Archive for the ‘Vlinders & nachtvlinders’ Category

Articles

Kunst en vliegwerk

In Fotografie,Natuur,Vlinders & nachtvlinders on 26 juni 2016 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De afgelopen week brachten we in Roemenië door – een onverwacht prachtig land met geweldige natuur. Wat hebben we veel gezien en gelukkig ook vast kunnen leggen! Transsylvanië, het gebied dat lang bij Hongarije hoorde maar nu Roemeens is, betekent niets meer dan “door het woud”.

We verbleven in de stad Cluj, waar een mooie grote Botanische Tuin is. Daar zagen we bij ons eerste bezoek een Kleine IJsvogelvlinder, waarmee mijn lijst van ‘nieuwe’ vlindersoorten begon. Genieten!

Bij de bossen rond Cluj hoort het bijzondere Hoia Baciu, het Betoverde Bos, waar ooit een UFO landde en waar telefoons en camera’s vreemd reageren. De onze bleven het gewoon doen en dat was maar goed ook, want tijdens een trip met paard-en-wagen door het woud, zagen we de prachtigste vlindertjes fladderen. Op mijn “fluture”-roep, hield onze menner het paard in en van daaruit lukte het me een foto te maken van het prachtige Tweekleurig Hooibeestje, een klein vlindertje dat in Nederland uitgestorven is. Een waar kunstwerkje!

Eerder hadden we geprobeerd in datzelfde bos te wandelen, maar we werden vrijwel meteen weerhouden door een Kleine Weerschijnvlinder, die erg aan ons gehecht bleek. Hij of zij ging zelfs op onze vinger zitten en liet zich prachtig fotograferen. Tussendoor landde er een Keizersmantel op de grond, die ik in een flits zag en kon schieten. Verder zag ik vanaf de boerenkar een Dambordje (vermoedelijk), ook al zo’n schoonheid. Allemaal primeurs voor mij op vlindergebied!

We hebben nog veel meer gezien: Groot geaderde witjes die niet op de foto wilden, een dagpauwoog, diverse zandoogjes, gehakkelde aurelia’s, de wereld aan witjes – dus hopelijk ook een scheefbloemwitje! – en de laatste bonus kwam op de laatste dag, toen ik bij bijna 40 graden in het park van het Etnografisch Museum twee keer een klein blauwtje zag fladderen. Het was zwoegen in de hitte om ze goed op de foto te krijgen.
Bij determinatie bleek het niet om Bruin Blauwtjes te gaan, maar om Adonisblauwtjes – alweer een soort die we hier niet (meer) hebben.

Ondanks dat ik mooie vlinders zie in mijn telgebiedje en dat er voor mij nieuwe soorten nachtvlinders op mijn raam landen, voelen deze bijzondere diertjes toch anders. En al die andere Roemeense cadeautjes zoals de prachtigste juffers, een smaragdhagedis, spelende eekhoorns en de mooist denkbare flora en fauna zijn geweldig, maar dit vliegwerk stal voor mij de show.
Ik voel me rijk met al deze nieuwe schatten die als kunstwerkjes rondfladderden en die op mijn harde schijf mogen beklijven.

Articles

Tussen de lakens

In Fotografie,Natuur,Taal,Vlinders & nachtvlinders on 11 oktober 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Het was een prachtige zomer en dat betekent dat ik veel buiten ben geweest, in de natuur. Van excursies met de Vlinderwerkgroep tot dagen in het veld met allerlei mensen die ik via Facebook heb ontmoet, IVN-avonden en excursies in het Leeuwarder Bos – ik heb de zomer optimaal ge- en beleefd. Daarbij bleven de avonden bij de vlinderlakens toch wel hoogtepunten: wat heb ik weer een bijzondere schoonheden mogen zien! Elk gebied kent zijn eigen vliegers, elke maand brengt weer andere vlinders en ik krijg er nooit genoeg van. Naast macro’s begin ik ook micro’s te fotograferen, al ken ik die nog nauwelijks bij naam. Vooralsnog heb ik aan het determineren van macro’s mijn handen vol. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog – ik kan er nog menige koude wintermaand mee vullen.

Ik weet het: ik heb al veel vaker geschreven over de ‘pracht van de nacht’, maar al die verrassingen die zomaar op de felle lamp afkomen en op het laken landen – het blijft me mateloos boeien en fascineren. Dit jaar heb ik meer nachtvlinderavonden meegemaakt dan de afgelopen drie jaar samen: het weer werkte goed mee en ik had bovendien vaker vervoer, dus ik heb optimaal van alle avonden kunnen genieten. Thuis kwam er wat minder ‘bezoek’ op mijn blauwe lampje af; het lijkt er op dat de vlinders er aan beginnen te wennen. Of poes Miss Muis heeft er succesvol een aantal gevangen, dat kan ook nog, maar feit is dat er de laatste maanden nauwelijks nog vlindertjes op mijn raam landen. Ondanks een paar mooie vondsten eerder in het jaar was het tussen de lakens veel spannender!

We hadden een paar absolute top-avonden: de beste was na een snikhete dag op de Delleboersterheide, een prachtig natuurgebied, waar het laken op de broeierig warme avond uitpuilde van de nachtvlinders. Ik las dat er op de twee lakens 521 macro’s geteld zijn, terwijl het aantal micro’s nog niet duidelijk was! Dat is extreem veel en het was onbeschrijflijk om mee te maken. Ik had die dag een nieuwe camera gekregen, zonder dat ik de gebruiksaanwijzing kende, maar met enige instellingshulp door anderen heb ik gelukkig goede foto’s kunnen maken – beter dan met mijn andere, waarbij ik niet kon flitsen en met een zaklamp moest werken (en bovendien de vlinder bijna beschadigde omdat ik er zo dicht bovenop zat). Nu kon ik inzoomen en toch goede foto’s nemen. En er viel wat te klikken! Bij die 521 macro’s zaten twee bijzonderheden, waarvan eentje de absolute topper was: een totaal nieuwe soort voor Nederland! Het was indrukwekkend hoe Jannie Sinnema het uiltje feilloos uit de hordes vlinders plukte omdat ze deze niet herkende. De Sinnema’s verdienen deze triomf van een nieuwe vondst volledig: zij zetten zich samen al 40 jaar met hart en ziel in voor de nachtvlinders in Friesland en zijn een stuwende kracht achter de Vlinderwerkgroep. Zelf heb ik de uil geloof ik niet eens gezien of gefotografeerd; Jannie toonde hem in een potje – hij moest natuurlijk mee ter determinatie. Het was een overweldigende avond.

Ook bijzonder was de avond in tuin in Kollum: door de vlindervriendelijke beplanting van de tuin in combinatie met grote ruigtegebieden en een kanaal vlakbij het huis kwamen er mooie diverse soorten op de lakens. Het weer werkte mee: het was wat broeierig en dat is altijd prettig voor de nachtvlinders. De door mij zeer gewaardeerde hagedoornvlinder was in groten getale aanwezig – er kwamen wel 20 exemplaren van deze gele schoonheid naar ons toe. Pijlstaarten – die blijkbaar een ingebouwde klok hebben en pas rond middernacht vliegen – zagen we die avond niet, maar daarvan had ik eerder al tijdens de Nationale Nachtvlindernacht, in het Leeuwarder Bos en op de Delleboersterheide oude en nieuwe bekenden gezien.

Een speciale plek verdienen de Weeskinderen: op de Delleboersterheide zagen we een (bijzonder en prachtig) karmozijnrood weeskind, terwijl we twee en ook drie weken later bij excursies werden verblijd met het zien van een rood weeskind. Waarom ze zo heten weet ik niet; ondanks de naam ‘weeskinderen’, zijn ze wel familie van elkaar 😉 Het wachten is nog op een blauw en een zwart weeskind, dan is de familie compleet. Dat komt vast nog wel!
Ook bijzonder was de zilveren maan die we in een gebied zagen waar deze zeldzame parelmoervlinder niet eerder gesignaleerd was. Iets verderop zag ik daar ook mijn eerste luzernevlinder vliegen – helaas niet mogelijk om daar een foto van te maken. Als laatste hoogtepunt zag ik tijdens een fietstocht op Ameland vanuit een ooghoek een vlindertje op een stukje duinzand, dus ik ging bovenop de rem, camera in de aanslag, fiets omkeren en terug en daar zat een kleine parelmoervlinder, een typische duin- en kustsoort die je in de provincie niet zomaar ziet.

De laatste drie genoemde vlinders zijn dagvlinders, maar de nadruk ligt toch altijd weer op de macro’s en micro’s: spannende spanners, knappe uiltjes en mooie motten, veelal met poëtische namen. Je vindt ze wel in abri’s en op portiekverlichting, maar het grootste vlinderplezier beleef je toch tussen de lakens 😉

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Home is where the heart is

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vlinders & nachtvlinders on 4 juli 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Wat heb ik er lang niet aan gewild: ik woon in Leeuwarden en dat zal niet veranderen. Na de aanvankelijke rust die Fryslân brengt, vond ik het verschrikkelijk om ‘opgesloten’ te zijn in een stad die niet de mijne is, zonder vervoer naar de – wel mooie – buitengebieden en vooral, zonder echte vrienden. Die krijg je hier niet zomaar; degenen die me dierbaar zijn, zijn praktisch allemaal niet-Liwwadders.
In de 12½ jaar dat ik hier woon, is er veel gebeurd en veel veranderd. Mijn mogelijkheden zijn veel beperkter dan toen ik hier kwam. Liefdes en vriendschappen kwamen en gingen voorbij. Daar heb ik erg aan moeten wennen, aan de gevoelens van eenzaamheid die dat met zich meebrengt, in een stad waar voor mijn gevoel weinig natuurschoon te halen viel, waar ik nauwelijks binding mee heb. Maar de rust is er wel – die Friese rust, het geen haast hebben.

Sinds vorig jaar heeft mijn leven enorm aan kwaliteit gewonnen en kan ik er steeds meer op uit. Dat doe ik dan ook en tot mijn eigen verbazing geniet ik bij elke tocht met volle teugen! Deed ik voorheen wat lacherig over het ‘Leeuwarder Bos’ (“Wat nou bos!? In Ommen heb je pas bos!”), hoe meer ik er kom, des te meer zie ik en geniet van alles wat ook een jong bos toch tot een bos maakt! Activiteiten en excursies maken het ook zichtbaarder. Zo was er eind mei het Soortenweekend dat door het Natuurmuseum georganiseerd werd, met eye-openers bij de excursies en genieten bij het nachtvlinderen. Ik fietste drie keer heen en weer en genoot van alle aspecten die getoond werden. Wat is er nou mooier dan een bos verkennen en nachtvlinders bekijken onder het geroep van een koekoek vlakbij?
De Nationale Nachtvlindernacht viel ook gunstig: op vrijdagavond kon ik mee naar Buitenpost, waar leden van onze Vlinderwerkgroep lamp en laken bedienden. De volgende avond was er een tweede mogelijkheid: aan de rand van het Leeuwarder Bos. De methode van vlinderen verschilde enorm, maar ik genoot evenzeer van de wetenschappelijke benadering als van de wat vrijere benadering in Buitenpost – buiten de prachtige vlinders die op het licht af kwamen!
Beide nachten lag ik pas om 4 uur in bed, maar het weerhield me niet van deelname aan bemonstering van het water met zoeken naar kikker- en amfibielarven aan de rand van het Leeuwarder Bos op zondagmiddag. Ook dit was een geweldige middag, waar ik ondanks mijn angst voor kikkers enorm van heb genoten.

Op Facebook is er (o.a.) een groep voor het Leeuwarder Bos en door daar lid van te worden, ontmoette ik mensen die het bos een warm hart toedragen. Intussen ben ik met één van de leden al op stap geweest om te zoeken naar rupsen die daar gespot waren – helaas waren ze onvindbaar. Toch blijft de serendipiteit: je gaat voor een rups maar je vindt tientallen andere dingen. Die middag was dat de heemtuin, die de rand van het bos omtovert in een schoonheid waar je met liefde doorheen wandelt en fietst. Natuur die niet alleen maar in mijn favoriete parkje verpakt is, maar waar ik na een kwartiertje fietsen al middenin sta.

Zo heb ik het gevoel terug dat mijn opa me vanaf klein meisje meegaf, elke zondag als hij ons meenam naar “de bos”: ik ben thuis. Ook hier in Leeuwarden, ook rondom de stad waar zo veel mooie natuurgebieden zijn en zeker in Fryslân. Mijn mantra is niet meer “Ik ben geboren in het Reestdal, getogen in het Vechtdal, mijn kinderen zijn geboren in het Reggedal en nu woon ik (voorgoed) in het tranendal …”. Nee, ik heb op mooie plekken gewoond met schitterende natuur en nu ik beter kijk, zie ik die hier ook. Ook hier ben ik thuis.

Onderstaand een fotoserie van zowel de bezoeken eind mei als van de afgelopen week.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Ondergeschoven kindje

In Fotografie,Natuur,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 3 mei 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , ,

Bonte bessenvlinder?

Mijn blog lijkt onderhand een ondergeschoven kindje; ik krijg telkens niet de juiste woorden uit het toetsenbord.
Het wordt wel hoog tijd voor een nieuw stukje: het vlinderseizoen is alweer aangebroken en daarmee ook het seizoen van de ‘motjes’. Motjes, ook bekend als nachtvlinders of macro’s (samen met een grote groep microvlinders), zijn de afgelopen jaren bij een groter publiek populair geworden. Daardoor ebt het scheldwoord ‘mot’ gelukkig geleidelijk aan weg en krijgen macro’s de aandacht die ze verdienen. Er zijn zo veel verschillende families met zo veel schoonheden dat het hoog tijd werd dat deze groep positief in de belangstelling komt! De naam ‘nachtvlinders’ is wel wat onduidelijk; veel van deze vlindertjes zie je ook overdag. Daarom hanteer ik liever de naam ‘macro’ als tegenhanger voor de nog kleinere micro-vlindertjes.

Bij ‘onze’ Vlindervereniging Friesland wordt er veel genachtvlinderd door de leden: zij lokken macro’s en micro’s met een lichtval, met stropen (er wordt een voor vlinders aantrekkelijke substantie op een boom gesmeerd) of met een laken en speciale lamp. Dat is allemaal niet zo eenvoudig als het lijkt: er moeten aggregaten zijn om de lampen brandend te houden en het moet relatief windstil zijn zodat het laken optimaal gespannen kan worden.
Vorig jaar juli beleefden we na een geslaagde middagexcursie een prachtige zomeravond aan de Linde en zat ik bij het laken van Gerrit Tuinstra, die als een acrobaat met zijn net de vlinders van de struiken plukte, ze razendsnel op naam bracht en ze op het laken zette. Ik schreef er al terloops over in het blog ‘Fata Morgana’.
Overigens noem ik Gerrit zonder andere leden tekort te willen doen; hij helpt me met het determineren van welke soorten er allemaal op mijn blauwe lamp afkwamen (en hopelijk weer af gaan komen), vrijwel iedereen heeft enorm veel kennis!

Ook de Vlinderstichting besteedt veel aandacht aan macro’s. Er wordt een nieuwe uitgebreide nachtvlindergids samengesteld en bovendien hebben ze het interessante boekje ‘Nachtvlinders belicht’ uitgebracht. Uit het onderzoek dat in het kader van dit boekje werd verricht, bleek dat ook de nachtvlinderstand hard achteruit gehold is in de afgelopen 40 jaren. Datzelfde is het geval met de dagvlinders; milieu- en klimaatinvloeden, veranderd natuurbeleid en zelfs verlichting hebben invloed op al dan niet met uitsterven bedreigde soorten. In het boekje is een Voorlopige Rode Lijst voor nachtvlindermacro’s samengesteld en de uitslagen zijn schrikbarend. Boekje en onderzoek werden door één van de onderzoekers toegelicht tijdens onze voorjaarsvergadering.

Als ik dat op zo’n avond allemaal aanhoor, voel ik me een leek te midden van al die mensen met zo veel specifieke kennis. Ik weet zo weinig, ken relatief weinig macro’s ‘uit het hoofd’, kan geen rups determineren zonder de groepsleden en weet helemaal niets van microvlinders (Lepideptora). Maar ik ben wel leergierig en nieuwsgierig, ik wil al die pracht vastleggen, fotograferen en op naam brengen, zoals dat ook met de dagvlinders gebeurt. Die ken ik intussen wél bijna allemaal uit mijn hoofd, dus dat moet – zelfs met de enorm uitgebreide families van bijvoorbeeld uilen en spanners – ook lukken. En dan wil ik de libellen natuurlijk ook niet tekortdoen 😉

Al met al kijk ik weer erg uit naar de excursies en bovendien naar wat er allemaal op mijn blauwe lamp afkomt. Dat ding van twee euro van een Kruidvat-actie, bedoeld om muggen aan te trekken en te doden, lokt als bonus de mooiste vlindertjes naar mijn ramen.
Ik zal ongetwijfeld weer te kijk staan als ik gewapend met zaklamp en camera op de gekste tijden in het donker naar buiten stap om mijn gasten vast te leggen, maar dat kan me niet schelen. Ik heb geen twee- tot driehonderd euro voor een lichtval of een goede lamp, maar gelukkig schenkt mijn blauwe lampje mij heel veel voldoening.

De ondergeschoven kindjes mogen in de schijnwerpers: zij zijn het meer dan waard!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Terugblik

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk,Vlinders & nachtvlinders,Vogels on 1 januari 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Ondanks mijn zwenkende arm was 2013 een goed jaar voor mij. Ik ben twee keer ‘op vakantie’ geweest en het grootste deel van de Kerstdagen bracht ik bij familie door. Deze uitjes waren mogelijk doordat er een paar keer een forse dosis steroïden in mijn schoudergewricht en/of -spiergordel was gejast, waarna ik wat mobieler was. De perioden dat de injecties niet (meer) werkten, bracht ik gewoontegetrouw liggend op de bank door. Wel een andere bank dan voorheen; ook wat ‘nieuwe’ spullen betreft was het een bijzonder jaar. Mijn ‘nieuwe’ (lees: gebruikte) bank zit voor geen meter, maar staat mooi en ligt erg lekker 🙂 Met de salontafel van mijn ouders erbij ziet de voorkamer er heel anders uit.

25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 272 De vakantie-uitjes waren super. Eind mei bracht ik een kleine week in het Zuid-Limburgse Geuldal door (waar ik met fiets en bepakking in de trein mijn schouder ongeweten en ongewild meteen weer zwaar overbelastte). Het was prachtig daar, al was het niet altijd even simpel om mezelf telkens weer te moeten oppeppen om wat te gaan ondernemen. Het weer was wisselend, sommige heuvels waren een categorie te zwaar voor mij, maar de omgeving was in alle gevallen adembenemend. Ik maakte kennis met een taalforumvriendin, met wie het plezierig toeven was. Zij reed mij met de auto door het prachtige landschap en samen zochten we borden met taalfouten.

25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg EOS 064 ’s Avonds wandelde ik vanuit mijn B&B naar een restaurant waar moeder bonte specht haar jongen voerde – een prachtig tafereel! 25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg EOS 087

Het geel zinkviooltje, waarvoor ik feitelijk kwam, bleef een falende queeste, maar daar stond zoveel bijzonders tegenover: een daslookvallei en een berm met indigoblauwe rapunzels in het Savelsbos, een dwerghuismoeder die langs de Geul fladderde, veel verschillende vogels en al die uitbundig bloeiende oevers maakten deze vakantie meer dan waard. En de huizen daar: vakwerk!
25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 285 25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 323

Begin augustus paste ik een lang weekend op bordercollie Bjorna in de stacaravan van haar baasjes, in Noordwolde. Wat heb ik ook daar genoten van de bosrijke omgeving, van Bjorna, met wie ik al ballen gooiend wandelde, van de natuur en van het lekkere weer. Het was heerlijk om zo weer even uit te zijn. Ook hier was mijn fiets mee, waardoor ik meer vrijheid had en ik zelfs naar een vlinderexcursie zo’n 16 kilometer verderop ben gefietst! Zowel Noordwolde als De Kiekenberg boden legio vlindersoorten met voor mij zelfs nieuwe dagvlinders zoals het koevinkje en de distelvlinder. Teruggekomen van de logeerpartij, bleek ik een (naar ik dacht dode) hyena meegenomen te hebben, die na twee dagen op wonderbaarlijke wijze weer tot leven kwam. 10-08-2013 excursie Kiekenberg EOS 068

Het was sowieso een prachtige zomer met veel nachtelijk bezoek: ik had een blauwe lamp voor het raam hangen, die tot mijn verrassing veel nachtvlinders aantrok. Vrijwel elke avond toog ik enkele keren naar buiten om met een zaklamp foto’s van deze schoonheden te kunnen maken. Er ging een heel nieuwe wereld open en ik wist weer waarom ik lid van de Vlindervereniging was geworden: bij de eerste Nachtvlindernacht al was ik zwaar onder de indruk van alle nachtprachten die daar op het laken plaatsnamen. Datzelfde ervoer ik tijdens de excursie naar de Lindevallei, waar ’s avonds ruim 100 soorten op het doek poseerden. Hier thuis heb ik ook verschillende bijzonderder soorten gezien, zoals (o.a.) de splinterstreep en twee exemplaren van de zeldzamere boksbaardvlinder. Ik heb verder nog bijna niets op naam gebracht – dat leek me een leuk winterkarweitje, maar tot nu toe winterde het nog niet zo heftig 😉

30 tm 31-12-2013 008In het afgelopen jaar heb ik geleerd bij de dag te leven en te genieten van de mooie dingen. Naar een idee op Facebook had ik een ‘goede-dingen-pot’, waarin ik bij elke gelegenheid een briefje met het ‘goeds’ stopte. Mede daardoor heb ik veel meer goeds kunnen zien en vooral dat goede veel zwaarder kunnen laten wegen dan de minder goede dingen. Ik voel me niet meer eenzaam en neem de problemen met mijn zwenk-arm zoals ze komen: ik leef meer bij de dag en tel de heldere uren.
Dat komt natuurlijk mede door de prachtige zomer met al die geweldige vlinders die op de vele vlinderstruiken neerstreken. Het komt echter het meest doordat ik anders in het leven ben gaan staan, door tevreden te zijn met mijn leven en met alles wat zich daarin afspeelt. Door de afbouw van verslavende pijnmedicatie, waarvan ik alleen maar suffig werd en die uiteindelijk niet hielp tegen de pijn in mijn arm en schouder. Daartegen helpt alleen rust en ook dat heb ik geleerd.

Kortom: ik kijk terug op een prachtig jaar en vol vertrouwen naar een even mooi 2014, met als enige goede voornemen: vaker en regelmatiger bloggen.
Iedereen een heel gezond, goed en gelukkig 2014 met veel rijkdom gewenst – rijkdom, die niet in materiële dingen hoeft te zitten!

Noot: ik had graag meer foto’s in een slideshow toegevoegd, maar dat lukte me helaas niet. Mocht iemand weten hoe dat moet, dan hoor ik dat graag!

Articles

Fata Morgana

In Fotografie,Natuur,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 17 juli 2013 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , ,

6-7-2013 excursie Lindevallei 036

Het klinkt zo idyllisch: een excursie door de Lindevallei waarbij we zoeken naar de Grote Weerschijnvlinder. Hoewel ik goede rubberlaarzen had aangeschaft, hoefde ik die vanwege het verbeterde weer toch niet aan. Dat was maar goed ook; een middag op rubberen laarzen had ik vermoedelijk niet gered. Nu ging het net, met later alleen megaspierpijn in mijn onderbenen, die nog dagenlang nagalmde.
Het was warm, die zaterdag. Om mijn schouder te ontlasten droeg ik ingewikkelde constructies als een camera op een eenpootstatief en eentje op een borststatief om mijn nek. Daarnaast had ik mijn tas met proviand om en natuurlijk droeg ik mijn schouderbrace, alias mijn ‘tuigje’. Het zag er professioneel uit, zei een professionele fotograaf tegen me. Niets bleek minder waar: het was grotendeels bal-last … Alleen mijn tuigje bleek onmisbaar.

6-7-2013 excursie Lindevallei copulerende bruin zandoogjes6-7-2013 excursie Lindevallei 400D groot dikkopje 2

Ondanks de verlatenheid van de ontmoetingsplaats verwachtte ik stiekem toch een lieflijk glooiend groen landschap met lommerrijke bomen, wat struweel en een meanderend riviertje. Altijd weer doen associaties met het thuisland van de hobbits mij spreekwoordelijk de das om. Het struweel wordt in mijn hoofd ook nog vertaald naar ‘shrubbery’ met bijbehorende Knights of Ni. Waarlijk onvlinderachtig!
In plaats van door idyllisch landschap liepen wij echter langs een kanaal of een sloot of toch de Linde, met peppels aan de ene kant en brandnetels en waterplanten aan de oever. Het pad veranderde langzaam in een niet overal even begaanbaar karrenspoor en ik merkte al snel dat van dichtbij fotograferen zoals ik dat gewend ben niet gaat met een uitgeschoven eenpootstatief. Mensen rondom mij liepen ernstig gevaar en ik kon het eerste groot dikkopje van het seizoen nauwelijks fotograferen. Mijn hele bepakkingsplan bleek zoals gezegd behoorlijk overdreven en ondanks een groter risico op onscherpte besloot ik toch maar weer gewoon ‘vanuit de hand’ te schieten. Het instabiele borststatief zwaaide vrolijk alle kanten op, mij bij elke beweging ernstig hinderend. Ik heb dan ook maar een paar foto’s met de grote camera gemaakt en mezelf bij het eten afgetuigd.6-7-2013 excursie Lindevallei 077

We hebben zo’n vier uren gelopen en vermoedelijk waren we net te vroeg voor de Grote Weerschijnvlinder. Ik had al lopen grappen dat het beestje met zoveel weerschijn wellicht een fata morgana zou blijken te zijn, maar ook fata’s bleven uit. Wat niet wil zeggen dat het niet interessant was – in tegendeel! Ik heb als altijd enorm genoten van wat de natuur ons bood en van alle kennis die de groepsleden op alle gebieden tentoonspreidden, het gemak waarmee Latijnse namen uit de mouw werden geschud en de betrokkenheid waarmee iedereen elk vlindertje, spannertje, (veder-)motje en rups behandelde. Mijn grootste plezier was weer de kennis en het enthousiasme van de twee deelnemende kinderen, die hier en daar een rups opspoorden (die werden meegenomen om in het terrarium en de poppenkast thuis verder uit te groeien) en de behendigheid waarmee ze ook de kleinste spannertjes vingen.6-7-2013 excursie Lindevallei 0356-7-2013 excursie Lindevallei 400D 024

Dat ik die fikse tocht vol kon houden, heeft mijzelf ook blij verrast; een jaar geleden had ik allang horizontaal afgevoerd moeten worden, terwijl ik nu pas halverwege moe begon te worden. Tijdens de etenspauze kon ik me weer wat opladen, zodat ik ’s avonds nog weer mee kon wandelen, wachtend tot het donker werd. Voor het nachtvlindergedeelte kreeg ik gelukkig een visstoeltje en zat dus eerste rang voor het laken – alles fotograferend wat op de lamp afkwam. De foto’s zijn lang niet allemaal gelukt, maar wat heb ik weer genoten! Dit nachtvlinderen is een grote liefde, meteen vanaf de eerste kennismaking met onze Vlinderwerkgroep. Over dat deel schrijf ik een andere keer, want de variatie van zeker 95 soorten die op het doek kwamen poseren, wil ik niet onderaan een blog hangen – daar wil ik een heel blog aan wijden. Nachtvlinders zijn voor mij te mooi om waar te zijn. De tocht naar de auto in het pikkedonker daarentegen is ‘een uitdaging’. Dat is gewoon afzien, niet nadenken en je zaklamp volgen tot je bij de auto bent en je je voeten uit schoenen en sokken kunt verlossen, om diep in de nacht moe maar zeer voldaan thuis te komen met voeten als feta morgana’s 🙂

Al had ons hoofddoel zich vermoedelijk nog net niet ontpopt, ik voel me bevoorrecht met wat we ’s middags allemaal te zien kregen: een visarend, een ree, een vliegende goudvink-man, de rupsenkolonie van de dagpauwoog – zoveel onvoorstelbaar moois! En de weetjes die vooral de oudste jongen me vertelde, zoals over de zachtheid van populierenhout, dat daardoor niet alleen geschikt is om klompen van te maken, maar waarin ook allerlei poppen zich kunnen nestelen totdat zij klaar zijn om als vlinder te gaan leven, de vele Latijnse vlindernamen die zij kenden – hij en zijn broertje waren als telkens indrukwekkend en inspirerend.6-7-2013 excursie Lindevallei 318

De Grote Weerschijnvlinder fladdert bij een volgende excursie ongetwijfeld vrolijk rond, maar totdat ik hem in levende lijve aanschouw, blijft hij voor mij een fata morgana. Een dierbare, dat zeker!

Foto: Ynte kijkt op zijn neus, waar Groot Avondrood op neergestreken is

Articles

Kinderspel

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 20 oktober 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Dit stuk is geschreven voor de najaarseditie van Flinterwille, het ledenblad van Vlinderwerkgroep Friesland. Namen en plaatsen zijn verwijderd, sommige zinnen wat gewijzigd, maar verder integraal geplaatst.
Een deel is eerder aan de orde geweest in de blog
Kicken en Clicken.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vlinders zijn altijd aantrekkelijk, maar dat moet je wel leren zien. Hoewel ik vroeger wel foto’s van doorsnee-vlinders maakte, keek ik er tegelijkertijd een beetje op neer. Iedereen in mijn fotogroep postte een gehakkelde aurelia, hoe origineel was dat nou? Tegelijkertijd dacht ik dat ‘echte’ vlinderaars à la Erik (van Godfried Bomans) met een netje over de heide huppelden. Maar of zulke mensen en kinderen nog bestonden, dat wist ik niet. Ik had ze tenminste nog nooit gezien, ondanks mijn vele natuurtochten.

Tijdens mijn zomer op Ameland ging ik pas echt goed naar vlinders kijken. We reisden het hele eiland af, eigenlijk speurend naar vogels. Natuurlijk zagen we daarbij ook vlinders en we raakten allebei geïntrigeerd door de zilveren maan die op de Amelander bus prijkt. We dachten die in grote getale gezien te hebben, maar determinatie via Vlindernet leerde ons dat het om de duinparelmoervlinder ging. Hoe dan ook: een liefde was geboren: wij zochten overal en vonden veel – behalve de zilveren maan … Die werd voor mij een ‘must’!

Het jaar daarop was ik weer solo en na een langdurig warm familiebezoek aan Indonesië viel ik in het spreekwoordelijke gat. Ik kwam terug tijdens de natte, koude zomer van 2011 – een kille zomer, praktisch zonder vlinders. Totdat ik op die zwoele septemberavond naar Buitenpost reisde en deelnam aan de Nationale Nachtvlinder-Nacht en daar kennismaakte met leden van de Vlinderwerkgroep. Naast de verbazing over de pracht van de nachtvlinders, was ik nog meer verbaasd over de kennis van de jongen die mij bijlichtte voor de foto’s en mij daarbij informeerde over de desbetreffende vlinder. Kinderen die zeiden dat het wel een beetje dom was dat ik geen zaklamp had, want hoe kon je anders vlinders vinden in het donker??
Ik heb genoten die avond, niet in de laatste plaats door dat eerlijke jongetje, dat zoveel geduld had met een domme nieuwkomer van 55. Maar ook van de saamhorigheid die in de groep heerste, van de fotogenieke walstropijlstaart die vanuit Frankrijk was meegebracht en van de medefotografen die met hetzelfde doel als ik de vlinders op hun mooist probeerden te fotograferen. Die avond heb ik me meteen aangemeld als lid van de Vlinderwerkgroep en daarmee hoorde ik weer ergens bij en hoefde ik niet meer alleen op pad.

In het voorjaarskrantje stonden de geplande excursies vermeld. Het leek mij een goed idee mij daarvoor aan te melden, maar dat had heel wat voeten in de aarde: beperkt qua vervoer en door kwaaltjes niet altijd even mobiel was het lastig om de verzamelplaats te bereiken. Ik dacht ook nog niet als een vlinderaar: het kwam niet bij me op om de aardbeivlinder even op te zoeken en te bekijken hoe interessant die is. Ik maakte me zo druk over vervoer en het slechte weer dat ik die excursie aan me voorbij liet gaan.
Achteraf zag ik toevallig dat er wel degelijk aardbeivlinders gezien waren en ik besloot me voortaan nergens meer van te laten weerhouden: ik wilde mee op excursie.

Mijn eerste excursie was op een koele zaterdagmiddag, waarbij een waterig zonnetje doorbrak. Ik werd bij een station opgepikt en was er helemaal klaar voor. Dacht ik … Ik had dan wel een zaklantaarn gekocht, maar natuurlijk was ik niet voorbereid op het gebied dat men beter de Nattige Meente had kunnen noemen – mijn nieuwe schoenen werden diverse keren in bruinig modderwater ge- en herdoopt en nog weken nadien jeukten de bulten van de dazen die zich een weg in mijn lange broek hadden gevlogen. Ik droeg geen sokken … stom, stom, stom. Het zware lopen door het zompige terrein en mijn angst voor kikkers maakte het me niet makkelijk en hoewel er mensen met schepnetten liepen, deed niets mij aan de Erik van Bomans denken. Niks huppelen, ploeteren!

Langzaamaan begon ik wat mensen te leren kennen, waarbij de senior van de groep die op eerbiedwaardige leeftijd voortploegde, onderwijl Latijnse namen noemend bij een bladstipje of een plantje aanwijzend, diepe indruk maakte. Maar ik vond de brede kennis van alle groepsleden indrukwekkend: men wist zóveel over zóveel verschillende zaken! De een was van de planten, de ander van de poppen, een derde kende alle libellen en een vierde kende het gebied als zijn broekzak. Daartussendoor liepen kinderen, zoekend naar alles wat vleugels heeft. Wat me opnieuw het allermeest trof, was de behulpzaamheid: niet alleen de kennis werd met plezier gedeeld, ook vlinders werden met liefde aangewezen en er werd ruimte gemaakt voor ieders camera; niemand hoefde een primeur.

En toen zag iemand de zilveren maan … Ik was er stil van (helaas is dat nooit te merken): daar zat hij of zij, helemaal alleen in dat uitgestrekte gebied, in een zonnestraaltje. Ik ben zelden zo gelukkig geweest als op dat moment, en toen ik nota bene die ene stip die de zilveren maan kenmerkt, aan iemand wist aan te wijzen, kon ik mijn geluk helemaal niet meer op. Ik wist ook iets! Maar er kwam nog meer moois: de vondst van een grote vuurvlindervrouw. Wow, dat was een ongelooflijk moment! Ik heb er de blog ‘Kicken en clicken’ over geschreven. Mijn camera maakte overuren en ik voelde me diep gelukkig dat ik dat moois had mogen aanschouwen.

Op zeker moment ben ik teruggegaan, net voordat er ook nog een mannetje ontdekt werd. Enerzijds was ik kwaad op mezelf, anderzijds wist ik dat ik allang over alle fysieke grenzen was gegaan en echt niet verder kon. Terug bij de verzamelplaats was ik kapot maar zo intens blij; dat gevoel dat ik zo gemist had, was terug. Dankzij de bijzondere vlinders maar zeker ook dankzij de leden van de Vlinderwerkgroep!
Na nog een gezellig en calorierijk samenzijn werd ik naar huis gebracht met afspraken over waar ik over twee weken opgepikt zou worden. Een paar dagen later werd ik gebeld en ging mee naar ‘een’ heide achter Drachten, waarbij ik eindelijk als een vlinderaar begon te denken: ik was op last van mijn gastvrouw goed beschermd met sokken over de broekspijpen en had me ingesmeerd met muggenspray. Ik bleek bovendien evenveel te zien als zij, waardoor ik probleemloos mee kon tellen. Wederom een mooie en rijke ervaring, waaruit een leuke vriendschap ontstond.

Twee weken later was er de excursie op een grote heide en daar had ik wél het gevoel van een huppelende Erik die met zijn netje vlinders vangt: daar werd ook met het net gewerkt, en met potjes om de vlinders goed te kunnen laten zien. Ik heb de komma op de kommavlinder door de mazen van het net gezien, maar op mijn foto heeft het net de overhand. Dat is niet erg; ik heb daar zóveel moois gezien! Het gebied was prachtig, het weer was goed, er was een grote variëteit aan begroeiing en ook aan vlinders en er was weer die saamhorigheid die me zo aanspreekt. Al raakte ik op zeker moment iedereen kwijt en moest ik me een weg banen door brandnetels en plassen met mijn te zware bergschoenen, ik bleef genieten.

Al in het begin zag ik een bruine vuurvlinder, die ik pas later herkende – toen ik me met iemand anders in duizend bochten wrong om een ander exemplaar op de foto te krijgen. Ook een parend paart heideblauwtjes liet zich moeilijk schieten; er waaide een vaag soort wind vlak boven de grond, waardoor de foto’s snel onscherp werden. Maar het is uiteindelijk meestal wel gelukt: een eikenpage, bruine vuurvlinders, kommavlinders, een kaneeldingetje in een potje en een bibberige zuringspanner.
Als bonus was de omgeving ook erg boeiend: op het laatste stuk, net voorbij het water (waar ook een interessant verhaal aan vastzat), pronkte klokjesgentiaan in lange blauwe rijen over het pad en even verderop stond een pluk gele cantharellen te lonken.
’s Avonds, wederom na de gezellige vette hap en samen wachtend op het weer, prijkten roodgloeiende pollen mos tussen gouden gras, onder een prachtige zonsondergang.

Ook tijdens deze excursie verbaasde ik me over de enorme kennis die er is en kwam ik langzaam maar zeker achter ieders diverse vaardigheden. Het leukst bleef ik de twee jongens vinden die behendig macro’s en micro’s in potjes vingen – zij hadden geen net nodig. Aan hen is dit verhaal opgedragen. Deze kinderen mogen dan wel fantastisch en met een aanstekelijk enthousiasme kunnen vlinderen, het vlinderen zoals ik dat nu gezien heb en dat zij ook lieten zien, is absoluut geen kinderspel! Verre van dat: het is kennis van de natuur en van de vlinders, de habitat, de rupsen, de poppen, alles. Een leeftijdsloze kennis, waardoor leden van 9 en van 90 evenveel plezier beleven.

Dank jullie wel, jongens, en dank jullie wel, vlinderaars van de Vlinderwerkgroep, dat jullie iemand zo opnemen in de groep en dat iedereen goed kan en mag zijn in wat hij ‘toevallig’ kan. Ik kijk uit naar de najaarsbijeenkomst en vooral naar volgend seizoen, want al heb ik enkel een guppenschepnet, ik spaar al wel potjes voor de komende excursies en heb notitieboekjes om te noteren wat ik zie en ga zien. Misschien ben ik een vlinderaar in wording, maar het is nog maar kinderspel. Het echte werk moet ik nog verder van en met jullie leren.