Archive for the ‘Simpel schrijfwerk’ Category

Articles

In de ban van de ring

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 10 maart 2017 door Marjolein Stam getagged: , , , , ,

Tijdens een dagje Berlijn in de zomer van 2015 zag mijn lief een ring in de etalage van een juwelier bij Alexanderplatz. Eenmaal binnen zag ik een exemplaar dat mij riep; die ring wilde mij en ik wilde die ring. Het was een ring van Frey Wille met de naam ‘Joy of Life’ en wat was dat toepasselijk in deze fase van mijn leven!
Toch vond ik hem te duur om hem zomaar even te kopen. Stiekem hoopte ik dat lief mij de ring alvast voor mijn verjaardag zou geven. Maar hij noch aanwezige nicht pakten de – blijkbaar te subtiele – hints op.

Een paar weken later vroeg hij wat ik van hem voor mijn verjaardag wilde hebben. Tja … eigenlijk wil ik die ring heel graag! Ehhh, die ring was toch in Berlijn en wij zijn nu in Friesland. Ja, dat weet ik, maar we kunnen toch bellen? Helaas, de winkel verstuurde niet buiten Duitsland. De ring was nergens anders meer te koop, dit specifieke design was uitlopend en dit was de laatste.
Kan het dan niet via nicht, opperde ik. En warempel, dat werd geregeld. Lief belde de winkel, mailde mijn nicht en met vereende krachten werd de ring naar ons opgestuurd. De dag voor mijn verjaardag lag mijn Joy of Life bij het afhaalpunt, dus kon ik tijdens mijn feestje pronken met mijn prachtige ring. Mijn verlovingsring, zeiden we.

Nu ben ik al lang niet meer gewend om sieraden 24 uur per etmaal te dragen, dus ging de ring ’s nachts af. Ook als we ergens waren geweest en ik op de terugweg onder zeil ging, of als we pendelden tussen Helmond en Leeuwarden, ging hij af. Tijdens onze verhuizing(en) hield ik hem apart om te voorkomen dat ik hem kwijt zou raken. Ook in ons nieuwe huis lag hij op vaste plekken. Als een kloek waakte ik over my precious.

Begin maart 2016 hadden we een feestje waarbij mijn ring opgemerkt en besproken werd. Achteraf was dat de laatste keer waarvan ik zeker wist dat ik hem droeg.
Kort daarop bleek hij spoorloos. Weg, verdwenen. Verschrikkelijk! Hoe vaak ik niet mijn tas opnieuw doorgespit heb, de bank onderaan beklopt hebben, alle hoekjes en gaatjes doorzocht … hij bleef weg. De zak die in die periode in de stofzuigerĀ zat, is helemaal uitgeplozen – alles vergeefs.
Toch kon ik niet accepteren dat hij wellicht nooit terug zou komen; ik bleef hoop houden op een wonder. In het ongunstigste geval had ik hem echter in de auto afgedaan en opgeborgen in een leeg snoepdoosje, wat daarop weggegooid zou kunnen zijn. Maar ik wist het niet zeker en wilde dat niet geloven.
Wekelijks had ik het over de ring en of we die ooit zouden terugvinden – ik bleef in de ban van mijn ring.

In de afgelopen maanden hebben we veel in huis verplaatst, op- en ingeruimd, vaak samen met onze hulp. De kamers zijn uit- en weer ingeruimd, er werd gesorteerd, gepoetst, gedweild en gezogen. Mijn hulp wist weliswaar van de ring, maar ze had geen idee hoe hij eruit zag. Vorige week gebeurde het wonder.
Wij waren even weg en toen wij terugkwamen, lag er een ring op de laptop. DE ring! Mijn Joy of Life was terug! Ze had hem gevonden achter een poot van de boekenkast op de overloop, waar de katten hem ongetwijfeld naartoe gespeeld hadden. Vermoedelijk is het ding het afgelopen jaar de hele bovenverdieping over geweest, startend vanaf mijn nachtkastje.

Een ring staat symbool voor oneindigheid. Dat zo’n symbool kwijtraakt en bijna exact een jaar later toch weer opduikt, vind ik ook symbolisch. Een jaar lang was ik in de ban van de ring en nu, nu hij terug is, is hij niet meer van mijn vinger geweest.

2017-03-15 15-38-48 (B,Radius8,Smoothing4)

Advertenties

Articles

Memoriam

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 12 juli 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , ,

Lieve pap, we herdenken wat af deze dagen. Binnen een tijdsbestek van twee weken kreeg je jouw steen, werd de unit verwijderd en zou je jarig zijn geweest. Over een paar dagen is het een half jaar geleden dat jij stierf. Het gaat zo snel en toch ook weer niet.
Ik mis je, pap. Je humor, je grinnikjes, je rake woorden.
Je ziekte mis ik niet. Ik ben blij dat die over is, dat je verlost bent, en ik gun je je rust.

Je bent bijna altijd in mijn gedachten, op een rustige manier. Ik denk dat je mijn vriend hebt gezien, dat je zag hoe hij gisteren de lavendelplanten ingroef bij je steen. Dat je weet dat hij goed voor me is, dat ik rustiger en blijer ben geworden sinds ik hem ken. Dat hij goed is voor mam, alles voor haar wil doen. Dat we, ironisch genoeg, binnenkort vanaf het schiereiland Als op zeilvakantie gaan … Als: hoe verzin je het!

Ik hoop dat je ook ziet hoe mijn relatie met mam veranderd is, hoe fijn het is dat we op een veel warmere manier met elkaar omgaan. Ik heb spijt dat ik tijdens jouw ziekzijn niet zag hoe zwaar het allemaal voor haar was. Nu zie ik het wel en ik ben trots op haar, ook om hoe goed ze alles doet, hoe ze wat van haar leven maakt, ondanks dat ze jou daarin mist.
Ik ben je dankbaar dat je bij haar blijft, dat je haar liet weten dat ze naar de dokter moest gaan – dat had ze van ons vast niet aangenomen.

Zelf heb ik genoeg aan je foto naast de tv. Je weet vast wel hoe vaak ik even met je praat, hoe vaak ik me iets herinner en hoeveel houvast die foto – die jou in al je kracht weergeeft – me biedt.

Je steen is mooi, maar het deed zeer om je naam er in gebeiteld te zien staan. Toch verdien je dit monument, het doet je recht. Daarom kom ik er graag, prutsen we even met de bloemen en zorgen dat je graf er mooi bij ligt. En elke keer opnieuw maak ik een foto. Alsof ik je telkens even vast wil leggen, zoals ik dat ook deed toen je ziek was. Of ik doe gewoon mijn ‘Japanner-ding’ en maak een foto omdat ik dat nu eenmaal altijd doe šŸ™‚

Gisteren had je jarig zullen zijn. Die 83e, waar je ondanks alles voor ging, maar waar je de kracht niet meer voor had. De helft van dat jaar heb je nog gered.
Het was een rare dag: we vierden voor het eerst je verjaardag niet.Ā We hebben niet gebarbecued, geen speklap gegeten en geen gebak. We waren wel bij mam. Zij concentreerde zich op de tuin – het verwijderen van de unit geeft een enorme ruimte. Alles van jouw ziekte is weg, maar alles ligt nog braak, als een open wond. Het is confronterend. Toch is het ook een uitgelezen moment voor wederopbouw, ondanks al die gedenkdagen. Je zou het zelf ook gewaardeerd hebben, denk ik; je hield niet van blijven hangen in ellende. Dus waren we gisteren bezig met tegels uitzoeken en tellen hoeveel er nodig zijn, zodat mam het gat kan laten dichten en weer een tuintje kan creĆ«ren. Jij weet hoe belangrijk dat voor haar is.

Jij hebt een steen verlegd in een rivier op aarde.

Hoe praktisch je ook bezig bent, de emoties rondom jouw verjaardag, rondom jouw sterven, de herinneringen aan al die verjaardagen, die blijven. Het gemis blijft, juist omdat je zo’n bijzondere, sterke man was. Een man die het verdient om herinnerd en geĆ«erd te worden. Je was in veler gedachten gisteren en bent dat altijd. In liefde herdacht, pap. X

Articles

Macromeeƫn

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 5 mei 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Clematis Pixie

Op mijn paar meter ‘grote’ plaatsje moet ik woekeren met ruimte. Daarom benut ik elke centimeter optimaal; planten bloeien staand, hangend en klimmend langs muren en in hoekjes. Aan de muur hangt op giet- en plukhoogte een kruidenboulevard, voor de schutting staat een oud rek vol met van alles wat zich zoal in een jaar zo voordoet. Alles moet om de tuinset heen gegroepeerd worden; je moet tenslotte kunnen zitten, nietwaar? Daar was dat plaatsje in eerste instantie voor bedoeld.

Mijn plantjes scoor ik doorgaans bij Aldi of Lidl, of uitgebloeid voor een prikkie bij ongeacht welke kruidenier ofĀ  neringdoende. Vond ik vorig jaar een klein kasje en begon het zaaien buiten, dit jaar staan er binnen tomaten, paprika’s en puntpaprika’s te ontkiemen, samen met lathyrus en blauwe winde. Deze laatste waren vroeger niet uit mijn tuinen weg te denken, maar in de jaren van balkons en stadstuinen zijn ze nog niet weer aan bod gekomen. Omdat de diverse clematissen het zo goed doen in een simpele pot, was het tijd om deze eenjarige schoonheden weer eens toe te voegen. Bovendien staat er sinds twee weken een rozenboog, waarlangs genoemde clematissen, blauwe regen en kamperfoelie groeien. Dit creĆ«ert wat ruimte om lathyrus en winde tegen een stukje gaas te laten klimmen. Natuurlijk wel pas nadat ze verspeend zijn en klaar voor de grote buitenwereld!

blauwe winde

Het is een oude liefde: tuinieren en sfeer maken. Dat dat nu op de vierkante centimeter gebeurt, maakt mij niet uit. Elk jaar ziet mijn ‘tuintje’ er anders uit, met wat andere kleuren of andere details, elk jaar geniet ik er volop van. Ik kan fysiek ook steeds meer, het is nu allemaal functioneel en makkelijk bereikbaar. Maar aan de woekerende klimopstruiken van de buurman heb ik mijn handen vol. Ze mogen alleen boven de schutting groeien, niet mijn ruimte innemen, als groenblijvers. En enorme struiken kan ik wegens de ruimte niet kwijt, dus staan planten als vlinderstruik in een pot, dan kunnen ze niet te groot worden. Daarnaast hangen er prulletjes, vogelhuisjes en andere onzindingetjes, die voor de broodnodige sfeer zorgen. Dat hoort ook bij mij.

Kleine dingen vragen om macrofotografie, dus ik loop na verzorging van mijn planten door mijn tuintje met een macroklem op de camera en probeer van de kleinste dingen de details te vangen. Macromeeƫn noem ik dit plezier. Het is een heerlijke hobby, die ik in het veld ook vaak uitoefen, maar die in dit minituintje extra veel voldoening geeft op dagen dat ik er niet op uit kan of wil. Dan macromee ik lekker achter en geniet van alles wat het blote oog niet goed kan onderscheiden.

Anjermot

Zo kun je op vele manieren gelukkig worden van alles wat er in zo’n mini-stadstuintje te beleven valt – naast dat je er heerlijk in de zon (of in de schaduw) kunt zitten, kunt eten en zelfs kunt bbq’en – met verse kruiden van de kruidenboulevard en omringd door heerlijke geuren van de bloemen. Het enige wat hier niet veel rondvliegt, zijn vlinders en vogels. Dat moet ook niet; mijn katten houden van vers vlees en van proteĆÆnehapjes. Zo zit Kleinie ’s zomers trouw bij de klimop te wachten tot er een nachtvlinder of een libel langskomt, die vervolgens razendsnel met een poot naar binnen gehengeld wordt. Vogels en muisjes worden door Toekie verschalkt. Gelukkig hebben Iffix en Miss Muis een iets minder goed ontwikkeld instinct, anders bleef er helemaal niets over. Al mogen ze van mij best wat boktorren vangen (die de klimbomen opvreten), of de anjermotten die mijn Marjolein soldaat maken.

Het is weer voorjaar, mijn bakken met planten zijn allemaal weer omgewoeld en voorzien van mest, alles is weer gesnoeid en de ‘tuin’ begint uit alle macht te bloeien. Weliswaar op macromee-niveau, maar mijn kattenkwartet en ik genieten uitbundig, op elk niveau en van alles wat zich in mijn paradijsje voordoet. Voor de voortuin heb ik al jaren een beplantingsplan klaar, daar gaan de tegels weg en mogen planten in de volle grond. Daar mogen vogels en vlinders juist wĆ©l komen, omdat alleen Miss Muis daar komt. Maar datĀ  is nog toekomstmuziek, vooralsnog is het een saaie betegelde postzegel. Achter daarentegen ziet het er weer fris, groeizaam en vooral gezellig uit. En daar word ik blij van!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Troostvogel

In Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 11 februari 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Op 18 januari overleed mijn vader.
De maand januari ging voorbij met het stukje bij beetje sterven van deze sterke, dappere man, die zich niet liet kisten door ALS. Nooit noemde hij dat een ziekte – hij had een vervelende kwaal, zei hij. Maar ziek was hij niet. Bijna 6 jaar leed hij aan ALS. Een lange tijd waarin hij altijd bleef zoeken naar mogelijkheden om langer zelfstandig te blijven. Op het laatst had hij daar geen zin meer in, werd hij moe van de terugkerende blaasontstekingen, van de sondevoeding die hem het plezier van eten ontnam, van de effecten die deze ‘kwaal’ allemaal met zich meebracht.

Hij kon tot het laatst toe praten en eten, twee van zijn grootste pleziertjes. Tot de dag voordat hij ziek werd, genoot hij van zijn borreltje dat hij ’s avonds met een rietje naar binnen slurpte. Het werd steeds meer gedoe: rolstoel rechterop, borrel met rietje voorhouden, borrelglaasje weer wegzetten, stoel weer terug. En dat bij elk glas water, elke kop koffie, elke hap eten …
Daarnaast moesten zijn vlerken – zoals hij zijn werkeloze armen en handen noemde – vaak verlegd worden en schoof zijn voet regelmatig van de steun af omdat hij pijn in zijn been had. Zijn neus ging lopen, dus wij moesten punten aan zakdoeken draaien en de neus schoon peuteren. Hij werd gevoerd en met de tillift naar het toilet gebracht, maar dat onderging hij allemaal met humor. Alleen mijn moeder kreeg zijn moppers mee als hij nog moest wennen aan een nieuwe situatie, aan verdere achteruitgang.

Het verwerken deed hij ’s nachts en hij praatte er pas met ons over als hij alles weer op een rij had. Vorig jaar opperde mijn broer dat we wellicht bij toerbeurt wekelijks een nacht bij hem konden doorbrengen om mijn moeder te ontlasten. Vanaf de zomer ben ik mee gaan draaien en die nachten waren intens maar dierbaar. De gesprekken in het donker heb ik als verrijkend ervaren. De nacht vlak voor zijn verjaardag en de nacht van mijn eigen verjaardag waren het bijzonderst. Dat je nog als een kind jarig mag worden naast je vader, die je nadat de zuster hem ingestopt en verzorgd heeft, feliciteert, is iets moois om voor altijd op terug te kijken.

De laatste keer dat ik bij hem sliep, was het jaar bijna voorbij en hij was moe. In november genoot hij nog van de merel op het schuurdak, die hem na een zware nacht ’s ochtends toch weer plezier in het leven gaf. Hij voerde hele gesprekken met de merel, die met een scheef kopje naar hem keek. Het was ontroerend te horen hoe hij zich troostte met die vogel, nog rijkdom en kwaliteit uit zijn leven haalde door deze gesprekjes. De merel blijft daardoor voor mij zijn troostvogel, al zag hij hem in december niet meer. Toen was zijn blik al meer naar binnen gericht. Hij zat zijn tijd uit … Altijd nog met een onverwachte grap, altijd met humor en nooit klagend, maar hij was het wel zat. Van hem mocht het boek dicht.

Hoewel we er al lang op voorbereid waren, schrok ik toch toen we begin januari hoorden dat hij een longontsteking had. ’s Avonds was de ontsteking verergerd en toen de volgende ochtend vroeg de telefoon ging met de mededeling dat we beter konden komen, was ik op slag wakker. Onderweg gaf de zonsopgang een prachtig kleurende lucht. Ik dacht dat de hemel al versierd werd voor pap, dat hij daar onbezorgd naartoe mocht vliegen, terwijl zijn troostvogel hem zou begeleiden.
Dat liep anders: net als zijn ALS verliep zijn sterven ook traag. We hadden een prachtig afscheid met woorden die voor altijd in onze ziel gegrift staan, een geschenk waar je de rest van je leven mee verder kunt.

Daarna begon het wachten. We bereidden zaken voor, bespraken dingen en waren veel in het ouderlijk huis. Het is lastig, zo op elkaars lip met ieder de eigen emoties, met onvoldoende slaap en rust. Mijn moeder vond het fijn als er iemand boven sliep, zodat zij weer kon wennen aan haar slaapkamer, dus mijn schoonzus en ik wisselden elkaar af terwijl de broers om beurten bij pap in de unit bleven. Mijn zus was er elke dag. We vlogen heen en weer, ik had een ‘vluchtkoffertje’ klaarstaan om zo nodig meteen weer terug te kunnen gaan. Tijd of ruimte om te huilen had ik niet. Bovendien waren we blij dat zijn lijden (bijna) over was, dat hij rust had.

In de vroege ochtend van 18 januari was het klaar en had pap zijn reis naar gene zijde voltooid. Naast opluchting kwam verdriet; nu was het grote ‘nooit meer’ aangebroken. Het hielp mij erg dat ik mocht helpen hem op te baren en netjes te maken – iets waar hij altijd op stond en wat hij ook nu belangrijk had gevonden. Het was een vreemde dag met opnieuw alle kinderen en kleinkinderen aanwezig. Hij zou het mooi gevonden hebben. Zijn merel kwam nog even brood van de schuur halen en zat met het kopje scheef even te kijken.

De 22e was de dag dat we afscheid namen van zijn lichaam. Dat dappere lichaam, dat zo lang gestreden had en dat zo’n sterke ziel had gehuisvest. De kist was zoals hij die gekozen had, zoals hij ook de rouwkaart had gekozen. We hadden een mooie ‘dankdienst voor zijn leven’, waarin warme en goede woorden werden gesproken, waar hij in de open kist bij stond. Daarna brachten we hem naar de begraafplaats, waar we afscheid namen van zijn lichaam, van mijn vader, van pap. Alles wat iedereen doormaakt die een dierbare verliest, maakten we door. Maar het was anders; dit was mijn vader, dat raakt me in mijn kern. Een heel leven vol herinneringen is aan me voorbijgetrokken in die maand van afscheiden.

Weer thuis zat er een merel op mijn schuurdak. Dit, terwijl vogels het niet goed aandurven om in de buurt te komen vanwege mijn katten. De troostvogel kwam even langs en ik meende pap even van gene zijde te voelen.
Rust zacht, lieve dappere Stam-vader, dank je voor de liefde en warmte die je gaf. Maar bovenal voor je moed en je wijze lessen. We hoeven niet ‘verder met jouw strijd’, wij hoeven niet mee te doen aan een ALS-campagne, jij vond die veel te confronterend en onnodig. Ik koester een schat aan herinneringen en bovenal jouw troostvogel: de merel.

Troostvogel

De troostvogel is de titel van een gedicht van drs. P

Articles

Het jaar van minder

In Persoonlijks,Qualen,Simpel schrijfwerk on 2 januari 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

2014 was voor mij het jaar van minder. Het stond vrijwel volledig in het teken van eten en dan met name diab-eten. Mijn hele leven heb ik gejojood en dat was voor mij reden om niet meer te willen lijnen. Ondanks mijn overgewicht en (progressieve) diabetes vond ik het wel best. Nu stond ik sowieso niet op zo’n goede voet met mijn diabetes; ik accepteerde weliswaar dat ik het had, maar ik paste mijn eten er niet op aan. Dat betekende in de zomer ijs en snoep en in de winter marsepein, gevulde speculaas en ijs en snoep. Natuurlijk is dat niet goed, maar als ik er dan weer een pilletje bij kreeg, bleven de waarden binnen de perken en dat was mijn vrijbrief om op dezelfde voet door te gaan.
Rond de vorige jaarwisseling kreeg ik de schrik van mijn leven toen gesuggereerd werd dat als het zo doorging, ik weer insuline zou moeten spuiten. Ik had vage problemen met mijn linkervoet en dacht wel telkens dat ik mijn eigen voet er nog eens af zou snoepen. Figuurlijk gesproken – en ook bijna letterlijk. Na het ontbijt had ik standaard een hyper en de diabetesverpleegkundige adviseerde me dagelijks een half uur achter elkaar te bewegen en daarnaast koolhydraatarm brood te gaan eten. Dit om de hypers tegen te gaan en ook om af te vallen. Toen ik dat bij de fysio meldde, werd mijn schoudertraining acuut uitgebreid met fietsen, lopen en roeien. Wat was ik kapot!

Eind maart waren de winterkilo’s weliswaar verdwenen, maar het had geen invloed op mijn hypers. Ik werd doorverwezen naar de diĆ«tiste en zij opperde een koolhydraatarm dieet. Hoewel ik steigerde bij het woord ‘dieet’, knaagde het toch aan me en na een paar dagen besloot ik haar advies op te volgen en het 6×6-dieet te gaan doen. Het werd ‘life changing’.
Omdat ik zo veel moest bewegen, trok ik er zo vaak mogelijk op uit, de natuur in. Dat is terug te zien in mijn blogs van 2014.
Het eten vergde een enorme omslag: in plaats van calorieƫn moest ik opeens koolhydraten tellen. Overal waar ik kwam, zag men mij met mijn Tupperware-party met sla, tomaat en ander groenvoer, met magere kwark met noten, met droge worst en kaas. Als beloning was er 2 Ơ 3x per week het blokje 70% chocola van de Aldi (tevens bevoorrader van de nootjes en de crackers). Daarnaast werden en bleven Ricola suikervrije snoepjes favoriet.

