Archive for the ‘Wadden’ Category

Articles

TV-TAS

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Vertelsels,Wadden on 29 augustus 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tijdens de prachtige warme zomerweken was ik een paar dagen te gast op Texel. Al vanaf het oprijden op de boot realiseerde ik me hoezeer ik de Waddeneilanden gemist heb … Na oktober 2010 ben ik nooit meer naar het mij zo dierbare Ameland geweest, noch naar enig ander Waddeneiland. Dit, terwijl ik vroeger jaarlijks een weekendje met een vriendin ofwel op Ameland ofwel op Schiermonnikoog ging kamperen en ooit twee keer op Texel vakantie heb gevierd. Zomerse dagjes Ameland waren normaal sinds ik in Friesland woonde – ik houd van zon, zee, strand en duinen.

En nu was ik na 25 jaar terug op Texel. Er kwamen veel herinneringen boven, mede doordat ik nu, net als toen, een dieet volgde. Destijds was het gewoon om weer slank te worden, nu was de bedoeling dat met het leeglopen van mijn airbags ook mijn diabetes beter onder controle werd gebracht. En deze keer moet het ook blijvend zijn; de krimp en rek raakt onderhand ook behoorlijk uit mijn verouderende huid. Ik moest er zelf aan wennen dat een korte broek me goed stond, dat ik eigenlijk alles kan dragen en me met zoveel meer gemak kan bewegen. Een eind lopen is geen probleem, zelfs niet op het Noordzeestrand, waar de zee me naar zich toetrok en wilde dat ik kwam zwemmen. Dat laatste leek me geen goed plan, maar de verbondenheid met de zee voelde weer als vanouds.

Ik was te gast bij een Facebookvriendin, die al in de auto tot een ‘echte’ vriendin transformeerde: het klikte meteen en we praatten honderduit. In Oudeschild herinnerde ik me details van die vakantie(s) van 25 jaar geleden, maar toen we het eiland op gingen, kwamen er ook veel Amelander herinneringen boven. Dat was het moment dat ik wist dat ik terugga naar Ameland, dat ik ‘mijn’ eiland weer ga bezoeken. De bijzondere sfeer, de geur, de Noordzee aan de ene kant en de Waddenzee aan de andere kant – het bracht dat oergevoel van liefde voor de zee en voor de eilanden terug. Eindelijk was de drempel geslecht!

Texel was gul voor mij, ik mocht er bijzondere natuurfenomenen aanschouwen. Van vallende sterren, waarvoor we ’s avonds achterovergeleund de hemel afspeurden, tot een dreigende wolk die uitmondde in drie heuse waterhozen – een ongelooflijk spectaculair gezicht! Wat een oergeweld: er vormde zich een slurf in de wolken en opeens zag je het water opspatten. Daarna zag je de hele verbinding, die bij de ene waterhoos recht en bij de andere geknikt was en die met een holle kern het water opzoog. Dit alles terwijl wij heerlijk in de zon zaten, terwijl de hozen ter hoogte van Vlieland hun water weer teruggaven aan de zee. Onvoorstelbaar prachtig om dit te zien en mee te maken!

’s Avonds wandelden we in de haven en zagen daar het fenomeen ‘zeevonk’, lichtgevende algen die op de golven vonkend tegen de kade aan spatten. We twijfelden: was het geen reflecterend maanlicht of het blauwe licht van de haven? Maar het was echt zeevonk en wat was het fascinerend! Zo zelfs, dat ik niet eens het benul had om een filmpje of foto te maken – we bleven kijken en wijzen en roepen dat het toch echt zo was. Al die dansende, spattende vonken, die het water blauwwit verlichtten en lieten bewegen, betoverend! Op Wikipedia staat een foto die precies weergeeft wat wij ook zagen.

Na een paar heerlijke dagen ben ik met de bus weer naar huis gegaan, bruinverbrand, vol indrukken en met een groot gevoel van dankbaarheid omdat ik deze dingen heb mogen zien, omdat ik zo genoten heb van mijn verblijf bij de vriendin en haar leuke zoon, omdat ik nieuwe vrienden maak en omdat ik fit genoeg ben geworden om optimaal van alles te genieten. Dat gevoel is zo hartverwarmend, de ervaringen zijn zó wonderlijk en verrijkend!
Toen ik daarna las over een spaarkaartenactie van een supermarkt, heb ik geen moment geaarzeld en heb ik een zwik volle kaarten ingeleverd voor twee tickets voor de boot naar Ameland met gebruik van een fiets. Volgende week verzilver ik de eerste ticket; een Facebookvriendin uit het westen is momenteel op Ameland op vakantie, dus ook wij gaan elkaar in levende lijve ontmoeten. Later in september fiets ik dan nog een dagje over dat dierbare eiland dat ik zo goed ken.
Volgend jaar wordt het dan toch tijd voor de mij nog onbekende eilanden: Terschelling en Vlieland. En natuurlijk ga ik terug naar Texel!

Ik heb de TV-TAS bijna in mijn zak 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

Articles

Dwaalgast

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vogels,Wadden on 27 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

Vanaf dat ik me begin 2002 in Friesland vestigde, bezocht ik Ameland voornamelijk als zonaanbidder, en passant genietend van de schoonheid van dit eiland. De oudheid, de sfeer, ik vond het altijd heerlijk. En toen kwam er een man in mijn leven die er woonde … Daardoor leerde ik Ameland in alle facetten kennen. De herfst en de winter, waar ik normaliter niet heel blij van word, werden mooi door de natuur op Ameland.

De enorme sneeuwbergen, veroorzaakt door de sneeuwschuiver en zorgend voor fantastische doorkijkjes naar vaag-witte weilanden, de verwaaide dennenbomen waarvan de takken gegarneerd zijn met een sneeuwlaag. Een met rijp versierd hek, lijkend op een met poedersuiker bestrooide wafel. Een met schrikogen omkijkende ree tussen de verlaten zomerhuisjes.
De boottocht, die telkens weer anders was, maar altijd met die bijzondere zee …

In het voorjaar werd de natuur opgefleurd met bloemen, vogels en vlinders – kleurrijke of juist ingetogen schoonheden. We zochten pulletjes, langzaam op de trike over het eiland toerend, of we reden met de auto naar één van ‘onze plekjes’ om daar naar de zeldzame parelmoervlinders en andere ronddansende soortgenoten te zoeken. ‘Onze plekjes’, waar we ‘onze’ eerste tapuit, putter en andere ‘eerste’ vondsten deden, samen genietend van wat we waarnamen. We hadden over het hele eiland bijzondere plekjes. De plaats waar we een gele kwikstaart zouden kunnen zien veranderde in een ‘ons plekje’ waar de immer veranderende schoonheid van het wad adembenemend bleef.
En toen was het opeens over en langzaam realiseer ik me dat ik Ameland nooit meer zo zal beleven als tijdens die 15 maanden waarin alles zo goed leek.

Die laatste keer had ik geen idee dat het de laatste keer zou zijn dat we in de zon door de duinen liepen, genietend van de luwte, van vogels op doortocht zoals een goudhaantje dat tussen boomtakken verstoppertje met me speelde, de overal opduikende koperwieken, een torenvalkje dat rustig op een paaltje zat, een sperwertje dat langs de weg druk bezig was met zijn prooi en onze aanwezigheid (in de auto) trotseerde om zijn maaltijd verder in stukken te scheuren.
We maakten foto’s door de voorruit, zoals we overal samen foto’s van maakten.
Ik weet niet waar het omslagpunt van samen naar allebei foto’s maken heeft gelegen. Ook vraag ik me af of hij toen al wist dat dit mijn laatste bezoek aan ‘zijn’ eiland zou zijn …

De ganzen hebben de weilanden weer bevolkt; de eerste groepen waren dat laatste weekend al gearriveerd. Ik zal Ameland nooit meer zo kunnen beleven als in het afgelopen jaar. Al zal ik zeker weer genieten van de boottocht – de schoonheid van de zee verrast altijd weer vanwege de variatie. Hoe vaak ik niet buiten zat, op de banken met reddingsvesten …
Maar ‘onze plekjes’ vergroeien in de seizoenen en ik kan zelf plekjes ontdekken, zelf zoeken naar de zilveren maan, de argusoog, de vele vogelsoorten. Naar ‘zijn plaats’ hoef ik ook niet meer. Buiten Ameland zijn veel van de vogelsoorten ook in de provincie aan de kust waar te nemen – de Waddenzee behelst meer dan dat ene eiland.

