Archive for the ‘Vertelsels’ Category

Articles

TV-TAS

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Vertelsels,Wadden on 29 augustus 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tijdens de prachtige warme zomerweken was ik een paar dagen te gast op Texel. Al vanaf het oprijden op de boot realiseerde ik me hoezeer ik de Waddeneilanden gemist heb … Na oktober 2010 ben ik nooit meer naar het mij zo dierbare Ameland geweest, noch naar enig ander Waddeneiland. Dit, terwijl ik vroeger jaarlijks een weekendje met een vriendin ofwel op Ameland ofwel op Schiermonnikoog ging kamperen en ooit twee keer op Texel vakantie heb gevierd. Zomerse dagjes Ameland waren normaal sinds ik in Friesland woonde – ik houd van zon, zee, strand en duinen.

En nu was ik na 25 jaar terug op Texel. Er kwamen veel herinneringen boven, mede doordat ik nu, net als toen, een dieet volgde. Destijds was het gewoon om weer slank te worden, nu was de bedoeling dat met het leeglopen van mijn airbags ook mijn diabetes beter onder controle werd gebracht. En deze keer moet het ook blijvend zijn; de krimp en rek raakt onderhand ook behoorlijk uit mijn verouderende huid. Ik moest er zelf aan wennen dat een korte broek me goed stond, dat ik eigenlijk alles kan dragen en me met zoveel meer gemak kan bewegen. Een eind lopen is geen probleem, zelfs niet op het Noordzeestrand, waar de zee me naar zich toetrok en wilde dat ik kwam zwemmen. Dat laatste leek me geen goed plan, maar de verbondenheid met de zee voelde weer als vanouds.

Ik was te gast bij een Facebookvriendin, die al in de auto tot een ‘echte’ vriendin transformeerde: het klikte meteen en we praatten honderduit. In Oudeschild herinnerde ik me details van die vakantie(s) van 25 jaar geleden, maar toen we het eiland op gingen, kwamen er ook veel Amelander herinneringen boven. Dat was het moment dat ik wist dat ik terugga naar Ameland, dat ik ‘mijn’ eiland weer ga bezoeken. De bijzondere sfeer, de geur, de Noordzee aan de ene kant en de Waddenzee aan de andere kant – het bracht dat oergevoel van liefde voor de zee en voor de eilanden terug. Eindelijk was de drempel geslecht!

Texel was gul voor mij, ik mocht er bijzondere natuurfenomenen aanschouwen. Van vallende sterren, waarvoor we ’s avonds achterovergeleund de hemel afspeurden, tot een dreigende wolk die uitmondde in drie heuse waterhozen – een ongelooflijk spectaculair gezicht! Wat een oergeweld: er vormde zich een slurf in de wolken en opeens zag je het water opspatten. Daarna zag je de hele verbinding, die bij de ene waterhoos recht en bij de andere geknikt was en die met een holle kern het water opzoog. Dit alles terwijl wij heerlijk in de zon zaten, terwijl de hozen ter hoogte van Vlieland hun water weer teruggaven aan de zee. Onvoorstelbaar prachtig om dit te zien en mee te maken!

’s Avonds wandelden we in de haven en zagen daar het fenomeen ‘zeevonk’, lichtgevende algen die op de golven vonkend tegen de kade aan spatten. We twijfelden: was het geen reflecterend maanlicht of het blauwe licht van de haven? Maar het was echt zeevonk en wat was het fascinerend! Zo zelfs, dat ik niet eens het benul had om een filmpje of foto te maken – we bleven kijken en wijzen en roepen dat het toch echt zo was. Al die dansende, spattende vonken, die het water blauwwit verlichtten en lieten bewegen, betoverend! Op Wikipedia staat een foto die precies weergeeft wat wij ook zagen.

Na een paar heerlijke dagen ben ik met de bus weer naar huis gegaan, bruinverbrand, vol indrukken en met een groot gevoel van dankbaarheid omdat ik deze dingen heb mogen zien, omdat ik zo genoten heb van mijn verblijf bij de vriendin en haar leuke zoon, omdat ik nieuwe vrienden maak en omdat ik fit genoeg ben geworden om optimaal van alles te genieten. Dat gevoel is zo hartverwarmend, de ervaringen zijn zó wonderlijk en verrijkend!
Toen ik daarna las over een spaarkaartenactie van een supermarkt, heb ik geen moment geaarzeld en heb ik een zwik volle kaarten ingeleverd voor twee tickets voor de boot naar Ameland met gebruik van een fiets. Volgende week verzilver ik de eerste ticket; een Facebookvriendin uit het westen is momenteel op Ameland op vakantie, dus ook wij gaan elkaar in levende lijve ontmoeten. Later in september fiets ik dan nog een dagje over dat dierbare eiland dat ik zo goed ken.
Volgend jaar wordt het dan toch tijd voor de mij nog onbekende eilanden: Terschelling en Vlieland. En natuurlijk ga ik terug naar Texel!

Ik heb de TV-TAS bijna in mijn zak 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

Articles

Ondergeschoven kindje

In Fotografie,Natuur,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 3 mei 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , ,

Bonte bessenvlinder?

Mijn blog lijkt onderhand een ondergeschoven kindje; ik krijg telkens niet de juiste woorden uit het toetsenbord.
Het wordt wel hoog tijd voor een nieuw stukje: het vlinderseizoen is alweer aangebroken en daarmee ook het seizoen van de ‘motjes’. Motjes, ook bekend als nachtvlinders of macro’s (samen met een grote groep microvlinders), zijn de afgelopen jaren bij een groter publiek populair geworden. Daardoor ebt het scheldwoord ‘mot’ gelukkig geleidelijk aan weg en krijgen macro’s de aandacht die ze verdienen. Er zijn zo veel verschillende families met zo veel schoonheden dat het hoog tijd werd dat deze groep positief in de belangstelling komt! De naam ‘nachtvlinders’ is wel wat onduidelijk; veel van deze vlindertjes zie je ook overdag. Daarom hanteer ik liever de naam ‘macro’ als tegenhanger voor de nog kleinere micro-vlindertjes.

Bij ‘onze’ Vlindervereniging Friesland wordt er veel genachtvlinderd door de leden: zij lokken macro’s en micro’s met een lichtval, met stropen (er wordt een voor vlinders aantrekkelijke substantie op een boom gesmeerd) of met een laken en speciale lamp. Dat is allemaal niet zo eenvoudig als het lijkt: er moeten aggregaten zijn om de lampen brandend te houden en het moet relatief windstil zijn zodat het laken optimaal gespannen kan worden.
Vorig jaar juli beleefden we na een geslaagde middagexcursie een prachtige zomeravond aan de Linde en zat ik bij het laken van Gerrit Tuinstra, die als een acrobaat met zijn net de vlinders van de struiken plukte, ze razendsnel op naam bracht en ze op het laken zette. Ik schreef er al terloops over in het blog ‘Fata Morgana’.
Overigens noem ik Gerrit zonder andere leden tekort te willen doen; hij helpt me met het determineren van welke soorten er allemaal op mijn blauwe lamp afkwamen (en hopelijk weer af gaan komen), vrijwel iedereen heeft enorm veel kennis!

Ook de Vlinderstichting besteedt veel aandacht aan macro’s. Er wordt een nieuwe uitgebreide nachtvlindergids samengesteld en bovendien hebben ze het interessante boekje ‘Nachtvlinders belicht’ uitgebracht. Uit het onderzoek dat in het kader van dit boekje werd verricht, bleek dat ook de nachtvlinderstand hard achteruit gehold is in de afgelopen 40 jaren. Datzelfde is het geval met de dagvlinders; milieu- en klimaatinvloeden, veranderd natuurbeleid en zelfs verlichting hebben invloed op al dan niet met uitsterven bedreigde soorten. In het boekje is een Voorlopige Rode Lijst voor nachtvlindermacro’s samengesteld en de uitslagen zijn schrikbarend. Boekje en onderzoek werden door één van de onderzoekers toegelicht tijdens onze voorjaarsvergadering.

Als ik dat op zo’n avond allemaal aanhoor, voel ik me een leek te midden van al die mensen met zo veel specifieke kennis. Ik weet zo weinig, ken relatief weinig macro’s ‘uit het hoofd’, kan geen rups determineren zonder de groepsleden en weet helemaal niets van microvlinders (Lepideptora). Maar ik ben wel leergierig en nieuwsgierig, ik wil al die pracht vastleggen, fotograferen en op naam brengen, zoals dat ook met de dagvlinders gebeurt. Die ken ik intussen wél bijna allemaal uit mijn hoofd, dus dat moet – zelfs met de enorm uitgebreide families van bijvoorbeeld uilen en spanners – ook lukken. En dan wil ik de libellen natuurlijk ook niet tekortdoen 😉

Al met al kijk ik weer erg uit naar de excursies en bovendien naar wat er allemaal op mijn blauwe lamp afkomt. Dat ding van twee euro van een Kruidvat-actie, bedoeld om muggen aan te trekken en te doden, lokt als bonus de mooiste vlindertjes naar mijn ramen.
Ik zal ongetwijfeld weer te kijk staan als ik gewapend met zaklamp en camera op de gekste tijden in het donker naar buiten stap om mijn gasten vast te leggen, maar dat kan me niet schelen. Ik heb geen twee- tot driehonderd euro voor een lichtval of een goede lamp, maar gelukkig schenkt mijn blauwe lampje mij heel veel voldoening.

De ondergeschoven kindjes mogen in de schijnwerpers: zij zijn het meer dan waard!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Fata Morgana

In Fotografie,Natuur,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 17 juli 2013 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , ,

6-7-2013 excursie Lindevallei 036

Het klinkt zo idyllisch: een excursie door de Lindevallei waarbij we zoeken naar de Grote Weerschijnvlinder. Hoewel ik goede rubberlaarzen had aangeschaft, hoefde ik die vanwege het verbeterde weer toch niet aan. Dat was maar goed ook; een middag op rubberen laarzen had ik vermoedelijk niet gered. Nu ging het net, met later alleen megaspierpijn in mijn onderbenen, die nog dagenlang nagalmde.
Het was warm, die zaterdag. Om mijn schouder te ontlasten droeg ik ingewikkelde constructies als een camera op een eenpootstatief en eentje op een borststatief om mijn nek. Daarnaast had ik mijn tas met proviand om en natuurlijk droeg ik mijn schouderbrace, alias mijn ‘tuigje’. Het zag er professioneel uit, zei een professionele fotograaf tegen me. Niets bleek minder waar: het was grotendeels bal-last … Alleen mijn tuigje bleek onmisbaar.

6-7-2013 excursie Lindevallei copulerende bruin zandoogjes6-7-2013 excursie Lindevallei 400D groot dikkopje 2

Ondanks de verlatenheid van de ontmoetingsplaats verwachtte ik stiekem toch een lieflijk glooiend groen landschap met lommerrijke bomen, wat struweel en een meanderend riviertje. Altijd weer doen associaties met het thuisland van de hobbits mij spreekwoordelijk de das om. Het struweel wordt in mijn hoofd ook nog vertaald naar ‘shrubbery’ met bijbehorende Knights of Ni. Waarlijk onvlinderachtig!
In plaats van door idyllisch landschap liepen wij echter langs een kanaal of een sloot of toch de Linde, met peppels aan de ene kant en brandnetels en waterplanten aan de oever. Het pad veranderde langzaam in een niet overal even begaanbaar karrenspoor en ik merkte al snel dat van dichtbij fotograferen zoals ik dat gewend ben niet gaat met een uitgeschoven eenpootstatief. Mensen rondom mij liepen ernstig gevaar en ik kon het eerste groot dikkopje van het seizoen nauwelijks fotograferen. Mijn hele bepakkingsplan bleek zoals gezegd behoorlijk overdreven en ondanks een groter risico op onscherpte besloot ik toch maar weer gewoon ‘vanuit de hand’ te schieten. Het instabiele borststatief zwaaide vrolijk alle kanten op, mij bij elke beweging ernstig hinderend. Ik heb dan ook maar een paar foto’s met de grote camera gemaakt en mezelf bij het eten afgetuigd.6-7-2013 excursie Lindevallei 077

We hebben zo’n vier uren gelopen en vermoedelijk waren we net te vroeg voor de Grote Weerschijnvlinder. Ik had al lopen grappen dat het beestje met zoveel weerschijn wellicht een fata morgana zou blijken te zijn, maar ook fata’s bleven uit. Wat niet wil zeggen dat het niet interessant was – in tegendeel! Ik heb als altijd enorm genoten van wat de natuur ons bood en van alle kennis die de groepsleden op alle gebieden tentoonspreidden, het gemak waarmee Latijnse namen uit de mouw werden geschud en de betrokkenheid waarmee iedereen elk vlindertje, spannertje, (veder-)motje en rups behandelde. Mijn grootste plezier was weer de kennis en het enthousiasme van de twee deelnemende kinderen, die hier en daar een rups opspoorden (die werden meegenomen om in het terrarium en de poppenkast thuis verder uit te groeien) en de behendigheid waarmee ze ook de kleinste spannertjes vingen.6-7-2013 excursie Lindevallei 0356-7-2013 excursie Lindevallei 400D 024

Dat ik die fikse tocht vol kon houden, heeft mijzelf ook blij verrast; een jaar geleden had ik allang horizontaal afgevoerd moeten worden, terwijl ik nu pas halverwege moe begon te worden. Tijdens de etenspauze kon ik me weer wat opladen, zodat ik ’s avonds nog weer mee kon wandelen, wachtend tot het donker werd. Voor het nachtvlindergedeelte kreeg ik gelukkig een visstoeltje en zat dus eerste rang voor het laken – alles fotograferend wat op de lamp afkwam. De foto’s zijn lang niet allemaal gelukt, maar wat heb ik weer genoten! Dit nachtvlinderen is een grote liefde, meteen vanaf de eerste kennismaking met onze Vlinderwerkgroep. Over dat deel schrijf ik een andere keer, want de variatie van zeker 95 soorten die op het doek kwamen poseren, wil ik niet onderaan een blog hangen – daar wil ik een heel blog aan wijden. Nachtvlinders zijn voor mij te mooi om waar te zijn. De tocht naar de auto in het pikkedonker daarentegen is ‘een uitdaging’. Dat is gewoon afzien, niet nadenken en je zaklamp volgen tot je bij de auto bent en je je voeten uit schoenen en sokken kunt verlossen, om diep in de nacht moe maar zeer voldaan thuis te komen met voeten als feta morgana’s 🙂

Al had ons hoofddoel zich vermoedelijk nog net niet ontpopt, ik voel me bevoorrecht met wat we ’s middags allemaal te zien kregen: een visarend, een ree, een vliegende goudvink-man, de rupsenkolonie van de dagpauwoog – zoveel onvoorstelbaar moois! En de weetjes die vooral de oudste jongen me vertelde, zoals over de zachtheid van populierenhout, dat daardoor niet alleen geschikt is om klompen van te maken, maar waarin ook allerlei poppen zich kunnen nestelen totdat zij klaar zijn om als vlinder te gaan leven, de vele Latijnse vlindernamen die zij kenden – hij en zijn broertje waren als telkens indrukwekkend en inspirerend.6-7-2013 excursie Lindevallei 318

De Grote Weerschijnvlinder fladdert bij een volgende excursie ongetwijfeld vrolijk rond, maar totdat ik hem in levende lijve aanschouw, blijft hij voor mij een fata morgana. Een dierbare, dat zeker!

Foto: Ynte kijkt op zijn neus, waar Groot Avondrood op neergestreken is

Articles

Fryske Falentynsdei opnei

In Fotografie,Taal,Vertelsels on 14 februari 2013 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

13-2-2013 023

Fryske minske prate krekt sa as se skriuwe, dus it haw wol ’n protte sin om ien ferhaal yn it Frysk te skriuwe.
Frysken kenne wol de w sizze, maar net de … ‘fee’, en de … ‘set’ is hier ok onbekend. So sizze se dat ‘t hjoed Falentynsdei is.

De Fryse en fooral de Dypfryse fiene et mar niks, al die Hollanders hier, die allemaal “’t Ken net” sizze en lache om de modder die hier in sakjes ferkocht wur. Fan de aore kaante lache se sich yn bult want se hawwe ien hiele prötte stede, maar met dieje 11 waor slote langs grave syn, staat hiel Holland op e kop as d’r by in temperatuur van -1 oer net aans as “DE tocht” praot wurre. En da’s knap goeie reklame!
(De ch is yn ‘t Hollands een g, en de g spreekt men hier op s’n Engels stom uit. Spot nooit met die G!)

Dan hawwe se noch bocht dat se beerenburg noemd hawwe. Je trinke dat hier mei cola of puur. ’t Is mar goed dat se de b wel sizze kenne, aors sat je ok noch peerenpurg te sûpe. En ’t is al suk smerig spul. Je ken’t hier sels gemikst in blikjes kope! Ach, oerol waor de Fryske Flean mei de pompeblêren yn de wyn wappert, trinke se’t krekt as wetter. Wetter is d’r sat hier, en de mooie Seediek mei de diekskiepe die naor de skippe kieke, daor krie’j as Hollander nooit genoch fan.

Yn Ljouwerd, de Haasted, wolle de minske niks witte fan de aore minske ût de provinsje (sie hawwe wrempel ien v funne! Da skielt nogal mei ’t veeferfuoer!). Yn Ljouwerd libbe gien Friese, mar Liwwadders. Die kenne ’t Fryske Folksliet net. Die prate hiel aas: se segge alles ‘suh en suh’, en ‘ah juh, net so seuruh, juh’ en freegje wat ‘jou fedaag deen haw’, waor yn oprjochte Frysk freegje wat jo hjoed daene hawwe. As ik ‘t guoet haw, hoor, ik bin mar in armetierige Hollander die net begripe ken dat minske komme sneupen (dan kenne se opeens wèl de n achter ’t wurkwoord!), of dat je net snappe dat se met in stokje in kleerhanger bedoele.

De mooiste is toch de neef. Nefe houwe sich yn sliepkaemers op en prikke jo lek as jo sliepe wolle. Da wa in Holland yn neef is, is hier bekaant hiel iets âors. En tinkst do dan eindelik da je begripe da se yn ‘mug’ bedoele, dan is da hier yn ‘flieg’… Freegje jo dan wat ze tegen yn ‘vlieg’ sizze, dan krijgst as antwoord: niks, die sloegje wy doad.

En nou is’t bekaant Falentijnsdei. In neie dei en elken dei riedt men oer de wei. En dat is dan weer net oer de greiden! Fiets hier nooit oer weiden en greiden: jo worre doadrede of fetrapt door de Ûs Memme, de zwart-bonten. ‘Jo’ is trouwes erg beleefd um te sizze: het betekent ‘u’, behalve as je wat umfietst en een prötte folk guoie segt.
Ja, ik leer het wel, ondanks de indoktrinatie fan de Liwwadders die hun kulturele erfgoed hielegaar kapot meitsje. Sels onskuldige musjes kenne nie meer frij rondfladderje yn ’t FEC, se wurre sonder pardon afskote. Fut d’r met, Liwwadders wolle sels hun eige D-day en net allenig bekend syn um de Bonkevaert. Fûle stadse Frieserikken!

Falentijnsdei, wat mutte d’r mei? ’t Wur gien Elfstedenwaar meer, dus dat falle al fut. Foar d’eilande is ’t noch te kâld. De toeriste hawwe allegaere al yn ‘koud he’-mutse en de griene tsiis wur allenig door d’ oprjochte Frysk ite, want met die brandneteltroep d’rin lust fierder gien hond da spul, krekt sa min as dieje kruudnagelworst. Yn Jouster pofke of in sûkerbaole, daor wil ek noch wel dr’s in hapke fan nimme en yn Dokkumer kofje die oerol útsein yn Dokkum te kriege is, smeitsje ok wol guoet.
Meskien is t’r al een ljipaai te fienne, dat is te probearje as attraktie, nettsjinsteande it kâlde waar.

Moraal fan dit ferhaal: prebeer net mei te prate as jo ’t net sizze ken. Hollanders, waart u! Je ferstaat d’r krekt niks fan en je lere self de fee en de set af, sodat je d’r nooit meer wegkomme. En as je dan gaat skriuwe, sloegt ’t nerges op. Allenig dat ’t Falentijnsdei is. Sneon en snein komme d’r weer an, fedaag – tongersdei – is ’t Falentijnsdei, da’s bès genoch fuor reade blomkes as yn blied hert fuor dy sleagje.
Lang wie it kâld en tsjuster, aanst komt de dei, fynt it ljocht syn wei, yn Falentijnsdei.13-2-2013 021

De leste regel is yn variant op yn sin ût Yn neie dei fan De Kast.
Dit blog is eerder gepost op 14-2-2011

Articles

Snipsnotterijen

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk,Vertelsels on 5 januari 2013 door Marjolein Stam getagged: , , , ,

engel

Snipsnotterijen, zo noemde mijn oma die hebbedingetjes waarmee je je omringt en die je huis opvrolijken. Het woord zegt ook precies wat het is: het heeft allemaal niets om het lijf, maar het zijn sfeermakers. In het Engels heten ze knick knacks (spreek uit ‘nikneks’) en in Duitsland kun je naar de Schnickschnackladen, waar je – vermoedelijk – Schickschnacksachen kunt kopen. In het Frysk heten ze ‘snypsnaarderijen’, wat lijkt op oma’s term. Het klinkt zo opgewekt en vrolijk, zoveel beter dan het Hollandse ‘snuisterijen’.

Zoals te verwachten, ben ik gek op snipsnotterijen en ik kom er dan ook in om. Ik ben ook nog eens een verzamelaar en wat verzamelt nou makkelijker dan …? Precies! De ellende is dat alles ook een verhaal heeft (of krijgt), waardoor ik er geen afstand meer van kan doen en mijn huis verder en verder volstroomt.
Maandag wordt het nog altijd groeiende engelenkoor weer opgeborgen met de andere Kerstspullen (waarbij stiekempjes hier en daar een engel achterblijft) en komt er weer ruimte voor de gewone prutjes. De poppentheeserviesjes kunnen weer op hun plek en het dienblad met waxinelichthoudertjes gaat weer op de antieke pathefoon.
Voor de Droste-blikken moet er nog een plank in de keuken komen; de hele verzameling staat nu nog boven, in afwachting van de juiste plek. Ik overweeg weleens om al die nutteloze blikjes weer van de hand te doen, maar mijn snipsnotterijenhebzucht (of beter, -heb-lust) weerhoudt me daar dan toch nog van.

Vorige maand ging ik met Hilde naar een werkelijk paradijselijke snypsnaarderijsneupwinkel in Easterwierum, waar mijn suikerspiegel als een flipperkast heen en weer stuiterde bij het zien van al dat moois. Zoals de eigenares al zei, moest je deze winkel drie keer doorlopen: bij de eerste ronde zag je de dingen op ooghoogte, dan volgden de hoger hangende zaken en pas bij ronde drie zag je ook nog van alles op de vloer uitgestald. Yn’e Steeg heet het winkeltje van Jantsje en het is maar goed dat ik er in mijn eentje niet kan komen, want dan zou ik straatarm worden en daarbij nauwelijks plek overhouden om te leven.

In Fryslân ‘sneupen’ we, wat elders in het land ‘rondkijken’ heet. Vroeger noemden wij het ‘scheumen’, dit wat de meeste mannen ‘zinloos winkelen’ zouden noemen en waar vrouwen juist zo gek op zijn. Nou, ik heb wat afgesneupt in Easterwierum!

Hoewel iedereen onderhand takken met hartjes voor het raam heeft hangen, kan ik me toch niet helemaal aan de hartjesmanie onttrekken en ik kon daar mijn hart(je) ophalen – er was ruime keuze uit kleine en vooral erg betaalbare hartjes, die je bovendien niet voor elk raam ziet hangen. Ik wissel de hartjes af met vogelhuisjes, waar ik een groter zwak voor heb. Die hangen in flinke getale ongebruikt buiten, terwijl er binnen nog wel plek voor de miniatuurtjes te vinden moet zijn.

Ik heb er de halve Kersttijd over na kunnen denken hoe ik nou die hartjes en vogelhuisjes ophang zonder dat ik het voorbeeld van driekwart van de Nederlandse bevolking volg en warempel, Yn’e Steeg bood uitkomst. Er hing een oud eierrek in de vorm van een schuimspaan en die is perfect voor wat ik wil: daar hang ik de hele hartje- en huisjeboel aan, ik hang het ding zelf op het raamkozijn en klaar.

Zulke bedenksels in combinatie met de vondst van die eierschep, daar beleef ik enorm veel plezier aan. Het kost al met al net een tientje, maar je hebt wel voor honderd euro plezier. Laat mij dan maar lekker leven temidden van mijn snipsnotterijen als mij dat zo gelukkig maakt; ik ken genoeg mensen die nooit tevreden zijn, terwijl ik me schathemelrijk voel met mijn prutjes en frutsels.
Als je de kleine dingen zo weet te waarderen, dan ben je ook bevoorrecht. Dan heb je geen last van afgunst en ben je gelukkig met wat je hebt in plaats van ongelukkig om wat je niet kunt krijgen.

Snipsnotterijen, een mooi woord voor een mooi begrip. Hebbedingetjes stellen niets voor, evenmin als dit blog, maar ik beleef er desalniettemin een hoop plezier aan!

Articles

Kinderspel

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 20 oktober 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Dit stuk is geschreven voor de najaarseditie van Flinterwille, het ledenblad van Vlinderwerkgroep Friesland. Namen en plaatsen zijn verwijderd, sommige zinnen wat gewijzigd, maar verder integraal geplaatst.
Een deel is eerder aan de orde geweest in de blog
Kicken en Clicken.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vlinders zijn altijd aantrekkelijk, maar dat moet je wel leren zien. Hoewel ik vroeger wel foto’s van doorsnee-vlinders maakte, keek ik er tegelijkertijd een beetje op neer. Iedereen in mijn fotogroep postte een gehakkelde aurelia, hoe origineel was dat nou? Tegelijkertijd dacht ik dat ‘echte’ vlinderaars à la Erik (van Godfried Bomans) met een netje over de heide huppelden. Maar of zulke mensen en kinderen nog bestonden, dat wist ik niet. Ik had ze tenminste nog nooit gezien, ondanks mijn vele natuurtochten.

Tijdens mijn zomer op Ameland ging ik pas echt goed naar vlinders kijken. We reisden het hele eiland af, eigenlijk speurend naar vogels. Natuurlijk zagen we daarbij ook vlinders en we raakten allebei geïntrigeerd door de zilveren maan die op de Amelander bus prijkt. We dachten die in grote getale gezien te hebben, maar determinatie via Vlindernet leerde ons dat het om de duinparelmoervlinder ging. Hoe dan ook: een liefde was geboren: wij zochten overal en vonden veel – behalve de zilveren maan … Die werd voor mij een ‘must’!

Het jaar daarop was ik weer solo en na een langdurig warm familiebezoek aan Indonesië viel ik in het spreekwoordelijke gat. Ik kwam terug tijdens de natte, koude zomer van 2011 – een kille zomer, praktisch zonder vlinders. Totdat ik op die zwoele septemberavond naar Buitenpost reisde en deelnam aan de Nationale Nachtvlinder-Nacht en daar kennismaakte met leden van de Vlinderwerkgroep. Naast de verbazing over de pracht van de nachtvlinders, was ik nog meer verbaasd over de kennis van de jongen die mij bijlichtte voor de foto’s en mij daarbij informeerde over de desbetreffende vlinder. Kinderen die zeiden dat het wel een beetje dom was dat ik geen zaklamp had, want hoe kon je anders vlinders vinden in het donker??
Ik heb genoten die avond, niet in de laatste plaats door dat eerlijke jongetje, dat zoveel geduld had met een domme nieuwkomer van 55. Maar ook van de saamhorigheid die in de groep heerste, van de fotogenieke walstropijlstaart die vanuit Frankrijk was meegebracht en van de medefotografen die met hetzelfde doel als ik de vlinders op hun mooist probeerden te fotograferen. Die avond heb ik me meteen aangemeld als lid van de Vlinderwerkgroep en daarmee hoorde ik weer ergens bij en hoefde ik niet meer alleen op pad.

In het voorjaarskrantje stonden de geplande excursies vermeld. Het leek mij een goed idee mij daarvoor aan te melden, maar dat had heel wat voeten in de aarde: beperkt qua vervoer en door kwaaltjes niet altijd even mobiel was het lastig om de verzamelplaats te bereiken. Ik dacht ook nog niet als een vlinderaar: het kwam niet bij me op om de aardbeivlinder even op te zoeken en te bekijken hoe interessant die is. Ik maakte me zo druk over vervoer en het slechte weer dat ik die excursie aan me voorbij liet gaan.
Achteraf zag ik toevallig dat er wel degelijk aardbeivlinders gezien waren en ik besloot me voortaan nergens meer van te laten weerhouden: ik wilde mee op excursie.

Mijn eerste excursie was op een koele zaterdagmiddag, waarbij een waterig zonnetje doorbrak. Ik werd bij een station opgepikt en was er helemaal klaar voor. Dacht ik … Ik had dan wel een zaklantaarn gekocht, maar natuurlijk was ik niet voorbereid op het gebied dat men beter de Nattige Meente had kunnen noemen – mijn nieuwe schoenen werden diverse keren in bruinig modderwater ge- en herdoopt en nog weken nadien jeukten de bulten van de dazen die zich een weg in mijn lange broek hadden gevlogen. Ik droeg geen sokken … stom, stom, stom. Het zware lopen door het zompige terrein en mijn angst voor kikkers maakte het me niet makkelijk en hoewel er mensen met schepnetten liepen, deed niets mij aan de Erik van Bomans denken. Niks huppelen, ploeteren!

Langzaamaan begon ik wat mensen te leren kennen, waarbij de senior van de groep die op eerbiedwaardige leeftijd voortploegde, onderwijl Latijnse namen noemend bij een bladstipje of een plantje aanwijzend, diepe indruk maakte. Maar ik vond de brede kennis van alle groepsleden indrukwekkend: men wist zóveel over zóveel verschillende zaken! De een was van de planten, de ander van de poppen, een derde kende alle libellen en een vierde kende het gebied als zijn broekzak. Daartussendoor liepen kinderen, zoekend naar alles wat vleugels heeft. Wat me opnieuw het allermeest trof, was de behulpzaamheid: niet alleen de kennis werd met plezier gedeeld, ook vlinders werden met liefde aangewezen en er werd ruimte gemaakt voor ieders camera; niemand hoefde een primeur.

En toen zag iemand de zilveren maan … Ik was er stil van (helaas is dat nooit te merken): daar zat hij of zij, helemaal alleen in dat uitgestrekte gebied, in een zonnestraaltje. Ik ben zelden zo gelukkig geweest als op dat moment, en toen ik nota bene die ene stip die de zilveren maan kenmerkt, aan iemand wist aan te wijzen, kon ik mijn geluk helemaal niet meer op. Ik wist ook iets! Maar er kwam nog meer moois: de vondst van een grote vuurvlindervrouw. Wow, dat was een ongelooflijk moment! Ik heb er de blog ‘Kicken en clicken’ over geschreven. Mijn camera maakte overuren en ik voelde me diep gelukkig dat ik dat moois had mogen aanschouwen.

Op zeker moment ben ik teruggegaan, net voordat er ook nog een mannetje ontdekt werd. Enerzijds was ik kwaad op mezelf, anderzijds wist ik dat ik allang over alle fysieke grenzen was gegaan en echt niet verder kon. Terug bij de verzamelplaats was ik kapot maar zo intens blij; dat gevoel dat ik zo gemist had, was terug. Dankzij de bijzondere vlinders maar zeker ook dankzij de leden van de Vlinderwerkgroep!
Na nog een gezellig en calorierijk samenzijn werd ik naar huis gebracht met afspraken over waar ik over twee weken opgepikt zou worden. Een paar dagen later werd ik gebeld en ging mee naar ‘een’ heide achter Drachten, waarbij ik eindelijk als een vlinderaar begon te denken: ik was op last van mijn gastvrouw goed beschermd met sokken over de broekspijpen en had me ingesmeerd met muggenspray. Ik bleek bovendien evenveel te zien als zij, waardoor ik probleemloos mee kon tellen. Wederom een mooie en rijke ervaring, waaruit een leuke vriendschap ontstond.

Twee weken later was er de excursie op een grote heide en daar had ik wél het gevoel van een huppelende Erik die met zijn netje vlinders vangt: daar werd ook met het net gewerkt, en met potjes om de vlinders goed te kunnen laten zien. Ik heb de komma op de kommavlinder door de mazen van het net gezien, maar op mijn foto heeft het net de overhand. Dat is niet erg; ik heb daar zóveel moois gezien! Het gebied was prachtig, het weer was goed, er was een grote variëteit aan begroeiing en ook aan vlinders en er was weer die saamhorigheid die me zo aanspreekt. Al raakte ik op zeker moment iedereen kwijt en moest ik me een weg banen door brandnetels en plassen met mijn te zware bergschoenen, ik bleef genieten.

Al in het begin zag ik een bruine vuurvlinder, die ik pas later herkende – toen ik me met iemand anders in duizend bochten wrong om een ander exemplaar op de foto te krijgen. Ook een parend paart heideblauwtjes liet zich moeilijk schieten; er waaide een vaag soort wind vlak boven de grond, waardoor de foto’s snel onscherp werden. Maar het is uiteindelijk meestal wel gelukt: een eikenpage, bruine vuurvlinders, kommavlinders, een kaneeldingetje in een potje en een bibberige zuringspanner.
Als bonus was de omgeving ook erg boeiend: op het laatste stuk, net voorbij het water (waar ook een interessant verhaal aan vastzat), pronkte klokjesgentiaan in lange blauwe rijen over het pad en even verderop stond een pluk gele cantharellen te lonken.
’s Avonds, wederom na de gezellige vette hap en samen wachtend op het weer, prijkten roodgloeiende pollen mos tussen gouden gras, onder een prachtige zonsondergang.

Ook tijdens deze excursie verbaasde ik me over de enorme kennis die er is en kwam ik langzaam maar zeker achter ieders diverse vaardigheden. Het leukst bleef ik de twee jongens vinden die behendig macro’s en micro’s in potjes vingen – zij hadden geen net nodig. Aan hen is dit verhaal opgedragen. Deze kinderen mogen dan wel fantastisch en met een aanstekelijk enthousiasme kunnen vlinderen, het vlinderen zoals ik dat nu gezien heb en dat zij ook lieten zien, is absoluut geen kinderspel! Verre van dat: het is kennis van de natuur en van de vlinders, de habitat, de rupsen, de poppen, alles. Een leeftijdsloze kennis, waardoor leden van 9 en van 90 evenveel plezier beleven.

Dank jullie wel, jongens, en dank jullie wel, vlinderaars van de Vlinderwerkgroep, dat jullie iemand zo opnemen in de groep en dat iedereen goed kan en mag zijn in wat hij ‘toevallig’ kan. Ik kijk uit naar de najaarsbijeenkomst en vooral naar volgend seizoen, want al heb ik enkel een guppenschepnet, ik spaar al wel potjes voor de komende excursies en heb notitieboekjes om te noteren wat ik zie en ga zien. Misschien ben ik een vlinderaar in wording, maar het is nog maar kinderspel. Het echte werk moet ik nog verder van en met jullie leren.

Articles

Sound of Silence

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Qualen,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 24 augustus 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Soms heb ik zoveel ideeën voor een blog dat ik uit die kluwen niet de juiste woorden kan kiezen.
Er zijn weliswaar veel onderwerpen die het waard zijn om over te schrijven, maar waarover moet het nu dan gaan? Iedere dag wordt mijn weblog bezocht en heel vaak zoekt men op ‘misofonie’ (extreme overgevoeligheid voor geluiden). Ondanks dat ik daar momenteel weer fors last van heb, ga ik er nu niet over schrijven – ik lijk onderhand wel DE expert op dit gebied, maar dat ben ik natuurlijk helemaal niet … Dokter Arjen Schröder, die trials in het AMC uitvoert, kan er vast veel meer over vertellen dan ik!

Ik zou over ALS kunnen schrijven, die genadeloze ziekte die ook mijn vader gevangen houdt en waarvoor mijn neefje Jordi op 9 september a.s. gaat zwemmen. Pa’s 80e verjaardag leverde een prachtig sponsorbedrag op, maar ook veel mensen die mijn vader en/of mijn neefje kennen, hebben gul gedoneerd. Stichting ALS heeft heel veel geld nodig; er is nog geen medicijn en er is nog enorm veel research nodig. Maar als ik dan bedenk hoe sterk en dapper mijn vader blijft, hoe hij omgaat met deze ziekte, dan lijkt erover schrijven des te ingewikkelder. Dan schrijf ik niet over ALS, maar over de gevoelens die dat bij mij en wellicht bij anderen oproept en gevoelens deel ik hier liever niet.

De grote stille heide

Niet over emoties willen schrijven, betekent ook dat ik niet beschrijf wat een depressie met je kan doen, hoezeer je leven erdoor bepaald kan worden en hoe hard je soms moet vechten om wat positieve dingen te blijven zien. Iets positiefs is dan als zoeken naar een speld in een hooiberg – zo’n dag kan maar beter gewoon voorbij zijn. Het kost bergen energie en het is bovendien ontzettend dubbel omdat je enerzijds bij je vader en anderen ongeneeslijke ziektes verwoestend werk ziet doen, terwijl jij vecht tegen gevoelens van overbodigheid. Depressies zijn ook veel te persoonlijk, je kunt het niet beschrijven zonder het over privézaken te hebben – ook van anderen … Dus ook dat onderwerp valt af.

Ik heb nog wel meer kwaaltjes ‘op voorraad’, maar wie wil er weten hoe ik met mijn diabetes omga, met die klierende kwaal die altijd maar kort onder controle blijft om daarna wéér in hypers over te gaan? Wie interesseert het of ik me aan mijn dieet houd, hoe ik ernaar leef, wat ik ervoor doe en laat en hoeveel pillen ik er onderhand voor slik? Dat is toch niet interessant? Of moet ik over de toenemende zenuwpijn schrijven, de ‘zware jongens’ die dit nog enigszins in toom kunnen houden, maar die een hele hoop vervelende bijwerkingen hebben? Zenuwpijn die bij oude ongelukken hoort, of bij diabetes en waar verder niets aan te doen is? Ook daar zit de wereld niet op te wachten … Het moet wél interessant zijn, is mijn criterium.

Kommavlinder

Natuurlijk kan ik een stukje schrijven over weer een excursie van onze vlinderwerkgroep, ditmaal op de heide, waar je helemaal blij wordt als je de zeldzame kommavlinder hebt gevonden en zelfs ook een bruine vuurvlinder! Daarbij cantharellen, prachtig rood mos en veel meer bijzonders. Maar mij is gevraagd een stukje te schrijven voor het krantje van de werkgroep, waarvoor ik de woorden wil bewaren. Bovendien is het seizoen bijna afgelopen en word je momenteel overvoerd met foto’s van vlinders – ’s winters zijn ze wellicht interessanter en je voorkomt meteen ook dat iedereen op de hei gaat zoeken en de boel daarbij vertrapt.

Later kan ik ook wel schrijven over een vogel-uitstapje met een vlindermaatje naar Ezumazijl, waar wel honderd kluten op een kluit stonden, toen een invasie van andere vogels zich bij hen voegde, druk foeragerend voor de trek. De vriendin dacht kemphanen te zien door de telescoop; ik heb nog nooit kemphanen gezien en werd dus niet gehinderd door enige kennis. De verrekijker bleek voor mij te zwaar om vast te houden, maar ik genoot van het spectaculaire uitzicht via de telescoop. Honderden of duizenden vogels, op een rij achter de kluten. Toch kan ik de vogels gemakkelijker determineren aan de hand van de gemaakte foto’s en zo bleek een in mijn radius foeragerende kemphaan geen kemphaan maar een grutto te zijn … Vermoedelijk waren het allemaal gruttos – Limosa limosa tot de derde macht of zo. Boeiend, maar daarover schrijf ik na een volgend uitje naar Lauwersoog.

Het is te druk met thema’s in mijn hoofd en emotie en ratio laten zich onvoldoende goed scheiden. Ik heb geen woorden en hoef geen geluid – alleen de stilte, de rust die ik even zo nodig heb. Daarom komt er vandaag geen blog.
Ezumazijl

Sound of Silence is de best passende tekst bij dit blog dat ik niet schrijf, niet heb geschreven.