Articles

Troostvogel

In Persoonlijks, Simpel schrijfwerk on 11 februari 2015 by Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Op 18 januari overleed mijn vader.
De maand januari ging voorbij met het stukje bij beetje sterven van deze sterke, dappere man, die zich niet liet kisten door ALS. Nooit noemde hij dat een ziekte – hij had een vervelende kwaal, zei hij. Maar ziek was hij niet. Bijna 6 jaar leed hij aan ALS. Een lange tijd waarin hij altijd bleef zoeken naar mogelijkheden om langer zelfstandig te blijven. Op het laatst had hij daar geen zin meer in, werd hij moe van de terugkerende blaasontstekingen, van de sondevoeding die hem het plezier van eten ontnam, van de effecten die deze ‘kwaal’ allemaal met zich meebracht.

Hij kon tot het laatst toe praten en eten, twee van zijn grootste pleziertjes. Tot de dag voordat hij ziek werd, genoot hij van zijn borreltje dat hij ’s avonds met een rietje naar binnen slurpte. Het werd steeds meer gedoe: rolstoel rechterop, borrel met rietje voorhouden, borrelglaasje weer wegzetten, stoel weer terug. En dat bij elk glas water, elke kop koffie, elke hap eten …
Daarnaast moesten zijn vlerken – zoals hij zijn werkeloze armen en handen noemde – vaak verlegd worden en schoof zijn voet regelmatig van de steun af omdat hij pijn in zijn been had. Zijn neus ging lopen, dus wij moesten punten aan zakdoeken draaien en de neus schoon peuteren. Hij werd gevoerd en met de tillift naar het toilet gebracht, maar dat onderging hij allemaal met humor. Alleen mijn moeder kreeg zijn moppers mee als hij nog moest wennen aan een nieuwe situatie, aan verdere achteruitgang.

Het verwerken deed hij ’s nachts en hij praatte er pas met ons over als hij alles weer op een rij had. Vorig jaar opperde mijn broer dat we wellicht bij toerbeurt wekelijks een nacht bij hem konden doorbrengen om mijn moeder te ontlasten. Vanaf de zomer ben ik mee gaan draaien en die nachten waren intens maar dierbaar. De gesprekken in het donker heb ik als verrijkend ervaren. De nacht vlak voor zijn verjaardag en de nacht van mijn eigen verjaardag waren het bijzonderst. Dat je nog als een kind jarig mag worden naast je vader, die je nadat de zuster hem ingestopt en verzorgd heeft, feliciteert, is iets moois om voor altijd op terug te kijken.

De laatste keer dat ik bij hem sliep, was het jaar bijna voorbij en hij was moe. In november genoot hij nog van de merel op het schuurdak, die hem na een zware nacht ’s ochtends toch weer plezier in het leven gaf. Hij voerde hele gesprekken met de merel, die met een scheef kopje naar hem keek. Het was ontroerend te horen hoe hij zich troostte met die vogel, nog rijkdom en kwaliteit uit zijn leven haalde door deze gesprekjes. De merel blijft daardoor voor mij zijn troostvogel, al zag hij hem in december niet meer. Toen was zijn blik al meer naar binnen gericht. Hij zat zijn tijd uit … Altijd nog met een onverwachte grap, altijd met humor en nooit klagend, maar hij was het wel zat. Van hem mocht het boek dicht.

Hoewel we er al lang op voorbereid waren, schrok ik toch toen we begin januari hoorden dat hij een longontsteking had. ’s Avonds was de ontsteking verergerd en toen de volgende ochtend vroeg de telefoon ging met de mededeling dat we beter konden komen, was ik op slag wakker. Onderweg gaf de zonsopgang een prachtig kleurende lucht. Ik dacht dat de hemel al versierd werd voor pap, dat hij daar onbezorgd naartoe mocht vliegen, terwijl zijn troostvogel hem zou begeleiden.
Dat liep anders: net als zijn ALS verliep zijn sterven ook traag. We hadden een prachtig afscheid met woorden die voor altijd in onze ziel gegrift staan, een geschenk waar je de rest van je leven mee verder kunt.

Daarna begon het wachten. We bereidden zaken voor, bespraken dingen en waren veel in het ouderlijk huis. Het is lastig, zo op elkaars lip met ieder de eigen emoties, met onvoldoende slaap en rust. Mijn moeder vond het fijn als er iemand boven sliep, zodat zij weer kon wennen aan haar slaapkamer, dus mijn schoonzus en ik wisselden elkaar af terwijl de broers om beurten bij pap in de unit bleven. Mijn zus was er elke dag. We vlogen heen en weer, ik had een ‘vluchtkoffertje’ klaarstaan om zo nodig meteen weer terug te kunnen gaan. Tijd of ruimte om te huilen had ik niet. Bovendien waren we blij dat zijn lijden (bijna) over was, dat hij rust had.

In de vroege ochtend van 18 januari was het klaar en had pap zijn reis naar gene zijde voltooid. Naast opluchting kwam verdriet; nu was het grote ‘nooit meer’ aangebroken. Het hielp mij erg dat ik mocht helpen hem op te baren en netjes te maken – iets waar hij altijd op stond en wat hij ook nu belangrijk had gevonden. Het was een vreemde dag met opnieuw alle kinderen en kleinkinderen aanwezig. Hij zou het mooi gevonden hebben. Zijn merel kwam nog even brood van de schuur halen en zat met het kopje scheef even te kijken.

De 22e was de dag dat we afscheid namen van zijn lichaam. Dat dappere lichaam, dat zo lang gestreden had en dat zo’n sterke ziel had gehuisvest. De kist was zoals hij die gekozen had, zoals hij ook de rouwkaart had gekozen. We hadden een mooie ‘dankdienst voor zijn leven’, waarin warme en goede woorden werden gesproken, waar hij in de open kist bij stond. Daarna brachten we hem naar de begraafplaats, waar we afscheid namen van zijn lichaam, van mijn vader, van pap. Alles wat iedereen doormaakt die een dierbare verliest, maakten we door. Maar het was anders; dit was mijn vader, dat raakt me in mijn kern. Een heel leven vol herinneringen is aan me voorbijgetrokken in die maand van afscheiden.

Weer thuis zat er een merel op mijn schuurdak. Dit, terwijl vogels het niet goed aandurven om in de buurt te komen vanwege mijn katten. De troostvogel kwam even langs en ik meende pap even van gene zijde te voelen.
Rust zacht, lieve dappere Stam-vader, dank je voor de liefde en warmte die je gaf. Maar bovenal voor je moed en je wijze lessen. We hoeven niet ‘verder met jouw strijd’, wij hoeven niet mee te doen aan een ALS-campagne, jij vond die veel te confronterend en onnodig. Ik koester een schat aan herinneringen en bovenal jouw troostvogel: de merel.

Troostvogel

De troostvogel is de titel van een gedicht van drs. P

Articles

Het jaar van minder

In Persoonlijks, Qualen, Simpel schrijfwerk on 2 januari 2015 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

2014 was voor mij het jaar van minder. Het stond vrijwel volledig in het teken van eten en dan met name diab-eten. Mijn hele leven heb ik gejojood en dat was voor mij reden om niet meer te willen lijnen. Ondanks mijn overgewicht en (progressieve) diabetes vond ik het wel best. Nu stond ik sowieso niet op zo’n goede voet met mijn diabetes; ik accepteerde weliswaar dat ik het had, maar ik paste mijn eten er niet op aan. Dat betekende in de zomer ijs en snoep en in de winter marsepein, gevulde speculaas en ijs en snoep. Natuurlijk is dat niet goed, maar als ik er dan weer een pilletje bij kreeg, bleven de waarden binnen de perken en dat was mijn vrijbrief om op dezelfde voet door te gaan.
Rond de vorige jaarwisseling kreeg ik de schrik van mijn leven toen gesuggereerd werd dat als het zo doorging, ik weer insuline zou moeten spuiten. Ik had vage problemen met mijn linkervoet en dacht wel telkens dat ik mijn eigen voet er nog eens af zou snoepen. Figuurlijk gesproken – en ook bijna letterlijk. Na het ontbijt had ik standaard een hyper en de diabetesverpleegkundige adviseerde me dagelijks een half uur achter elkaar te bewegen en daarnaast koolhydraatarm brood te gaan eten. Dit om de hypers tegen te gaan en ook om af te vallen. Toen ik dat bij de fysio meldde, werd mijn schoudertraining acuut uitgebreid met fietsen, lopen en roeien. Wat was ik kapot!

Eind maart waren de winterkilo’s weliswaar verdwenen, maar het had geen invloed op mijn hypers. Ik werd doorverwezen naar de diëtiste en zij opperde een koolhydraatarm dieet. Hoewel ik steigerde bij het woord ‘dieet’, knaagde het toch aan me en na een paar dagen besloot ik haar advies op te volgen en het 6×6-dieet te gaan doen. Het werd ‘life changing’.
Omdat ik zo veel moest bewegen, trok ik er zo vaak mogelijk op uit, de natuur in. Dat is terug te zien in mijn blogs van 2014.
Het eten vergde een enorme omslag: in plaats van calorieën moest ik opeens koolhydraten tellen. Overal waar ik kwam, zag men mij met mijn Tupperware-party met sla, tomaat en ander groenvoer, met magere kwark met noten, met droge worst en kaas. Als beloning was er 2 à 3x per week het blokje 70% chocola van de Aldi (tevens bevoorrader van de nootjes en de crackers). Daarnaast werden en bleven Ricola suikervrije snoepjes favoriet.

Het moeilijkst vond ik dat ik maar een halve appel mocht – ook in fruit zit suiker en ik ben een fruiteter pur sang. Maar tot mijn verbazing ging het verder prima; alles was goed vol te houden en ik kickte af van de suiker – terwijl ik ook een suikerjunk pur sang was. Alle verleidingen waren geen verleiding meer omdat ik er prompt een enorme hyper van kreeg en dat voelt echt niet lekker. En zo kwam na ruim 10 jaar dan eindelijk de omslag in mijn denken: ‘een diab-eet weet wat hij eet’. Ik ben al maandenlang op weg terug, zit tussen normaal eten en koolhydraatarm in en ben in totaal 26 kilo lichter dan een jaar geleden. Ik heb weer een prachtige bloeddruk zonder daarvoor nog een pilletje nodig te hebben, ben een stuk fitter en heb ook een pil voor de diabetes kunnen laten staan. Kortom: ik ben stukken gezonder geworden en er is veel minder mij.

Maar het was niet makkelijk. Het kostte heel veel energie en al dat buiten zijn en bewegen kostte ook veel tijd. Ik had geen energie om e-mailcontacten bij te houden of om vriendschappen goed te onderhouden. Dat kwam ook doordat de hoeveelheid schildklierhormoon die ik slikte niet meer overeenkwam met mijn gewicht, waardoor ik als een razende door alles heen vloog en mezelf onbedoeld volledig uitputte. Minderen was er niet bij; als je stofwisseling op hol is, ben je net een kruisraket. Het kostte heel wat bloedonderzoekjes en afbouw voordat ik weer (redelijk) ‘normaal’ was en dat gevoel heb ik pas sinds kort weer terug. Al zal ik nooit normaal worden, vrees ik 😉

Het was dus een gezond jaar, waarin het aantal pillen weer drastisch kon worden geminderd en ik telkens wat verder kromp. Drie tot vier maten minder ben ik nu en ik mijn gewicht is al een paar maanden stabiel. Mijn suikerwaardes zijn prachtig, ik ben een voorbeeldige diabeet geworden. Het woord ‘eten’ zit in diabeten en al blijf ik die term eer aandoen, het wordt steeds minder, minder, minder 😉
31-12-2014 slankie1-1-2015

Lezers van mijn blog: van harte bedankt voor het volgen en/of liken, voor de commentaren en voor iedereen MEER goeds, geluk en gezondheid voor 2015!

Articles

Op de knibbels

In Fotografie, Natuur, Paddenstoelen, Taal on 24 november 2014 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Normaal gesproken is de herfst niet mijn favoriete seizoen – ik ben van voorjaar, zoelte, zomer en zon. Dat we een herfst en winter hebben, is niet anders, maar die kille maanden mogen van mij wegblijven. Tenminste, dat vond ik altijd.
Dit jaar was dat anders: ik heb de paddo’s herontdekt: de kleinste, fraaiste paddenstoelen die overal zo uitbundig groeiden. Wat heb ik wat in aanbidding op de knieën gelegen, op een vuilniszak met daarin op zeker moment een kussentje omdat mijn knieën schaafden onder al die aandachtige aanbidding!
Het weer was ons ook gunstig gezind: we beleefden een prachtige nazomer en herfst, waardoor de paddenstoelen als ehm … juist! uit de grond schoten.

De compactcamera waarmee ik sinds de zomer werk, heeft 50x zoom, wat een behoorlijke macrofactor geeft. Desalniettemin vond ik dat onvoldoende; toen ik doorhad dat je met een macroklem nog meer scherpte en diepte kreeg, moest die natuurlijk de moeilijkheidsfactor van uit de hand fotograferen nog extra verhogen. Stel je voor dat het te simpel wordt … Om naast mijn bepakking (gegroepeerd rondom mijn taille) ook nog met een zak rijst te gaan slepen was me te gek, dus het moest vanuit de vrije hand of met de camera op de grond. Dat laatste is wat lastig zonder zoeker, maar je moet er wat voor over hebben, nietwaar?

Het begon al tijdens de laatste excursie van de Vlinderwerkgroep, maar toen was ik zo op de rupsen gefixeerd dat ik te weinig rust nam om de zwammetjes goed te fotograferen. Dat veranderde snel toen ik in oktober samen met een natuurvriendin naar Bakkeveen ging om daar in de bossen op de knibbels te gaan. Voor degene die het woord niet kent: knibbels zijn Friese knieën 🙂
We hebben maar een klein stukje bos bestreken, druk als we waren met opstaan en weer knielen, scherpstellen en afdrukken. Heerlijk! Na ruim 2 uur waren we gaar want ondanks mijn verbeterde conditie na mijn dieet- en bewegingsregime van het afgelopen halfjaar is al dat bukken en weer opstaan toch inspannend. Niet dat het wat uitmaakte: ik fietste een paar dagen later vrolijk naar Ypey – een park bij een naburig dorp – om daar ook paddo’s te scoren. (Waarmee ik onschuldig fotograferen bedoel 🙂 )

Papegaaizwammetjes

Het werd helemaal interessant toen ik deelnam aan een excursie in het wasplatenreservaat. Wasplaten worden de orchideeën onder de paddenstoelen genoemd, zij komen voor in de duinen en in weilanden waar nooit kunstmest is gebruikt. De Rotstergaasterwallen is het enige reservaat in Nederland en kent een enorme soortenrijkdom. Het was een totaal andere ervaring om die kleine, prachtig gekleurde beauty’s te vinden in een drassig weiland in plaats van in een bossige omgeving. Mijn rubberlaarzen stonden thuis in de gang en ik liep soppend in mijn schoenen rond. Dat mocht de pret niet drukken, want er was enorm veel om voor op de knibbels te gaan! Naast wasplaten was er ook een scala aan satijnzwammen te vinden, en ander moois dat de moeite van aanbidding waard was.
Qua wasplaten waren we wat vroeg; onder leiding van de gidsen van Staatsbosbeheer vonden we 7 verschillende soorten. Toen we 10 dagen later opnieuw deelnamen, was het soortenaantal verdubbeld – zelfs voor het reservaat een ongekende verscheidenheid van tegelijk voorkomende soorten. Het was genieten met een grote G en ik kwam telkens met honderden foto’s thuis.

Het doet wat met je, dat buiten zijn en je focussen op dat miniatuurspul. Het maakt je hoofd leeg en haalt stress uit je lijf, het werkt zuiverend (zelfs al lig je in de koeienmest). Dat je met gelijkgestemden aanbiddend rond zo’n fragiel paddenstoeltje ligt, ieder proberend het zo mooi mogelijk vast te leggen, werkt verbroederend en tegelijkertijd bevrijdend. Al heb ik ook in mijn eentje een middag rondgekropen, met meer is het leuker. Je wijst elkaar op soorten en bent trots als je iets ontdekt voordat de gids het ziet. Ik was apetrots toen ik in het reservaat een minuscuul Aardtongetje ontdekte!

De eerste zondag van november ging ik weer op pad, nu naar het Kuinderbos, waar we een middag genietend doorgebracht hebben. Daar vonden we weer totaal andere schoonheden dan eerder in Bakkeveen en in het reservaat. Naast paddo’s zagen we parende heidelibellen, die dansend hun eitjes in het water afzetten, we genoten van een Daliaans stuk bos, waar mos langs elk takje omhoog kroop en zo ieder stammetje van een groene sok voorzag en van de ongekend hoge temperaturen.
Ook tijdens die middag werden de knibbels niet gemeden. Mijn slechte knie protesteert nog tegen al dat geweld, maar het was het meer dan waard: ik heb zoals gezegd nog nooit zo’n mooie herfst beleefd, dankzij de prachtige paddo’s en de leuke mensen die ik het afgelopen halfjaar heb leren kennen. Daarvoor alleen al wil ik wel op de (desnoods blote) knibbels: al deze uitjes met gelijkgestemden verrijken mijn leven. Het was puur genieten, elke keer opnieuw. Amen 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Tussen de lakens

In Fotografie, Natuur, Taal, Vlinders & nachtvlinders on 11 oktober 2014 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Het was een prachtige zomer en dat betekent dat ik veel buiten ben geweest, in de natuur. Van excursies met de Vlinderwerkgroep tot dagen in het veld met allerlei mensen die ik via Facebook heb ontmoet, IVN-avonden en excursies in het Leeuwarder Bos – ik heb de zomer optimaal ge- en beleefd. Daarbij bleven de avonden bij de vlinderlakens toch wel hoogtepunten: wat heb ik weer een bijzondere schoonheden mogen zien! Elk gebied kent zijn eigen vliegers, elke maand brengt weer andere vlinders en ik krijg er nooit genoeg van. Naast macro’s begin ik ook micro’s te fotograferen, al ken ik die nog nauwelijks bij naam. Vooralsnog heb ik aan het determineren van macro’s mijn handen vol. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog – ik kan er nog menige koude wintermaand mee vullen.

Ik weet het: ik heb al veel vaker geschreven over de ‘pracht van de nacht’, maar al die verrassingen die zomaar op de felle lamp afkomen en op het laken landen – het blijft me mateloos boeien en fascineren. Dit jaar heb ik meer nachtvlinderavonden meegemaakt dan de afgelopen drie jaar samen: het weer werkte goed mee en ik had bovendien vaker vervoer, dus ik heb optimaal van alle avonden kunnen genieten. Thuis kwam er wat minder ‘bezoek’ op mijn blauwe lampje af; het lijkt er op dat de vlinders er aan beginnen te wennen. Of poes Miss Muis heeft er succesvol een aantal gevangen, dat kan ook nog, maar feit is dat er de laatste maanden nauwelijks nog vlindertjes op mijn raam landen. Ondanks een paar mooie vondsten eerder in het jaar was het tussen de lakens veel spannender!

We hadden een paar absolute top-avonden: de beste was na een snikhete dag op de Delleboersterheide, een prachtig natuurgebied, waar het laken op de broeierig warme avond uitpuilde van de nachtvlinders. Ik las dat er op de twee lakens 521 macro’s geteld zijn, terwijl het aantal micro’s nog niet duidelijk was! Dat is extreem veel en het was onbeschrijflijk om mee te maken. Ik had die dag een nieuwe camera gekregen, zonder dat ik de gebruiksaanwijzing kende, maar met enige instellingshulp door anderen heb ik gelukkig goede foto’s kunnen maken – beter dan met mijn andere, waarbij ik niet kon flitsen en met een zaklamp moest werken (en bovendien de vlinder bijna beschadigde omdat ik er zo dicht bovenop zat). Nu kon ik inzoomen en toch goede foto’s nemen. En er viel wat te klikken! Bij die 521 macro’s zaten twee bijzonderheden, waarvan eentje de absolute topper was: een totaal nieuwe soort voor Nederland! Het was indrukwekkend hoe Jannie Sinnema het uiltje feilloos uit de hordes vlinders plukte omdat ze deze niet herkende. De Sinnema’s verdienen deze triomf van een nieuwe vondst volledig: zij zetten zich samen al 40 jaar met hart en ziel in voor de nachtvlinders in Friesland en zijn een stuwende kracht achter de Vlinderwerkgroep. Zelf heb ik de uil geloof ik niet eens gezien of gefotografeerd; Jannie toonde hem in een potje – hij moest natuurlijk mee ter determinatie. Het was een overweldigende avond.

Ook bijzonder was de avond in tuin in Kollum: door de vlindervriendelijke beplanting van de tuin in combinatie met grote ruigtegebieden en een kanaal vlakbij het huis kwamen er mooie diverse soorten op de lakens. Het weer werkte mee: het was wat broeierig en dat is altijd prettig voor de nachtvlinders. De door mij zeer gewaardeerde hagedoornvlinder was in groten getale aanwezig – er kwamen wel 20 exemplaren van deze gele schoonheid naar ons toe. Pijlstaarten – die blijkbaar een ingebouwde klok hebben en pas rond middernacht vliegen – zagen we die avond niet, maar daarvan had ik eerder al tijdens de Nationale Nachtvlindernacht, in het Leeuwarder Bos en op de Delleboersterheide oude en nieuwe bekenden gezien.

Een speciale plek verdienen de Weeskinderen: op de Delleboersterheide zagen we een (bijzonder en prachtig) karmozijnrood weeskind, terwijl we twee en ook drie weken later bij excursies werden verblijd met het zien van een rood weeskind. Waarom ze zo heten weet ik niet; ondanks de naam ‘weeskinderen’, zijn ze wel familie van elkaar 😉 Het wachten is nog op een blauw en een zwart weeskind, dan is de familie compleet. Dat komt vast nog wel!
Ook bijzonder was de zilveren maan die we in een gebied zagen waar deze zeldzame parelmoervlinder niet eerder gesignaleerd was. Iets verderop zag ik daar ook mijn eerste luzernevlinder vliegen – helaas niet mogelijk om daar een foto van te maken. Als laatste hoogtepunt zag ik tijdens een fietstocht op Ameland vanuit een ooghoek een vlindertje op een stukje duinzand, dus ik ging bovenop de rem, camera in de aanslag, fiets omkeren en terug en daar zat een kleine parelmoervlinder, een typische duin- en kustsoort die je in de provincie niet zomaar ziet.

De laatste drie genoemde vlinders zijn dagvlinders, maar de nadruk ligt toch altijd weer op de macro’s en micro’s: spannende spanners, knappe uiltjes en mooie motten, veelal met poëtische namen. Je vindt ze wel in abri’s en op portiekverlichting, maar het grootste vlinderplezier beleef je toch tussen de lakens 😉

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

TV-TAS

In Fotografie, Natuur, Persoonlijks, Vertelsels, Wadden on 29 augustus 2014 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tijdens de prachtige warme zomerweken was ik een paar dagen te gast op Texel. Al vanaf het oprijden op de boot realiseerde ik me hoezeer ik de Waddeneilanden gemist heb … Na oktober 2010 ben ik nooit meer naar het mij zo dierbare Ameland geweest, noch naar enig ander Waddeneiland. Dit, terwijl ik vroeger jaarlijks een weekendje met een vriendin ofwel op Ameland ofwel op Schiermonnikoog ging kamperen en ooit twee keer op Texel vakantie heb gevierd. Zomerse dagjes Ameland waren normaal sinds ik in Friesland woonde – ik houd van zon, zee, strand en duinen.

En nu was ik na 25 jaar terug op Texel. Er kwamen veel herinneringen boven, mede doordat ik nu, net als toen, een dieet volgde. Destijds was het gewoon om weer slank te worden, nu was de bedoeling dat met het leeglopen van mijn airbags ook mijn diabetes beter onder controle werd gebracht. En deze keer moet het ook blijvend zijn; de krimp en rek raakt onderhand ook behoorlijk uit mijn verouderende huid. Ik moest er zelf aan wennen dat een korte broek me goed stond, dat ik eigenlijk alles kan dragen en me met zoveel meer gemak kan bewegen. Een eind lopen is geen probleem, zelfs niet op het Noordzeestrand, waar de zee me naar zich toetrok en wilde dat ik kwam zwemmen. Dat laatste leek me geen goed plan, maar de verbondenheid met de zee voelde weer als vanouds.

Ik was te gast bij een Facebookvriendin, die al in de auto tot een ‘echte’ vriendin transformeerde: het klikte meteen en we praatten honderduit. In Oudeschild herinnerde ik me details van die vakantie(s) van 25 jaar geleden, maar toen we het eiland op gingen, kwamen er ook veel Amelander herinneringen boven. Dat was het moment dat ik wist dat ik terugga naar Ameland, dat ik ‘mijn’ eiland weer ga bezoeken. De bijzondere sfeer, de geur, de Noordzee aan de ene kant en de Waddenzee aan de andere kant – het bracht dat oergevoel van liefde voor de zee en voor de eilanden terug. Eindelijk was de drempel geslecht!

Texel was gul voor mij, ik mocht er bijzondere natuurfenomenen aanschouwen. Van vallende sterren, waarvoor we ’s avonds achterovergeleund de hemel afspeurden, tot een dreigende wolk die uitmondde in drie heuse waterhozen – een ongelooflijk spectaculair gezicht! Wat een oergeweld: er vormde zich een slurf in de wolken en opeens zag je het water opspatten. Daarna zag je de hele verbinding, die bij de ene waterhoos recht en bij de andere geknikt was en die met een holle kern het water opzoog. Dit alles terwijl wij heerlijk in de zon zaten, terwijl de hozen ter hoogte van Vlieland hun water weer teruggaven aan de zee. Onvoorstelbaar prachtig om dit te zien en mee te maken!

’s Avonds wandelden we in de haven en zagen daar het fenomeen ‘zeevonk’, lichtgevende algen die op de golven vonkend tegen de kade aan spatten. We twijfelden: was het geen reflecterend maanlicht of het blauwe licht van de haven? Maar het was echt zeevonk en wat was het fascinerend! Zo zelfs, dat ik niet eens het benul had om een filmpje of foto te maken – we bleven kijken en wijzen en roepen dat het toch echt zo was. Al die dansende, spattende vonken, die het water blauwwit verlichtten en lieten bewegen, betoverend! Op Wikipedia staat een foto die precies weergeeft wat wij ook zagen.

Na een paar heerlijke dagen ben ik met de bus weer naar huis gegaan, bruinverbrand, vol indrukken en met een groot gevoel van dankbaarheid omdat ik deze dingen heb mogen zien, omdat ik zo genoten heb van mijn verblijf bij de vriendin en haar leuke zoon, omdat ik nieuwe vrienden maak en omdat ik fit genoeg ben geworden om optimaal van alles te genieten. Dat gevoel is zo hartverwarmend, de ervaringen zijn zó wonderlijk en verrijkend!
Toen ik daarna las over een spaarkaartenactie van een supermarkt, heb ik geen moment geaarzeld en heb ik een zwik volle kaarten ingeleverd voor twee tickets voor de boot naar Ameland met gebruik van een fiets. Volgende week verzilver ik de eerste ticket; een Facebookvriendin uit het westen is momenteel op Ameland op vakantie, dus ook wij gaan elkaar in levende lijve ontmoeten. Later in september fiets ik dan nog een dagje over dat dierbare eiland dat ik zo goed ken.
Volgend jaar wordt het dan toch tijd voor de mij nog onbekende eilanden: Terschelling en Vlieland. En natuurlijk ga ik terug naar Texel!

Ik heb de TV-TAS bijna in mijn zak 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Home is where the heart is

In Fotografie, Natuur, Persoonlijks, Taal, Vlinders & nachtvlinders on 4 juli 2014 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Wat heb ik er lang niet aan gewild: ik woon in Leeuwarden en dat zal niet veranderen. Na de aanvankelijke rust die Fryslân brengt, vond ik het verschrikkelijk om ‘opgesloten’ te zijn in een stad die niet de mijne is, zonder vervoer naar de – wel mooie – buitengebieden en vooral, zonder echte vrienden. Die krijg je hier niet zomaar; degenen die me dierbaar zijn, zijn praktisch allemaal niet-Liwwadders.
In de 12½ jaar dat ik hier woon, is er veel gebeurd en veel veranderd. Mijn mogelijkheden zijn veel beperkter dan toen ik hier kwam. Liefdes en vriendschappen kwamen en gingen voorbij. Daar heb ik erg aan moeten wennen, aan de gevoelens van eenzaamheid die dat met zich meebrengt, in een stad waar voor mijn gevoel weinig natuurschoon te halen viel, waar ik nauwelijks binding mee heb. Maar de rust is er wel – die Friese rust, het geen haast hebben.

Sinds vorig jaar heeft mijn leven enorm aan kwaliteit gewonnen en kan ik er steeds meer op uit. Dat doe ik dan ook en tot mijn eigen verbazing geniet ik bij elke tocht met volle teugen! Deed ik voorheen wat lacherig over het ‘Leeuwarder Bos’ (“Wat nou bos!? In Ommen heb je pas bos!”), hoe meer ik er kom, des te meer zie ik en geniet van alles wat ook een jong bos toch tot een bos maakt! Activiteiten en excursies maken het ook zichtbaarder. Zo was er eind mei het Soortenweekend dat door het Natuurmuseum georganiseerd werd, met eye-openers bij de excursies en genieten bij het nachtvlinderen. Ik fietste drie keer heen en weer en genoot van alle aspecten die getoond werden. Wat is er nou mooier dan een bos verkennen en nachtvlinders bekijken onder het geroep van een koekoek vlakbij?
De Nationale Nachtvlindernacht viel ook gunstig: op vrijdagavond kon ik mee naar Buitenpost, waar leden van onze Vlinderwerkgroep lamp en laken bedienden. De volgende avond was er een tweede mogelijkheid: aan de rand van het Leeuwarder Bos. De methode van vlinderen verschilde enorm, maar ik genoot evenzeer van de wetenschappelijke benadering als van de wat vrijere benadering in Buitenpost – buiten de prachtige vlinders die op het licht af kwamen!
Beide nachten lag ik pas om 4 uur in bed, maar het weerhield me niet van deelname aan bemonstering van het water met zoeken naar kikker- en amfibielarven aan de rand van het Leeuwarder Bos op zondagmiddag. Ook dit was een geweldige middag, waar ik ondanks mijn angst voor kikkers enorm van heb genoten.

Op Facebook is er (o.a.) een groep voor het Leeuwarder Bos en door daar lid van te worden, ontmoette ik mensen die het bos een warm hart toedragen. Intussen ben ik met één van de leden al op stap geweest om te zoeken naar rupsen die daar gespot waren – helaas waren ze onvindbaar. Toch blijft de serendipiteit: je gaat voor een rups maar je vindt tientallen andere dingen. Die middag was dat de heemtuin, die de rand van het bos omtovert in een schoonheid waar je met liefde doorheen wandelt en fietst. Natuur die niet alleen maar in mijn favoriete parkje verpakt is, maar waar ik na een kwartiertje fietsen al middenin sta.

Zo heb ik het gevoel terug dat mijn opa me vanaf klein meisje meegaf, elke zondag als hij ons meenam naar “de bos”: ik ben thuis. Ook hier in Leeuwarden, ook rondom de stad waar zo veel mooie natuurgebieden zijn en zeker in Fryslân. Mijn mantra is niet meer “Ik ben geboren in het Reestdal, getogen in het Vechtdal, mijn kinderen zijn geboren in het Reggedal en nu woon ik (voorgoed) in het tranendal …”. Nee, ik heb op mooie plekken gewoond met schitterende natuur en nu ik beter kijk, zie ik die hier ook. Ook hier ben ik thuis.

Onderstaand een fotoserie van zowel de bezoeken eind mei als van de afgelopen week.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Ondergeschoven kindje

In Fotografie, Natuur, Taal, Vertelsels, Vlinders & nachtvlinders on 3 mei 2014 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , ,

Bonte bessenvlinder?

Mijn blog lijkt onderhand een ondergeschoven kindje; ik krijg telkens niet de juiste woorden uit het toetsenbord.
Het wordt wel hoog tijd voor een nieuw stukje: het vlinderseizoen is alweer aangebroken en daarmee ook het seizoen van de ‘motjes’. Motjes, ook bekend als nachtvlinders of macro’s (samen met een grote groep microvlinders), zijn de afgelopen jaren bij een groter publiek populair geworden. Daardoor ebt het scheldwoord ‘mot’ gelukkig geleidelijk aan weg en krijgen macro’s de aandacht die ze verdienen. Er zijn zo veel verschillende families met zo veel schoonheden dat het hoog tijd werd dat deze groep positief in de belangstelling komt! De naam ‘nachtvlinders’ is wel wat onduidelijk; veel van deze vlindertjes zie je ook overdag. Daarom hanteer ik liever de naam ‘macro’ als tegenhanger voor de nog kleinere micro-vlindertjes.

Bij ‘onze’ Vlindervereniging Friesland wordt er veel genachtvlinderd door de leden: zij lokken macro’s en micro’s met een lichtval, met stropen (er wordt een voor vlinders aantrekkelijke substantie op een boom gesmeerd) of met een laken en speciale lamp. Dat is allemaal niet zo eenvoudig als het lijkt: er moeten aggregaten zijn om de lampen brandend te houden en het moet relatief windstil zijn zodat het laken optimaal gespannen kan worden.
Vorig jaar juli beleefden we na een geslaagde middagexcursie een prachtige zomeravond aan de Linde en zat ik bij het laken van Gerrit Tuinstra, die als een acrobaat met zijn net de vlinders van de struiken plukte, ze razendsnel op naam bracht en ze op het laken zette. Ik schreef er al terloops over in het blog ‘Fata Morgana’.
Overigens noem ik Gerrit zonder andere leden tekort te willen doen; hij helpt me met het determineren van welke soorten er allemaal op mijn blauwe lamp afkwamen (en hopelijk weer af gaan komen), vrijwel iedereen heeft enorm veel kennis!

Ook de Vlinderstichting besteedt veel aandacht aan macro’s. Er wordt een nieuwe uitgebreide nachtvlindergids samengesteld en bovendien hebben ze het interessante boekje ‘Nachtvlinders belicht’ uitgebracht. Uit het onderzoek dat in het kader van dit boekje werd verricht, bleek dat ook de nachtvlinderstand hard achteruit gehold is in de afgelopen 40 jaren. Datzelfde is het geval met de dagvlinders; milieu- en klimaatinvloeden, veranderd natuurbeleid en zelfs verlichting hebben invloed op al dan niet met uitsterven bedreigde soorten. In het boekje is een Voorlopige Rode Lijst voor nachtvlindermacro’s samengesteld en de uitslagen zijn schrikbarend. Boekje en onderzoek werden door één van de onderzoekers toegelicht tijdens onze voorjaarsvergadering.

Als ik dat op zo’n avond allemaal aanhoor, voel ik me een leek te midden van al die mensen met zo veel specifieke kennis. Ik weet zo weinig, ken relatief weinig macro’s ‘uit het hoofd’, kan geen rups determineren zonder de groepsleden en weet helemaal niets van microvlinders (Lepideptora). Maar ik ben wel leergierig en nieuwsgierig, ik wil al die pracht vastleggen, fotograferen en op naam brengen, zoals dat ook met de dagvlinders gebeurt. Die ken ik intussen wél bijna allemaal uit mijn hoofd, dus dat moet – zelfs met de enorm uitgebreide families van bijvoorbeeld uilen en spanners – ook lukken. En dan wil ik de libellen natuurlijk ook niet tekortdoen 😉

Al met al kijk ik weer erg uit naar de excursies en bovendien naar wat er allemaal op mijn blauwe lamp afkomt. Dat ding van twee euro van een Kruidvat-actie, bedoeld om muggen aan te trekken en te doden, lokt als bonus de mooiste vlindertjes naar mijn ramen.
Ik zal ongetwijfeld weer te kijk staan als ik gewapend met zaklamp en camera op de gekste tijden in het donker naar buiten stap om mijn gasten vast te leggen, maar dat kan me niet schelen. Ik heb geen twee- tot driehonderd euro voor een lichtval of een goede lamp, maar gelukkig schenkt mijn blauwe lampje mij heel veel voldoening.

De ondergeschoven kindjes mogen in de schijnwerpers: zij zijn het meer dan waard!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.