Articles

In de ban van de ring

In Persoonlijks, Simpel schrijfwerk on 10 maart 2017 by Marjolein Stam getagged: , , , , ,

Tijdens een dagje Berlijn in de zomer van 2015 zag mijn lief een ring in de etalage van een juwelier bij Alexanderplatz. Eenmaal binnen zag ik een exemplaar dat mij riep; die ring wilde mij en ik wilde die ring. Het was een ring van Frey Wille met de naam ‘Joy of Life’ en wat was dat toepasselijk in deze fase van mijn leven!
Toch vond ik hem te duur om hem zomaar even te kopen. Stiekem hoopte ik dat lief mij de ring alvast voor mijn verjaardag zou geven. Maar hij noch aanwezige nicht pakten de – blijkbaar te subtiele – hints op.

Een paar weken later vroeg hij wat ik van hem voor mijn verjaardag wilde hebben. Tja … eigenlijk wil ik die ring heel graag! Ehhh, die ring was toch in Berlijn en wij zijn nu in Friesland. Ja, dat weet ik, maar we kunnen toch bellen? Helaas, de winkel verstuurde niet buiten Duitsland. De ring was nergens anders meer te koop, dit specifieke design was uitlopend en dit was de laatste.
Kan het dan niet via nicht, opperde ik. En warempel, dat werd geregeld. Lief belde de winkel, mailde mijn nicht en met vereende krachten werd de ring naar ons opgestuurd. De dag voor mijn verjaardag lag mijn Joy of Life bij het afhaalpunt, dus kon ik tijdens mijn feestje pronken met mijn prachtige ring. Mijn verlovingsring, zeiden we.

Nu ben ik al lang niet meer gewend om sieraden 24 uur per etmaal te dragen, dus ging de ring ’s nachts af. Ook als we ergens waren geweest en ik op de terugweg onder zeil ging, of als we pendelden tussen Helmond en Leeuwarden, ging hij af. Tijdens onze verhuizing(en) hield ik hem apart om te voorkomen dat ik hem kwijt zou raken. Ook in ons nieuwe huis lag hij op vaste plekken. Als een kloek waakte ik over my precious.

Begin maart 2016 hadden we een feestje waarbij mijn ring opgemerkt en besproken werd. Achteraf was dat de laatste keer waarvan ik zeker wist dat ik hem droeg.
Kort daarop bleek hij spoorloos. Weg, verdwenen. Verschrikkelijk! Hoe vaak ik niet mijn tas opnieuw doorgespit heb, de bank onderaan beklopt hebben, alle hoekjes en gaatjes doorzocht … hij bleef weg. De zak die in die periode in de stofzuiger zat, is helemaal uitgeplozen – alles vergeefs.
Toch kon ik niet accepteren dat hij wellicht nooit terug zou komen; ik bleef hoop houden op een wonder. In het ongunstigste geval had ik hem echter in de auto afgedaan en opgeborgen in een leeg snoepdoosje, wat daarop weggegooid zou kunnen zijn. Maar ik wist het niet zeker en wilde dat niet geloven.
Wekelijks had ik het over de ring en of we die ooit zouden terugvinden – ik bleef in de ban van mijn ring.

In de afgelopen maanden hebben we veel in huis verplaatst, op- en ingeruimd, vaak samen met onze hulp. De kamers zijn uit- en weer ingeruimd, er werd gesorteerd, gepoetst, gedweild en gezogen. Mijn hulp wist weliswaar van de ring, maar ze had geen idee hoe hij eruit zag. Vorige week gebeurde het wonder.
Wij waren even weg en toen wij terugkwamen, lag er een ring op de laptop. DE ring! Mijn Joy of Life was terug! Ze had hem gevonden achter een poot van de boekenkast op de overloop, waar de katten hem ongetwijfeld naartoe gespeeld hadden. Vermoedelijk is het ding het afgelopen jaar de hele bovenverdieping over geweest, startend vanaf mijn nachtkastje.

Een ring staat symbool voor oneindigheid. Dat zo’n symbool kwijtraakt en bijna exact een jaar later toch weer opduikt, vind ik ook symbolisch. Een jaar lang was ik in de ban van de ring en nu, nu hij terug is, is hij niet meer van mijn vinger geweest.

2017-03-15 15-38-48 (B,Radius8,Smoothing4)

Articles

Les Misérables

In Persoonlijks, Qualen on 25 juli 2016 by Marjolein Stam getagged: , , , ,

Het leven is geen musical maar als je misofonie hebt, staat het wel bol van geluiden. En dan met name van eetgeluiden of andere orale geluiden, die ik als ontzettend negatief ervaar.
In de jaren dat ik alleen was, had ik minder last van de misofonie. Alleen als een dierbare (of iemand die ik vaak zag) een snoepje in haar mond omdraaide, werd ik boos vanwege dat geluid. Hoe dichter iemand emotioneel bij me staat, hoe erger de triggers.

Die boosheid is niet zomaar boosheid, het is intense oplaaiende woede omdat iemand zo’n goor geluid maakt. Ik hoor het boven alles uit en ik word er bovenmatig razend om. Het hoort bij de aandoening dat je hypergefocust bent op geluiden die de ander maakt, dat je er zonder je er van bewust te zijn, constant op let. Dat verhoogt je stresslevels, waardoor je minder goed slaapt en dan word je nog prikkelbaarder en wordt de woede nog sterker. Misofonie is een vijand van jezelf en je moet die vijand voortdurend bestrijden.

Zo moet ik sinds ik samenwoon oppassen dat de boosheid niet overheerst. Ik houd erg veel van mijn partner, dat blijkt wel uit mijn woede 😉
Hij kan er niets aan doen, maar ik helaas ook niet. Ik oefen in wegkijken en niet reageren, terwijl hij figuurlijk op zijn tenen loopt als we synchroon eten met de televisie aan. O wee, als hij een hap neemt tijdens een stilte! Dan schieten mijn ogen vuur en heb ik al gemopperd voordat ik er controle over heb.
Om te voorkomen dat dit (weer) een groot probleem wordt, heb ik hulp gezocht. Ik ga naar een haptotherapeute, die mijn focus op blijheid legt. Ik doe aan mindfulness. De therapeute geeft me oefeningen in positiviteit (daarom zou ze deze blog ook sterk afkeuren!), ik houd een dagboek bij waarin ik de fijne dingen van die dag schrijf en waarin ik mantra’s schrijf die helpen mijn irritatie te overwinnen en mijn liefde te benadrukken.
Ik train mezelf om weg te kijken en mijn woorden in te slikken. En hij traint zichzelf om niet mee te gaan in dit gedoe, niet (meer) boos terug te reageren, maar te zeggen dat het niet in zijn mondholte maar in mijn hoofd zo hard klinkt. We evalueren samen periodiek of er vooruitgang is en gelukkig is die er.

De strijd tegen misofonie is intensief en zwaar, kost veel kracht. Daarom ben ik zo blij dat wij samen genieten van de natuur, van fotograferen, van nachtvlinders op het raam. Van vakanties en andere omgevingen, van onze beesten en van mijn borduurwerk-in-wording. Al die dingen die ons leven samen zo de moeite waard maken, blijven overeind, al moeten we daar wel wat voor doen. Alles buitenshuis is fijn, want daar heb ik geen last. Niet in de bioscoop of op andere publieke plaatsen. Thuis is het het ergste, terwijl thuis toch juist veilig en warm moet zijn.

Ondanks die indringer die altijd op de loer ligt, komen wij er samen wel. Ondanks zijn kuchjes, hoesten en eetgeluiden – hoe minimaal ook – realiseer ik me altijd dat we van elkaar houden. Anders zou ik er niet zo veel last van hebben. En hij houdt van mij, ook met deze aandoening.
Wij zijn en worden niet Les Misérables alleen omdat ik misofonie heb. Dat weigeren wij.

Articles

Kunst en vliegwerk

In Fotografie, Natuur, Vlinders & nachtvlinders on 26 juni 2016 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , ,

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De afgelopen week brachten we in Roemenië door – een onverwacht prachtig land met geweldige natuur. Wat hebben we veel gezien en gelukkig ook vast kunnen leggen! Transsylvanië, het gebied dat lang bij Hongarije hoorde maar nu Roemeens is, betekent niets meer dan “door het woud”.

We verbleven in de stad Cluj, waar een mooie grote Botanische Tuin is. Daar zagen we bij ons eerste bezoek een Kleine IJsvogelvlinder, waarmee mijn lijst van ‘nieuwe’ vlindersoorten begon. Genieten!

Bij de bossen rond Cluj hoort het bijzondere Hoia Baciu, het Betoverde Bos, waar ooit een UFO landde en waar telefoons en camera’s vreemd reageren. De onze bleven het gewoon doen en dat was maar goed ook, want tijdens een trip met paard-en-wagen door het woud, zagen we de prachtigste vlindertjes fladderen. Op mijn “fluture”-roep, hield onze menner het paard in en van daaruit lukte het me een foto te maken van het prachtige Tweekleurig Hooibeestje, een klein vlindertje dat in Nederland uitgestorven is. Een waar kunstwerkje!

Eerder hadden we geprobeerd in datzelfde bos te wandelen, maar we werden vrijwel meteen weerhouden door een Kleine Weerschijnvlinder, die erg aan ons gehecht bleek. Hij of zij ging zelfs op onze vinger zitten en liet zich prachtig fotograferen. Tussendoor landde er een Keizersmantel op de grond, die ik in een flits zag en kon schieten. Verder zag ik vanaf de boerenkar een Dambordje (vermoedelijk), ook al zo’n schoonheid. Allemaal primeurs voor mij op vlindergebied!

We hebben nog veel meer gezien: Groot geaderde witjes die niet op de foto wilden, een dagpauwoog, diverse zandoogjes, gehakkelde aurelia’s, de wereld aan witjes – dus hopelijk ook een scheefbloemwitje! – en de laatste bonus kwam op de laatste dag, toen ik bij bijna 40 graden in het park van het Etnografisch Museum twee keer een klein blauwtje zag fladderen. Het was zwoegen in de hitte om ze goed op de foto te krijgen.
Bij determinatie bleek het niet om Bruin Blauwtjes te gaan, maar om Adonisblauwtjes – alweer een soort die we hier niet (meer) hebben.

Ondanks dat ik mooie vlinders zie in mijn telgebiedje en dat er voor mij nieuwe soorten nachtvlinders op mijn raam landen, voelen deze bijzondere diertjes toch anders. En al die andere Roemeense cadeautjes zoals de prachtigste juffers, een smaragdhagedis, spelende eekhoorns en de mooist denkbare flora en fauna zijn geweldig, maar dit vliegwerk stal voor mij de show.
Ik voel me rijk met al deze nieuwe schatten die als kunstwerkjes rondfladderden en die op mijn harde schijf mogen beklijven.

Articles

Altijd

In Persoonlijks on 7 januari 2016 by Marjolein Stam getagged: , , ,

Vandaag is het een jaar geleden dat mijn vader afscheid van ons nam en in slaap viel. Deze datum voelt voor mij meer als zijn sterfdag dan de dag dat hij uiteindelijk overleed – de 18e. Dit was immers het laatste contact, hij sprak zijn laatste woorden. En wat waren dat prachtige woorden: het was één van de grootste liefdeblijken die hij mij (en wellicht ons allemaal) ooit gegeven heeft. Een mooi afscheid, dat voor mij helend werkte. Al blijft het gemis en het herdenken, vooral vandaag.

Ik betrap me erop dat ik net als vorig jaar de kerstkaarten weg wil halen en de feestelijke stemming uit huis wil verdrijven. Vorig jaar was dat nodig omdat die kerststemming ongepast voelde, nu moet en mag ik dat weer loskoppelen. De kaarten mogen blijven hangen, wij mogen verder gaan met ons leven.

Ik herdenk je in liefde, pap, en brand een kaarsje bij je foto. Jouw mooiste aandenken staat in mijn ‘poësie’-album, waar je op 16 augustus 1964 je versje schreef. Blijf maar lekker slapen, deze dochter heeft haar versje van jou. Voor altijd.
poëzie

Articles

Onbe-taal-baar

In Persoonlijks, Taal, Woordspelingen on 9 november 2015 by Marjolein Stam getagged: , , , ,

Vijf jaar geleden leerde ik van familie van mijn toenmalige vriend het Helmondse woord ‘filifauwen’, wat knuffelen betekent. Twee weken later was de relatie voorbij en verdween het filifauwen uit mijn leven.
Ik leidde een gezapig bestaan en vond het prima om alleen te zijn met mijn katten.

Dit jaar veranderde alles: begin dit jaar kwam er een Brabander op mijn pad. We kenden elkaar weliswaar al jaren via het Genootschap Onze Taal – dus door GOT 😉 – maar we hadden elkaar nooit ontmoet. Tot die dag in februari, toen hij mij op kwam halen en ik kennismaakte met deze goedlachse, slimme man met zijn grote hart en zijn zachte G. Hoewel ik het nog een tijd heb tegengehouden en bleef tegenstribbelen, veroverde hij mijn hart en ziel en werd hij de partner met wie ik kan sparren en bij wie ik mezelf kan zijn.

We delen de liefde voor taal en hebben dan ook vaak plezier om allerlei woordspelingen die onze talige geesten ons ingeven. Het is heerlijk en zó verfrissend om op gelijk niveau te praten, om grappen niet uit te hoeven leggen en vooral, om zo vaak en zo veel te lachen. Natuurlijk hebben we ook onze ernstige gesprekken, zoals iedereen dat heeft en zoals dat hoort, maar onze raakvlakken en zijn opgeruimde karakter maken het allemaal makkelijker. Zeggen wij op de Drents-Overijsselse grens dat iets “oons niks kan scheel’n” – waarbij je niet anders kunt dan chagrijnig kijken omdat je mondhoeken door de uitspraak als vanzelf naar beneden zakken, mijn lief zegt met zijn zachte G: “Daar geef ik niks om”. Dat klinkt zo veel liever en positiever! Hoewel ik altijd dacht dat ik het Brabants vervelend vond, blijken de uitspraak en die G dus juist verzachtend te werken.

Hij neutraliseert mijn calvinisme, ik ben rustiger en vooral veel optimistischer met en door hem. We zien elkaar veel, ook doordat je de afstand niet ‘eventjes’ doet. Het is toch 250 kilometer die we telkens moeten overbruggen. Meestal krijg ik maar één brug mee; nadat ik via mijn telefoon wat woordjes heb gelegd, gaat mijn stoel achterover en slaap ik tot vlak voor ons einddoel. Hij vindt dat prima, is blij dat ik rust krijg in de auto. Zelf heeft hij meer energie en vindt autorijden prettig. Gelukkig maar, anders zouden we elkaar niet hebben leren kennen.

Bij zo’n afstand begin je toch sneller na te denken over samen en hoe en vooral: waar. Ik heb geen echte banden met Friesland, dus voor mij is het simpel. Bovendien is uit mijn zwervend bestaan al gebleken dat ik overal kan aarden. We besloten dus om ons op termijn in Brabant te vestigen. Die termijn werd korter dan gedacht, want toen we een huis bekeken, werd ik op slag verliefd op dat huis en wilde ik niets meer dan daar zo snel mogelijk samen gaan wonen. De onrust van het heen en weer reizen, van de katten alleen laten, van het hondje dat mee-lat, al die onrust moet bedaren in dat huis dat ons past als een warme jas.

Hoewel we hadden bedacht dat Oss een mooie plaats zou zijn, bleek ONS huis in Helmond te staan …
Mijn huis staat in de verkoop en allebei zijn we aan het uitzoeken en inpakken om twee huizen (en smaken) in elkaar te schuiven. We sluiten compromissen waar dat nodig is en richten zo ONS huis in. Binnenkort krijgen we de sleutel en wordt de badkamer verbouwd, de vloerbedekking wordt catproof vervangen en er moeten wat muren gesausd. Als het gaat zoals gepland, vieren we samen kerst in ONS huis. Een jaar geleden had ik dit niet geloofd of gedacht, was dit onvoorstelbaar.

ONS huis staat in Helmond en uitgerekend daar hebben ze dat prachtige woord voor knuffelen: ‘filifauwen’.
We zijn gelukkig, mijn Brabo en ik. Hij is kleiner en ronder, maar qua inhoud zijn we gelijk. Het is goed filifauwen met deze man 🙂

Liefde voor taal en vooral gedeelde liefde is onbe-taal-baar.een paar apart

Articles

Memoriam

In Persoonlijks, Simpel schrijfwerk on 12 juli 2015 by Marjolein Stam getagged: , , , , ,

Lieve pap, we herdenken wat af deze dagen. Binnen een tijdsbestek van twee weken kreeg je jouw steen, werd de unit verwijderd en zou je jarig zijn geweest. Over een paar dagen is het een half jaar geleden dat jij stierf. Het gaat zo snel en toch ook weer niet.
Ik mis je, pap. Je humor, je grinnikjes, je rake woorden.
Je ziekte mis ik niet. Ik ben blij dat die over is, dat je verlost bent, en ik gun je je rust.

Je bent bijna altijd in mijn gedachten, op een rustige manier. Ik denk dat je mijn vriend hebt gezien, dat je zag hoe hij gisteren de lavendelplanten ingroef bij je steen. Dat je weet dat hij goed voor me is, dat ik rustiger en blijer ben geworden sinds ik hem ken. Dat hij goed is voor mam, alles voor haar wil doen. Dat we, ironisch genoeg, binnenkort vanaf het schiereiland Als op zeilvakantie gaan … Als: hoe verzin je het!

Ik hoop dat je ook ziet hoe mijn relatie met mam veranderd is, hoe fijn het is dat we op een veel warmere manier met elkaar omgaan. Ik heb spijt dat ik tijdens jouw ziekzijn niet zag hoe zwaar het allemaal voor haar was. Nu zie ik het wel en ik ben trots op haar, ook om hoe goed ze alles doet, hoe ze wat van haar leven maakt, ondanks dat ze jou daarin mist.
Ik ben je dankbaar dat je bij haar blijft, dat je haar liet weten dat ze naar de dokter moest gaan – dat had ze van ons vast niet aangenomen.

Zelf heb ik genoeg aan je foto naast de tv. Je weet vast wel hoe vaak ik even met je praat, hoe vaak ik me iets herinner en hoeveel houvast die foto – die jou in al je kracht weergeeft – me biedt.

Je steen is mooi, maar het deed zeer om je naam er in gebeiteld te zien staan. Toch verdien je dit monument, het doet je recht. Daarom kom ik er graag, prutsen we even met de bloemen en zorgen dat je graf er mooi bij ligt. En elke keer opnieuw maak ik een foto. Alsof ik je telkens even vast wil leggen, zoals ik dat ook deed toen je ziek was. Of ik doe gewoon mijn ‘Japanner-ding’ en maak een foto omdat ik dat nu eenmaal altijd doe 🙂

Gisteren had je jarig zullen zijn. Die 83e, waar je ondanks alles voor ging, maar waar je de kracht niet meer voor had. De helft van dat jaar heb je nog gered.
Het was een rare dag: we vierden voor het eerst je verjaardag niet. We hebben niet gebarbecued, geen speklap gegeten en geen gebak. We waren wel bij mam. Zij concentreerde zich op de tuin – het verwijderen van de unit geeft een enorme ruimte. Alles van jouw ziekte is weg, maar alles ligt nog braak, als een open wond. Het is confronterend. Toch is het ook een uitgelezen moment voor wederopbouw, ondanks al die gedenkdagen. Je zou het zelf ook gewaardeerd hebben, denk ik; je hield niet van blijven hangen in ellende. Dus waren we gisteren bezig met tegels uitzoeken en tellen hoeveel er nodig zijn, zodat mam het gat kan laten dichten en weer een tuintje kan creëren. Jij weet hoe belangrijk dat voor haar is.

Jij hebt een steen verlegd in een rivier op aarde.

Hoe praktisch je ook bezig bent, de emoties rondom jouw verjaardag, rondom jouw sterven, de herinneringen aan al die verjaardagen, die blijven. Het gemis blijft, juist omdat je zo’n bijzondere, sterke man was. Een man die het verdient om herinnerd en geëerd te worden. Je was in veler gedachten gisteren en bent dat altijd. In liefde herdacht, pap. X

Articles

Macromeeën

In Fotografie, Natuur, Persoonlijks, Simpel schrijfwerk on 5 mei 2015 by Marjolein Stam getagged: , , , , , , , , , , , ,

Clematis Pixie

Op mijn paar meter ‘grote’ plaatsje moet ik woekeren met ruimte. Daarom benut ik elke centimeter optimaal; planten bloeien staand, hangend en klimmend langs muren en in hoekjes. Aan de muur hangt op giet- en plukhoogte een kruidenboulevard, voor de schutting staat een oud rek vol met van alles wat zich zoal in een jaar zo voordoet. Alles moet om de tuinset heen gegroepeerd worden; je moet tenslotte kunnen zitten, nietwaar? Daar was dat plaatsje in eerste instantie voor bedoeld.

Mijn plantjes scoor ik doorgaans bij Aldi of Lidl, of uitgebloeid voor een prikkie bij ongeacht welke kruidenier of  neringdoende. Vond ik vorig jaar een klein kasje en begon het zaaien buiten, dit jaar staan er binnen tomaten, paprika’s en puntpaprika’s te ontkiemen, samen met lathyrus en blauwe winde. Deze laatste waren vroeger niet uit mijn tuinen weg te denken, maar in de jaren van balkons en stadstuinen zijn ze nog niet weer aan bod gekomen. Omdat de diverse clematissen het zo goed doen in een simpele pot, was het tijd om deze eenjarige schoonheden weer eens toe te voegen. Bovendien staat er sinds twee weken een rozenboog, waarlangs genoemde clematissen, blauwe regen en kamperfoelie groeien. Dit creëert wat ruimte om lathyrus en winde tegen een stukje gaas te laten klimmen. Natuurlijk wel pas nadat ze verspeend zijn en klaar voor de grote buitenwereld!

blauwe winde

Het is een oude liefde: tuinieren en sfeer maken. Dat dat nu op de vierkante centimeter gebeurt, maakt mij niet uit. Elk jaar ziet mijn ‘tuintje’ er anders uit, met wat andere kleuren of andere details, elk jaar geniet ik er volop van. Ik kan fysiek ook steeds meer, het is nu allemaal functioneel en makkelijk bereikbaar. Maar aan de woekerende klimopstruiken van de buurman heb ik mijn handen vol. Ze mogen alleen boven de schutting groeien, niet mijn ruimte innemen, als groenblijvers. En enorme struiken kan ik wegens de ruimte niet kwijt, dus staan planten als vlinderstruik in een pot, dan kunnen ze niet te groot worden. Daarnaast hangen er prulletjes, vogelhuisjes en andere onzindingetjes, die voor de broodnodige sfeer zorgen. Dat hoort ook bij mij.

Kleine dingen vragen om macrofotografie, dus ik loop na verzorging van mijn planten door mijn tuintje met een macroklem op de camera en probeer van de kleinste dingen de details te vangen. Macromeeën noem ik dit plezier. Het is een heerlijke hobby, die ik in het veld ook vaak uitoefen, maar die in dit minituintje extra veel voldoening geeft op dagen dat ik er niet op uit kan of wil. Dan macromee ik lekker achter en geniet van alles wat het blote oog niet goed kan onderscheiden.

Anjermot

Zo kun je op vele manieren gelukkig worden van alles wat er in zo’n mini-stadstuintje te beleven valt – naast dat je er heerlijk in de zon (of in de schaduw) kunt zitten, kunt eten en zelfs kunt bbq’en – met verse kruiden van de kruidenboulevard en omringd door heerlijke geuren van de bloemen. Het enige wat hier niet veel rondvliegt, zijn vlinders en vogels. Dat moet ook niet; mijn katten houden van vers vlees en van proteïnehapjes. Zo zit Kleinie ’s zomers trouw bij de klimop te wachten tot er een nachtvlinder of een libel langskomt, die vervolgens razendsnel met een poot naar binnen gehengeld wordt. Vogels en muisjes worden door Toekie verschalkt. Gelukkig hebben Iffix en Miss Muis een iets minder goed ontwikkeld instinct, anders bleef er helemaal niets over. Al mogen ze van mij best wat boktorren vangen (die de klimbomen opvreten), of de anjermotten die mijn Marjolein soldaat maken.

Het is weer voorjaar, mijn bakken met planten zijn allemaal weer omgewoeld en voorzien van mest, alles is weer gesnoeid en de ‘tuin’ begint uit alle macht te bloeien. Weliswaar op macromee-niveau, maar mijn kattenkwartet en ik genieten uitbundig, op elk niveau en van alles wat zich in mijn paradijsje voordoet. Voor de voortuin heb ik al jaren een beplantingsplan klaar, daar gaan de tegels weg en mogen planten in de volle grond. Daar mogen vogels en vlinders juist wél komen, omdat alleen Miss Muis daar komt. Maar dat  is nog toekomstmuziek, vooralsnog is het een saaie betegelde postzegel. Achter daarentegen ziet het er weer fris, groeizaam en vooral gezellig uit. En daar word ik blij van!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.