Het moeilijkst vond ik dat ik maar een halve appel mocht – ook in fruit zit suiker en ik ben een fruiteter pur sang. Maar tot mijn verbazing ging het verder prima; alles was goed vol te houden en ik kickte af van de suiker – terwijl ik ook een suikerjunk pur sang was. Alle verleidingen waren geen verleiding meer omdat ik er prompt een enorme hyper van kreeg en dat voelt echt niet lekker. En zo kwam na ruim 10 jaar dan eindelijk de omslag in mijn denken: ‘een diab-eet weet wat hij eet’. Ik ben al maandenlang op weg terug, zit tussen normaal eten en koolhydraatarm in en ben in totaal 26 kilo lichter dan een jaar geleden. Ik heb weer een prachtige bloeddruk zonder daarvoor nog een pilletje nodig te hebben, ben een stuk fitter en heb ook een pil voor de diabetes kunnen laten staan. Kortom: ik ben stukken gezonder geworden en er is veel minder mij.

Maar het was niet makkelijk. Het kostte heel veel energie en al dat buiten zijn en bewegen kostte ook veel tijd. Ik had geen energie om e-mailcontacten bij te houden of om vriendschappen goed te onderhouden. Dat kwam ook doordat de hoeveelheid schildklierhormoon die ik slikte niet meer overeenkwam met mijn gewicht, waardoor ik als een razende door alles heen vloog en mezelf onbedoeld volledig uitputte. Minderen was er niet bij; als je stofwisseling op hol is, ben je net een kruisraket. Het kostte heel wat bloedonderzoekjes en afbouw voordat ik weer (redelijk) ‘normaal’ was en dat gevoel heb ik pas sinds kort weer terug. Al zal ik nooit normaal worden, vrees ik šŸ˜‰

Het was dus een gezond jaar, waarin het aantal pillen weer drastisch kon worden geminderd en ik telkens wat verder kromp. Drie tot vier maten minder ben ik nu en ik mijn gewicht is al een paar maanden stabiel. Mijn suikerwaardes zijn prachtig, ik ben een voorbeeldige diabeet geworden. Het woord ‘eten’ zit in diabeten en al blijf ik die term eer aandoen, het wordt steeds minder, minder, minder šŸ˜‰
31-12-2014 slankie1-1-2015

Lezers van mijn blog: van harte bedankt voor het volgen en/of liken, voor de commentaren en voor iedereen MEER goeds, geluk en gezondheid voor 2015!

Articles

Geestesziek

In Persoonlijks,Qualen,Simpel schrijfwerk on 11 januari 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , ,

Mind over matter

Mijn halve leven strijd ik al tegen stigma’s van psychiatrische stoornissen waarmee men mij wil etiketteren: ik heb ‘alleen maar’ terugkerende depressies (gehad), met op zeker moment een angststoornis, maar meer was er niet van te maken. Geen bipolaire stoornis, geen Asperger, wel schildklierlijden en veel pech. Intussen ben ik al een paar jaar stabiel, ik voel me goed en ik word steeds optimistischer. Daardoor hoop ik dat ik definitief afscheid heb genomen van de depressies en dat ik eindelijk als ‘mezelf’ door het leven kan. ‘Mezelf’ is wat druk en hyper, wat ‘anders’ dan de doorsnee vrouw (al weet ik niet waar dat in zit), maar eigenlijk voel ik me een gewoon mens met normale wensen, behoeftes, pleziertjes, verdriet- en geluksmomenten.

Na dan eindelijk die ‘normale fase’ te hebben bereikt, las en hoorde ik een tijdje geleden tot mijn verbijstering dat ik een geestesziekte heb. Ik heb misofonie (daarover heb ik al enkele keren geschreven) en dat blijkt een geestesziekte te zijn – zoals Isolde Halbensleven enthousiast uitriep in De Wereld Leert Door, tijdens een interview met prof. dr. Damiaan Denys, de ‘ontdekker’ van deze ‘ziekte’. Nu stamt deze uitzending [http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/207560] al van eind januari 2013, dus men kan mij op het wereldwijde web ongeweten al bijna een jaar etiketteren als ‘geesteszieke’. Daar ben ik niet blij mee, en ik ben ook niet blij met het enthousiasme van mevrouw Halbensleven. Hele volksstammen lijden aan en onder dit fenomeen, zijn wij allemaal geestesziek?!
Professor Denys vertelt desgevraagd dat hij er ‘heel opgewonden’ van werd omdat hij deze ziekte kon duiden, waarna Mevrouw Halbensleven enthousiast roept: “Het ontdekken van een nieuwe geestesziekte!”, hoe bijzonder is dat! Wauw! (Ze bedoelde het duiden.)

Nu vond ik haar sowieso al irritant omdat ze er telkens doorheen blĆØrde met een enthousiasme dat niet getuigt van veel compassie voor de ‘patiĆ«nten’, maar ze bleef maar doorgaan en maakte het stigma voor mijn gevoel alleen maar groter.
Je zult het maar hebben, deze ‘ziekte, die ook nog eens onder de obsessief-compulsieve stoornissen is gecategoriseerd. Nog meer gekte dus! En de gegeven oplossing lijkt zo kinderlijk eenvoudig, dat ik dat niet goed kan rijmen met een geestesziekte die in de DSM V een eigen plek gaat krijgen. Je kunt je in het AMC bij de afdeling Angststoornissen laten behandelen en er schijnt ook nog een link met walging te zijn. Kortom: ik (b)lijk aan een scala van psychiatrische stoornissen te lijden, juist nu ik ‘normaal’ werd šŸ˜®

Ik ben wel behoorlijk ziek, want ik griezel van het eerste voorbeeld (het smakkende kind), en dat raakt diep aan mijn kwetsbaarheid. Want ik heb mijn en andermans kinderen tekortgedaan omdat ik hun krakende chips niet verdroeg. Daar heb ik in mijn posts over dit onderwerp nooit een geheim van gemaakt. Voorbeelden van hoe ik daar emotioneel mee zat en hoe ik dat uit de weg ging, zijn, samen met voorbeelden van anderen, in diverse gepubliceerde artikelen te lezen. Er had naar mijn mening in de uitzending best wat meer ruimte mogen zijn voor de enorme impact en vooral het verschrikkelijke schuldgevoel dat deze aandoening (ik weiger dit een geestesziekte te noemen) met zich meebrengt – impact die levenslange gevolgen kan hebben in de relatie met kinderen en/of dierbaren.
Vanuit die optiek vind ik het gĆŖnant en kwetsend dat de presentatrice over alles heen walste omdat het woord ‘geestesziekte’ kennelijk zo lekker bekte en ze zo gezellig met de prof rond de tafel zat.
Enfin, misschien voel ik mij daardoor ook zo aangesproken en ben ik daardoor zo pissig: zij etaleert lachend een ellende die ook na deze uitzending vast niet zomaar duidelijk is voor niet-misofonisten.

Natuurlijk heeft professor Denys een punt om misofonie onder de compulsief-obsessieve stoornissen te scharen (ik herken mijn eigen haarplukkerij, het pulken aan pukkeltjes en aan minieme stoppeltjes, ook wel als compulsief en/of obsessief), maar moet dat dan ook een ‘geestesziekte’ heten? Welk mens heeft geen neurose, obsessie of tic?
Ik blijf weigeren me te laten stigmatiseren en daarmee weiger ik ook voor misofonie de term ‘geestesziekte’ te accepteren. Ik zou het persoonlijk erg fijn vinden als de wetenschappers dit een ‘aandoening’ noemen in plaats van een ‘ziekte’. Daar maakt een over-enthousiaste presentatrice met een foute woordkeuze iets veel zwaarders van dan het is.
Met misofonie is te leven, maar met stigma’s – en vooral stigma’s op psychiatrisch vlak, wordt het allemaal een stuk moeilijker.

(Vanzelfsprekend stuur ik mijn commentaar ook naar de Vara – ik ben verschillig!)

Articles

Terugblik

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk,Vlinders & nachtvlinders,Vogels on 1 januari 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Ondanks mijn zwenkende arm was 2013 een goed jaar voor mij. Ik ben twee keer ‘op vakantie’ geweest en het grootste deel van de Kerstdagen bracht ik bij familie door. Deze uitjes waren mogelijk doordat er een paar keer een forse dosis steroĆÆden in mijn schoudergewricht en/of -spiergordel was gejast, waarna ik wat mobieler was. De perioden dat de injecties niet (meer) werkten, bracht ik gewoontegetrouw liggend op de bank door. Wel een andere bank dan voorheen; ook wat ‘nieuwe’ spullen betreft was het een bijzonder jaar. Mijn ‘nieuwe’ (lees: gebruikte) bank zit voor geen meter, maar staat mooi en ligt erg lekker šŸ™‚ Met de salontafel van mijn ouders erbij ziet de voorkamer er heel anders uit.

25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 272 De vakantie-uitjes waren super. Eind mei bracht ik een kleine week in het Zuid-Limburgse Geuldal door (waar ik met fiets en bepakking in de trein mijn schouder ongeweten en ongewild meteen weer zwaar overbelastte). Het was prachtig daar, al was het niet altijd even simpel om mezelf telkens weer te moeten oppeppen om wat te gaan ondernemen. Het weer was wisselend, sommige heuvels waren een categorie te zwaar voor mij, maar de omgeving was in alle gevallen adembenemend. Ik maakte kennis met een taalforumvriendin, met wie het plezierig toeven was. Zij reed mij met de auto door het prachtige landschap en samen zochten we borden met taalfouten.

25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg EOS 064 ’s Avonds wandelde ik vanuit mijn B&B naar een restaurant waar moeder bonte specht haar jongen voerde – een prachtig tafereel! 25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg EOS 087

Het geel zinkviooltje, waarvoor ik feitelijk kwam, bleef een falende queeste, maar daar stond zoveel bijzonders tegenover: een daslookvallei en een berm met indigoblauwe rapunzels in het Savelsbos, een dwerghuismoeder die langs de Geul fladderde, veel verschillende vogels en al die uitbundig bloeiende oevers maakten deze vakantie meer dan waard. En de huizen daar: vakwerk!
25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 285 25 tm 31-5-2013 Zuid-Limburg 323

Begin augustus paste ik een lang weekend op bordercollie Bjorna in de stacaravan van haar baasjes, in Noordwolde. Wat heb ik ook daar genoten van de bosrijke omgeving, van Bjorna, met wie ik al ballen gooiend wandelde, van de natuur en van het lekkere weer. Het was heerlijk om zo weer even uit te zijn. Ook hier was mijn fiets mee, waardoor ik meer vrijheid had en ik zelfs naar een vlinderexcursie zo’n 16 kilometer verderop ben gefietst! Zowel Noordwolde als De Kiekenberg boden legio vlindersoorten met voor mij zelfs nieuwe dagvlinders zoals het koevinkje en de distelvlinder. Teruggekomen van de logeerpartij, bleek ik een (naar ik dacht dode) hyena meegenomen te hebben, die na twee dagen op wonderbaarlijke wijze weer tot leven kwam. 10-08-2013 excursie Kiekenberg EOS 068

Het was sowieso een prachtige zomer met veel nachtelijk bezoek: ik had een blauwe lamp voor het raam hangen, die tot mijn verrassing veel nachtvlinders aantrok. Vrijwel elke avond toog ik enkele keren naar buiten om met een zaklamp foto’s van deze schoonheden te kunnen maken. Er ging een heel nieuwe wereld open en ik wist weer waarom ik lid van de Vlindervereniging was geworden: bij de eerste Nachtvlindernacht al was ik zwaar onder de indruk van alle nachtprachten die daar op het laken plaatsnamen. Datzelfde ervoer ik tijdens de excursie naar de Lindevallei, waar ’s avonds ruim 100 soorten op het doek poseerden. Hier thuis heb ik ook verschillende bijzonderder soorten gezien, zoals (o.a.) de splinterstreep en twee exemplaren van de zeldzamere boksbaardvlinder. Ik heb verder nog bijna niets op naam gebracht – dat leek me een leuk winterkarweitje, maar tot nu toe winterde het nog niet zo heftig šŸ˜‰

30 tm 31-12-2013 008In het afgelopen jaar heb ik geleerd bij de dag te leven en te genieten van de mooie dingen. Naar een idee op Facebook had ik een ‘goede-dingen-pot’, waarin ik bij elke gelegenheid een briefje met het ‘goeds’ stopte. Mede daardoor heb ik veel meer goeds kunnen zien en vooral dat goede veel zwaarder kunnen laten wegen dan de minder goede dingen. Ik voel me niet meer eenzaam en neem de problemen met mijn zwenk-arm zoals ze komen: ik leef meer bij de dag en tel de heldere uren.
Dat komt natuurlijk mede door de prachtige zomer met al die geweldige vlinders die op de vele vlinderstruiken neerstreken. Het komt echter het meest doordat ik anders in het leven ben gaan staan, door tevreden te zijn met mijn leven en met alles wat zich daarin afspeelt. Door de afbouw van verslavende pijnmedicatie, waarvan ik alleen maar suffig werd en die uiteindelijk niet hielp tegen de pijn in mijn arm en schouder. Daartegen helpt alleen rust en ook dat heb ik geleerd.

Kortom: ik kijk terug op een prachtig jaar en vol vertrouwen naar een even mooi 2014, met als enige goede voornemen: vaker en regelmatiger bloggen.
Iedereen een heel gezond, goed en gelukkig 2014 met veel rijkdom gewenst – rijkdom, die niet in materiĆ«le dingen hoeft te zitten!

Noot: ik had graag meer foto’s in een slideshow toegevoegd, maar dat lukte me helaas niet. Mocht iemand weten hoe dat moet, dan hoor ik dat graag!