Archive for the ‘Natuur’ Category

Articles

Kicken & clicken

In Fotografie,Natuur,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 27 juli 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , ,

De afgelopen week heb ik meer natuur met bijbehorende schoonheid gezien dan in het halve jaar daaraan voorafgaand. Dat werd tijd: ik miste het vlinderen en vogelen op Ameland en het kille weer deed me de tropen erg missen. “Al was het maar één troop” verzuchtte ik tijdens de natte moesson die zomer heette … Of dat een misan- of juist een filan- moest zijn, deed er niet zoveel toe – ik ging meer voor de heliotroop.

Toen ik zaterdag deelnam aan een excursie in de Rottige Meente, had ik geen idee hoe nattig die Meente zou zijn en hoe rottig de dazen me te grazen zouden nemen. Mijn benen zijn versierd met rode spikkels en bulten, alsof ik een slachtoffer van de waterpokken ben. Wat overigens zou kunnen; af en toe stonden we tot de kuiten in het drasse water en misschien bevonden zich daar wel pokken …
Mijn schoenen, die mij door de avontuurlijke binnenzooltjes al menig strandwandeling door stad en land hebben bezorgd (ze voelen alsof je met blote voeten over het strand loopt), deden hun naam eer aan: het was weliswaar vloed, maar ook dat liep niet vervelend. Het enige lastige was het zompige terrein, dat lopen, bukken en zoeken tot een complete work-out maakte.

Ondanks dat (en wat passerende kikkertjes) was het ontzettend leuk om met kenners op pad te zijn: de Latijnse namen vlogen in het rond en iedereen was even gespitst als ik. Opeens was HET moment daar: iemand signaleerde een zilveren maan! Eindelijk zag ik met eigen ogen dit zeldzame wondertje van schoonheid en knipte mijn camera als was ik een paparazza: niets mocht aan het toeval overgelaten worden, de foto’s moesten lukken!
Ik wist als groentje de anderen het beruchte stipje aan te wijzen dat de zilveren maan van andere parelmoervlinders onderscheidt – nog een ego-boost ook naast het maan-cadeau.

Tegelijkertijd had men wat verderop ook de grote vuurvlinder gespot, dus iedereen haastte zich naar dit unieke fladdertje. Alsof we in een heiligdom waren, zo hurkten we ademloos en klikkend om het vrouwtje heen, genietend details uitwisselend. Zodra zij opvloog en wat verderop weer neerstreek, deden wij hetzelfde – stel je voor dat we haar ook uit een andere hoek konden fotograferen! Stel je voor dat er überhaupt nog een andere hoek wás!!! Iedereen was lyrisch over dit prachtige vlindertje, dat toch maar mooi in Fryslân vliegt! Sterker nog, er vlogen er twéé, allebei vrouwtjes, dus er zou ook een mannetje moeten zijn!

Terwijl ik besloot dat het fysiek genoeg was en aan de barre tocht terug begon, vond men verderop het mannetje (waar ik stiekem toch ook wel jaloers om was – ik had hem ook zelf willen ‘hebben’) en ook werden eitjes gevonden. Dat is een fantastisch teken: de soort blijft in stand mits we de juiste omstandigheden blijven bewaken. Alleen hier en in de Weerribben komt deze soort voor – volstrekt uniek voor de wereld, deze kleine grote vuurvlinder!

Woensdag toog ik naar Bakkeveen, waar ik met één van de leden heideblauwtjes zou tellen. Mijn spieren waren net hersteld van de Rottige Meente-aanslag, dus het kon weer. Ik moest wel een lange broek aan, die bij de sokken in moest. Niks korte broek, niks sandalen. Een bloot hemdje mocht wel mits ik extra bedekking bij me had; op de hei verbrand je snel. Dat vonden de heideblauwtjes kennelijk ook: ze gingen echt niet met open vleugels in de zon zitten! Blijkbaar zijn zij wijzer dan hun neefje Icarus … Ik heb dus alleen foto’s van de mooie buitenkant van de vleugels, niet van het stralend blauw (of bruinig vrouwtjes-) binnenwerk.

Toen ik meteen struikelde door de oneffen ondergrond, zijn we naar een vlakker gedeelte gegaan om te tellen. We vonden op 2/3 van het perceel toch 181 blauwtjes, een heleboel heispannertjes, veel oranje zandoogjes, een paar passerende adhd-witjes en een bont zandoogje (dat bruin is).
Ook vond ik een prachtig bloeiende gentiaan, wat betekent dat de grond goed verzuurd en nattig is, de beste conditie voor dit veenheidegebied. Of het betekent dat ik goede ogen heb 😉
Een haas stoof voor onze voeten weg en een paartje roodborsttapuiten zat elkaar verderop achterna. Het was, kortom, fantastisch.

Nagenietend in een tuin vol vlinders spraken we af dit vaker te doen, waarna ik moe en met spierpijn maar wederom zeer voldaan het openbaar vervoer opzocht om huiswaarts te keren. Volgende week gaan we weer op excursie, ditmaal op zoek naar de kommavlinder. Zodra we die hebben gevonden, wordt er voor dit jaar een punt achter de excursies gezet. Maar voor mij zijn werelden heropend: ik heb mensen ontmoet met dezelfde passie en zij vinden het leuk om samen wat te ondernemen.
Ik heb mijn biot(r)oop gevonden en dat is kicken.

Advertenties

Articles

Dutch wife

In Natuur,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk,Taal on 2 mei 2012 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , ,

Articles

Fiets

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Politiek,Qualen,Vlinders & nachtvlinders on 12 augustus 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Na ruim een kwartaal niet geblogd te hebben, wordt het de hoogste tijd mijn schrijfsels weer op te pakken.
Dat komt goed uit: er is een actueel onderwerp en het staat in de gang.
Ik heb een heel traject af moeten leggen voordat ik eindelijk een fiets met trapondersteuning kreeg. Maar sinds bijna een maand is hij er: de fiets waar ik een jaar om gestreden heb omdat de Wmo c.q. gemeente en ik van mening verschilden over de criteria. Maar nu staat hij dan toch fier in de gang, met ‘al’ 31 km. op de teller. Mijn fiets, een mooi en stevig stalen ros waarmee ik weer goed uit de voeten kan. Met de luxe van 7 versnellingen en 3 standen voor de trapondersteuning, met een klein afneembaar computertje met daarin alle snufjes. Ik hoef de fiets alleen maar op te laden, verder niets!

Het wachten duurde lang, erg lang. Eerst bleef de aanvraag ergens liggen, waardoor ik pas in september mocht ‘proeffietsen’. Dat ging lekker: mijn knie protesteerde niet, werd niet dik en deed nauwelijks pijn toen ik een paar rondjes reed. Oké, dan werd dit mijn fiets, zei de Wmo-consulent. Zomaar kunnen fietsen, met weinig moeite, maakte me helemaal blij en ik was tevreden dat de zaak eindelijk opschoot. Van juni tot september wachten had immers lang genoeg geduurd!

Net als alle Nederlanders heb ik al m’n hele leven gefietst: beginnend met meerijden met de zomeravondtochten van mijn ouders, daarna fietsen met vriendinnen en met m’n eerste vriendje. Daarop volgde de periode van kamerbewoning, waarbij ik na het werk de ‘nieuwe’ stad en vooral de natuur om de stad heen verkende. Nog weer later reed ik – met twee kinderen verdeeld over de fiets – naar mijn ouders of naar vrienden in de buurt.
Ik kom niet uit een rijk gezin, dus mijn fietsen rammelden vaak nogal of ze waggelden vrolijk met een slag in het wiel over de weg. Kleine kindertjes in fietsstoeltjes zijn ook niet goed voor je fiets – hij wordt er niet echt stabieler van.
En natuurlijk werd er zo nu en dan een fiets gestolen. Dan kocht je voor een prikkie een ander zwabberend barrel, dat onder mijn vaders magische handen weer transformeerde tot een acceptabele fiets.

Toen ik zo’n 15 jaar geleden smartengeld kreeg, kocht ik daarvan een splinternieuwe fiets. Een heerlijke grote, stevige prachtfiets, waarop ik tochten begon te rijden. Mijn fiets werd een vervoermiddel, een ‘toer’-fiets om dagjes mee te fietsen of boodschappen mee te doen. Na een tijdje nam hij volledig de plaats van mijn auto in. De kilometerstand op het tellertje vloog omhoog; ik fietste hele dagen samen met mijn oom, maar ook in mijn eentje naar familieleden, vrienden en kennissen. Ritten van 35 km werden een makkie, ik kon dezelfde afstand ook nog wel terugrijden. Ik hield zielsveel van die fiets! Pal voor het eind van de 3-jarige verzekering werd hij gestolen en al kreeg ik ‘gratis’ een nieuwe, van die fiets kon ik veel minder genieten. Na 3 jaar werd hij voor mijn huisdeur vandaan gejat, net buiten garantietijd. Sinds een jaar of 8 behelp ik me nu met een opeenvolgende serie fietsen die nauwelijks een naam mogen hebben. Verder dan boodschappen doen kwam ik er niet mee. Eentje werd binnen een maand gejat. Het kon mij niet meer schelen; ik kon steeds minder.

Maar met DE fiets in het vooruitzicht maakte ik weer plannen: ik zou weer vrij door de natuur kunnen fietsen, veel kunnen doen van wat ik de afgelopen jaren zo gemist heb.
Maar het duurde en duurde maar, totdat na aanhoudend bellen dan eindelijk de uitslag kwam: ik kreeg de fiets niet. NIET?!? Maar de meneer van de Wmo die bij het proefrijden was, had immers gezegd dat ‘dit mijn fiets werd’, al moest de gemeente de toewijzing nog even goedkeuren …
En die gemeente keurde het niet goed omdat er geen sprake was van een acute situatie. Mijn achteruitgang is chronisch en progressief, maar dat telt niet.

Enfin, het heeft nog een tijd geduurd, want ook mijn bezwaarschrift werd afgewezen. Pas bij de uitnodiging om voor de Bezwaarcommissie een toelichting te geven (wat ik wegens verregaande kiezentrekkerij moest overlaten aan de secretaris van de commissie), bleek dat deze commissie met mij wel wat vragen had over de gang van zaken.

Dankzij die vragen kwam dan eindelijk toch het goede bericht dat ik zelfs een betere fiets zou krijgen dan degene die ik in september ‘gepast’ heb. Ik ben er ongelooflijk blij mee en heb op de enkele droge dag wat korte pleziertochtjes gemaakt, genietend van het gemak waarmee ik mezelf weer kon voortbewegen zonder pijn in knie, heup of schouder. Wat bloeien de bermen mooi, wat snoepen de Icarusblauwtjes nog frivool van de klaverbloemen! Wat is er veel te zien … Het betekent wel telkens afstappen – een macro van een Icarusblauwtje schiet je niet vanaf de fiets.

Ik zal de juiste verhouding tussen fietsen en fietsen-met-camera nog moeten vinden, en die tussen rondtoeren of doelbewust ergens naartoe rijden, maar vooreerst ben ik ontzettend gelukkig dat ik al deze mogelijkheden eindelijk weer kan uitproberen en er mateloos van geniet. Ik fiets weer!

Articles

Toeval versus karma

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Qualen,Vogels on 9 februari 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

“Toeval is een ander woord voor God”, zei een oude vriend altijd. Ikzelf denk dat toeval niet bestaat. Ik geloof in karma, de levensles die je telkens opnieuw aangereikt krijgt om een wijzer en beter mens te worden. Dat is mijn overtuiging.

Onlangs schreef ik over misofonie en gordelroos en prompt begon laatstgenoemde opnieuw te bloeien, ditmaal vanaf een naburig zenuwuiteinde. Ik weet wel zeker dat deze nieuwe herpesuitbraak te wijten is aan de combinatie van de intake AMC, de lange reis en alle gedachten over misofonie die de vele vragen bij me opriepen. De dag was zo vermoeiend dat ik besloot vooralsnog af te zien van deze trial & error.
Misofonie is een raar fenomeen, dat schreef ik al. Uit de intake begrijp ik dat het een trigger uit je jeugd is, iets vervelends of iets waarvan je bent geschrokken. Toen dat geluid zich enkele malen met de bijbehorende associatie herhaalde, maakten de hersens de denkslag: “mensen die eetgeluiden maken, geven mij een intense afkeer en angst”. Achteraf logisch; ik herinner me vele angstmomenten uit die tijd. Mijn ex-man met zijn gooiende pinda’s was niet ‘mijn grote liefde’, waardoor zijn pindaworpen de misofonie onbewust verhevigden. Dat was wellicht anders gelopen als ik een betere partnerkeuze had gemaakt. Als ik nu met mensen eet – zoals vorige week, toen ik uitgenodigd werd om Chinees Nieuwjaar mee te vieren – irriteren de eetgeluiden me totaal niet. Ik hoorde ze niet eens!

Een andere ‘toevalligheid’ die gedurende mijn hele leven opduikt, is Almelo. Als klein meisje bezochten we daar mijn oma, die exotische hobby’s had zoals orchideeën kweken. Achter een enorme koffieplant vol bonen stond een grote volière met daarin o.a. wevervogels. Urenlang kon ik naar die vogels zitten kijken. Een oom en tante woonden ook in Almelo. We zagen daardoor diverse kanten van die stad waar altijd wat te doen is.
Veel, veel later, was ik er met enige regelmaat te gast in het oude ziekenhuis. Ook haalde ik in Almelo eindelijk mijn rijbewijs. En nog weer veel later werd mijn jongste in Almelo behandeld, wat ons als wekelijkse bezoekers noopte tot het frequent nuttigen van de beroemde milkshakes van Mc Donalds. We passeerden daarbij de rij flats waarin mijn oma ooit woonde en altijd weer dacht ik terug aan de wevervogels, de prachtige koffieboom en alle andere bijzondere dingen in die flat.

Afgelopen weekend kwam ik opnieuw in Almelo terecht. Ik lijd aan een acute Droste-blikjestic en kocht er een paar bij een meneer uit Almelo, wat tot een onverwacht leuke mailwisseling leidde. Een dag later kocht ik er ook eentje bij een mevrouw uit dezelfde plaats. Ook met haar ontstond zomaar een erg gezellige mailwisseling. Ik vertelde haar dat ze de tweede Almelose was die mijn Droste-tic had kunnen bevredigen en gisteravond schreef ze tot mijn verrassing: “Groet’n van mijn broer …” Zonder het te weten had ik met broer en zus apart leuke gesprekken gevoerd en beide zelfs, geheel tegen mijn gewoonte in, naar mijn Twentse blog verwezen. Dat is geen toeval meer!


Ik schreef haar: “ik kom nooit van Almelo af, ik heb zelfs een kat die er vandaan komt!” En ik vertelde over het grootste ‘toeval’ dat maar mogelijk is: ik had hem als kitten gekregen van iemand die aan ALS leed. Omdat ik zo graag wilde dat ze beter zou worden, noemde ik het katje naar mijn wens: IF (als) they could FIX ALS – Iffix dus. Het (b)leek de goden verzoeken, die naam, want een paar jaar later kreeg ook mijn vader de diagnose ALS … Kort daarop verdween Iffix. Zeven lange weken was hij spoorloos. Ik had net de hoop opgegeven en geaccepteerd dat zijn verdwijning een teken vanuit de kosmos was dat de ziekte niet te genezen is, toen bleek dat Iffix zich hemelsbreed nog geen 100 m. verderop bleek te bevinden, samenlevend met een andere kat in een stil huis. Hij reageerde meteen toen ik hem riep en na verwoede vangpogingen kon hij in een draagmand mee naar huis. Sinds zijn terugkeer is dit aanhankelijke, trouwe dier weer als vanouds altijd in mijn buurt.

Toeval? Nee, karma. Zeker als ik dit verhaal door het Droste-virus ‘toevallig’ aan een onafhankelijk van elkaar Droste-verkopende broer en zus uit Almelo vertel, die intussen elkaar vertellen dat ze van een leuk mens een bod op een Droste-blikje hebben en net als ik stomverbaasd zijn dat het bij beiden om mij gaat.
Toeval is iets anders dan karma. Je karma bepaalt je levensloop, brengt mensen of dingen samen.
Ik let dus goed op wat er nog meer uit Almelo zal komen. Want hoe dan ook, in Almelo blijft altijd wat te doen. Dat is karma.

Articles

Onwereldse wonderen

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal on 12 januari 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Hoewel de klok het vorige jaar alweer even naar het verleden heeft laten wegtikken, blijft er veel goeds dat ik meeneem naar 2011. 2010 was een jaar vol belevenissen voor mij. Nooit eerder ben ik zo vaak van huis geweest als in dat jaar en niet eerder gebeurde er zoveel in mijn huis. Ik ga er vanuit dat het een prelude is voor een nog beter jaar, met meer rust en meer evenwicht. Al blijven verre landen me boeien en hoop ik opnieuw andere culturen te mogen ervaren – hetzij dichtbij huis, hetzij ver weg – er zal meer balans zijn.

Een jaar geleden vertrokken we naar Egypte voor een wondermooie 2-weekse cultuurreis door dat fascinerende oude land. Van sneeuw naar zon, naar wereld- en andere wonderen uit het oude land van de farao’s. Kruipend door de piramides, hobbelend op een kameel, hotsend door de woestijn in een four wheel drive, reizend van oase naar oase temidden van een landschap van ongekende schoonheid. Van Zwarte tot Witte Woestijn, het was allemaal adembenemend. We hebben tientallen verschillende soorten graven bezocht, ik was opnieuw in de Vallei der Koningen en in Karnak tempel. We ‘zwommen’ in heerlijk warm roestwater, we wandelden door woestijnen en we beklommen heuvels. Een fantastische reis met vrijwel alleen hoogtepunten.

Zes jaar geleden was ik ook in Egypte, maar met een ander doel: ik was met een vriendin een week in Hurghada om te genieten van zon, zee en strand. We maakten een dagtocht naar de Vallei der Koningen, waar je toentertijd nog zoveel meer mocht dan nu: ik kon me nog vergapen aan het graf van Tut-Anch-Amun, de jonge farao waarover ik al vanaf mijn jeugd lees. Het vinden van zijn graf met alle schatten heeft me altijd gefascineerd en dat ik daar mocht staan, bij de ingang van dat graf, maakte mijn dag. Dat we door tijdgebrek niet naar binnen konden, was niet eens zo erg: we hoorden dat er weinig spectaculairs te zien was. Vorig jaar mocht je niet eens meer foto’s maken binnen de Vallei. Daarom koester ik mijn foto bij de ingang van het graf en zicht op het huis van Howard Carter, dat ik wel degelijk in mijn vermoeide geest opgeslagen bleek te hebben.

De grootsheid van de dodenstad, nu ‘eigendom’ van National Geographic, alles wat het gekost moet hebben om de farao’s daar te begraven, het zal me altijd bijblijven. Zoals ook het bezoek aan het Egyptisch Museum in Cairo me bijblijft: onder leiding van een voortvarende gids werden we bijna rennend door het museum gesleurd om toch vooral in korte tijd de belangrijkste zaken te zien. Daarbij was rekening gehouden met wat de gemiddelde toerist wil zien en vanzelfsprekend horen het gouden dodenmasker van Tut en alle opgegraven schatten daar bij. We kregen precies een kwartier om de zaal met het dodenmasker te bekijken en ik herinner me alleen maar dat masker. Het overtrof mijn stoutste verwachtingen, dat wonder van schoonheid en kunst dat in een vitrine uitgestald was.

Eigenlijk overtrof alles tijdens die reis mijn verwachtingen; ondanks dat we een erg druk programma hadden, bleven we van het ene wonder in het andere vallen. Wanneer sta je er bij stil dat een deel van de woestijn de bodem van de Grote Oceaan is, een oceaan die na de IJstijd verdween? Pas bij het zien van fossiele schelpen en van iets later daterende fossiele bloemen, realiseer je je dat deze droge dorre rotsen een geschiedenis van miljoenen jaren vertellen …
En middenin dat miljoenen jaren oude landschap liet onze aardige jonge gids mij een melodietje op zijn mobiel horen: een EO-liedje van Elly & Rikkert waar je vrolijk van wordt. Hij had dat liedje gekregen van een Nederlandse toeriste en middenin die onafzienbare woestijn kon hij het mij via Bluetooth sturen.
Dat laatste is al even onbegrijpelijk als alle wonderen die in Egypte zo overdadig aanwezig zijn. “Begin de dag met een dansje, begin de dag met een lach” – en dat via Bluetooth … Zó gecultiveerd is dit land inmiddels, dat Bluetooth overal werkt, dat je middenin een enorme woestijn ‘gewoon’ kunt communiceren, dat ik zelfs een sms van mijn vader kreeg over de staaroperatie van mijn moeder.

Egypte is met zijn tijd meegegaan; de woestijnen zijn ingericht op toerisme, net als alle wonderen die er te zien zijn. De keerzijde: fossielen zijn en worden bij miljoenen meegenomen, de Witte Woestijn is onderhevig aan afbraak door toeristen. De Nijl is druk bevolkt met cruiseships die vier rijen dik aanmeren om iedereen naar wéér een andere tempel te brengen en in het museum in Cairo heb je nauwelijks tijd om echt rond te kijken. Dit, omdat alle programma’s zodanig zijn opgesteld dat je ook winkels bezoekt waar je geacht wordt dingen te kopen, als winst voor reisaanbieders en gidsen. Alles is toeristisch – we zagen zelfs een winkel met de veelzeggende naam “Goedkoper dan de Hema” …

Telkens als mijn telefoon gaat, klinkt het vrolijke liedje van Elly & Rikkert, als herinnering aan de blijheid en opgewektheid van onze gids, zijn niet-toeristische, echte binding met het woestijnleven. Weinig mensen weten dat dit wijsje uit Egypte komt, maar ikzelf weet het en dat is voldoende om mij telkens even terug te brengen naar dat prachtige land met al die onwereldse wonderen. Het stemt mij dankbaar dat ik het allemaal heb mogen ervaren en beleven; ik neem het met liefde mee naar nu en later!

Articles

Kleurrijk

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Qualen,Taal,Vogels on 5 januari 2011 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

… en nieuw

Een nieuw jaar heeft zijn intrede gedaan. Daarmee kunnen dingen die bij het vorige jaar horen afgesloten worden en ontstaan nieuwe kansen. Niet dat die kansen nu opeens voor de deur staan waar zij vorige week even hard aan hadden kunnen kloppen – het is een gevoelskwestie. Ik kan weer mijn eigen kleurrijke zelf zijn, ontdaan van de grauwsluier die de afscheiden van het eind van 2010 markeerde. De lei is weer schoon – een nieuw begin. Ik ben weer kleurrijk en vol verwachting van wat dit jaar me gaat brengen.

‘Kleurrijk’, zo ben ik vaak omschreven. Of gek. ‘Anders’ is in mijn leven ook een veelgehoorde kreet. Lange tijd heb ik geprobeerd ‘normaal’ te zijn, maar dat lukte me maar niet: ik was en bleef anders dan anderen. Toen ik het langzaam begon te begrijpen en mijn anders-zijn accepteerde, voelde ik mij op slag normaler. Al word ik nooit helemaal normaal, daarvoor wijken mijn ideëen teveel af. Eigenwijs en creatief, kwetsbaar en een durfal, avontuurlijk en een huismus, hooggevoelig en empatisch, altijd in voor avontuur en toch redelijk bezadigd levend.

Hoe probeer je gewoon te zijn? Door niet op te vallen en op te gaan in de massa. Maar dat lukt niet als die massa een gezapig, bezadigd leven leidt – ik ga mij dan vervelen en doe dingen die anderen niet zouden doen.
Al vanaf mijn 14e kleur ik mijn haren, waar ik een paar jaar geleden mee gestopt ben. Waarop mij regelmatig gevraagd werd welke kleurspoeling ik gebruikte. “Geen” was geen normaal antwoord: ik was van nature middelblond, maar tegenwoordig ben ik donkerbruin met hier en daar een nauwelijks waarneembare grijze haar. Het gaat vanzelf, dat donkerbruine vermoeden, net als mijn afvalrace van de laatste maanden. Zodra ik er moeite voor doe, val ik nauwelijks af, maar nu vliegen de kilo’s alle kanten op en heb ik steeds minder airbagvolume om te doneren aan iemand met cup A of een te plat achterste.

Regelmatig heb ik patiënten die voor een borstvergroting kwamen, aangeboden hen wat van mijn ruimschoots aanwezige boezem te doneren. Ik zag het voor me: naast elkaar liggend, verbonden met een slang die mijn overtollige weelderigheid naar de onderbedeelde patiënte transporteerde en haar van een mooie B-cup of van ronde billen voorzag. Gek genoeg wilden de patiënten liever siliconen, wat ik nooit begrepen heb. We vingen toch twee vliegen in één klap als op genoemde manier liposuctie en -transplantatie inéén gerealiseerd kon worden? Vetweefsel lijkt in tegenstelling tot bij voorbeeld een nier niet af te stoten (dat blijkt wel uit het overgewicht dat mij mijn halve leven al plaagt). Bovendien moeten siliconen toch vreselijk stinken als iemand gecremeerd wordt?
Wie wil er nu herinnerd worden als diegene die met de lucht van verbrand rubber uitgestrooid werd?

Ook over orgaandonatie heb ik een afwijkende mening: ik zou het fijn vinden als er een donorbank komt waar je vrijwillig een nier of long kunt inleveren voor gebruik door nooddruftigen. Als het gros van de mensheid dit zou doen, zouden er voldoende organen beschikbaar komen om bij ernstige nood een beroep op de rijkgevulde bank te kunnen doen. Zelfs alcoholisme wordt in het onderhavige geval functioneel: men kan gemakkelijk een stuk van de vergrote lever missen.
Zou mijn overgebleven nier of long onverhoeds aan slijtage onderhevig zijn, dan zou ik een ruilexemplaar uit de voorraad moeten kunnen krijgen. Helaas is een dergelijke donorbank bij wet verboden: men mag een nier afstaan ten behoeve van naaste familie en men mag alles afstaan als men sterft – meer ruimte is er niet. Ook moet alles onmiddellijk hergebruikt worden, er is geen voorraad.

Nu beginnen mijn organen wel wat af te takelen – vanwege een serie kwaaltjes en gebreken slik ik nogal wat medicatie (eigenlijk wel zoveel dat men mij na mijn dood niet kan begraven of cremeren: het eerste zou blijvende bodemverontreiniging veroorzaken, het tweede zou een gat in de ozonlaag slaan), waardoor men niet veel meer kan met het in mijn ogen briljante idee.
Genoemde medicatie verergert ook mijn breinrot: ik moet oppassen dat ik geen letters omdraai of een totaal niet terzake doende woord schrijf. Toch zou ook dat de medische wetenschap kunnen helpen: een plakje hersenweefsel kan misschien uitwijzen wat iemand ‘anders’ maakt en bovendien kan breinrot bestudeerd worden. Wellicht zou zo’n studie toekomstige kleurrijke figuren een simpeler leven kunnen bezorgen. Want kleurrijkheid heeft twee kanten: het mag dan leuk zijn om onbedoeld ‘anders’ te zijn, soms lijkt het me prettig om ‘gewoon’ in het leven te staan en als ‘normaal’ te worden bestempeld.