An ordinary starling

De spreeuw die kwetterend zat te glinsteren in het zonlicht, het wad in prachtige tinten, de groep ganzen die tussen donkere wolken een paar zonnestralen ving – dat zijn de laatste vastgelegde herinneringen aan dat eiland waar ik zoveel van houd. Trekvogels en dwaalgasten blijven niet heel lang op één plaats; ze zijn te gast totdat ze volgegeten en aangesterkt verder kunnen vliegen.
Voor nu neem ik afscheid van Ameland, maar ik kom terug – als dwaalgast.

P.S.: Voor een vergroting van de foto’s kunt u op de fotoblokjes bovenaan klikken. U komt dan op mijn Flickr-pagina’s.

Articles

Druk

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Vogels,Wadden on 6 november 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , ,

Het woord ‘druk’ kan veel verschillende betekenissen hebben. Je kunt het druk hebben, je kunt druk zijn, je kunt je druk voelen in je gedrag of zo op anderen overkomen, je kunt je druk maken of het kan ergens druk zijn.

De maand oktober bood het hele bovengenoemde scala aan betekenissen. Er waren gezellige uitjes: een familieweekend op Ameland, gevolgd door een familiebezoek in Oranienburg met daarbij vanzelfsprekend een bezoek aan Berlijn. Zowel het familieweekend als het lange weekend in Duitsland waren indrukwekkend.
Op Ameland hadden we bijzondere uitjes: een tocht met de Strandexpress, die ons via het verlaten strand naar het stille, imposante natuurgebied achter het Oerd bracht. Ik genoot van de informatie, van het landschap en het gevoel wat dit oeroude land oproept. Je waant je heel ergens anders op dit beschutte stukje eiland, waar het oude houten baken fier oprijst boven de vlakke duinenrij, terwijl een paartje bruine kiekendieven een geweldige vliegshow weggaf. Duikend, zwevend, af en toe landend, om meteen weer op te stijgen. Spelend in hun territorium, waar wij te gast waren.

Een dag later bezochten we de eendenkooi, onder leiding van de officiële kooiker met zijn kooikershond. De kooiker wist boeiend en met veel humor te vertellen over zijn vak. Eendenkooien zijn zeldzaam geworden en we moeten zuinig op deze monumenten zijn. Nooit eerder heb ik stilgestaan bij de functie van dit geraffineerde bouwwerk, waar licht en windrichting worden gebruikt om de eenden in de val te lokken, waar lokeenden en ook de hond hun specifieke functies hebben. Het was allemaal ongelooflijk interessant; je zou bijna vergeten dat de kooi bedoeld is om wilde eenden te vangen voor de slacht: eendenborstfilet blijft een delicatesse, zegt men.

Halverwege de daaropvolgende week vertrokken wij naar Oranienburg, waar ik na 7 jaren mijn nicht weer bezocht. Dit mooie stadje aan de Lenitzsee is door de Kurfürst genoemd naar zijn geliefde vrouw Louise Henriette von Oranien-Nassau, de oermoeder van het huidige Koninklijk Huis. In het verleden was ik regelmatig bij mijn nicht te gast, zowel hier als in Berlijn toen zij daar nog woonde. Het was heerlijk om Berlijn weer te ervaren! Opvallend was de DDR-revival en het ietwat late inzicht in het historisch belang van de Muur, die nu gemarkeerd met speciale straatklinkers door de stad slingert. Op de straathoeken werden aan toeristen Russische bontmutsen verkocht en op meerdere plaatsen stonden ‘militairen’ die toeristen tegen betaling paspoortstempels uit de Mauer-tijd gaven of met hen poseerden. Het toerisme floreert en profiteert van de bijzondere sfeer van deze stad. Berlijn blijft me altijd boeien – de stad waarin alle oorlogen blijven woeden, de wonden niet echt helen. “Berlin soll immer werden und nie sein” is het credo en dat bewezen de vele steigers en kranen ook deze keer weer.

Naast alle fijne familiebezoeken met als klapper een groot verjaardagsfeest, hebben we veel ondernomen: een wandeling langs een bos, waarvan de prachtige herfstkleuren schitterende plaatjes opleverden, lunchen aan de rivier de Havel, speuren op Trödelmarkten naar oude buit. Verder reden we naar Linum, waar de grauwe kraanvogels in het najaar neerstrijken om te fourageren voor hun tocht naar Afrika. Een spectaculair gezicht: wolken van honderden, duizenden kraanvogels die hun eigen radar volgen, massaal aanvliegend om in beschermd gebied te overnachten. Ik heb zelden iets zo imposants gezien als deze grote vogels die in volledige vrijheid pal over ons heen scheerden, in V-formaties hun vleugelslag en positie feilloos op elkaar afstemmend. Een zeer indrukwekkende belevenis!

Maandags moesten we terug: het was ook thuis druk. Nog steeds wordt hier hard gewerkt aan de WMO-aanpassing van mijn badkamer. Stof en lawaai, drukte in huis, onhandig gepaard gaand met kiespijn, tandartsbezoeken en het moeten laten trekken van een aantal kiezen. Hoewel ik altijd erg zuinig ben geweest op mijn gebit, heeft ‘de wolf’ toegeslagen en van binnenuit mijn kiezen aangevallen. Mijn opa had vroeger een rijmpje als mijn broertje en ik met hem naar het bos gingen en ons tussen tangvormige blootgelegde wortels van een vliegden klemden: “De wolf houdt je gevangen tussen twee ijzeren tangen.” Of het rijmpje meer regels had, weet ik niet meer, maar bij het trekken van de kiezen heb ik veel aan dit rijmpje gedacht … Het is nog niet voorbij – er zullen nog meer kiezen sneuvelen. Mijn kaak is nog niet geheeld, de infectie nog niet bezworen, maar ik ben al blij met pijnvrije dagen zonder ijzeren tangen (helaas wel met druk-pijn).

Na de uitjes en met de problemen met de kiezen, kreeg ik onvoorzien een extra’tje voor de kiezen: ook de liefde bleek ten prooi gevallen aan ‘de wolf’. Het was niet mijn keuze en het genereerde een heel ander soort druk: die van afscheid nemen. Geen fysiek afscheid, dus psychisch een nog zwaardere kluif.
Intussen is een nieuwe maand aangebroken, een maand waarin ik met warmte terugkijk op de mooie uitjes en met weemoed op mijn vergane kiezen en vooral op een vergane liefde waarin ik een weg moe(s)t zoeken.
Die weemoed zal me nog wel vaker overvallen, maar ik kijk nu vooruit. De toekomst ligt open, mijn badkamer nadert voltooiïng en langzaam maar zeker verwerk ik alle in-druk-ken van de drukke maand oktober.

Articles

Knoert van Oerd ~ 2 ~

In Natuur,Sprookjes & fabels,Taal,Vlinders & nachtvlinders,Vogels,Wadden on 7 september 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Na een weekend waarin wij opnieuw met Keizer Knoert hebben kunnen spreken, is ons nog veel meer duidelijk geworden over het leven en de visie van dit microvolkje.
Hoewel Keizer Knoert aangeeft keizer zonder raadgevers te zijn en dus alleen maar onderdanen heeft, is hij in wezen een microsoftie: hij heeft veel meedogen met zijn volk en regeert met compassie. Datzelfde hoorden wij van onderdanen (feitelijk bovendanen; zij zijn allemaal iets groter dan de Keizer), die een plezierig leven leiden. Door deze gesprekken zijn een aantal evidente verschillen met onze maatschappij en de politieke hiërarchie aan het licht gekomen, maar daarover later.

Het microvolkje leeft ‘omgekeerd’, wat als uniek in elke wereld kan worden beschouwd. Zij worden oud geboren en kennen zodoende meteen de duur van hun leven. Hun puberteit – de fase waarin wij mensen het meest onzeker zijn over bij voorbeeld uiterlijk, beleven zij met meer dan voldoende zelfkennis en levenservaring.
Dit omgekeerd leven maakt hen stabiel en zeker over hun leven, hun uiterlijkheden en hun vooruitzichten.
Qua uiterlijk en gebruiken verschillen zij van de doorsnee kabouter- en mensenpopulatie: degene die als kleinste geboren wordt, is automatisch de volgende keizer. Hierdoor is het een kwestie van lotsbestemming wie de leiding over het volk krijgt.

De leeftijd van dit volk ligt zoals genoemd op voorhand vast, maar zij leven veel langer dan wij mensen – bij de geboorte is de gemiddelde bovendaan zo’n duizend jaar oud. Dat betekent dat zij zich geen zorgen hoeven te maken over hun dood, die hen niet voortijdig door ziektes, maar alleen door ongevallen kan treffen. Het volk is immuun voor ziektes; zij kennen het woord alleen van de dieren en de wereld rondom hen. Zij zijn om verschillende redenen niet bang voor de dood: doordat een plant in het najaar sterft en in het voorjaar opnieuw geboren wordt, ‘weet’ het volk dat zij niet hoeven te vrezen voor de dood. Ze komen immers weer tot leven? Dat dat niet altijd gebeurt, ligt aan de overledene zelf: hij of zij kiest dan voor Everland, een wolk waarop zij voor eeuwig willen blijven. Dat lijkt mij persoonlijk na duizend jaren leven ook wel een mooie keuze.

De grafjes zijn speldenprikjes, niet zichtbaar voor ons blote oog. De tot baby’s volgroeide duizendjarigen vragen nauwelijks ruimte doordat zij tijdens de laatste fase van hun leven nog verder krimpen. Zelf noemen ze dat liever “overgaan”. Deze overgang begint aan het einde van hun puberteit en duurt totdat de dwergkabouter in babystaat sterft. Het geheugen glijdt langzaam weg totdat het bij hun dood als baby onwetend en blanco, puur is. In deze periode worden zij afhankelijk van hun kleinkinderen die hen als vanzelfsprekend voeden, verzorgen en verschonen totdat het vuur dooft.
Keizer Knoert wil zijn huidige leeftijd niet vertellen, maar zegt wel nog lang niet aan de overgang toe te zijn. Hij vertelt dat de begraafplaats rondom de basis van een speciale bloem ligt, een bloem die vrijwel het gehele seizoen door bloeit. Ik begrijp uit deze uitspraak dat het om een viooltje moet gaan: we hebben in de loop van het jaar her en der veel kleine viooltjes gezien en we weten ook dat dit een waardplant voor een aantal bijzondere vlinders is. Deze vlinders spelen een grote rol in het leven van het Oerdburenvolkje.

Dieren vormen een belangrijk hulpmiddel voor het volkje: zij reizen graag per libel (die zij helicopter noemen) of per zweefvlieg(tuig). Ze gebruiken spinrag van verdwenen spinnen voor hun micromee-werk; de webben worden systematisch uitgerafeld en opgerold tot een enorme kluwen, waarna het klaar is voor gebruik.
Ook vogels helpen hen met hun voortbestaan: kwikstaartjes maken al wippend met hun staart mooie snelwegen door het woud van helmgras en de mussen, die we bij het Kooikershuus altijd restjes van onze appeltaart geven, blijken delen van deze restjes aan de Oerdburenbuurt te leveren, die daar weer de meest heerlijke gerechten van maken.
Dan zijn er nog vele geleedpotige helpers, die delen van vruchten aanslepen of het volkje wijzen waar ze deze zelf kunnen vinden. Keizer Knoert en zijn bovendanen zijn vegetariërs en doen dus geen vlieg kwaad.

De volgende keer uitleg over de prachtige parelmoervlinders (waaronder de zeldzame “zilveren maan”, die een speciale betekenis voor het volkje heeft) die men op Ameland kan vinden.
Verder komen reacties op ons verbazingwekkende menselijke politieke marionetten-machtsbestel aan bod, met daarbij enige parallellen tussen vriend en vijand, al heeft het volkje praktisch geen natuurlijke vijanden.
Wij kunnen nog heel veel van deze microkabouters leren!

= Wordt vervolgd =

P.S. Ik krijg het niet voor elkaar de foto’s te linken met Flickr. U kunt ze bekijken door bovenaan de pagina op het fotoblokje te klikken!

Articles

Knoert van Oerd – een sprookje in meerdere delen ~ 1 ~

In Natuur,Sprookjes & fabels,Taal,Wadden on 29 augustus 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

Vrijwel iedereen die iets over de geschiedenis van het Amelander Oerd weet, weet dat het daar spookt. In oude tijden staken jutters vuren aan om schepen te misleiden, zodat er na de schipbreuk van alles te jutten viel. Ritskemooi uit Buren is waarschijnlijk de meest bekende jutster: toen zij na een succesvol vuur de volgende dag tussen de wrakstukken van het schipbreuk geleden schip kon zoeken naar handel waarmee zij haar armoe kon bestrijden, vond zij tot haar ontzetting temidden van de andere doden het lichaam van haar jongste zoon Sjoerd…
Sindsdien spookt het op het Oerd: als het waait, hoor je Ritskemooi radeloos haar zoon roepen: “Sjoehoehoehoerd!!!”

Van dit verhaal maakte een zeer klein volkje destijds dankbaar gebruik om zich in stilte als buren van Buren in de duinen bij het Oerd te vestigen. Nog altijd wonen zij daar vredig en met veel plezier.
Het is een zeldzaam volkje, bestaande uit dwergkabouters met als leider de piepkleine grote Keizer Knoert. Vrijwel niemand weet van hun bestaan en geen mens heeft ze ooit gezien – tot vandaag. Vandaag wandelden wij als zo vaak vanaf De Kooiplaats, waar we onze traditionele koffie met appeltaart als lunch nuttigden, met onze camera’s het paadje af en de glooiende duinen in, op zoek naar vlinders die nog in onze fotocollectie ontbreken.

We kunnen natuurlijk niet de specifieke locatie van de Oerdburenbuurt prijsgeven; het is ons door Keizer Knoert persoonlijk toevertrouwd. Eén van zijn onderdanen ontsnapte ternauwernood aan de dood toen wij even gingen zitten om te rusten. Met mijn forse billen zou ik de halve bevolking hebben kunnen verpletteren, maar iets in mij waarschuwde me dat we ons wel eens in kabouterland zouden kunnen bevinden – ik had bij voorgaande bezoeken al vele signalen gezien. Daarom vleide ik mijn linkerbil voorzichtig op het helmgras en liet tijdens het verder laten zakken voldoende ruimte onder de bilnaad van mijn jeans om een riante uitweg voor eventueel klein volk te kunnen bieden.

Het dwergvolk behoort tot het zeer zeldzame ras der Micromen, die onder andere kabouterrassen groot respect afdwingen vanwege hun tot kunst verheven techniek van het micromeeën. Vanzelfsprekend ging Keizer Knoert niet zo ver om ons in de geheimen van deze kunst in te wijden, maar gezien mijn voorliefde voor hun schitterend aangelegd wilde tuinen (die voor een leek nauwelijks te zien zijn tussen helmgras en kruipwilg), wat ik bij elk bezoek luidkeels verkondigde en er foto’s van maakte – gezien dat gegeven had ik een macrostreepje voor bij dit microbiotisch volkje. De actie met de bilnaad gaf de doorslag: we mochten kennismaken met de Oerdburenbuurtbewoners en met behulp van microfoons waren we in staat een geanimeerd gesprek te voeren

Met permissie van Keizer Knoert zelf mag ik wel iets vertellen van het leven van deze kleintjes. Ze zijn zo groot als een afgebrande lucifer en het is een oud volk, dat desalniettemin zeer speels is gebleven.
Zoals gezegd leggen ze prachtige heemtuinen aan, met reusachtige zandblauwtjes, enorme leeuwenbekken en violen en met hoge, aarvormige bloeiers. Wij bewonderden deze in onze ogen piepkleine bloemetjes, waar een patroon van een uitgestrekte heemtuin in te zien was.

De petieterige varentjes die we zagen, blijken als palmbomen in het Land van Knoert te fungeren, waartussen zeer kunstig gemicromede hangmatten zijn opgehangen voor warme of juist natte dagen. Dat is op Ameland geen overbodige luxe: het eiland kent veel meer zonuren dan het vasteland, maar als het eens regent, is voor het microvolkje een plas water als een stormvloed waar Ritskemooi in vroeger dagen steenrijk van zou zijn geworden …
Hun hangmatten zijn waterdicht gemicromeed en houden hen zodoende droog en dobberend als bootjes vastgesnoerd onder hun palmbomen. Bij zonnig weer hevelen ze de stammen van de varentak naar voren, waarbij ze de krul van de varen als groot ruisend zonafdak kunnen benutten.

<

=== Wordt vervolgd ===

Articles

Cirkels

In Fotografie,Persoonlijks,Wadden on 10 augustus 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , ,

Altijd weer worstel ik met de vraag of men zit te wachten op wéér zo’n bericht dat over persoonlijke dingen gaat. Zoals over mijn cirkels: sinds een jaar ben ik een zeer frequente bezoeker van Ameland doordat een vriend tijdens het jaarlijkse Rôggefeest mijn vriend werd. Ik mag mijzelf daarmee een jarige lat-Ameleilander noemen!

Vrijdag bezochten wij het 24e Rôggefeest in Nes, ditmaal op een heel andere manier dan vorig jaar. Toen kwam ik voor een optreden van Harry Sacksioni (die ik door allerhande vrijwilligerswerk dat me in de schoot geworpen werd, niet heb gezien) en liep ik veel mee met de vriend, die als penningmeester het nodige te doen had. Ik heb weliswaar een aantal acts gefotografeerd, maar ik heb lang niet alles gezien. Wel heb ik met veel artiesten wat kunnen praten als ze zich omkleedden en bijkwamen van hun ronde – het was bloedheet die dag.

Ook dit jaar hebben we lang niet alles gezien, maar om andere redenen. Mijn vriend, die een tijd geleden na een conflict afgetreden is als penningmeester, wilde het feest nu als toeschouwer zien en beleven, zonder de zorgen en drukte die zijn bestuursfunctie altijd met zich mee heeft gebracht.
Ik was echter – mede wegens dat conflict, dat ik destijds op scherp heb gezet – wat treuzelig, waardoor we aan de late kant arriveerden. Een aantal acts was al afgelopen, sommigen speelden zich aan de andere kant van het dorp af.

We bleven als rasechte muziekfans even bij een goede band staan kijken en luisteren en belandden daarna bij een band die zo ongelooflijk was, dat we daar tot het einde van hun act gebleven zijn. Het was genieten! Drie jongens van 16 jaar die sinds drie jaren hardrock en heavy metal spelen en dat met een gemak alsof ze al jaren profs zijn, fantastisch!
Dat jongens van die leeftijd het aandurven om Purple Haze van Jimi Hendrix te spelen vonden we al een staaltje van moed, maar dat ze het ook nog goed deden, maakte hen tot een top-act. De vonken spatten er af, van deze Amelander band “High Voltage”.

Na het bekijken van de parade – een vast onderdeel van het feest, waarbij artiesten op wagens door het dorp rijden – gingen we op weg naar het podium waar de slotact zou optreden. Het zou iets met vuur zijn, wisten we. Dat het om een groep mensen op stelten, zwaaiend met fakkels ging met zware Wagner-achtige muziek, wisten we min of meer, dus zwaar teleurgesteld waren we niet. Het was een bevestiging van wat we al dachten: voor dit geld had de very, very (s)low voltage beter van plaats kunnen ruilen met “High Voltage”, die voor de gage van deze artiesten zeker 10 jaar lang de slotact hadden kunnen verzorgen.

Tijdens het hele feest ontmoetten we bekenden, bestuursleden en vrijwilligers en het was bijna komisch dat we zo overduidelijk door een aantal bestuursleden genegeerd werden. Vanzelfsprekend waren dat degenen die een aandeel in mijn vriends vertrek hadden en geen moeite hadden gedaan de zaken recht te zetten.
Het was aandoenlijk om te zien hoeveel moeite mensen zich getroostten om ons maar ‘niet te zien’, terwijl het enige juiste een excuus was geweest. Maar dat zat er niet in – de moeite die het negeren kostte, was blijkbaar toch gemakkelijker dan ‘gewoon doen’ of excuus aanbieden. Vreemd genoeg werd ik door één van deze mensen wél normaal begroet (en beantwoordde de groet op dezelfde toon). Ook stond ik in het programmaboekje vermeld als vrijwilliger, maar over de enorme inzet van mijn vriend werd niet gerept.
Hij werd simpelweg door de betrokkenen doodgezwegen. Het bleef dubbel voor ons allebei. Natuurlijk verwachtten we ook geen uitnodiging voor de traditionele barbecue die de dag na het feest voor alle vrijwilligers en bestuursleden wordt gehouden… Toen na de slotact werd gezegd dat het tijd was het geld te tellen, zeiden wij lachend: “Wij tellen niet meer mee!”

De graancirkel van de roggeoogst, die met het Rôggefeest gevierd wordt, is weer rond.
Nog een cirkel is ons 1-jarig lat-jubileum, dat werd bezegeld met cadeaus: voor mij een prachtige ring met stenen in meerdere blauwtinten. Kleuren die de cirkels van onze levens weergeven: het blauw van de lucht en van de zee, die kleuren horen bij ons allebei: lucht en water voor mij, en ‘lucht’ en water voor hem – geboren als eilander en nu opnieuw eilander.

Wij timmeren verder aan onze lat-relatie en hopen geen planken mis te slaan. Een relatie die voortkwam uit een feest, al zal dat feest cirkels in het water blijven geven zolang men gemaakte fouten niet erkent en mijn vriend niet de eer en het respect gunt dat hem toekomt. Cirkels worden uiteindelijk altijd rond, dus we geven het tijd.

Articles

De Hakkelaar en ander vlieg-tuig

In Fotografie,Natuur,Vlinders & nachtvlinders,Wadden on 1 augustus 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , ,

Klein Koolwitje

Het is fascinerend dat het woord ‘vlinder’ zo goed alle kenmerken van dit diertje weergeeft: kwetsbaar, kleurig en fladderig dartelend in de zon. De naam vertoont in vele talen verschillende van deze kenmerken: het Duitse Schmetterling klinkt net als vlinder kwetsbaar, het Engelse butterfly juist als een sterke bloemenbezoeker. Het Franse papillon doet me denken aan de mooie kleuren en zelfs bij het Arabische farasha kun je je wat fladderigs voorstellen. Het Spaanse mariposa klinkt ook mooi, net als het Italiaanse farfalla. De Denen koppelen de vlinder aan de zomer met hun sommerfugi en de Zweden noemen een vlinder fjäril.

In mijn eigen poëzie-albums staan meerdere versjes die de vergelijking tussen een meisje en een vlinder maken:

St. JansvlinderVriend’lijk, vrolijk, dartel meisje,
fladder lang nog in het rond,
als een bloemetje dat bloeit
als een vlindertje dat stoeit,
met een lach steeds om je mond.

Geen hoogstaande poëzie, maar lieve versjes voor een klein meisje. Veel hoogstaander zijn de mooie, enigszins treurige liedjes van Boudewijn de Groot en van Simon & Garfunkel. De treurnis gaat daarbij over de korte levensduur van de vlinder, terwijl de fascinerende levenscyclus van ondergeschikt belang gemaakt wordt: van eitje tot rups, daarna bezinning in zijn spinsel als pop om er vervolgens tot vlinder getransformeerd uit te kruipen. Dat is een unieke evolutie die vrijwel geen enkel ander dier gegeven is!

In korte tijd hebben we een vrij grote hoeveelheid vlinders Gehakkelde aureliagefotografeerd. We determineren ze met behulp van Vlindernet.nl en als het om zeldzame exemplaren gaat, melden we ze keurig bij Waarneming.nl.
Met vogels doen we hetzelfde, maar de zomermaanden zijn extra leuk met al die vlinders die voor onze lens verschijnen. Zo zat onlangs, toen ik 10 dagen op Ameland doorbracht, zomaar een gehakkelde aurelia op de muur van het buurhuis – een soort die niet te missen is. Prachtig, zoals dit dier gevormd is met zijn kleurige vleugels en de fraaie inhammen in de vleugelranden, waar hij zijn naam aan dankt. Deze Hakkelaar is niet afgevlogen, ook dankt hij zijn scherpe inhammen niet aan een confrontatie met een hakselaar – het is zijn natuurlijke vorm.

Icarusblauwtje

Vlinders fotograferen blijkt ook in de vrije natuur leuk te zijn. Ik gebruik mijn telelens om ze mooi dichtbij te halen, en stel handmatig de belichting in. De schoonheid en de meestal uitbundige kleurenpracht van de vlinders wegen royaal op tegen de kleine ongemakjes van mijn camera die wat vlekjes op de sensor heeft en tegen de natuur die mij op vlinderjacht met blote benen door brandnetels of bramen laat lopen.
Maar het spotten van een minuscuul Icarusblauwtje en deze goed op de foto krijgen, het vast kunnen leggen van de schoonheid van een dagpauwoog, dat alles is vele malen belangrijker dan jeuk door een beet van een daas of van prikplanten, en maakt het vlinders fotograferen zo leuk. Ze zijn ook erg fotogeniek, al moet je je er soms voor in rare bochten wringen. Net als zijzelf overigens!

Kleine Vuurvlinder

Vlinders laten je genieten. Wij hadden in juni al het geluk dat we de zeldzame duinparelmoervlinder en wellicht ook de zilveren maan op de foto kregen, maar we hebben intussen veel meer soorten gefotografeerd. Plaatjes zeggen in dit geval meer dan praatjes. Daarom laat ik het hier nu bij en laat ik divers vlieg-tuig uit de vrije natuur op jullie los, fladderend door de teksten.

Bruin zandoogjeHeivlinder