Archive for the ‘Sprookjes & fabels’ Category

Articles

Kerst-stalling

In Persoonlijks,Sprookjes & fabels,Taal,Vertelsels,Woordspelingen on 25 december 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Dit jaar sla ik Kerst over. Het papieren Peruaanse stalletje blijft in de doos, net als het voltallige engelenkoor en de Erzgebirger Sängerknaben. Zelfs de dieren die zich her en der in huis bevinden, worden niet (uit)gestald, ondanks mijn overtuiging dat zij in de Kerstnacht kunnen praten. Toen mijn kinderen klein waren, zegde ik steevast toe hen de volgende dag in te lichten over de gevoerde individuele en groepsgesprekken. Daarbij doelde ik niet op toen al aanwezige creatief gemaakte beestjes, maar over de levende have die ons huis bevolkte. We hadden een scala aan huisdieren, waardoor ik menig conversatie heb moeten verzinnen. Maar voor mij en mijn kinderen was het een essentieel onderdeel van ons Kerstfeest.

Ik hoop dat de traditionele Zweedse gedachte een dierbare herinnering voor hen is, al moest ik soms namens konijn Bonnie Pluis of goudvis Trix meedelen dat de aandacht wat eenzijdig was geweest.
Het lastigst waren de vragen over zieke of gestorven dieren: “Kunnen die ook nog praten, mama?”
Tja, wat zeg je als de cavia door het gewicht van één van de kinderen platgedrukt het onderspit moest delven, of eendje Wammes, die na een veelbelovende start op een eenzame middag dood in zijn zwembadje dobberde … Verdronken – een eend nota bene!
Nog altijd hoop ik dat ik toen de juiste troostwoorden heb gevonden waarmee zij de herbeleefde verliezen konden accepteren: de dode dieren waren in een speciale hemelzaal, de afdeling waar alle nog ongeboren mensjes op het eierrekje zaten, samen met het kindje Jezus vóór zijn jaarlijkse geboorte.

Het optuigen van de kerstboom gaf standaardproblemen: mijn neurotische perfectionisme belette de kinderen her en der een bal op te hangen – mijn boom moest ultiem versierd zijn. Dat resulteerde in het compromis van twee bomen: eentje in de hal waar de kinderen zich op mochten uitleven, en een grotere in de woonkamer, waar met name de poezen zich regelmatig in uitleefden. Ik tuigde op, de katjes tuigden af; ik wist altijd weer na die ene nacht waarin zij konden praten, te laat waarover ik hen stevig had willen onderhouden … Keer op keer hing ik ballen terug, totdat overal naalden en gesneuvelde ballensplinters lagen en ik naar het nieuwe jaar verlangde. Op 1 of 2 januari moest de boom weg; ik was hem spuugzat na alle op- en afgetuig. De opruimdatum was afhankelijk van wanneer de kinderen thuis waren: naast de jaarlijkse Tweede Kerstdag vierden zij Oud & Nieuw om het jaar bij hun vader.

Ze zijn allang volwassen, mijn jongens, maar op Tweede Kerstdag eten zij nog altijd bij hun vader. De Eerste Kerstdag bij mij is verloren gegaan nadat de oudste zelf een gezin kreeg en de jongste als verkoper de drukste weken van het jaar achter zich had. Logisch, maar soms voelt het wel ‘alleen’, zeker nu mijn X-mas toch nog meer als ex-mess voelt (hoewel ik mijn Indonesische logee eigenlijk meer mis dan de vluchtende eilandgast). Vorig jaar waren wij tijdens de feestdagen in Zeeland en zouden kort daarna naar Egypte gaan, dus was er geen reden tot kerstversiering. Toch miste ik het toen – in tegenstelling tot nu, nu ik alleen thuis ben en alle tijd heb gehad om het huis in Kerstsfeer te brengen. Maar mijn hulp, die me altijd helpt met de versieringen, heeft vakantie, waardoor er ook geen gelegenheid was om dingen op hoogte op te hangen. Mijn zere arm belet me om dat zelf te doen. En ach, de katten vinden een boom vermoedelijk nog altijd de leukste klim- en krabpaal ooit …

Os en ezel – hier giraffe en olifant – blijven ditmaal van stal en de zwarte schapen blijven waar zij altijd staan: in hun hoekje. De zelfgebakken Bere Jezus, die in zijn smoking alle Kerstvreugde overziet, is na een vorig kattenfestijn onthoofd en onthand aangetroffen. Nu is dat gezien het verloop van Jezus’ leven wellicht toepasselijk, maar het staat zo kaaltjes in het kribje … De secondelijm zal hem eerst weer een hoofd moeten bieden voordat hij op stal gehaald kan worden. De vele engelen uit alle landen protesteren tevergeefs vanuit diverse dozen; ze willen hoog opgehangen worden en dat gaat niet. Ook weet ik dat enkele lampensnoeren het telkens geniepig begaven, waardoor de schittering aan de diverse taferelen op cruciale momenten ontbreekt.

NS en weder dienende, bezoek ik wellicht mijn ouders en verder zal ik veel opgenomen afleveringen van Silent Witness kijken – een goed alternatief voor Silent Night. Mijn koelkast en fruitschaal bieden voldoende gezond, normaal eten. Ik moet alleen nog sigaretten halen voor deze laatste rookweek – het is de afbouwfase voor een rookloos 2011.

Ja, het wordt een vredige kerst, eentje zoals ik die iedereen toewens.

(Voor een grotere versie van de foto’s, zie mijn Flickr-account bovenaan de pagina)

Advertenties

Articles

Knoert van Oerd ~ 2 ~

In Natuur,Sprookjes & fabels,Taal,Vlinders & nachtvlinders,Vogels,Wadden on 7 september 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Na een weekend waarin wij opnieuw met Keizer Knoert hebben kunnen spreken, is ons nog veel meer duidelijk geworden over het leven en de visie van dit microvolkje.
Hoewel Keizer Knoert aangeeft keizer zonder raadgevers te zijn en dus alleen maar onderdanen heeft, is hij in wezen een microsoftie: hij heeft veel meedogen met zijn volk en regeert met compassie. Datzelfde hoorden wij van onderdanen (feitelijk bovendanen; zij zijn allemaal iets groter dan de Keizer), die een plezierig leven leiden. Door deze gesprekken zijn een aantal evidente verschillen met onze maatschappij en de politieke hiërarchie aan het licht gekomen, maar daarover later.

Het microvolkje leeft ‘omgekeerd’, wat als uniek in elke wereld kan worden beschouwd. Zij worden oud geboren en kennen zodoende meteen de duur van hun leven. Hun puberteit – de fase waarin wij mensen het meest onzeker zijn over bij voorbeeld uiterlijk, beleven zij met meer dan voldoende zelfkennis en levenservaring.
Dit omgekeerd leven maakt hen stabiel en zeker over hun leven, hun uiterlijkheden en hun vooruitzichten.
Qua uiterlijk en gebruiken verschillen zij van de doorsnee kabouter- en mensenpopulatie: degene die als kleinste geboren wordt, is automatisch de volgende keizer. Hierdoor is het een kwestie van lotsbestemming wie de leiding over het volk krijgt.

De leeftijd van dit volk ligt zoals genoemd op voorhand vast, maar zij leven veel langer dan wij mensen – bij de geboorte is de gemiddelde bovendaan zo’n duizend jaar oud. Dat betekent dat zij zich geen zorgen hoeven te maken over hun dood, die hen niet voortijdig door ziektes, maar alleen door ongevallen kan treffen. Het volk is immuun voor ziektes; zij kennen het woord alleen van de dieren en de wereld rondom hen. Zij zijn om verschillende redenen niet bang voor de dood: doordat een plant in het najaar sterft en in het voorjaar opnieuw geboren wordt, ‘weet’ het volk dat zij niet hoeven te vrezen voor de dood. Ze komen immers weer tot leven? Dat dat niet altijd gebeurt, ligt aan de overledene zelf: hij of zij kiest dan voor Everland, een wolk waarop zij voor eeuwig willen blijven. Dat lijkt mij persoonlijk na duizend jaren leven ook wel een mooie keuze.

De grafjes zijn speldenprikjes, niet zichtbaar voor ons blote oog. De tot baby’s volgroeide duizendjarigen vragen nauwelijks ruimte doordat zij tijdens de laatste fase van hun leven nog verder krimpen. Zelf noemen ze dat liever “overgaan”. Deze overgang begint aan het einde van hun puberteit en duurt totdat de dwergkabouter in babystaat sterft. Het geheugen glijdt langzaam weg totdat het bij hun dood als baby onwetend en blanco, puur is. In deze periode worden zij afhankelijk van hun kleinkinderen die hen als vanzelfsprekend voeden, verzorgen en verschonen totdat het vuur dooft.
Keizer Knoert wil zijn huidige leeftijd niet vertellen, maar zegt wel nog lang niet aan de overgang toe te zijn. Hij vertelt dat de begraafplaats rondom de basis van een speciale bloem ligt, een bloem die vrijwel het gehele seizoen door bloeit. Ik begrijp uit deze uitspraak dat het om een viooltje moet gaan: we hebben in de loop van het jaar her en der veel kleine viooltjes gezien en we weten ook dat dit een waardplant voor een aantal bijzondere vlinders is. Deze vlinders spelen een grote rol in het leven van het Oerdburenvolkje.

Dieren vormen een belangrijk hulpmiddel voor het volkje: zij reizen graag per libel (die zij helicopter noemen) of per zweefvlieg(tuig). Ze gebruiken spinrag van verdwenen spinnen voor hun micromee-werk; de webben worden systematisch uitgerafeld en opgerold tot een enorme kluwen, waarna het klaar is voor gebruik.
Ook vogels helpen hen met hun voortbestaan: kwikstaartjes maken al wippend met hun staart mooie snelwegen door het woud van helmgras en de mussen, die we bij het Kooikershuus altijd restjes van onze appeltaart geven, blijken delen van deze restjes aan de Oerdburenbuurt te leveren, die daar weer de meest heerlijke gerechten van maken.
Dan zijn er nog vele geleedpotige helpers, die delen van vruchten aanslepen of het volkje wijzen waar ze deze zelf kunnen vinden. Keizer Knoert en zijn bovendanen zijn vegetariërs en doen dus geen vlieg kwaad.

De volgende keer uitleg over de prachtige parelmoervlinders (waaronder de zeldzame “zilveren maan”, die een speciale betekenis voor het volkje heeft) die men op Ameland kan vinden.
Verder komen reacties op ons verbazingwekkende menselijke politieke marionetten-machtsbestel aan bod, met daarbij enige parallellen tussen vriend en vijand, al heeft het volkje praktisch geen natuurlijke vijanden.
Wij kunnen nog heel veel van deze microkabouters leren!

= Wordt vervolgd =

P.S. Ik krijg het niet voor elkaar de foto’s te linken met Flickr. U kunt ze bekijken door bovenaan de pagina op het fotoblokje te klikken!

Articles

Knoert van Oerd – een sprookje in meerdere delen ~ 1 ~

In Natuur,Sprookjes & fabels,Taal,Wadden on 29 augustus 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

Vrijwel iedereen die iets over de geschiedenis van het Amelander Oerd weet, weet dat het daar spookt. In oude tijden staken jutters vuren aan om schepen te misleiden, zodat er na de schipbreuk van alles te jutten viel. Ritskemooi uit Buren is waarschijnlijk de meest bekende jutster: toen zij na een succesvol vuur de volgende dag tussen de wrakstukken van het schipbreuk geleden schip kon zoeken naar handel waarmee zij haar armoe kon bestrijden, vond zij tot haar ontzetting temidden van de andere doden het lichaam van haar jongste zoon Sjoerd…
Sindsdien spookt het op het Oerd: als het waait, hoor je Ritskemooi radeloos haar zoon roepen: “Sjoehoehoehoerd!!!”

Van dit verhaal maakte een zeer klein volkje destijds dankbaar gebruik om zich in stilte als buren van Buren in de duinen bij het Oerd te vestigen. Nog altijd wonen zij daar vredig en met veel plezier.
Het is een zeldzaam volkje, bestaande uit dwergkabouters met als leider de piepkleine grote Keizer Knoert. Vrijwel niemand weet van hun bestaan en geen mens heeft ze ooit gezien – tot vandaag. Vandaag wandelden wij als zo vaak vanaf De Kooiplaats, waar we onze traditionele koffie met appeltaart als lunch nuttigden, met onze camera’s het paadje af en de glooiende duinen in, op zoek naar vlinders die nog in onze fotocollectie ontbreken.

We kunnen natuurlijk niet de specifieke locatie van de Oerdburenbuurt prijsgeven; het is ons door Keizer Knoert persoonlijk toevertrouwd. Eén van zijn onderdanen ontsnapte ternauwernood aan de dood toen wij even gingen zitten om te rusten. Met mijn forse billen zou ik de halve bevolking hebben kunnen verpletteren, maar iets in mij waarschuwde me dat we ons wel eens in kabouterland zouden kunnen bevinden – ik had bij voorgaande bezoeken al vele signalen gezien. Daarom vleide ik mijn linkerbil voorzichtig op het helmgras en liet tijdens het verder laten zakken voldoende ruimte onder de bilnaad van mijn jeans om een riante uitweg voor eventueel klein volk te kunnen bieden.

Het dwergvolk behoort tot het zeer zeldzame ras der Micromen, die onder andere kabouterrassen groot respect afdwingen vanwege hun tot kunst verheven techniek van het micromeeën. Vanzelfsprekend ging Keizer Knoert niet zo ver om ons in de geheimen van deze kunst in te wijden, maar gezien mijn voorliefde voor hun schitterend aangelegd wilde tuinen (die voor een leek nauwelijks te zien zijn tussen helmgras en kruipwilg), wat ik bij elk bezoek luidkeels verkondigde en er foto’s van maakte – gezien dat gegeven had ik een macrostreepje voor bij dit microbiotisch volkje. De actie met de bilnaad gaf de doorslag: we mochten kennismaken met de Oerdburenbuurtbewoners en met behulp van microfoons waren we in staat een geanimeerd gesprek te voeren

Met permissie van Keizer Knoert zelf mag ik wel iets vertellen van het leven van deze kleintjes. Ze zijn zo groot als een afgebrande lucifer en het is een oud volk, dat desalniettemin zeer speels is gebleven.
Zoals gezegd leggen ze prachtige heemtuinen aan, met reusachtige zandblauwtjes, enorme leeuwenbekken en violen en met hoge, aarvormige bloeiers. Wij bewonderden deze in onze ogen piepkleine bloemetjes, waar een patroon van een uitgestrekte heemtuin in te zien was.

De petieterige varentjes die we zagen, blijken als palmbomen in het Land van Knoert te fungeren, waartussen zeer kunstig gemicromede hangmatten zijn opgehangen voor warme of juist natte dagen. Dat is op Ameland geen overbodige luxe: het eiland kent veel meer zonuren dan het vasteland, maar als het eens regent, is voor het microvolkje een plas water als een stormvloed waar Ritskemooi in vroeger dagen steenrijk van zou zijn geworden …
Hun hangmatten zijn waterdicht gemicromeed en houden hen zodoende droog en dobberend als bootjes vastgesnoerd onder hun palmbomen. Bij zonnig weer hevelen ze de stammen van de varentak naar voren, waarbij ze de krul van de varen als groot ruisend zonafdak kunnen benutten.

<

=== Wordt vervolgd ===