Al lijd ik aan breinrot, ik lijd er niet onder. Ook heeft mijn kleurrijkheid voor mij geen nadelige gevolgen meer – ik ben er aan gewend geraakt dat men mij gek vindt. Ik noem mijzelf prettig gestoord, ook op momenten dat de storing minder prettig is. Zelf beleef ik veel plezier aan mijn grapjes en niemand hoeft er last van te hebben: gelijkgestemden genieten mee, anderen draaien zich schouderophalend om en gaan huns weegs. Dat is niet erg; huns weegs is niet de mijne, al zijn wij allen een nieuw jaar ingestapt.
Als het aan mij ligt, wordt het een kleurrijk jaar met andere kansen. Gelukkig, 2011.

Voor een vergroting van de foto’s kunt u op de vakjes bovenaan de pagina klikken. U komt dan op mijn Flickr-pagina’s.

Articles

De beest

In Dichtwerk,Fotografie,Natuur,Taal,Woordspelingen on 31 december 2010 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

OUD …

Beest, ik heb je gisteren weer eens uitgehangen,
je lag al veel te lang verscholen in de kast.
De laatste tijd heb ik toch weer het verlangen
om te ervaren of je nog altijd bij me past

Bedaardheid hield jou zo vaak opgesloten
soms ook met hartzeer of met zielenpijn.
vaak riep je zacht, maar onverdroten:
“kom, hang mij uit, voed mij met wijn –

of bier, dat is mij eigenlijk om het even
zolang ‘t maar vloeibaar vrolijk is
je hebt ’t me al zo lang niet meer gegeven;
ik smacht van heimwee en van groot gemis!”

Natuurlijk gaf ik jou wel goed te eten.
Dat is te zien: mijn kleren zitten strak
je hebt voor kapitalen opgevreten
ik pas nu echt niet meer in ‘t mantelpak

Maar ach, dat pak, dat paste toch al niet bij mij
geef mij maar vrijheid, vrolijkheid en lach
en af en toe maak jij me weer heel blij
als ik je even flink uithangen mag

Dus laat ik jou weer delen in mijn leven
jij hebt nu weer je eigen lekk’re plek
die overigens wel wat kleiner is gebleven –
ik maak het toch niet meer zò vreselijk te gek

Nee, beest, jij bent niet de befaamde kater:
jij zorgt voor mij, zorgt dat ik weer echt leef!
Blijf bij me, altijd, zodat – ook later –
ik met jou samen veel plezier beleef.

Ook jij bent inmiddels al wat ouder
wat minder pit, wat meer bezadigd
Toch, ondanks onze zere schouder
zijn wij voorlopig niet verzadigd!

Wat waren we op dreef he, samen!
De grappen vlogen door mijn geest
succesvol, zal ‘t publiek beamen
Lief beest, het was weer echt ons feest

Mijn feestbeest, blijf mij vaak verleiden
zodat ik sprankel, dans en flirt
Blijf mij met nog meer pret verblijden
dat houdt ons samen goedgehumeurd

We gaan nu slapen, beest, want toch wat ouder
moeten we beter letten op de energie
Ook heb ik nog een zere rug en schouder
van waar jij zat vannacht, rond kwart voor drie …

Geschreven op 25-7-2005, kleine aanpassingen eind december 2010.
Voor het bekijken van een vergroting van de foto’s, klik op de fotoblokjes bovenaan de pagina. U komt dan op mijn Flickr-fotopagina’s.