Archive for the ‘Natuur’ Category

Articles

Kunst en vliegwerk

In Fotografie,Natuur,Vlinders & nachtvlinders on 26 juni 2016 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De afgelopen week brachten we in Roemenië door – een onverwacht prachtig land met geweldige natuur. Wat hebben we veel gezien en gelukkig ook vast kunnen leggen! Transsylvanië, het gebied dat lang bij Hongarije hoorde maar nu Roemeens is, betekent niets meer dan “door het woud”.

We verbleven in de stad Cluj, waar een mooie grote Botanische Tuin is. Daar zagen we bij ons eerste bezoek een Kleine IJsvogelvlinder, waarmee mijn lijst van ‘nieuwe’ vlindersoorten begon. Genieten!

Bij de bossen rond Cluj hoort het bijzondere Hoia Baciu, het Betoverde Bos, waar ooit een UFO landde en waar telefoons en camera’s vreemd reageren. De onze bleven het gewoon doen en dat was maar goed ook, want tijdens een trip met paard-en-wagen door het woud, zagen we de prachtigste vlindertjes fladderen. Op mijn “fluture”-roep, hield onze menner het paard in en van daaruit lukte het me een foto te maken van het prachtige Tweekleurig Hooibeestje, een klein vlindertje dat in Nederland uitgestorven is. Een waar kunstwerkje!

Eerder hadden we geprobeerd in datzelfde bos te wandelen, maar we werden vrijwel meteen weerhouden door een Kleine Weerschijnvlinder, die erg aan ons gehecht bleek. Hij of zij ging zelfs op onze vinger zitten en liet zich prachtig fotograferen. Tussendoor landde er een Keizersmantel op de grond, die ik in een flits zag en kon schieten. Verder zag ik vanaf de boerenkar een Dambordje (vermoedelijk), ook al zo’n schoonheid. Allemaal primeurs voor mij op vlindergebied!

We hebben nog veel meer gezien: Groot geaderde witjes die niet op de foto wilden, een dagpauwoog, diverse zandoogjes, gehakkelde aurelia’s, de wereld aan witjes – dus hopelijk ook een scheefbloemwitje! – en de laatste bonus kwam op de laatste dag, toen ik bij bijna 40 graden in het park van het Etnografisch Museum twee keer een klein blauwtje zag fladderen. Het was zwoegen in de hitte om ze goed op de foto te krijgen.
Bij determinatie bleek het niet om Bruin Blauwtjes te gaan, maar om Adonisblauwtjes – alweer een soort die we hier niet (meer) hebben.

Ondanks dat ik mooie vlinders zie in mijn telgebiedje en dat er voor mij nieuwe soorten nachtvlinders op mijn raam landen, voelen deze bijzondere diertjes toch anders. En al die andere Roemeense cadeautjes zoals de prachtigste juffers, een smaragdhagedis, spelende eekhoorns en de mooist denkbare flora en fauna zijn geweldig, maar dit vliegwerk stal voor mij de show.
Ik voel me rijk met al deze nieuwe schatten die als kunstwerkjes rondfladderden en die op mijn harde schijf mogen beklijven.

Articles

Macromeeën

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Simpel schrijfwerk on 5 mei 2015 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Clematis Pixie

Op mijn paar meter ‘grote’ plaatsje moet ik woekeren met ruimte. Daarom benut ik elke centimeter optimaal; planten bloeien staand, hangend en klimmend langs muren en in hoekjes. Aan de muur hangt op giet- en plukhoogte een kruidenboulevard, voor de schutting staat een oud rek vol met van alles wat zich zoal in een jaar zo voordoet. Alles moet om de tuinset heen gegroepeerd worden; je moet tenslotte kunnen zitten, nietwaar? Daar was dat plaatsje in eerste instantie voor bedoeld.

Mijn plantjes scoor ik doorgaans bij Aldi of Lidl, of uitgebloeid voor een prikkie bij ongeacht welke kruidenier of  neringdoende. Vond ik vorig jaar een klein kasje en begon het zaaien buiten, dit jaar staan er binnen tomaten, paprika’s en puntpaprika’s te ontkiemen, samen met lathyrus en blauwe winde. Deze laatste waren vroeger niet uit mijn tuinen weg te denken, maar in de jaren van balkons en stadstuinen zijn ze nog niet weer aan bod gekomen. Omdat de diverse clematissen het zo goed doen in een simpele pot, was het tijd om deze eenjarige schoonheden weer eens toe te voegen. Bovendien staat er sinds twee weken een rozenboog, waarlangs genoemde clematissen, blauwe regen en kamperfoelie groeien. Dit creëert wat ruimte om lathyrus en winde tegen een stukje gaas te laten klimmen. Natuurlijk wel pas nadat ze verspeend zijn en klaar voor de grote buitenwereld!

blauwe winde

Het is een oude liefde: tuinieren en sfeer maken. Dat dat nu op de vierkante centimeter gebeurt, maakt mij niet uit. Elk jaar ziet mijn ‘tuintje’ er anders uit, met wat andere kleuren of andere details, elk jaar geniet ik er volop van. Ik kan fysiek ook steeds meer, het is nu allemaal functioneel en makkelijk bereikbaar. Maar aan de woekerende klimopstruiken van de buurman heb ik mijn handen vol. Ze mogen alleen boven de schutting groeien, niet mijn ruimte innemen, als groenblijvers. En enorme struiken kan ik wegens de ruimte niet kwijt, dus staan planten als vlinderstruik in een pot, dan kunnen ze niet te groot worden. Daarnaast hangen er prulletjes, vogelhuisjes en andere onzindingetjes, die voor de broodnodige sfeer zorgen. Dat hoort ook bij mij.

Kleine dingen vragen om macrofotografie, dus ik loop na verzorging van mijn planten door mijn tuintje met een macroklem op de camera en probeer van de kleinste dingen de details te vangen. Macromeeën noem ik dit plezier. Het is een heerlijke hobby, die ik in het veld ook vaak uitoefen, maar die in dit minituintje extra veel voldoening geeft op dagen dat ik er niet op uit kan of wil. Dan macromee ik lekker achter en geniet van alles wat het blote oog niet goed kan onderscheiden.

Anjermot

Zo kun je op vele manieren gelukkig worden van alles wat er in zo’n mini-stadstuintje te beleven valt – naast dat je er heerlijk in de zon (of in de schaduw) kunt zitten, kunt eten en zelfs kunt bbq’en – met verse kruiden van de kruidenboulevard en omringd door heerlijke geuren van de bloemen. Het enige wat hier niet veel rondvliegt, zijn vlinders en vogels. Dat moet ook niet; mijn katten houden van vers vlees en van proteïnehapjes. Zo zit Kleinie ’s zomers trouw bij de klimop te wachten tot er een nachtvlinder of een libel langskomt, die vervolgens razendsnel met een poot naar binnen gehengeld wordt. Vogels en muisjes worden door Toekie verschalkt. Gelukkig hebben Iffix en Miss Muis een iets minder goed ontwikkeld instinct, anders bleef er helemaal niets over. Al mogen ze van mij best wat boktorren vangen (die de klimbomen opvreten), of de anjermotten die mijn Marjolein soldaat maken.

Het is weer voorjaar, mijn bakken met planten zijn allemaal weer omgewoeld en voorzien van mest, alles is weer gesnoeid en de ‘tuin’ begint uit alle macht te bloeien. Weliswaar op macromee-niveau, maar mijn kattenkwartet en ik genieten uitbundig, op elk niveau en van alles wat zich in mijn paradijsje voordoet. Voor de voortuin heb ik al jaren een beplantingsplan klaar, daar gaan de tegels weg en mogen planten in de volle grond. Daar mogen vogels en vlinders juist wél komen, omdat alleen Miss Muis daar komt. Maar dat  is nog toekomstmuziek, vooralsnog is het een saaie betegelde postzegel. Achter daarentegen ziet het er weer fris, groeizaam en vooral gezellig uit. En daar word ik blij van!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Op de knibbels

In Fotografie,Natuur,Paddenstoelen,Taal on 24 november 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Normaal gesproken is de herfst niet mijn favoriete seizoen – ik ben van voorjaar, zoelte, zomer en zon. Dat we een herfst en winter hebben, is niet anders, maar die kille maanden mogen van mij wegblijven. Tenminste, dat vond ik altijd.
Dit jaar was dat anders: ik heb de paddo’s herontdekt: de kleinste, fraaiste paddenstoelen die overal zo uitbundig groeiden. Wat heb ik wat in aanbidding op de knieën gelegen, op een vuilniszak met daarin op zeker moment een kussentje omdat mijn knieën schaafden onder al die aandachtige aanbidding!
Het weer was ons ook gunstig gezind: we beleefden een prachtige nazomer en herfst, waardoor de paddenstoelen als ehm … juist! uit de grond schoten.

De compactcamera waarmee ik sinds de zomer werk, heeft 50x zoom, wat een behoorlijke macrofactor geeft. Desalniettemin vond ik dat onvoldoende; toen ik doorhad dat je met een macroklem nog meer scherpte en diepte kreeg, moest die natuurlijk de moeilijkheidsfactor van uit de hand fotograferen nog extra verhogen. Stel je voor dat het te simpel wordt … Om naast mijn bepakking (gegroepeerd rondom mijn taille) ook nog met een zak rijst te gaan slepen was me te gek, dus het moest vanuit de vrije hand of met de camera op de grond. Dat laatste is wat lastig zonder zoeker, maar je moet er wat voor over hebben, nietwaar?

Het begon al tijdens de laatste excursie van de Vlinderwerkgroep, maar toen was ik zo op de rupsen gefixeerd dat ik te weinig rust nam om de zwammetjes goed te fotograferen. Dat veranderde snel toen ik in oktober samen met een natuurvriendin naar Bakkeveen ging om daar in de bossen op de knibbels te gaan. Voor degene die het woord niet kent: knibbels zijn Friese knieën 🙂
We hebben maar een klein stukje bos bestreken, druk als we waren met opstaan en weer knielen, scherpstellen en afdrukken. Heerlijk! Na ruim 2 uur waren we gaar want ondanks mijn verbeterde conditie na mijn dieet- en bewegingsregime van het afgelopen halfjaar is al dat bukken en weer opstaan toch inspannend. Niet dat het wat uitmaakte: ik fietste een paar dagen later vrolijk naar Ypey – een park bij een naburig dorp – om daar ook paddo’s te scoren. (Waarmee ik onschuldig fotograferen bedoel 🙂 )

Papegaaizwammetjes

Het werd helemaal interessant toen ik deelnam aan een excursie in het wasplatenreservaat. Wasplaten worden de orchideeën onder de paddenstoelen genoemd, zij komen voor in de duinen en in weilanden waar nooit kunstmest is gebruikt. De Rotstergaasterwallen is het enige reservaat in Nederland en kent een enorme soortenrijkdom. Het was een totaal andere ervaring om die kleine, prachtig gekleurde beauty’s te vinden in een drassig weiland in plaats van in een bossige omgeving. Mijn rubberlaarzen stonden thuis in de gang en ik liep soppend in mijn schoenen rond. Dat mocht de pret niet drukken, want er was enorm veel om voor op de knibbels te gaan! Naast wasplaten was er ook een scala aan satijnzwammen te vinden, en ander moois dat de moeite van aanbidding waard was.
Qua wasplaten waren we wat vroeg; onder leiding van de gidsen van Staatsbosbeheer vonden we 7 verschillende soorten. Toen we 10 dagen later opnieuw deelnamen, was het soortenaantal verdubbeld – zelfs voor het reservaat een ongekende verscheidenheid van tegelijk voorkomende soorten. Het was genieten met een grote G en ik kwam telkens met honderden foto’s thuis.

Het doet wat met je, dat buiten zijn en je focussen op dat miniatuurspul. Het maakt je hoofd leeg en haalt stress uit je lijf, het werkt zuiverend (zelfs al lig je in de koeienmest). Dat je met gelijkgestemden aanbiddend rond zo’n fragiel paddenstoeltje ligt, ieder proberend het zo mooi mogelijk vast te leggen, werkt verbroederend en tegelijkertijd bevrijdend. Al heb ik ook in mijn eentje een middag rondgekropen, met meer is het leuker. Je wijst elkaar op soorten en bent trots als je iets ontdekt voordat de gids het ziet. Ik was apetrots toen ik in het reservaat een minuscuul Aardtongetje ontdekte!

De eerste zondag van november ging ik weer op pad, nu naar het Kuinderbos, waar we een middag genietend doorgebracht hebben. Daar vonden we weer totaal andere schoonheden dan eerder in Bakkeveen en in het reservaat. Naast paddo’s zagen we parende heidelibellen, die dansend hun eitjes in het water afzetten, we genoten van een Daliaans stuk bos, waar mos langs elk takje omhoog kroop en zo ieder stammetje van een groene sok voorzag en van de ongekend hoge temperaturen.
Ook tijdens die middag werden de knibbels niet gemeden. Mijn slechte knie protesteert nog tegen al dat geweld, maar het was het meer dan waard: ik heb zoals gezegd nog nooit zo’n mooie herfst beleefd, dankzij de prachtige paddo’s en de leuke mensen die ik het afgelopen halfjaar heb leren kennen. Daarvoor alleen al wil ik wel op de (desnoods blote) knibbels: al deze uitjes met gelijkgestemden verrijken mijn leven. Het was puur genieten, elke keer opnieuw. Amen 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Tussen de lakens

In Fotografie,Natuur,Taal,Vlinders & nachtvlinders on 11 oktober 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Het was een prachtige zomer en dat betekent dat ik veel buiten ben geweest, in de natuur. Van excursies met de Vlinderwerkgroep tot dagen in het veld met allerlei mensen die ik via Facebook heb ontmoet, IVN-avonden en excursies in het Leeuwarder Bos – ik heb de zomer optimaal ge- en beleefd. Daarbij bleven de avonden bij de vlinderlakens toch wel hoogtepunten: wat heb ik weer een bijzondere schoonheden mogen zien! Elk gebied kent zijn eigen vliegers, elke maand brengt weer andere vlinders en ik krijg er nooit genoeg van. Naast macro’s begin ik ook micro’s te fotograferen, al ken ik die nog nauwelijks bij naam. Vooralsnog heb ik aan het determineren van macro’s mijn handen vol. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog – ik kan er nog menige koude wintermaand mee vullen.

Ik weet het: ik heb al veel vaker geschreven over de ‘pracht van de nacht’, maar al die verrassingen die zomaar op de felle lamp afkomen en op het laken landen – het blijft me mateloos boeien en fascineren. Dit jaar heb ik meer nachtvlinderavonden meegemaakt dan de afgelopen drie jaar samen: het weer werkte goed mee en ik had bovendien vaker vervoer, dus ik heb optimaal van alle avonden kunnen genieten. Thuis kwam er wat minder ‘bezoek’ op mijn blauwe lampje af; het lijkt er op dat de vlinders er aan beginnen te wennen. Of poes Miss Muis heeft er succesvol een aantal gevangen, dat kan ook nog, maar feit is dat er de laatste maanden nauwelijks nog vlindertjes op mijn raam landen. Ondanks een paar mooie vondsten eerder in het jaar was het tussen de lakens veel spannender!

We hadden een paar absolute top-avonden: de beste was na een snikhete dag op de Delleboersterheide, een prachtig natuurgebied, waar het laken op de broeierig warme avond uitpuilde van de nachtvlinders. Ik las dat er op de twee lakens 521 macro’s geteld zijn, terwijl het aantal micro’s nog niet duidelijk was! Dat is extreem veel en het was onbeschrijflijk om mee te maken. Ik had die dag een nieuwe camera gekregen, zonder dat ik de gebruiksaanwijzing kende, maar met enige instellingshulp door anderen heb ik gelukkig goede foto’s kunnen maken – beter dan met mijn andere, waarbij ik niet kon flitsen en met een zaklamp moest werken (en bovendien de vlinder bijna beschadigde omdat ik er zo dicht bovenop zat). Nu kon ik inzoomen en toch goede foto’s nemen. En er viel wat te klikken! Bij die 521 macro’s zaten twee bijzonderheden, waarvan eentje de absolute topper was: een totaal nieuwe soort voor Nederland! Het was indrukwekkend hoe Jannie Sinnema het uiltje feilloos uit de hordes vlinders plukte omdat ze deze niet herkende. De Sinnema’s verdienen deze triomf van een nieuwe vondst volledig: zij zetten zich samen al 40 jaar met hart en ziel in voor de nachtvlinders in Friesland en zijn een stuwende kracht achter de Vlinderwerkgroep. Zelf heb ik de uil geloof ik niet eens gezien of gefotografeerd; Jannie toonde hem in een potje – hij moest natuurlijk mee ter determinatie. Het was een overweldigende avond.

Ook bijzonder was de avond in tuin in Kollum: door de vlindervriendelijke beplanting van de tuin in combinatie met grote ruigtegebieden en een kanaal vlakbij het huis kwamen er mooie diverse soorten op de lakens. Het weer werkte mee: het was wat broeierig en dat is altijd prettig voor de nachtvlinders. De door mij zeer gewaardeerde hagedoornvlinder was in groten getale aanwezig – er kwamen wel 20 exemplaren van deze gele schoonheid naar ons toe. Pijlstaarten – die blijkbaar een ingebouwde klok hebben en pas rond middernacht vliegen – zagen we die avond niet, maar daarvan had ik eerder al tijdens de Nationale Nachtvlindernacht, in het Leeuwarder Bos en op de Delleboersterheide oude en nieuwe bekenden gezien.

Een speciale plek verdienen de Weeskinderen: op de Delleboersterheide zagen we een (bijzonder en prachtig) karmozijnrood weeskind, terwijl we twee en ook drie weken later bij excursies werden verblijd met het zien van een rood weeskind. Waarom ze zo heten weet ik niet; ondanks de naam ‘weeskinderen’, zijn ze wel familie van elkaar 😉 Het wachten is nog op een blauw en een zwart weeskind, dan is de familie compleet. Dat komt vast nog wel!
Ook bijzonder was de zilveren maan die we in een gebied zagen waar deze zeldzame parelmoervlinder niet eerder gesignaleerd was. Iets verderop zag ik daar ook mijn eerste luzernevlinder vliegen – helaas niet mogelijk om daar een foto van te maken. Als laatste hoogtepunt zag ik tijdens een fietstocht op Ameland vanuit een ooghoek een vlindertje op een stukje duinzand, dus ik ging bovenop de rem, camera in de aanslag, fiets omkeren en terug en daar zat een kleine parelmoervlinder, een typische duin- en kustsoort die je in de provincie niet zomaar ziet.

De laatste drie genoemde vlinders zijn dagvlinders, maar de nadruk ligt toch altijd weer op de macro’s en micro’s: spannende spanners, knappe uiltjes en mooie motten, veelal met poëtische namen. Je vindt ze wel in abri’s en op portiekverlichting, maar het grootste vlinderplezier beleef je toch tussen de lakens 😉

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

TV-TAS

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Vertelsels,Wadden on 29 augustus 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tijdens de prachtige warme zomerweken was ik een paar dagen te gast op Texel. Al vanaf het oprijden op de boot realiseerde ik me hoezeer ik de Waddeneilanden gemist heb … Na oktober 2010 ben ik nooit meer naar het mij zo dierbare Ameland geweest, noch naar enig ander Waddeneiland. Dit, terwijl ik vroeger jaarlijks een weekendje met een vriendin ofwel op Ameland ofwel op Schiermonnikoog ging kamperen en ooit twee keer op Texel vakantie heb gevierd. Zomerse dagjes Ameland waren normaal sinds ik in Friesland woonde – ik houd van zon, zee, strand en duinen.

En nu was ik na 25 jaar terug op Texel. Er kwamen veel herinneringen boven, mede doordat ik nu, net als toen, een dieet volgde. Destijds was het gewoon om weer slank te worden, nu was de bedoeling dat met het leeglopen van mijn airbags ook mijn diabetes beter onder controle werd gebracht. En deze keer moet het ook blijvend zijn; de krimp en rek raakt onderhand ook behoorlijk uit mijn verouderende huid. Ik moest er zelf aan wennen dat een korte broek me goed stond, dat ik eigenlijk alles kan dragen en me met zoveel meer gemak kan bewegen. Een eind lopen is geen probleem, zelfs niet op het Noordzeestrand, waar de zee me naar zich toetrok en wilde dat ik kwam zwemmen. Dat laatste leek me geen goed plan, maar de verbondenheid met de zee voelde weer als vanouds.

Ik was te gast bij een Facebookvriendin, die al in de auto tot een ‘echte’ vriendin transformeerde: het klikte meteen en we praatten honderduit. In Oudeschild herinnerde ik me details van die vakantie(s) van 25 jaar geleden, maar toen we het eiland op gingen, kwamen er ook veel Amelander herinneringen boven. Dat was het moment dat ik wist dat ik terugga naar Ameland, dat ik ‘mijn’ eiland weer ga bezoeken. De bijzondere sfeer, de geur, de Noordzee aan de ene kant en de Waddenzee aan de andere kant – het bracht dat oergevoel van liefde voor de zee en voor de eilanden terug. Eindelijk was de drempel geslecht!

Texel was gul voor mij, ik mocht er bijzondere natuurfenomenen aanschouwen. Van vallende sterren, waarvoor we ’s avonds achterovergeleund de hemel afspeurden, tot een dreigende wolk die uitmondde in drie heuse waterhozen – een ongelooflijk spectaculair gezicht! Wat een oergeweld: er vormde zich een slurf in de wolken en opeens zag je het water opspatten. Daarna zag je de hele verbinding, die bij de ene waterhoos recht en bij de andere geknikt was en die met een holle kern het water opzoog. Dit alles terwijl wij heerlijk in de zon zaten, terwijl de hozen ter hoogte van Vlieland hun water weer teruggaven aan de zee. Onvoorstelbaar prachtig om dit te zien en mee te maken!

’s Avonds wandelden we in de haven en zagen daar het fenomeen ‘zeevonk’, lichtgevende algen die op de golven vonkend tegen de kade aan spatten. We twijfelden: was het geen reflecterend maanlicht of het blauwe licht van de haven? Maar het was echt zeevonk en wat was het fascinerend! Zo zelfs, dat ik niet eens het benul had om een filmpje of foto te maken – we bleven kijken en wijzen en roepen dat het toch echt zo was. Al die dansende, spattende vonken, die het water blauwwit verlichtten en lieten bewegen, betoverend! Op Wikipedia staat een foto die precies weergeeft wat wij ook zagen.

Na een paar heerlijke dagen ben ik met de bus weer naar huis gegaan, bruinverbrand, vol indrukken en met een groot gevoel van dankbaarheid omdat ik deze dingen heb mogen zien, omdat ik zo genoten heb van mijn verblijf bij de vriendin en haar leuke zoon, omdat ik nieuwe vrienden maak en omdat ik fit genoeg ben geworden om optimaal van alles te genieten. Dat gevoel is zo hartverwarmend, de ervaringen zijn zó wonderlijk en verrijkend!
Toen ik daarna las over een spaarkaartenactie van een supermarkt, heb ik geen moment geaarzeld en heb ik een zwik volle kaarten ingeleverd voor twee tickets voor de boot naar Ameland met gebruik van een fiets. Volgende week verzilver ik de eerste ticket; een Facebookvriendin uit het westen is momenteel op Ameland op vakantie, dus ook wij gaan elkaar in levende lijve ontmoeten. Later in september fiets ik dan nog een dagje over dat dierbare eiland dat ik zo goed ken.
Volgend jaar wordt het dan toch tijd voor de mij nog onbekende eilanden: Terschelling en Vlieland. En natuurlijk ga ik terug naar Texel!

Ik heb de TV-TAS bijna in mijn zak 🙂

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Home is where the heart is

In Fotografie,Natuur,Persoonlijks,Taal,Vlinders & nachtvlinders on 4 juli 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , ,

Wat heb ik er lang niet aan gewild: ik woon in Leeuwarden en dat zal niet veranderen. Na de aanvankelijke rust die Fryslân brengt, vond ik het verschrikkelijk om ‘opgesloten’ te zijn in een stad die niet de mijne is, zonder vervoer naar de – wel mooie – buitengebieden en vooral, zonder echte vrienden. Die krijg je hier niet zomaar; degenen die me dierbaar zijn, zijn praktisch allemaal niet-Liwwadders.
In de 12½ jaar dat ik hier woon, is er veel gebeurd en veel veranderd. Mijn mogelijkheden zijn veel beperkter dan toen ik hier kwam. Liefdes en vriendschappen kwamen en gingen voorbij. Daar heb ik erg aan moeten wennen, aan de gevoelens van eenzaamheid die dat met zich meebrengt, in een stad waar voor mijn gevoel weinig natuurschoon te halen viel, waar ik nauwelijks binding mee heb. Maar de rust is er wel – die Friese rust, het geen haast hebben.

Sinds vorig jaar heeft mijn leven enorm aan kwaliteit gewonnen en kan ik er steeds meer op uit. Dat doe ik dan ook en tot mijn eigen verbazing geniet ik bij elke tocht met volle teugen! Deed ik voorheen wat lacherig over het ‘Leeuwarder Bos’ (“Wat nou bos!? In Ommen heb je pas bos!”), hoe meer ik er kom, des te meer zie ik en geniet van alles wat ook een jong bos toch tot een bos maakt! Activiteiten en excursies maken het ook zichtbaarder. Zo was er eind mei het Soortenweekend dat door het Natuurmuseum georganiseerd werd, met eye-openers bij de excursies en genieten bij het nachtvlinderen. Ik fietste drie keer heen en weer en genoot van alle aspecten die getoond werden. Wat is er nou mooier dan een bos verkennen en nachtvlinders bekijken onder het geroep van een koekoek vlakbij?
De Nationale Nachtvlindernacht viel ook gunstig: op vrijdagavond kon ik mee naar Buitenpost, waar leden van onze Vlinderwerkgroep lamp en laken bedienden. De volgende avond was er een tweede mogelijkheid: aan de rand van het Leeuwarder Bos. De methode van vlinderen verschilde enorm, maar ik genoot evenzeer van de wetenschappelijke benadering als van de wat vrijere benadering in Buitenpost – buiten de prachtige vlinders die op het licht af kwamen!
Beide nachten lag ik pas om 4 uur in bed, maar het weerhield me niet van deelname aan bemonstering van het water met zoeken naar kikker- en amfibielarven aan de rand van het Leeuwarder Bos op zondagmiddag. Ook dit was een geweldige middag, waar ik ondanks mijn angst voor kikkers enorm van heb genoten.

Op Facebook is er (o.a.) een groep voor het Leeuwarder Bos en door daar lid van te worden, ontmoette ik mensen die het bos een warm hart toedragen. Intussen ben ik met één van de leden al op stap geweest om te zoeken naar rupsen die daar gespot waren – helaas waren ze onvindbaar. Toch blijft de serendipiteit: je gaat voor een rups maar je vindt tientallen andere dingen. Die middag was dat de heemtuin, die de rand van het bos omtovert in een schoonheid waar je met liefde doorheen wandelt en fietst. Natuur die niet alleen maar in mijn favoriete parkje verpakt is, maar waar ik na een kwartiertje fietsen al middenin sta.

Zo heb ik het gevoel terug dat mijn opa me vanaf klein meisje meegaf, elke zondag als hij ons meenam naar “de bos”: ik ben thuis. Ook hier in Leeuwarden, ook rondom de stad waar zo veel mooie natuurgebieden zijn en zeker in Fryslân. Mijn mantra is niet meer “Ik ben geboren in het Reestdal, getogen in het Vechtdal, mijn kinderen zijn geboren in het Reggedal en nu woon ik (voorgoed) in het tranendal …”. Nee, ik heb op mooie plekken gewoond met schitterende natuur en nu ik beter kijk, zie ik die hier ook. Ook hier ben ik thuis.

Onderstaand een fotoserie van zowel de bezoeken eind mei als van de afgelopen week.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Articles

Ondergeschoven kindje

In Fotografie,Natuur,Taal,Vertelsels,Vlinders & nachtvlinders on 3 mei 2014 door Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , , ,

Bonte bessenvlinder?

Mijn blog lijkt onderhand een ondergeschoven kindje; ik krijg telkens niet de juiste woorden uit het toetsenbord.
Het wordt wel hoog tijd voor een nieuw stukje: het vlinderseizoen is alweer aangebroken en daarmee ook het seizoen van de ‘motjes’. Motjes, ook bekend als nachtvlinders of macro’s (samen met een grote groep microvlinders), zijn de afgelopen jaren bij een groter publiek populair geworden. Daardoor ebt het scheldwoord ‘mot’ gelukkig geleidelijk aan weg en krijgen macro’s de aandacht die ze verdienen. Er zijn zo veel verschillende families met zo veel schoonheden dat het hoog tijd werd dat deze groep positief in de belangstelling komt! De naam ‘nachtvlinders’ is wel wat onduidelijk; veel van deze vlindertjes zie je ook overdag. Daarom hanteer ik liever de naam ‘macro’ als tegenhanger voor de nog kleinere micro-vlindertjes.

Bij ‘onze’ Vlindervereniging Friesland wordt er veel genachtvlinderd door de leden: zij lokken macro’s en micro’s met een lichtval, met stropen (er wordt een voor vlinders aantrekkelijke substantie op een boom gesmeerd) of met een laken en speciale lamp. Dat is allemaal niet zo eenvoudig als het lijkt: er moeten aggregaten zijn om de lampen brandend te houden en het moet relatief windstil zijn zodat het laken optimaal gespannen kan worden.
Vorig jaar juli beleefden we na een geslaagde middagexcursie een prachtige zomeravond aan de Linde en zat ik bij het laken van Gerrit Tuinstra, die als een acrobaat met zijn net de vlinders van de struiken plukte, ze razendsnel op naam bracht en ze op het laken zette. Ik schreef er al terloops over in het blog ‘Fata Morgana’.
Overigens noem ik Gerrit zonder andere leden tekort te willen doen; hij helpt me met het determineren van welke soorten er allemaal op mijn blauwe lamp afkwamen (en hopelijk weer af gaan komen), vrijwel iedereen heeft enorm veel kennis!

Ook de Vlinderstichting besteedt veel aandacht aan macro’s. Er wordt een nieuwe uitgebreide nachtvlindergids samengesteld en bovendien hebben ze het interessante boekje ‘Nachtvlinders belicht’ uitgebracht. Uit het onderzoek dat in het kader van dit boekje werd verricht, bleek dat ook de nachtvlinderstand hard achteruit gehold is in de afgelopen 40 jaren. Datzelfde is het geval met de dagvlinders; milieu- en klimaatinvloeden, veranderd natuurbeleid en zelfs verlichting hebben invloed op al dan niet met uitsterven bedreigde soorten. In het boekje is een Voorlopige Rode Lijst voor nachtvlindermacro’s samengesteld en de uitslagen zijn schrikbarend. Boekje en onderzoek werden door één van de onderzoekers toegelicht tijdens onze voorjaarsvergadering.

Als ik dat op zo’n avond allemaal aanhoor, voel ik me een leek te midden van al die mensen met zo veel specifieke kennis. Ik weet zo weinig, ken relatief weinig macro’s ‘uit het hoofd’, kan geen rups determineren zonder de groepsleden en weet helemaal niets van microvlinders (Lepideptora). Maar ik ben wel leergierig en nieuwsgierig, ik wil al die pracht vastleggen, fotograferen en op naam brengen, zoals dat ook met de dagvlinders gebeurt. Die ken ik intussen wél bijna allemaal uit mijn hoofd, dus dat moet – zelfs met de enorm uitgebreide families van bijvoorbeeld uilen en spanners – ook lukken. En dan wil ik de libellen natuurlijk ook niet tekortdoen 😉

Al met al kijk ik weer erg uit naar de excursies en bovendien naar wat er allemaal op mijn blauwe lamp afkomt. Dat ding van twee euro van een Kruidvat-actie, bedoeld om muggen aan te trekken en te doden, lokt als bonus de mooiste vlindertjes naar mijn ramen.
Ik zal ongetwijfeld weer te kijk staan als ik gewapend met zaklamp en camera op de gekste tijden in het donker naar buiten stap om mijn gasten vast te leggen, maar dat kan me niet schelen. Ik heb geen twee- tot driehonderd euro voor een lichtval of een goede lamp, maar gelukkig schenkt mijn blauwe lampje mij heel veel voldoening.

De ondergeschoven kindjes mogen in de schijnwerpers: zij zijn het meer dan waard!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.