Articles

De laatste Stamgast

In Taal on 14 mei 2019 by Marjolein Stam

In 2003 kreeg ik na een rugoperatie een babykitten om te verzorgen. Binnen een paar weken had ik er 12 en werd Stichting Stamgasten geboren. Het is nooit een goed plan om dit soort dingen te doen als je niet begrenst, geen ‘nee’ zegt en bovendien geen degelijke opvang hebt. Mijn huis werd mijn opvang en mijn leven bestond uit kittens die dag en nacht verzorging nodig hadden. Daar kwamen schuwe katjes bij en gevonden moederpoezen met kleintjes.
Ik ga niet over alle drama’s vertellen – een opvang in huis is vragen om grote moeilijkheden. En die kreeg ik. Het kostte me veel, op alle gebieden.
Maar het leverde Toekie op.

Via een dierenartsenpraktijk kreeg ik in de zomer van 2003 7 schuwe boerderijkatjes van zo’n 4 maanden oud, waarvan Toekie de minst bange was en alleen zij droeg een cypers gevangenispakje. Ondanks dat de dieren niet plaatsbaar waren, hechtte ik mij niet aan hen; tenslotte waren het Stamgasten. Maar met Toekie liep het anders. Nadat ik ‘leeg’ moest vanwege schimmel, kwam zij een half jaar later veel socialer terug. Alleen in de reismand doen bleef een drama – ik kon haar niet oppakken. Maar ze was een lieve theemuts en vond het heerlijk om over haar buik geaaid te worden. Toen ik eindelijk zonder stichting terug ging naar vier katten, was Toekie daar eentje van en werd ze een eigen kat.

Toen ik naar Brabant verhuisde, kwam Toekie met Kleinie als eerste in dit huis om te wennen. Het bleek geen goed idee – de aannemer was aan het boren en breken terwijl wij in Friesland nog spullen inpakten. Bij aankomst zaten twee doodsbange poezen stijf tegen elkaar in een hoekje in het donkere washok. Ik heb een hele tijd moeten praten om ze zelfs maar te kunnen aaien, zo bang waren ze.
Maar na de verhuizing kwamen ze los en werd dit hun thuis.

Toekie kwam wel achter het huis, maar klom niet op het dak of de schutting. Ze was bang voor vreemden, totdat haar gezondheid achteruitging en buren voor haar zorgden. Ze kreeg natvoer en daar had ze de vreemde ogen wel voor over.
De laatste maanden was er een complete omslag: ze was voor niemand meer bang; er was altijd een kans op eten 😉 Dat had ze ook nodig, ze werd magerder en slomer.

Twee weken geleden vonden we haar blik niet goed. Ze mocht thuis sterven, in haar eigen tempo, maar we wilden niet dat ze leed. Ze was intussen zo ver heen dat ik haar zonder problemen kon oppakken en in de reismand kon doen. Dat was maar één keer eerder gelukt: jaren geleden toen ze een longontsteking bleek te hebben. Ze is toen voor de dood weggehaald. Deze keer zag de dierenarts een oude kat, buiten uitdroging had ze geen grote problemen. Een oude kat was geen dooie kat, als wij dat wilden, gaf hij haar een infuus. Natuurlijk wilden wij dat en na 48 uur infuus kon men bloed prikken en bleek haar schildklier te snel te werken. We haalden haar op, gaven haar 2x per dag een pilletje met haar Sheba en tussendoor kreeg ze kleine brokjes die ze ook heerlijk vond.
Ze knapte zienderogen op, kwam aan en had weer die levendige, nieuwsgierige blik. Gisteravond was ze eindelijk aan het uitvinden hoe het kattenluik werkte. Ze redde het nog net niet. We zeiden: “Morgen of overmorgen kan ze het!”

Vanochtend kreeg ze haar pilletje en haar bakje voer, waarna wij onze dingen deden. Drie uur later was ze spoorloos. We riepen en zochten, schenen met zaklampen in elke donkere ruimte, checkten de schuur en zelfs de koelkast.
Toen ik al zoekend de hond uitliet, vond ik haar. Ze lag half in de heg met beschadigingen in de vacht aan haar achterpoot en aan haar flank. Ze was al stijf. Ik heb haar huilend in een doosje gelegd en in de schuur gezet.
We waren allebei ontdaan en ontzet want hoe was ze uit de tuin gekomen?!
Dat zal een raadsel blijven, we weten het niet. Onder de schuttingdeur door past niet, over de schutting deed ze absoluut niet. En toch lag ze daar, dood.

Nog nooit heb ik zoveel jaren een huisdier gehad – ze worden niet zomaar 16! Het is nog niet te bevatten dat ze nooit meer krijst als je op haar poot staat, dat ze nooit meer tegen ons aan zal komen liggen, dat ze nooit meer in haar mandjes zal liggen die we allemaal voor haar kochten, maar die de anderen telkens inpikten. Ze ligt nog in het doosje met een roos bij haar. Kleinie heeft haar van top tot teen besnuffeld en gaf daarna een kopje aan het doosje. Dat troostte me. Vanavond voelde ik dat ze weg was, haar ziel was weg uit haar lijfje. Het geeft zo’n grote leegte!

Morgen begraven we haar. Lieve, lieve Toekie, de laatste Stamgast, wat houd ik van je. Je was zo’n deel van ons ‘gezin’, van ons leven samen. Wat zullen we je verschrikkelijk missen.
Dank je wel voor je vertrouwen, voor je moed, voor je onvoorwaardelijke trouw en liefde. Dank je wel voor je unieke karakter en bovenal: dank je wel dat je alle 16 jaren van je leven met me wilde delen en dat je meteen van J. hield.
Je blijft voor altijd in ons hart ❤

 

Advertenties

6 Reacties to “De laatste Stamgast”

  1. Sterkte ❤️

  2. Dag lieve Marjolein. Gisteren was de lucht stralend blauw, vandaag toch weer bewolkt. Veel liefs en sterkte, dank dat ik dit mocht lezen en jullie nu nabij mag zijn, Suzanne

  3. Mooi geschreven, Marjolein. En heel veel sterkte voor jou en Jos.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: