Articles

Om de dooie dood

In Simpel schrijfwerk, Vertelsels on 19 oktober 2011 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Er zijn van die films die je altijd bijblijven. Turks fruit is zo’n film – ik was een jonge puber, voor het eerst in Amsterdam en op weg naar de bioscoop. Onderweg viel er een oude mevrouw half onder de tram en overleed. Natuurlijk beïnvloedde dat mijn stemming tijdens de film. Gelukkig maar, dan schaamde ik me wat minder tijdens die rare seksscènes. Wat wil je, een provinciaaltje en zo groen als gras …

Het einde is me altijd blijven ontroeren: Monique van der Ven die zegt: “Ik heb een luikje in mijn hoofd.”
Hoeveel tranen ik alleen over die zin en over het feit dat ze doodging stortte! Ik zat zo in de film dat ik niet kon bevatten dat het geacteerd was – voor mij ging ze echt dood.
Met haar fantastisch gespeelde rol in Romeo maakte ze de hele zaal aan het huilen: het gesnif en neussnuiten was niet van de lucht, terwijl snoepzakken ongebruikt in de tas bleven.
Altijd als ik Monique ergens zag, bleven haar stukjes dood door me heengaan, natuurlijk het ergst toen nota bene haar eigen kind overleed. Maar dat was veel later. Haar enorme blonde dood.

Omringd door dood, dat was mijn bioscoopkennismaking met film. Voordien gingen we wel naar films, maar in ons stadje werden zwaar gecensureerde films in het Hervormd Centrum gedraaid. Daar vond je niet veel cultuur in en ik heb er dan ook weinig herinneringen aan, op stiekeme afspraakjes met mijn dierbaarste vriendje na. Die afspraakjes hadden, op een uitzondering na, weinig met film te maken …
Later werd ik met mijn verloofde vaste bezoeker van de Zwolse bioscoop en zag ik de meest uiteenlopende films. En weer kwam de dood langs, waarvan ik tijdens de hele film moest huilen: ondanks de moderne interpretatie van Jesus Christ Superstar, kende ik het einde en wist dus dat er sterven langs zou komen.
Met rode ogen en veel natte zakdoeken kwamen we de bioscoop uit – ik als zielig hoopje verdriet dat zich veel te veel inleefde in een film of een boek. Toch blijft het heerlijk als je je mee kunt laten slepen door het verhaal, de tragiek en het verlies te voelen – zolang het niet je eigen verlies is.

Ik heb veel films gezien, meestal nadat ik het boek had gelezen. Het is lastig omdat je je voorstellingen maakt bij de boekfiguren en dat bij moet stellen als je de film ziet. Soms was het boek veel beter dan de film, soms waren beide verrassend goed met ofwel een enorm verschil tussen boek en film, ofwel een andere insteek, waardoor de film even interessant was als het boek. Dat laatste vond ik vooral bij One flew over the Cuckoo’s nest het geval. Dit was een andersom-situatie: eerst zag ik de film en naast lachen, zat ik bij het einde weer als een kind te huilen. Maar het boek, dat ik later las, beschreef het verhaal vanuit de Indiaan, wat een totaal ander, even krachtig beeld gaf. Prachtig en daarna perfect getypecast, waardoor de film een all time favorite blijft.

En toen kwam De kleine blonde dood …
Ik was een groot fan van Boudewijn Büch. Zijn kleine blonde dood geloofde ik volledig: de manier van be- en omschrijven gaf me de zekerheid dat hij dit verhaal niet verzonnen kon hebben. De tragiek van de vader, de dood van het kind raakten me diep. De titel was perfect gekozen.
Boudewijn was ook grappig: ik vond zijn Lassie-reclames onnavolgbaar. Sinds zijn dood is Lassie nooit meer hetzelfde geworden.

De kleine blonde dood werd verfilmd met Antonie Kamerling als Boudewijn. Een fantastische film, met die grote blonde papa, beschermend en zo kapot bij het sterven van zijn kind.
Een aantal jaren later overleed Boudewijn, eenzaam zoals hij zijn leven altijd beleefd had. De dood huisde al jaren in hem, werd sterker nadat zijn blonde zoon stierf en daarna begaf zijn hart het en was hij zomaar weg. Wat restte, waren de vele programma’s, de boeken en de film.

Antonie Kamerling vocht ook met zijn eigen stukjes dood: net als Boudewijn Büch leed hij aan depressies. Ik denk dat hij daardoor die rol zo perfect heeft kunnen neerzetten: zij deelden de doodsgedachten die bij depressie horen. Antonie is nu ook dood; een jaar geleden doodde hij zichzelf. Deze blonde creatieveling herkende zijn eigen kwaliteiten niet en kon niet meer leven. Ik begreep hem wel, maar ik vond zijn dood wel erg schokkend voor zijn gezin, dat hij zomaar met lege handen achterliet.

In de loop der jaren hebben ze allemaal met de dood te maken gekregen: Monique met haar kleine blonde zoontje, Boudewijn door de zijne en Antonie, de blonde alleskunner. Ik hoop dat ze het goed hebben hierboven en samen napraten over die films, die boeken en vooral: over hun leven. Bij films mag je wegzwijmelen, maar in het leven moet je jezelf weer oppakken en verder gaan. We mogen aan die kleine blonde dood denken, maar we mogen ons er niet door laten meenemen, het graf in. Dat mag om de dooie dood niet.

Advertenties

Eén reactie to “Om de dooie dood”

  1. Hoi Marjolein,

    Mijn reactie op je stuk ‘Om de dooie dood’ is niet toevallig omdat ook ik een fan ben van – nee, eerder: gefascineerd door – Boudewijn Büch. Rudi Kagie heeft een biografie aan hem gewijd: ‘Boudewijn Büch, verslag van een mystificatie’. Misschien heb je het boek al gelezen, misschien niet, maar het is een absolute aanrader. Verder is depressie ‘my middle name’.

    Maar waarop ik éigenlijk reageer, is je bezoek aan de boekhandel vorige week. Je kocht de nieuwe Nicci French, en ik vond je een sprankelende persoon. Pas nadat je vertrokken was, realiseerde ik me dat ik je kende, en wel uit 2003. Je was destijds de pleegmoeder van Pepita. Pepita was één van de katjes uit een zwerfnestje in de Roekstraat. Wij woonden destijds in de Vogelbuurt en ik was direct weg van dit nestje tussen de klimop in de tuin van het rijtjeshuis. De katjes kwamen onder jouw hoede in je huis, en weken later kon ik twee prachtige kittens op komen halen. Eén ging helaas binnen een week dood. Op dat moment heerste een virus onder je stamgasten en dit lieve zwarte beestje heeft het niet gered. Pepita – door ons Pepi genoemd – bleek sterker en is nu een mooie 8-jarige cyperse dame die met haar zwartomrande ogen permanent een boze blik heeft, maar de liefste poes van de wereld en aanbeden door mijn twee puberende zonen en mezelf.
    Dát wilde ik je graag laten weten en nogmaals dat ik je dus tijdens je bezoek vorige week aan het boekenpaleis wéér als een bijzonder persoon heb ervaren.

    Hartelijke groet, Elles de Vries

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: