Articles

Gedachtestromen & brainwaves

In Persoonlijks, Taal, Woordspelingen on 20 juli 2010 by Marjolein Stam getagged: , , , , , ,

Je gedachten zijn een groot goed. Je mag het echter geen gedachteNgoed noemen, omdat het woord ook op een S kan eindigen. In dat geval verdwijnt de tussen-N.
Ik hoef daar eigenlijk niet zo over na te denken, over die taalregels: ze zijn als vanzelf binnengekomen en zijn tijdens mijn hbo-opleiding, die ik na mijn 40e heb gevolgd, blijven hangen. Tijdens de lessen Nederlands hoorde ik voor het eerst van ’t Kofschip en ’t Fokschaap – zaken, die mij volstrekt onbekend waren. Ik ben behept met een soort van ‘zien’ wanneer iets fout geschreven is en hoef daar dus niet over na te denken.

Toch denk ik voortdurend na, vooral over hoe je je gedachtestroom stop kunt zetten. Ik kan dat niet; er zijn altijd wel gedachten en die gaan hun eigen vrolijke weg, van hak naar tak. Als er iemand in de buurt is, heb ik ook nog eens de neiging ze hardop uit te spreken, wat voor de ander vaak moeilijk te volgen is. Hoe kom ik van onderwerp A. opeens bij onderwerp K.? Gewoon, door tussenstappen die razendsnel door mijn hoofd dwarrelen en zich met elkaar associërend tot de opmerking over onderwerp K. ontplooien. Soms moet ik de weg van de stappen uitleggen maar de mensen die me goed kennen, weten wel hoe mijn geest werkt, en vragen voor de zekerheid niets. Want zodra ze dat doen en ik het uit wil leggen, komen er nieuwe gedachten, die me afleiden van conclusie K., en die zomaar bij conclusie W. uit kunnen komen…
Die mensen kijken dus wel uit: mijn spraakwaterval vol met onnavolgbare gedachten zal alleen maar langer en groter worden.

Wat is dat toch, dat niet kunnen stoppen met denken? Ik denk zelfs in mijn slaap: ik weet vrijwel elke ochtend dat ik gedroomd heb en al hoeft het schijnbaar geen verband te houden, dat doet het – na analyse – meestal wel. Analyseren is ook denken, dus daarmee ben ik het eerste uur al kwijt.
Na mijn eerste mok koffie probeer ik me te concentreren op een sudoku. Vroeger was dat op een 100-delige jigsaw-puzzel, die via de mail binnenkwam, maar daarbij kon ik gewoon blijven denken en dat wilde ik nou net niet. Toen mijn vriend en ik ergens in december het principe van de sudoku onder de knie kregen, werd dat de nieuwe ont(k)waker. Vanzelfsprekend is dit bedoeld om met een leeg hoofd de dag tegemoet te treden en vooral om de neus naar het heden en de toekomst gedraaid te houden. Ik neig namelijk ernstig naar terugkijken en dat is zinloos: aan het verleden kun je niets veranderen en datzelfde verleden kan je zo dwars gaan zitten dat je niet gezond functioneert in het heden. Tips en trucs dus om in het hier en nu te blijven.

Terwijl ik dit schrijf, waaieren de gedachten alweer als vissen door mijn hoofd: soms kan ik er eentje bij de staart pakken en vasthouden, maar meestal zwemmen ze wat rond in mijn tot aquarium verworden hersenpan.
“Het is niet erg, al dat denken”, denk ik dan. Zou ik denken dat het wél erg is, dan heb ik een probleem en daar zit ik niet op te wachten. Problemen heb ik in ruime mate gehad en ik houd ze tegenwoordig zoveel mogelijk buiten de deur en buiten het hersen-aquarium. Althans, dat probeer ik. Er wil er namelijk nogal eens eentje tussen de mazen van het net doorglippen.

Ooit, toen mijn schildklier op hol geslagen was zonder dat ik dat wist, was het zo erg dat ik geen enkele gedachte kon vasthouden. De vissen zwommen in scholen tegelijk door mijn hoofd en ik zag ze zodanig heen en weer schieten dat ik geen normale zin kon vormen. Op verjaardagen was ik niet te houden: elk woord van een ander lokte een ware stortvloed van gedachtegolven bij me uit, maar de antwoorden waren allang weer weggezwommen voordat ik besefte waarover ik ook alweer nadacht. Zoiets is niet te begrijpen voor mensen die dit niet kennen, en in die tijd werd zelfs mijn vader een keer publiekelijk boos op me – iets wat eigenlijk nooit gebeurt. Het was afschuwelijk want alles wat ik wilde zeggen werd ook nog eens beïnvloed door wat ik zag. Als iemand over het weer praatte en ik wilde vertellen dat we de vorige dag naar het zwembad waren geweest, zaten er woorden als ‘televisie’ en ‘gebreide trui’ tussen; dingen die ik visueel oppikte en niet kon scheiden van de woorden die ik wilde zeggen. Ik was toentertijd niet de enige die dacht dat ik gek was geworden – velen deelden deze mening. Pas toen het schildklierfalen aan het licht kwam, kreeg ik weer meer rust en na 6 weken was ik ingesteld op medicijnen. Maar in mijn hoofd was er zo ontzettend veel omgeploegd en losgeslagen, dat ik het niet zomaar weer op een rij kreeg. Ik had ZE wel op een rijtje, maar wist niet meer wat ZE was noch hoe het rijtje er uitzag…

Los van de schildklierproblemen, die me door recidiverende ontsporingen van die rotklier herhaaldelijk periodes hebben geplaagd, wordt mijn hoofd dus nog altijd door rondzwemmende vissen geteisterd. Het is lastig om zonder allerlei omhaal duidelijk te zijn. Tijdens mijn studie ging het goed doordat ik me moest concentreren en de nieuwe kennis me zozeer in beslag nam, dat de inmiddels oude vissen vrijelijk konden zwemmen, zonder hinder van weerszijden. Dat was ook het geval tijdens mijn werk, al moest ik daarin wel oppassen dat een opdracht van een baas of woorden of houding van met name patiënten niet tussentijds hun eigen leven gingen leiden.

Patiënten konden mijn veelal grappige en spontane opmerkingen wel waarderen: tegen een hoogzwangere vrouw die een al ingedaalde baby droeg, zeggen dat ze eerder laagzwanger was, werd zeer op prijs gesteld. Net als de opmerking tegen iemand die kwam om aan zijn scheelzien geopereerd te worden en moest wachten omdat we uitliepen. Hij had een goed boek bij zich en ik zei dat hij nog lekker op kon schieten in zijn boek, want met zijn ogen zou hij vermoedelijk twee pagina’s tegelijk kunnen lezen. Hij lachte hartelijk maar hielp me uit de droom: zo werkte het niet, helaas.

Mannen schijnen elke minuut wel een keer aan seks te denken, zo wordt gezegd. Ik vraag me dan af wat ze daar precies over denken, maar ook wat ze tijdens de rest van die minuut denken. Want wat is nou een minuut? Daar passen bij mij sowieso al 270 aanslagen op het toetsenbord in, laat staan hoeveel gedachten die daarmee gepaard kunnen gaan! Het lijkt mij ook wel wat, die eigenschap; het scheelt elke minuut toch weer een serie gedachten. Maar ja, ik ben een vrouw en vrouwen lijken elke minuut wel ergens over te piekeren… Ik wel tenminste. “Maakt mij dat een echte vrouw?” – welt er spontaan in mij op. “Vast wel”, antwoordt één van de oude vissen, “anders vroeg je je dat niet telkens af”.

Ondanks al het gepieker, de ontsporingen van de schildklier en de vele, vele gedachten, presteerde ik het tot zo’n 10 jaar geleden om 4 boeken per week te lezen. Hoe vaak ik niet tegen mijn kinderen zei: “even wachten, even het hoofdstuk uitlezen” (waarbij ik er dan stiekem nog een hoofdstuk aan vastplakte), ontelbare keren. Vooral als ze vroegen wat we gingen eten en wanneer, want wat ik bedacht had werd meestal niet zo gewaardeerd. Lezend aan het water of bij het zwembad hadden ze meer geluk: dan kregen ze patat, want mama wilde al lezend het bijstandsbruin bijwerken. Lezen was dus ook een manier om niet met hen in discussie te hoeven over eten of zich vervelen.

Hoe kom ik op dit stukje en op deze oceaan van gedachten? Ik ben een weekje op Ameland, vandaag is het warm en dus was het de planning dat ik met een boek op het strand zou liggen. Maar er is zoveel weerstand om dat in mijn eentje te doen, dat ik het al uren uitstel. Eerst was het bewolkt, toen moest ik nog lunchen en nu doet mijn vriend een dutje, dus kan hij mij niet wegbrengen. Ik ben gewoon bang, dat weet ik wel… Bang om na zovele jaren weer eens alleen aan het strand te liggen, in een bikini die mij lichtelijk ontgroeid is en ondanks een boek en een MP3-speler met een set prettige oortjes, ben ik bang dat ik daar in mijn eentje ga liggen piekeren. Of dat ik een kiekendief of een Icarusblauwtje zie en mijn camera nu net niet mee heb genomen. Of dat ik niets zie, terwijl ik juist mijn camera mee heb genomen. Of dat ik eigenlijk een blog wil schrijven over gedachtegoed, over woorden en wat de woordenstroom veroorzaakt.

Er is geen excuus meer over. Ik ga het proberen, aan zee. Met boek, op het strand en hopelijk zonder gedachten. Ondanks dat ik mijn denkvermogen niet wil missen, denk ik wel dat dat een adembenemende rust zou geven! De vissen hoeven even niet in mijn hersenpan te zwemmen, maar kunnen vrij in het water ronddartelen, terwijl ik mijn zee van gedachten even kan laten voor wat het is. Even de vissen laten gaan en de energie laten stromen, terwijl ik als vanouds mijn bijstandsbruin bijwerk. Het is nog vloed en het is de hoogste tijd. Deze woordenstroom is namelijk al veel te lang!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: