‘gewoon’ in het leven te staan en als ‘normaal’ te worden bestempeld.

Al lijd ik aan breinrot, ik lijd er niet onder. Ook heeft mijn kleurrijkheid voor mij geen nadelige gevolgen meer – ik ben er aan gewend geraakt dat men mij gek vindt. Ik noem mijzelf prettig gestoord, ook op momenten dat de storing minder prettig is. Zelf beleef ik veel plezier aan mijn grapjes en niemand hoeft er last van te hebben: gelijkgestemden genieten mee, anderen draaien zich schouderophalend om en gaan huns weegs. Dat is niet erg; huns weegs is niet de mijne, al zijn wij allen een nieuw jaar ingestapt.
Als het aan mij ligt, wordt het een kleurrijk jaar met andere kansen. Gelukkig, 2011.

Voor een vergroting van de foto’s kunt u op de vakjes bovenaan de pagina klikken. U komt dan op mijn Flickr-pagina’s.

Advertenties