Articles

Woordspelingen

In Taal, Woordspelingen on 19 mei 2010 by Marjolein Stam getagged: , , ,

“Aswolk gooit roet in het eten”, las ik gisteren ergens op het internet. Een inkopper natuurlijk, een woordspeling die zo voor de hand ligt dat het bijna niet meer grappig is. En toch vind ik het grappig.

Nu vind ik veel grappig, ik houd nu eenmaal van spelen met woorden en taalcreativiteit. Mijn grote voorbeeld is Herman Finkers. Ik heb vanaf het prille begin ontzettend genoten van de manier waarop deze Neerlandicus met taal omgaat. Naast de andere grote cabaretiers van die tijd – Toon Hermans is natuurlijk ook een geweldige kandidaat – vind ik hem zoals hij zichzelf noemt, een ‘grappen-maker’. Hij maakt grappen die je denkt te zien aankomen, maar die op het eind net een andere wending krijgen dan je verwachtte. Hij zet je voortdurend op het verkeerde been en hij speelt als geen ander met taal en met teksten.

Finkers heeft mij van vele taalgrappen en woordspelingen voorzien, die ik graag van hem leen in mijn dagelijkse omgangstaal. Zo is zijn “niet al te nozel” een normale uitdrukking geworden, samen met vele andere uitdrukkingen van hem. Toen er eens een deurwaarder aan de deur (waar anders!) kwam, vroeg ik de waarder na ons gesprek of ik een volgende keer hem zou bezoeken in plaats van andersom? Hij keek mij bevreemd aan, waarop ik zei: “Kennelijk kent u de sketch van Finkers niet”. Nee, zo bleek. Na uitleg kon de man het zeer waarderen en was blij dat zijn beroepsgroep eens positief benaderd werd en dat dat zelfs door meerdere mensen onthouden was. Ik denk namelijk niet dat ik de enige ben die dergelijke opmerkingen overneemt… Voor degenen die de sketch niet kennen: de achterliggende gedachte was “het hoeft niet altijd van één kant te komen”, aldus Finkers.

Ik heb diep respect voor de kwaliteiten van deze man, dat moge duidelijk zijn. Maar er zijn natuurlijk meer mensen wier woordspelingen of uitroepen ik dankbaar opneem in mijn vocabulaire. Een goede vriend liet mij ooit de stripverhalen van De Generaal lezen, waarin de hond JANK! roept als iets nogal ernstig lijkt.
Die uitroep is mede door de vriend een heel eigen leven gaan leiden: als ik onverwacht een vette nota krijg of iets wil hebben wat ver boven mijn budget ligt, roep ik “JANK!” of, in extreme gevallen, zelfs “Triple JANK!” Zoiets gaat rond en ook vrienden gebruiken het, en daardoor vrienden van vrienden. Zoals de ‘stuifkoe’ en de ‘sleurhut’ ook ooit zijn gaan rondzingen, zingen dergelijke uitroepen ook rond. Het verspreidt zich als een aswolk, dwarrelt neer bij hen die er de humor van inzien.

Door taalcreativiteit en daarmee gepaard gaande vrolijkheid wordt je woordenschat uitgebreid met woorden die iedereen begrijpt, hoewel ze niet gebruikelijk zijn. Dat vind ik het wonder van taal: het ermee spelen waarmee je een soort eigen imago creëert. Het maakt jou en anderen vrolijk – al zullen sommigen het uiterst irritant vinden. Gelukkig hoef ik niets met die mensen; ik ga liever om met degenen die het wél waarderen en die zelf ook input geven.

Ik bewonder Finkers niet alleen maar om zijn taalkunst, hij betekent veel meer voor me. In doorwaakte nachten was hij lang mijn begeleider, die me opvrolijkte. Het bezoek aan een show van hem gaf me nog maanden napret. Zijn persoonlijke reactie op mijn adhesiebetuiging tijdens zijn ziekte raakte me tot in mijn ziel.
Maar het mooiste geschenk wat hij me gaf, was het vrijmoedig omgaan met en trots zijn op mijn dialect. Mijn paplepeltaal, die ik niet meer hoefde te ontkennen of te verbergen. Hoewel ik keurig ABN spreek, is het heerlijk om woorden als ‘onmeunig’ te gebruiken en om in het dialect – in mijn geval Sallands, maar ook Twents, Drents en eventueel in het Frysk – met iemand een gesprek te kunnen voeren. Ik mag trots zijn op mijn taal, op de extra woordenschat die deze met zich meebrengt. Ik mag spelen met woorden in alle dialecten die ik ken, ik mag ‘brekk’n en angaon’ in Salland en omstreken, ‘høken’ in ‘n Achterhook, “hennig an doon” in Twente. Op kraamvisite gaan in het westen, in Fryslân yn nije lytse bern sjen en in Twente te kraomschudd’n gaon.

Ondanks de bijna-dooddoeners als de woordspeling over de aswolk, of stuifkoe als alternatieve naam voor poedermelk, word ik vrolijk van het spelen met woorden. Woordgrappen brengen luchtigheid waar gesprekken soms veel te zwaar zijn. Ik gooi graag roet in zwaar eten, gebruik graag mijn paplepeltaal. Met dank aan Herman en aan andere woordkunstenaars.

About these ads

Eén reactie to “Woordspelingen”

  1. Stuifkoe!!??? deze kende ik nog niet, wel de sleurhut.
    Het woord wat in mijn omgeving rondgaat is de kamer waar wij thuiswerkende mannen met ruimteinnemende hobbies zich vaak bevinden is de “ruk-bunker”.
    waar ook de “seks-boekies” liggen (lees:de laatste editie van Guitar-player en andere aan hobbies verwant leesvoer)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 132 andere volgers

%d bloggers like this: